Levi

Levi

Toen Lea haar derde zoon baarde, zei ze: “Nu, ditmaal zal mijn man zich aan mij hechten; ik heb hem immers drie zonen gebaard. Daarom gaf men hem de naam Levi,” of “gehecht” Lea verlangde naar de liefde van haar echtgenoot. Zij kon nauwelijks vermoeden, dat de kleine baby zijn naam in een veel diepere betekenis waar zou maken dan zij had voorzien. Hij zou helpen de kinderen van Israël te hechten aan hun grote Echtgenoot, de Schepper van alles (Jesaja 54:5).

De naam Levi leek een profetie voor het levenswerk van de hele stam. De satan had Lea door na-ijver en jaloezie losgemaakt uit de achting van haar man. Net zo probeerde hij Levi ten val te brengen, door hem over te halen, om samen met Simeon wraak te nemen voor het kwaad wat hun zuster was aangedaan (Genesis 34).

De woorden van Jakob op zijn sterfbed laten zien, hoe groot deze misdaad was, en hoe de Heer daar tegenaan keek. Het hart van de oude vader werd geroerd door de herinnering. En hij riep uit: “Laat mijn ziel niet in hun geheim overleg komen; … Vervloekt is hun woede, want die is hevig, en hun verbolgenheid, want die is meedogenloos” En dan – alsof hij de gedachte niet kan verdragen, dat zij ooit tot een sterke stam zouden kunnen uitgroeien, die door zou gaan met het plegen van zulke misdaden – roept hij uit: “Ik zal hen verdelen over Jakob en verstrooien in Israël” (Genesis 49:5–7). Het was meer een vloek dan een zegen. Maar wanneer een zondaar berouw heeft en zich van zijn zonde afkeert, verandert God zelfs een vloek in een zegen. En zo was het in het geval van Levi (Nehemia 13:2).

Niets wijst erop, dat de stam Levi tijdens de slavernij in Egypte op één of ander punt boven de andere stammen uitstak. Het is heel duidelijk, dat het oorspronkelijke patroon, dat de eerstgeborene als priester van de familie zou optreden, werd voortgezet, totdat het volk bij de Sinaï zijn tenten opsloeg. De “jonge mannen van de Israëlieten” brachten in die tijd de offers (Exodus 24:5). In de Targoem Pseudo-Jonathan (een buiten-Bijbels geschrift), wordt uitdrukkelijk gezegd: “Hij zond de eerstgeborenen van de kinderen van Israël. Want zelfs in die tijd werd de aanbidding door de eerstgeborenen gedaan. Want de tabernakel was nog niet gemaakt. En Aäron was nog niet met het priesterschap bekleed.”
Ons karakter wordt gevormd door de manier waarop wij omgaan met de gewone gebeurtenissen van het dagelijks leven. Maar ons karakter wordt getest door de manier waarop wij met crises in ons leven omgaan. Bij de Sinaï ging het volk van God door één van de ernstigste crises in de geschiedenis van de gemeente, toen het hele volk Israël het gouden kalf aanbad. In deze tijd, toen zelfs God Zelf klaarstond om Israël te vernietigen (Exodus 32:10), toen kwam de stam Levi naar voren. En door hun trouw hielpen zij, Gods zaak te redden.

Toen Mozes van de berg af kwam, en ontdekte, dat de kinderen van Israël het gouden kalf aanbaden, stond hij aan de ingang van de legerplaats. En hij zei: “Wie bij de HEERE hoort, moet bij mij komen. Toen verzamelden al de Levieten zich bij hem. Hij zei tegen hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ieder moet zijn zwaard aan zijn heup doen, het kamp van poort tot poort doorkruisen, en ieder moet zijn broeder doden, ieder zijn vriend en ieder zijn naaste. De Levieten deden overeenkomstig het woord van Mozes” Exodus 32:26–28).

Tijdens deze crisis stond de eer van God en Zijn zaak de Levieten duidelijker voor ogen dan alle wereldse verbanden. Noch broers, noch makkers, of vrienden, stonden tussen hen en hun plicht tegenover God. Als beloning voor hun trouw kwam het priesterschap – een onderdeel van het eerstgeboorterecht – aan de zonen van Levi. Wat Ruben door ontrouw in het huis van zijn vader had verloren, won Levi, doordat zij tegenover heel Israël trouw bleven aan God.

Jakob keurde op zijn sterfbed de zonden van Levi af. Maar Mozes verhief hen in zijn zegen boven alle anderen. Hij zei over Levi: “Uw Thummim en Uw Urim zijn bij deze man, Uw gunsteling; U hebt hem op de proef gesteld in Massa, U hebt met hem getwist bij de wateren van Meriba. Hij zei tegen zijn vader en moeder: Ik zie hem niet. Hij herkende zijn broers niet, en zijn zonen kende hij niet, want zij hielden Uw woord, en namen Uw verbond in acht. Zij zullen Jakob Uw bepalingen leren en Israël Uw wet, zij zullen reukwerk voor Uw neus leggen, en een offer dat geheel verteerd wordt op Uw altaar. Zegen zijn vermogen, HEERE, en wees het werk van zijn handen goedgezind” (Deuteronomium 33:8–11).

Sinds de zondeval van de mens had elk gezien zijn godsdienstige bijeenkomsten met een
eigen priester gevierd. Toen het moment gekomen was, om deze manier van aanbidding te veranderen, deed God dit op een manier, die alle Israëlieten deed begrijpen, waar het om ging.

De mannelijke eerstgeborenen van heel Israël werden geteld. Dat bleken er 22.000 te zijn. Toen werd de stam Levi geteld: dat waren er 22.273. Dus er waren meer Levieten dan eerstgeborenen. Dus werd de losprijs voor een eerstgeborene betaald – “per hoofd vijf sikkels” voor de 273 Levieten – het aantal waarmee zij de eerstgeborenen in aantal overtroffen (Numeri 3:46–49). Toen werden de Levieten apart gezet voor hun levenstaak.

Het totaal van de aantallen, die in Numeri 3 voor de drie afdelingen van de Levieten genoemd wordt, is 22.300. Men gaat ervan uit, dat deze extra driehonderd de eerstgeborenen van de stam Levi zelf waren. Als eerstgeborenen waren zij al aan God gewijd, en konden dus niet de plaats van anderen innemen.

De tabernakel was voor de kinderen van Israël een teken van hun ongeziene Koning. De Levieten functioneerden als koninklijke wacht, die uitsluitend Hem dienden. Als het volk zich ergens legerde, waren de Levieten de bewakers van de heilige tent. Wanneer zij onderweg waren, droegen alleen de Levieten alles wat bij het heiligdom behoorde.
Toen Israël het beloofde land binnentrok, kreeg de stam Levi geen erfdeel. Van hen werd niet verlangd, dat zij hun tijd en krachten zouden besteden aan het bebouwen van de grond en het fokken van vee. Het geestelijk welzijn van heel Israël was de last, die zij te dragen hadden. En om dit werk gemakkelijker te kunnen doen, kregen de Levieten achtenveertig steden, verspreid over alle twaalf stammen. En ze leefden van de tienden.(Numeri 18:20–21). Zo ging Jakobs profetie in vervulling. Zij werden “verdeeld over Jakob en verstrooid in Israël”

De geschiedenis van de tempel en de tempeldienst is de geschiedenis van de Levieten. Als God door Zijn volk werd geëerd, hadden de Levieten het hun opgedragen werk. Maar als er afval kwam, waren de Levieten verplicht om ander werk te zoeken om van te leven (Nehemia 13:10–11).

Levi kent, net als de andere stammen, een veelbewogen geschiedenis. Niet iedereen was trouw aan God. Maar de stam bleef in Israël bestaan tot aan de tijd van Christus. In de persoon van Barnabas hadden zij onder de vroege apostelen een waardige vertegenwoordiger (Handelingen 4:36).

Tijdens een grote crisis hebben de Levieten hun grote overwinning behaald. Tijdens een crisis worden beslissingen snel genomen. Veel mensen falen in zulke omstandigheden, omdat zij geen onafhankelijk, christelijk karakter hebben. Zij zijn gewoon, de leiding te volgen van de mensen op wie zij vertrouwen. Uit zichzelf hebben zij geen kracht. Iemand die tijdens crises in zijn leven altijd trouw wil blijken, moet een duidelijke verbinding hebben met de God van de hemel. En men moet God meer vrezen dan mensen.

Mozes en Aäron zijn twee van de meest opvallende karakters in de stam Levi. Tussen de twee bestond een duidelijk contrast. Mozes stond pal als een grote rots, waar de golven onophoudelijk tegenaan sloegen. Aäron was zachter, en van tijd tot tijd leek hij bijna te wankelen. Maar ook Aäron had een sterk karakter. Al verschilde hij van zijn broer.

De belangrijkste beproeving voor Aäron kwam, toen zijn twee zonen in de tabernakel werden neergeveld. Want zij hadden, onder invloed van sterke drank, vreemd vuur voor de Heer gebracht. Aäron werd niet toegestaan, om enig teken van rouw te tonen. Daarmee leerde het volk, dat God juist handelde, wanneer Hij boosdoeners strafte. Ook al waren het zijn eigen zonen.

Dit was geen kleine beproeving. Na het lezen van Leviticus 10:1–11 kunnen we, ondanks de moorden die in Levi’s vroege leven gepleegd zijn, beter begrijpen waarom de Heer over Aäron sprak als “de heilige van de HEERE” (Psalm 106:16).

Eén twaalfde van de honderdvierenveertigduizend zullen onder de naam Levi worden ingedeeld. Het zullen mensen zijn, die vanwege de zonde alleen maar vloek hebben verdiend. Maar ze hebben de zonde afgezworen. En terwijl de mensen overal om hen heen wankelden en ten val kwamen, bleven zij trouw aan God en aan Zijn zaak. Zij zullen een rijke zegen ontvangen uit handen van een genadevolle God.

Samenvatting

Genesis 46:11:
Levi had drie zonen. Hun nakomelingen vormden de stam Levi.
Aäron en zijn zonen deden dienst als priester.
De rest van de stam assisteerden bij het werk in de tempel.

Opvallende personen:
Mozes en Aäron waren de meest uitgesproken Levieten in het Oude Testament.
Barnabas en Markus waren vooraanstaande personen in het Nieuwe Testament.