Het Feest van de Ongezuurde Broden

Het Feest van de Ongezuurde Broden

Het feest van de ongezuurde broden begon op de vijftiende dag van de maand Aviv, of Nisan, en duurde zeven dagen (Numeri 28:17; Leviticus 23:6–7). Ongezuurd brood werd samen met het pesachlam gegeten. Maar het Feest van de Ongezuurde Broden volgde na Pesach. Maar soms omvatte de term “Feest van de Ongezuurde Broden” ook Pesach. Op elk van de zeven dagen werden veel offers gebracht. Daaronder waren zeven lammeren. De eerste en laatste dag van het feest werden als jaarlijkse sabbat gehouden. Maar de eerste van deze sabbatten werd als de belangrijkste gezien. Deze werd de Sabbat genoemd (Leviticus 23:11, 15).

“Het hele Joodse stelsel is een compacte profetie over het evangelie” Elk dienstwerk, dat God binnen het Joodse stelsel had opgedragen, was een schaduw van de dienst van onze Hogepriester in het hemels heiligdom. Ofwel het was een schaduwdienst, die was opgelegd aan de gemeente op aarde, waarvoor Hij Zijn dienst verricht. Daarom schuilt er een speciale betekenis in het feit, dat de dag na Pesach eeuwenlang als sabbat gehouden werd.

In het vorige hoofdstuk hebben we aangetoond, dat het geen toeval was, dat in het jaar, dat de Heiland werd gekruisigd, Pesach viel op vrijdag, de zesde dag van de week. Net zo min was het toeval, dat de jaarlijkse sabbat, de vijftiende dag van Aviv, op de wekelijkse Sabbat van de Heer viel, op de zevende dag. Het beeld ontmoette de werkelijkheid. De geliefde discipel Johannes zegt: “want de dag van die sabbat was groot” (Johannes 19:31). Deze uitdrukking werd gebruikt, telkens wanneer de jaarlijkse feestsabbat op de wekelijkse Sabbat van de Heer viel.

Vierduizend jaar eerder, op de eerste zesde dag in de tijd, voltooiden God en Christus het scheppingswerk. God noemde het voltooide werk zeer goed. Hij “rustte … op de zevende dag van al het werk dat Hij gedaan had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al Zijn werk, dat Hij scheppend gedaan had” (Genesis 2:2–3). Ongeveer vijfentwintighonderd jaar later gebood God, vanuit de ontzagwekkende verhevenheid van de Sinaï, Zijn volk: “Gedenk de sabbatdag, door die te heiligen” (Exodus 20:8). Want op die dag – de zevende dag – rustte Hij van het scheppingswerk.

Het was een machtige taak, om deze wereld al sprekend te doen ontstaan; haar fris en schoon te maken; om er dierenleven op te maken; om haar met mensen te bevolken, die naar het beeld van God geschapen waren. Maar het is een nog veel grotere opgave om deze door zonde aangetaste aarde te nemen – met haar bewoners die in ongerechtigheid zijn afgegleden – en hen te herscheppen, en hen nog volmaakter te maken dan toen zij voor het eerst uit de hand van de Schepper kwamen. Deze taak heeft de Zoon van God op Zich genomen. Toen Hij op Golgotha uitriep: “Het is volbracht,” sprak Hij de Vader aan. Hij kondigde aan, dat Hij aan de eisen van de wet voldaan had. Hij had een leven zonder zonde geleefd. Hij had Zijn bloed als losprijs voor de wereld gegeven. Nu lag de weg open: Iedere zoon en dochter van Adam kan gered worden, als zij de aangeboden vergeving zullen willen aannemen.

De zon neigde naar de westelijke horizon, en kondigde de wereld de nadering van de heilige Sabbat van de Heer aan. Op dat moment verkondigde de Zoon van God vanaf het kruis op Golgotha, dat het verlossingswerk volbracht was. Dat werk zou zijn uitwerking hebben op de hele schepping. En hoewel slechte mensen de betekenis van de woorden “Het is volbracht” niet begrepen, reageerde de hele natuur hierop: Ze sprong als het ware op van vreugde. Zelfs keiharde rotsen scheurden. God bepaalde, dat deze kolossale gebeurtenis niet ongemerkt aan de mensen voorbij zou gaan. En terwijl de levenden, die naar het tafereel staarden, zich niet bewust waren van de grote betekenis van dit moment, werden heiligen uit hun graf opgewekt om het blijde nieuws te verkondigen (Mattheüs 27:50–53).

Het verlossingswerk werd op de zesde dag voltooid. En net zoals God na afloop van het scheppingswerk rustte, zo rustte Jezus tijdens de heilige uren van die heilige Sabbat in het graf van Jozef. Zijn volgelingen rustten ook. Want Hij had hen steeds geleerd, de heilige wet van Zijn Vader te gehoorzamen. Hij had iedereen verboden, ook maar een moment te denken, dat zelfs maar een jod of tittel van Gods wet veranderd zou kunnen worden (Mattheüs 5:17–18). Vierduizend jaar lang had men de Sabbat gehouden als gedenkteken van de schepping. Maar toen de Heiland aan het kruis stierf, werd deze dag dubbel gezegend: Nu was het, naast een gedenkteken van de schepping, ook een gedenkteken van de verlossing.

De Sabbat overspant als een grote brug alle tijd. De eerste pijler dit deze belangrijke instituut ondersteunt, werd in de Hof van Eden geslagen. Volgens het verslag in Genesis 2:2–3 rustten God en de mens, die nog niet in zonde gevallen was, tijdens de heilige uren van de Sabbat. De tweede pijler van de brug werd opgericht te midden van donderslagen op de berg Sinaï. God kondigde het vierde gebod af, zoals we kunnen lezen in Exodus 20:8–11. Hier gaf God als reden voor het heiligen van de Sabbat aan, dat Hij op de zevende dag rustte van het scheppingswerk. De derde pijler van de Sabbatbrug werd geheiligd door het bloed van Golgotha. De Zoon van die machtige God rustte in het graf van het verlossingswerk. Daarom wordt in Lukas 23:54–56 verteld, dat Jezus’ volgelingen “rustten … overeenkomstig het gebod” En de vierde pijler van deze prachtige brug zal op de nieuwe aarde worden opgericht. In Jesaja 66:22–23 wordt ons verteld, dat het laatste spoor van de zonde van de aarde verwijderd zal worden. Daarna zal “alle vlees” (de hele mensheid) van Sabbat tot Sabbat komen, om de Heer te aanbidden. Zolang de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen bestaan: zolang zullen de verlosten van de Heer de Sabbat met liefde houden. Als gedenkteken van het volbrachte verlossingswerk van Christus voor deze gevallen wereld. En ook als gedenkteken van de schepping.

Op de tweede dag van het Feest van de Ongezuurde Broden werden de eerstelingen van de oogst geofferd. Dit was een uiterst belangrijk ritueel. We zullen hier in een apart hoofdstuk bij stilstaan. De mensen aten tijdens de zeven dagen van het feest ongezuurde broden. Zeven, de aanduiding voor een volmaakt getal, vormt een passend beeld voor het leven wat iemand leiden moet, die aanspraak maakt op Christus als zijn Pesachlam – en die de gezegende zekerheid heeft, dat zijn of haar zonden bedekt zijn door het bloed van de Heiland. Zuurdeeg is een beeld van “slechtheid en boosaardigheid.” Ongezuurd brood staat voor “zuiverheid en waarheid” Iemands zonden zijn bedekt. Hij realiseert zich, wat het betekent, dat de veroordeling van zijn oude leven van hem is afgenomen. Zo iemand treedt een nieuw leven binnen. Hij moet niet tot zijn zondige leven terugkeren, maar leven in alle “zuiverheid en waarheid.” Dit alles wordt afgebeeld door het Feest van de Ongezuurde Broden, dat na Pesach zeven dagen lang gevierd wordt.



Schaduw
Leviticus 23:6–7: De dag na Pesach, de vijftiende dag van Aviv, was een jaarlijkse sabbat.
Werkelijkheid
Lukas 23:54–56; Johannes 19:31: In het jaar dat de Heiland gekruisigd werd, viel de vijftiende Aviv op de Sabbat van de Heer, op de zevende dag.

Schaduw
Deuteronomium 16:4: “Er mag bij u in heel uw gebied zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden.”
Werkelijkheid
I Korinthe 5:7: “Verwijder dan het oude zuurdeeg om een nieuw deeg te mogen zijn, zoals u ongezuurd bent; want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.”

Schaduw
Deuteronomium 16:3: “Zeven dagen moet u … ongezuurd brood … eten, … om de dag, dat u uit het land Egypte trok, alle dagen van uw leven te gedenken.”
Werkelijkheid
I Korinthe 5:8: “Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van zuiverheid en waarheid.”