27 - Christus de vervuller van de schaduwdiensten

Elk deel van .de evangelieboodschap laat zich terugvoeren tot het heiligdom en zijn dienst.De apostel Paulus heeft in de Hebreënbrief een meesterlijke verklaring hiervan gegeven. De door de Geest van God geleide apostel toont in deze brief, dat de offeranden zowel als de priesterdiensten van het Oude Testament slechts een type waren van het verzoeningswerk van Jezus Christus, het enige volmaakte Offer en de enige, volkomen Priester tussen God en de mensen.
Nadat Christus als het Lam Gods voor de zonden der wereld op Golgotha Zijn offerbloed vergoot voer Hij ten hemel om daar in het hemelse heiligdom Zijn verzoeningswerk voort te zetten en te voltooien.

1. Hebreën 5: 1-10. In dit hoofdstuk bewijst Paulus dat Jezus Christus Hogepriester is naar de ordening van Mclchizedeck.Hebreën 8 : 1-2. „De hoofdsom nu der dingen waarvan we spreken is, dat wij hebben zodanige Hogepriester, die gezeten is aan de rechterhand van de majesteit in de hemelen, een bedienaar van 'het heiligdom en van de ware tabelnakel, welke de Here heeft opgericht en geen mens." Hebreën 9 : 24. „Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar In de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons."

Hebreën 8 : 5. „Want indien Hij op aarde was zo zou Hij zelfs geen priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren, welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen . . . "Eerst na Zijn hemelvaart nam Jezus het priesterambt op Zich. Dit werk kon ook niet eerder aanvangen dan dat Hij Zijn bloed vergoten had. De aardse priesters immers gingen met het bloed van. het offerdier in het heiligdom. Hebreën 9 : 11 en 12. Onze Hogepriester echter ging het hemelse heiligdom binnen met Zijn eigen bloed. Hebreën 8 : 3. „Want een iegelijk hogepriester wordt aangesteld om gaven en slachtoffers te offeren, waarom het noodzakelijk was dat ook Deze (Jezus) iets had dat Hij offeren zou." Dat was het door Hemzelf vergoten bloed.

2. DE TWEE DIENSTEN.

Reeds in de voorgaande lessen zagen we dat de aardse priesterdienst bestond uit een dagelijkse- en een jaarlijkse dienst. De priesters dienden dagelijks in het heilige, terwijl de hogepriester eenmaal in het jaar in het heilige der heiligen ging en wel om het heiligdom te reinigen.De dagelijkse dienst.Dag aan dag brachten berouwvolle zondaars hun offers naar de deur van het heiligdom in de voorhof. Daar legden ze de handen op het offerdier, deden belijdenis van schuld en droegen op deze wijze in figuurlijke zin hun zonden over op het offerdier, dat daarna geslacht werd en zijn bloed op het heiligdom gesprengd.Hebreën 9 : 22 Zonder bloedstorting was er geen vergeving van zonden. Door deze ceremonie werd de zonde op het heiligdom overgedragen. In sommige gevallen moest de priester iets van het vlees eten zoals de Here aan Mozes geboden had. Leviticus 10:17. „God heeft u dat gegeven, opdat ge de onge-* rechtigheid van de vergadering zoudt dragen." Beide ceremonieën stellen de overdracht der zonde voor op het heiligdom en op de priester.
Ook dit vervulde zich nauwkeurig bij de Here Jezus.Jesaja 53: 4-5. Van de Heiland Jezus Christus wordt gezegd, dat Hij evenals de oud-testamentische priesters de zonden der mensen op Zich genomen heeft.
1 Petrus 2 : 24. „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op, het hout, opdat wij, aan de zonden afgestorven zijnde, voor de gerechtigdheid leven zouden, door Wiens striemen gij genezen zijti"Hetgeen in de aardse tempeldienst zinnebeeldig geschiedde, geschiedt in werkelijkheid nu in het Nieuwe, verbond. Hij,

Jezus, nam de zonden van Zijn volk op Zich en wanneer wij onze zonden belijden, dan dragen we deze in figuurlijke zin over op Hem die onze Voorspraak bij de Vader Is.Achttien eeuwen lang is dit werk der verzoening in de eerste afdeling van het hemelse heiligdom voortgezet. Het bloed van Christus heeft gepleit voor boetvaardige zondaars en heeft de Grote Middelaar vergeving en aanname bij de Vader verworven voor de mensen. Maar nochtans zijn hun zonden opgetekend in de boeken des hemels. En evenals er in de zinnebeeldige eredienst een verzoeningswerk plaats vinden moest aan het einde van het jaar, zo heeft er ook, voordat Christus werk. tot verlossing van de mensen volbracht is, een verzoeningswerk plaats tot wegneming van de zonden van het hemelse heiligdom. Niet dat de zonden in de hemel zijn, of dat er iets onreins in de hemel zou. zijn, maar de gedachtenis aan de zonde, opgetekend in de boeken des hemels, maakt een reiniging van het hemelse heiligdom noodzakelijk.
Hebreën 9: 23. „Zo was het dan wel noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen die in de hemelen zijn, door deze dingen gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze. Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelf, om te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons." Voor deze bediening trad Jezus aan na afloop van de 2300 jaardagen, dus in het jaar 1844 n. Chr. Dat jaar was volgens deze profetie het begin van de werkelijke grote verzoendag.
3. WAT DIT BETEKENT SCHILDERT DE PROFEET DANIEL.
Daniël 7 : 9-10. „Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden en de Oude van Dagen zette zich, Wiens kleed wit was als de sneeuw en het haar Zijns hoofds als zuivere wol, Zijn troon was vuurvonken, de raderen ervan een brandend vuur. Een vurige rivier vloeide en ging van Hem uit, duizend maal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem, en de boeken werden geopend." Vers 13: -„En zie er kwam Eén met de wolken des hemels als eens mensenzoon en Hij kwam tot de Oude van Dagen en zij deden Hem voor Dezelve naderen." Deze verzen zijn een schildering van het grote afsluiting»werk, dat tijdens de ware grote verzoendag, na 1844 In de he-. mel geschiedt. Vergezeld van heilige engelen treedt onze Hogepriester het heilige der heiligen binnen en verschijnt daar in de tegenwoordigheid van God, om het laatste te doen, dat Hem nog te doen staat in Zijn bediening voor de verlossing van de mens, nl. de uitdelging der zonden.

Zoals de grote verzoendag van het Oude Testament voor Israël een oordeelsdag was, is ook de ware grote verzoendag de tijd van het oordeel voor de kinderen Gods. De registers des hemels worden afgesloten.Zonden die niet beleden zijn, worden niet uitgedelgd. Openbaring 20: 12. „En een ander boek werd geopend, dat des levens is en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken." Dit werk moet gedaan worden voordat de Here Jezus wederkomen kan- om Zijn kinderen tot Zich te nemen. Openbaring 22: 11. „Wie onrecht doet, dat hij nog onrecht doe, en wie vuil is dat hij nog vuil worde, en wie rechtvaardig is dat hij nog "gerechtvaardigd worden en wie heilig is dat hij nog geheiligd worde."Dat zal dan het einde van de grote verzoendag zijn, wanneer Chr ttus Zijn priestelijke bediening beëindigd heeft en het lot beslist zal zijn voor alle mensen.Openbaring 22: 12. En zie, Ik kom spoedig om een iegelijk te vergelden gelijk zijn werk zijn zal. Openbaring 1.&: 6-7 is daarom de boodschap die sinds 1844 In de gehele wereld gepredikt wordt. „De ure Zijns oordeels is gekomen."

4. WELKE BOEKEN ZIJN ER IN DE HEMEL?
a Het boek des levens. Lukas 10 : 20 en Fil. 4 : 3.
b Het gedenkboek, waarin de daden staan opgetekend van
hen die de Here vrezen. Maleachi 3 : 16 en Nehemia 13: 14. c Het zondenregister der mensen. Prediker 12 :14 en Matth.
12: 3 6-37.Jesaja 65: 6-7. ,.Ziet het is voor Mijn aangezicht geschreven ... uw ongerechtigheden en uwer vaderen ongerechtigheden."Wanneer de registers in het oordeel geopend worden, wordt het leven van allen die in Jezus geloofd hebben door God onderzocht. Beginnende met hen die het eerste op aarde geleefd hebben, draagt onze Voorspraak de gevallen voor van ieder volgend geslacht en eindigt met de levenden. 1 Pertus 4 : 17. Dit onderzoekend oordeel uit de boeken des hemels heeft alleen betrekking op de gelovigen, zij komen niet in het gericht maar worden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven staat.
De ongelovigen worden eerst na de duizend jaren geoordeeld en komen persoonlijk voor de witte troon. Openb. 20: 11-15