01 Inleiding

Dit pamflet is een weergave van de bewijsvoering met betrekking tot het wetsvoorstel voor de nationale Zondagswet. Dit voorstel werd ingediend door Senator Blair gedurende de zittingsperiode van het vijftigste Congres. Dit is echter niet de woordelijke weergave van hetgeen ik naar voren heb gebracht voor de Senaatscommissie, want er waren zoveel interrupties gedurende mijn toespraak dat het onmogelijk was om een behoorlijke bewijsvoering te houden op 66n enkel punt. Door deze vragen enz, werd de bewijsvoering niet alleen noodzakelijkerwijs verder uitgebreid naar meer onderwerpen dan oorspronkelijk in de bedoeling lag toen ik begon te spreken, maar bovendien werd de bewijsvoering zoals ik mij die had gedacht eigenlijk verhinderd. lk praat nu niet over deze interrupties en tegenargumenten om mijn beklag te doen, maar alleen om te verklaren waarom dit pamflet wordt uitgegeven. Het is echter niettemin een feit, dat vóór mij 18 speeches werden gehouden die in totaal 3 uur in beslag namen en deze werden tezamen 189 maal geïnterrumpeerd met vragen en de daaruit voortvloeiende tegenargumenten. En daaraan werd deelgenomen door alle leden van de Senaatscommissie. Ik werd echter door de voorzitter van de commissie alleen al 169 keer onderbroken in 90 minuten zoals gezien kan worden in het officiele rapport van de hoorzitting. -Fiftieht Congres, Second Session, Messages and Documents No 43, pp.73-102.

Een nationale Zondagswet is een zaak van nationaal belang. Hoewel het waar is dat het wetsvoorstel niet tot wet verheven werd, en deze wetgeving is gestorven met de vijftigste zitting van het Congres, is het eveneens waar dat zij, die werkten aan de totstandkoming van de wet, thans werken aan een ander wetsvoorstel met dezelfde strekking om het aangenomen te krijgen in de eenenvijftigste zittingsperiode van het Congres. En zij zullen alles in het werk stellen om de Zondagswet tot wet te verheffen. De strekking die mij gegeven werd aan dit onderwerp door de vragen, die mij gesteld werden door de Senaatscommissie, hebben de weg geopend tot een uitputtende behandeling van het onderwerp. Deze vragen die gesteld werden door Senatoren van de Verenigde Staten – mannen die nationale belangen behartigen – tonen aan dat een uitgebreider spreidingsgebied van deze zaak niet geheel ten onrechte is. Het onderwerp is het waard dat daaraan zorgvuldig aandacht wordt besteed door heel het volk van Amerika. De beginselen van de Amerikaanse Grondwet, de juiste onderlinge verhouding tussen Kerk en Staat, het onderscheidt tussen zedenwet en burgerlijke en godsdienstige rechten van de mens - dat zijn de vragen die nooit naar de tweede plaats verdrongen mogen worden in het denken van de Amerikaanse burger.

Een eminent Amerikaans jurist heeft terecht opgemerkt dat, in een regering van het volk "geen veiligheid ligt tenzij in een verlichte publieke opinie, gebaseerd op persoonlijke intelligentie". Grondwettelijke voorzieningen tegen inbreuken door de godsdienst op de burgerlijke macht zijn alleen maar veilig zolang het oordeel van het volk de waarheid erkent dat, niemand wetgeving ten dienste van de godsdienst of van godsdienstige gebruiken, waarin hijzelf geloof kan toestaan, zonder zijn eigen godsdienstige vrijheid prijs te geven.

Door de bewijsvoering die op de oorspronkelijke hoorzitting aangevoerd werd, uit te breiden, is de betekenis of de bedoeling van de verklaring die afgelegd werd niet in het minst gewijzigd. Die oorspronkelijke bewijsvoering wordt hierbij overlegd aan het Amerikaanse volk met de ernstige hoop, dat zij aan de beginselen die daaraan ten grondslag liggen bijzondere aandacht willen schenken. De posities die ingenomen worden zijn bestand tegen de strengste toets van een gerechtvaardigde kritiek.

Het wetsvoorstel van Senator Blair, waarop de bewijsvoering betrekking heeft, luidt als volgt.
50e Congres
Ie Zitting

"Ingediend bij de Senaat van de Verenigde Staten, door Mr Blair op 21 Mei, 1888 het volgende wetsvoorstel, dat tweemaal voorgelezen werd, en verwezen werd naar de Commissie voor Opvoeding en Arbeid:

Een wetsvoorstel om voor het volk de viering van de eerste dag van de week, algemeen bekend als de dag des Heren, of als rustdag, veilig te stellen en om het houden van deze dag als een dag van godsdienstige aanbidding te bevorderen.

"Laat tot wet verheven worden door de Senaat en door het Huis van Afgevaardigen van de Verenigde Staten van Amerika in Congres vergaderd, dat geen enkele persoon, of vereniging, of arbeider of ambtenaar of enige ander persoon, of corporatie, gewoon werk zal verrichten of zal laten verrichten op haar gezag, in arbeid, in zaken, om anderen te hinderen, daarvan uitgesloten werken der noodzakelijkheid, barmhartigheid, en menslievendheid; noch laat enig persoon bezig zijn met spel, of amusement, of recreatie tot hindering van anderen op de eerste dag der week, algemeen bekend als de zondag, of gedurende een deel daarvan, in enig grondgebied, distrikt, vaartuig of plaats onderworpen aan de exclusieve jurisdictie van de Verenigde Staten; noch zal het legaal zijn voor enig persoon of corporatie om geld te ontvangen voor arbeid of dienstverlening, verricht in overtreding van deze paragraaf.



"Paragraaf 2. Dat hierna geen post of postgoederen vervoerd zullen worden in vredestijd over een postroute te land, ook zal er geen Post verzameld, gesorteerd of uitgegeven worden gedurende enig deel van de eerste dag der week: tenzij het een brief betreft met betrekking tot werken van noodzakelijkheid en barmhartigheid, of met betrekking tot gezondheid, leven, of dood van een persoon, en dit feit moet duidelijk zichtbaar vermeid staan op de voorkant van de enveloppe die dit bericht bevat, dan zal de directeur van het postkantoor voorzien in de transsport van zo'n brief.

"Paragraaf 3. Dat de uitoefening van handel tussen de Staten en met de Indianenstammen, voor zover het geen werken der barmhartigheid en noodzakelijkheid zijn, met bedoeling tot het vervoeren van personen of goederen te land en te water, op een zodanige wijze dat zulks scorend of belemmerend is voor mensen in hun genieten van de eerste dag der week of een deel daarvan, als rustdag, tenzij het werken van noodzakelijkheid, barmhartigheid of menslievendheid betreft, of bij haar viering als een dag van godsdienstige aanbidding, hierbij wordt verboden; en elke persoon of corporatie of ambtenaar of werknemer van enige persoon of corporatie die met opzet deze paragraaf overtreedt zal gestraft worden met een boete van tenminste 10 dollar en ten hoogste 1000 dollar en geen enkele dienst die verricht wordt tijdens zo'n verboden zakendoen zal wettig zijn, ook zal er geen compensatie te verhalen zijn of daarvoor betaald worden.

"Paragraaf 4. Dat alle militaire en vlootoefeningen, inspecties en parades, niet gedurende actieve dienst of in onmiddelijke voorbereiding daarvan, van Soldaten, matrozen, marine of van kadetten van de Verenigde Staten op de eerste dag van de week, uitgezonderd voor vergaderingen voor de goede en ordelijke waarneming van godsdienstoefeningen, hierbij worden verboden, noch mag er onnodige arbeid verricht worden of toegestaan worden in de militaire en de marinedienst van de Verenigde Staten op de dag des Heren.

“Paragraaf 5. Dat het onwettig zal zijn om te betalen of om betaling of loon te ontvangen op enigerlei wijze voor verleende diensten, of voor het vervoeren van personen of goederen, in overtreding van de voorzieningen van deze wet, noch zal toegestaan zijn om zulks te vorderen, en wanneer betaald is, hetzij bij vooruitbetaling of hoe dan ook, kan het bedrag terug gevorderd worden door degene die daarvoor een verzoek indient.

"Paragraaf 6. Dat arbeid en dienstverlening, verricht op de eerste dag der week als gevolg van ongelukken, rampen of niet te verkomen vertragingen in het leggen van geregelde verbindingen op postroutes, reisroutes of vervoer, het behoud van aan bederf onderhevige goederen, en het geregelde en noodzakelijk transsport en de aflevering van voedingsmiddelen in gezonde toestand voor gezond gebruik, alsmede zulk transsport voor korte afstanden van een Staat, district of Gebied naar een andere Staat, district of Gebied, indien zulks door plaatselijke wetten verklaard wordt noodzakelijk te zijn voor het publieke welzijn, niet gezien zullen worden als een overtreding van deze wet, maar dit moet zodanig verricht worden dat voor zover mogelijk het gehele volk rust van de vermoeienissen gedurende de eerste dag van de week, ten behoeve van hun geestelijk en moreel welzijn en de godsdienstige waarneming van de Sabbat."

Ds A.H Lewis. D.D., de vertegenwoordiger van de Zevende Dags Baptisten, had gesproken en gevraagd of er een paragraaf aan het wetsvoorstel toegevoegd kon worden dat vrijstelling verleende voor de vierders van de Zevende Dag; maar bij het beantwoorden van de vragen die door de voorzitter gesteld werden, deed hij concessies, en spoedig daarna werd hij gevolgd door Dr. Herrick Johnson uit Chicago, die opmerkte dat Dr. Lewis zijn "hele standpunt opgegeven heeft". Dat is wat ik bedoel als ik in mijn inleidende opmerkingen zeg dat wij niet voornemens zijn om ons standpunt op te geven.

A.T. Jones