35 Genesis

HOOFDSTUK 35.
PP. 204 - 5. 235, 37.
"De zonen van Jacob waren niet allen rechtvaardig. Zij waren in een zekere mate aangetast door afgoderij. God strafte het wrede, wraakzuchtige gedrag van Jacobs zonen niet tegenover de Sichemieten. Jacob kende hun doel niet, tot hun werk van wreedheid volbracht werd. Hij berispte zijn zonen, en zegde hen dat zij hem in de war gebracht hadden, door hen misprezen te maken in de ogen van de inwoners van het land. En wegens het kwaad, dat zij berokkend hadden, dat de omringende naties hun verontwaardiging zouden uitdrukken door hem en zijn huis te vernietigen. En in zijn beproeving doet Jacob terug beroep op God. "Daarna zeide God tot Jacob: trek op naar Bethel en woon aldaar; en maak een altaar, dien God, die u verscheen, toen gij vluchtte voor het aangezicht van uwen broeder". Gen. 35 : 1.
"Toen zeide Jacob tot zijn huisgezin en tot allen, die bij hem waren"Doet wet de vreemde goden, die in liet midden van u zijn, en reinigt u, en verander uwe kleedaren; en laten wij ons opmaken en optrekken naar Bethel en ik zal daar een altaar maken dien God, die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg, dien ik gewandeld heb. Toen gaven zij Jacob al de vreemde goden, die in hunne land waren, en de oorsierselcn, die aan hunne ooren waren, en Jacob verborg ze onder den eikenboom, die bij Sichem is". En de familie van Jacob vond ze nimmer weer. "En zij reisden heen en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zoodat zij de zonen Jacobs niet achterna jaagden".
Jacob was nederig en vroeg aan zijn familie om hen te vernederen, en al hun ornamenten af te leggen, want hij wilde verzoening maken voor hun zonden, door een offer op te dragen aan God, dat hij mocht bidden voor hen, en hen niet laten vernietigen door andere naties. God aanvaardde de inspanning van Jacob om het kwaad van zijn familie weg te nemen, en verscheen hem, en zegende hem, en vernieuwde Zijn belofte, die Hij hem gedaan had, omdat zijn vrees voor Item was. "En Jacob stelde een opgericht teeken op ter plaatse, waar Hij met hem gesproken had, een steenen opgericht teeken; en hij stortte daarop drankoffer en goot olie daarover".
3 Spir. Gifts 136 - 37.
"Hij dan profetiseerde in verband met Simeon en Levi, die bedrog pleegden tegenover de Sichimieten, en dan in een wrede wraakzuchtige wijze hen vernietigde. Zij waren ook het meest schuldig in het geval van Jozef. "Simeon en Levi zijn gebroeders : hunne handelingen zijn werktuigen van geweld. Mijne ziel kome niet in hunnen verborgen raad, mijne eere worde niet vereenigd met hunne vergadering; want in hunnen toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hunnen moedwil hebben zij de ossen weggerukt. Vervloekt zij hun toorn, want hij is heftig, en hunne verbolgenheid, want zij is hard; ik zal hen verdeelen onder Jacob— en en zal hen verstrooien onder Israel".
Jacob uitte de woorden van ingeving aan zijn berouwende zonen, voor hen voorstellend het licht waarin God hun daden van geweld beschouwde, en dat Hij hen zou bezoeken wegens hun zonden". Gen. 48 : 5 - 7.