Pesach: Pascha

Pesach: Pascha

Pesach vormt het openingsfeest van de cyclus van jaarlijkse feesten. Het is zowel een herdenkingsfeest als een beeld: Het feest gedenkt de bevrijding van de kinderen van Israël uit de slavernij in Egypte. Maar het is ook een beeld van de verlossing uit de slavernij van de zonde voor iedereen, die een beroep doet op Christus als Pesachlam, en die Zijn bloed aanvaardt als bedekking voor zijn zonden in het verleden (I Korinthe 5:7).

Pesach wordt in de vroege lente gevierd, wanneer de zich openende knoppen en bloemen aankondigen, dat de winter voorbij is. Toen vroeger de tijd voor dit feest naderde, waren alle wegen richting Jeruzalem overvol met vrome Joden, die op weg waren naar de heilige stad. Want iedere man van de kinderen van Israël moest tijdens dit feest voor de Heer verschijnen (Deuteronomium 16:16). Alle rangen en standen trokken samen in reisgezelschappen op. En naarmate ze dichter bij de stad kwamen, groeide het aantal reizigers voortdurend aan. Herders, boeren, priesters en Levieten, mannen uit allerlei beroepen en ambachten: ze sloten zich allemaal aan bij de groepen die Jeruzalem uit alle richtingen binnentrokken. De huizen in de stad werden opengesteld om hen op te vangen. En op de daken en in de straten werden tenten opgeslagen, om de deelnemers aan het feest beschutting te bieden. Maar ook om ruimtes te creëren, waar men als familie en groepen bij elkaar kon komen voor de Pesachmaaltijd.

Vóór de bevrijding van de kinderen van Israël uit Egypte begon het nieuwe jaar in de herfst (Exodus 23:16; 34:22). Maar toen de Heer de kinderen van Israël uit de slavernij in Egypte bevrijdde, in de maand Aviv of Nisan, zei Hij: “Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar” (Exodus 12:2). De maand Aviv valt eind maart, begin april.

Op de tiende dag van de maand Aviv werd het pesachlam gekozen. Het werd tot de veertiende van de maand apart gehouden van de rest van de kudde. Dan werd het geslacht. Er was een bepaald uur vastgesteld voor het slachten van het lam: “tegen het vallen van de avond” (SV: “tussen twee avonden”). Dat is ongeveer het negende uur van de dag. In onze tijdrekening is dat ongeveer 3 uur ’s middags.

Het lam werd in z’n geheel geroosterd. Geen enkel been mocht gebroken worden. Als het gezin klein was, konden meerdere gezinnen het feest samen vieren. Samen met het lam werden ongezuurde broden en bittere kruiden gegeten. Het ongezuurde brood herinnerde aan de haastige vlucht uit Egypte. De kinderen van Israël namen het deeg mee, voordat het gezuurd was. “Hun baktroggen waren in hun kleren op hun schouders gebonden” (Exodus 12:34). Het ongezuurde brood is ook een beeld van iemand, die bedekt is door het bloed van Christus, het ware Lam (Exodus 12:1–46). “Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van zuiverheid en waarheid” (I Korinthe 5:8).

Niet alleen werd tijdens dit feest ongezuurd brood gegeten. Er mocht de hele week die volgde op Pesach, helemaal geen zuurdeeg in huis zijn.

Dit is een prachtig symbool voor een christen. Als die er aanspraak op maakt, door het bloed van Christus beschermd te zijn, moet deze niet alleen zijn mond bewaren voor kwaad spreken. Maar zijn haar moet ook vrij zijn van het “zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid” De bittere kruiden herinneren aan hun wrede slavernij in Egypte. Het lam moest worden gegeten in de nacht van de veertiende dag van de eerste maand. Bleef er iets van het vlees over tot de morgen, dan werd dit met vuur verbrand.

Als het lam geslacht was, werd een bosje hysop in het bloed gedoopt. Dat moesten ze strijken aan de twee deurposten en de bovendorpel van het huis, waar het lam werd gegeten. Dat was een herinnering aan de wonderlijke verlossing van de eerstgeborenen van Israël, toen alle eerstgeborenen van Egypte werden gedood. De Heer zei: “En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u bent. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen verdervende plaag onder u zijn, als Ik het land Egypte met plagen sla” (Exodus 12:13).

De gebeurtenis die door het bloed aan de dorpel werd herdacht, was wonderlijk. Maar dit verwijst naar een gebeurtenis, die nog veel wonderlijker is. De verderfengel ging door Egypte en legde de ijzige hand van de dood op het voorhoofd van elk eerstgeboren kind, dat niet door het bloed beschermd werd. Zo zal ook de tweede dood, waaruit geen wederopstanding zal zijn, iedereen treffen, die niet door het bloed van Christus van zonde gereinigd is (Exodus 12:13). Er was geen aanzien des persoons. Iedereen werd getroffen: van de erfgenaam voor de troon van Egypte tot de eerstgeborene van de gevangene in de kerker. Een hoge positie, rijkdom, of aardse roem zullen iemand niet beschermen tegen de verderfengel van de Heer. Er is maar één ding, dat rijk en arm dezelfde bescherming zal geven. Dat is het kostbare bloed van Christus. “het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. … Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (I Johannes 1:7, 9).

Stilstaan bij de herdenkingskant van Pesach sterkt ons in ’t geloof. Gedenk, hoe de Heer voor Zijn gekwelde volk opkwam. Hij hoorde hun geroep, en deed wonderen om hen te bevrijden. Als je daarbij stilstaat, wordt je in hart en ziel gezegend. Maar er is ook verlossing voor de mensen, die stilstaan bij de schaduwbetekenis van Pesach. Er is heil voor iemand, die aanspraak maakt op de zegen, die in beelden en symbolen wordt afgeschaduwd. Elk pesachlam, van de lammeren, die in de nacht van de bevrijding uit Egypte werden geslacht, tot aan de lammeren in de tijd van Christus, was op een speciale manier een beeld van onze Heiland. “Ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus” (I Korinthe 5:7).

Eeuwenlang werd het pesachlam, een paar dagen voordat het geslacht werd, van de kudde afgezonderd en apart gehouden. Het was aangewezen om te sterven. Zo veroordeelde het Sanhedrin Christus, een paar dagen voordat Hij werd gekruisigd, ter dood. Zij wisten, dat wanneer zij Hem vanaf dat moment zouden zien, ze vastbesloten waren om Hem te doden. Het lam werd apart gehouden. Zo was het ook voor Jezus: “Jezus dan wandelde niet meer openlijk onder de Joden” (Johannes 11:54). Dat gebeurde slechts enkele dagen voordat Jezus door een wrede troep mensen gevangen werd genomen en veroordeeld, op grond van valse getuigenissen.

Op de morgen na die afschuwelijke nacht, waarin Hij gekweld werd en doodsangsten doorstond, werd de Heiland naar de rechtszaal van Pilatus gebracht. De hele nacht waren de Joden Christus gevolgd, zolang Hij in aanwezigheid van de hogepriester was. Maar nu ging Hij een Romeins gerechtsgebouw binnen. “En zij gingen het gerechtsgebouw niet in, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar het Pascha konden eten” (Johannes 18:28). Volgens hun rituele reinheidswetten, mochten zij niet aan de Pesachmaaltijd deelnemen, wanneer zij dit gebouw zouden binnengaan. Dit gebeurde op de morgen van de dag, waarop de Heiland gekruisigd werd. Het was de dag van de voorbereiding voor het Joodse Pesachfeest. Op deze dag moest het lam worden geslacht “tegen het vallen van de avond” (SV: “tussen twee avonden”). Met andere woorden: het was de veertiende van de maand Aviv, of Nisan. Deze dag viel in het jaar, waarin de Heiland gekruisigd werd, op vrijdag. Want de dag die volgde op de kruisiging was een Sabbat. Volgens het gebod valt deze dag op de zevende dag van de week (Lukas 23:52–56).

Het was geen toeval, dat de Heiland op vrijdag, de zesde dag van de week werd gekruisigd. Eeuwen daarvoor had God bepaald, dat de dag na Pesach, de vijftiende dag van de maand Aviv, als Sabbat van een jaarlijkse feestdag gehouden moest worden (Leviticus 23:6–7). Daarmee werd uitgebeeld, dat Christus, het ware Pesachlam, op de dag voor de Sabbat zou worden geofferd. Het pesachlam werd tegen het vallen van de avond geslacht, dat wil zeggen: rond het negende uur van de dag (3 uur ’s middags). Toen dat grote, ware Lam, rond het negende uur als offer voor de zondige mensheid tussen hemel en aarde hing, riep Hij: “Het is volbracht” En Hij gaf Zijn leven over als offer voor de zonde (Mattheüs 27:46–50; Johannes 19:30). Op dat tijdstip troffen de priesters voorbereidingen, het lam in de tempel te slachten. Maar hun werk werd plotseling onderbroken. De hele natuur reageerde op die noodkreet van de Zoon van God. De aarde schudde heen en weer. En onzichtbare handen scheurden het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden (Mattheüs 27:50–51). Dat was een onmiskenbaar teken, dat beeld en werkelijkheid één geworden waren. De schaduw had zich verenigd met de werkelijkheid, die de schaduw had veroorzaakt. De mensen hoefden niet langer via dierenoffers tot God te naderen. Wij mogen met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade (Hebreeën 4:15–16). En we mogen onze smeekbeden doen in de kostbare naam van “Christus ons Pesachlam”

Het werk waarvan Pesach een afbeelding is, strekt zich over de eeuwen heen uit. Het zal pas volledig één zijn met zijn oorsprong, wanneer Gods kinderen voorgoed bevrijd zijn uit de macht van de vijand van alle gerechtigheid.

De verderfengel ging te middernacht heel het land Egypte door. Hij toonde zijn macht door Gods volk uit slavernij te bevrijden. En zo zal het ook middernacht zijn, wanneer God Zijn macht zal tonen, om Zijn volk de uiteindelijke bevrijding te geven (Exodus 12:29–30). De profeet, die de eeuwen overzag, heeft gezegd: “In een oogwenk sterven zij, ja, midden in de nacht, het volk wordt opgeschrikt en vergaat, en de Machtige doet het verdwijnen, niet door mensenhand” (Job 34:20 NBG).

De mensen die aan de Pesachmaaltijd deelnamen, mochten niets daarvan tot de morgen overlaten. Die morgen moest men iets nieuws ervaren: vrijheid van de slavernij. Iemand die Christus als zijn of haar Pesachlam aanneemt, en door het geloof deel krijgt aan Hem, ervaart iets nieuws: vrijheid van de veroordeling, die het oude leven met zich mee brengt. Wanneer God te middernacht Zijn macht toont voor de uiteindelijke bevrijding van Zijn volk, zal ’s morgens niemand meer gebonden zijn. “Gevangenismuren zullen uiteen scheuren. En Gods volk, dat om hun geloof gevangen zit, worden bevrijd.” Zij zullen de onderdrukkende macht van de vijand nooit meer voelen.
De vernietiging van de farao en heel zijn legermacht in de Rode Zee, en het bevrijdingslied wat de Israëlieten aan de overkant zongen, vormen een beeld van de uiteindelijke bevrijding van Gods volk op deze aarde (Openbaring 15:2–3). De rechtvaardigen zullen worden opgenomen, om de Heer in de lucht te ontmoeten (I Thessalonicenzen 4:16–17). Maar de goddelozen zullen, net als de legermacht van de farao, dood op aarde achterblijven. Zij zullen niet bijeengezameld en niet begraven worden (Jeremia 25:30–33).

Geen vreemdeling mocht aan de Pesachmaaltijd deelnemen. Maar in de oude Levitische ordening waren mogelijkheden geschapen, waardoor een vreemdeling, door aan bepaalde vormen en rituele voorschriften te voldoen, een Israëliet kon worden. Dan kon zo iemand ook aan de Pesachmaaltijd deelnemen (Exodus 12:48). De zonde verhindert, dat mensen kunnen delen in de zegeningen, die aan Gods kinderen beloofd zijn. Maar er is een medicijn tegen zonden: “Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol” (Jesaja 1:18). “Als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige” (I Johannes 2:1).

De kinderen van Israël waren omringd door heidense volken. Die zouden zich van hun kuddes en van hun land meester maken, wanneer alle mannen opgingen naar Jeruzalem om de jaarlijkse feesten bij te wonen. Maar ze ontvingen de speciale bescherming van God. Want alle mannen moesten niet alleen met Pesach, maar drie keer per jaar de feesten in Jeruzalem bijwonen. Zij gingen op, vol vertrouwen in de belofte: “Als Ik de volken voor u uit zal verdrijven en uw gebied ruim zal maken, zal niemand uw land begeren, wanneer u drie keer per jaar optrekt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God” (Exodus 34:24). Vandaag hebben wij dezelfde God. Voor de man of vrouw, die “eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid” zoekt, zal God hun “gebied ruim” maken, en ook hun tijdelijke belangen beschermen (Mattheüs 6:24–33).
Gods volk verzamelt zich niet langer in Jeruzalem om de Pesachmaaltijd te eten. Maar trouwe volgelingen van de Heer nemen overal op aarde deel aan het gedachtenismaal van Zijn gebroken lichaam en Zijn vergoten bloed. Tot elke groep worden deze woorden gesproken: “Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt” (I Korinthe 11:26).

Er is verschil tussen de jaarlijkse offers, of feesten, en de gewone offers. Het zondoffer, schuldoffer, dankoffer, of welk ander gewoon offer ook, kon op elk moment in het jaar gebracht worden; wanneer de omstandigheden of de nood van de mensen daarom vroegen. Maar dat was niet zo met de jaarlijkse feesten.

Alle jaarlijkse feesten zijn niet alleen een afbeelding, maar ook profetisch. Het pesachlam, dat elk jaar geslacht werd, was een schaduw van “Christus ons Pesachlam,” dat voor ons geslacht is. Maar het feit, dat het lam uitsluitend op de veertiende van de maand Aviv geslacht mocht worden, was een profetie:Het ware Pesachlam zou op de veertiende Aviv Zijn leven overgeven voor de zonden van de wereld.

Één van de onweerlegbare argumenten, dat Jezus de Messias is, ligt in het feit, dat Hij aan het kruis stierf, precies op de dag en het uur, waarop God had gezegd, dat het pesachlam geslacht moest worden. En Hij stond op uit de dood op dezelfde dag van de maand, waarop de eerstelingen eeuwenlang als beweegoffer waren gebracht. God heeft heel duidelijk Zelf de datum vastgelegd van elk jaarlijks offer.

De dag van het jaar, waarop een jaarlijks offer moest worden gebracht, vormde een directe profetie voor het tijdstip, waarop beeld en werkelijkheid elkaar zouden ontmoeten.

“Want ook ons Pascha (Pesachlam). is voor ons geslacht, namelijk Christus” (I Korinthe 5:7).

Schaduw
Exodus 12:3–5: Het lam werd uitgekozen, een paar dagen voordat het geslacht werd.
Werkelijkheid
Johannes 11:47–53: Christus werd een paar dagen, voordat Hij gekruisigd werd, door het Sanhedrin ter dood veroordeeld.

Schaduw
Exodus 12:6: Het lam werd afgezonderd en apart van de kudde gehouden.
Werkelijkheid
Johannes 11:53–54: “Jezus dan wandelde niet meer openlijk onder de Joden”

Schaduw
Exodus 12:6: Het pesachlam werd op de veertiende van de maand Aviv, of Nisan, geslacht.
Werkelijkheid
Johannes 18:28; 19:14; 19:31; Lukas 23:54–56: Jezus werd gekruisigd op de dag, waarop de Joden zich voorbereidden op de Pesachmaaltijd: dus op de veertiende van de maand Aviv, of Nisan.

Schaduw
Exodus 12:6: Het lam werd tegen het vallen van de avond (tussen twee avonden). geslacht.
Werkelijkheid
Markus 15:34–37: Johannes 19:30:Jezus stierf tegen het vallen van de avond (tussen twee avonden). Dat is rond het negende uur (3 uur ’s middags).

Schaduw
Exodus 12:46: Geen been van het lam werd gebroken.
Werkelijkheid
Johannes 19:33–36: Geen been van de Heiland werd gebroken.

Schaduw
Exodus 12:7: Er werd bloed gestreken aan de beide deurposten en de bovendorpel van de deur.
Werkelijkheid
I Johannes 1:7: “het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde”

Schaduw
Exodus 12:8: Samen met het lam at men ongezuurde broden en bittere kruiden.
Werkelijkheid
I Korinthe 5:7–8: Ongezuurd brood staat voor het vrij zijn van slechtheid en boosaardigheid.

Schaduw
Exodus 12:19: Na Pesach mocht men een week lang geen zuurdeeg in huis hebben.
Werkelijkheid
I Petrus 3:10; I Thessalonicenzen 5:23: Een christen moet niet alleen zijn tong weerhouden van het kwaad. Maar geest, ziel en lichaam moesten in hun geheel onberispelijk bewaard worden.

Schaduw
Exodus 12:7,12, 29, 42: De bevrijding kwam te middernacht, na het doden van de eerstgeborenen in Egypte.
Werkelijkheid
Job 34:20: God toont te middernacht Zijn macht voor de bevrijding van Zijn volk.

Schaduw
Exodus 12:22–23: Er is geen andere bescherming tegen de verderfengel, dan onder het bloed van het Pesachlam.
Werkelijkheid
Handelingen 4:12: “De zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”

Schaduw
Exodus 12:10, 46: Niets van het lam mocht tot de morgen overblijven. Wat niet werd opgegeten, moest verbrand worden.
Werkelijkheid
Maleachi 4:1–3; Ezechiël 28:12 – 19: Wanneer de rechtvaardigen zijn bevrijd, zal stof en as het enige overblijfsel zijn van de zonde en de zondaars.

Schaduw
Exodus 12:43: Geen vreemdeling mocht deelnemen aan de Pesachmaaltijd.
Werkelijkheid
Openbaring 21:27: Iemand die God niet toebehoort, kan niet delen in de beloning van de rechtvaardigen.

Schaduw
Exodus 12:48: Er was een mogelijkheid geschapen, waardoor een vreemdeling toch aan de Pesachmaaltijd kon deelnemen.
Werkelijkheid
Efeze 2:13; Galaten 3:29: “Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.”