11 Werken voor de onmatigen

"Bevrijdt hen die in dood gedragen worden, en die op het punt staan verslagen te worden, houdt hen tegen. "

Iedere ware hervonning heeft haar plaats in het evangeliewerk
en dient tot verheffing van de ziel tot een edeler leven. Vooral
de matigheidshervorming vraagt de ondersteuning van Christe-
lijke werkers. Zij zouden aandacht voor dit werk moeten vragen
en het tot een levend onderwerp moeten maken. Overal moeten
zij mensen de beginselen van ware matigheid voorhouden en
ondertekenaars van deze gelofte moeten winnen. Emstige
pogingen moesten gedaan worden om hen, die verstrikt zijn in
slechte gewoonten, daaruit te bevrijden.

Er is overal werk te doen voor mensen die door omnatígheid
gevallen zijn. Te midden van kerken, godsdienstige instellingen
en belijdende christelijke gezinnen kiezen vele jongeren het pad
van de vemietiging. Door omnatige gewoonten brengen zij
ziekten op zichzelf en door hebzucht om geld te verkrijgen
voor zondige verlangens vervallen zij in oneerlijke praktijken.
Gezondheid en karakter worden geruïneerd. Vijandig tegenover
God, uit de gemeenschap geworpen, voelen deze arme zielen
zich zonder hoop voor dit leven en voor het toekomstig leven.
De harten van de ouders zijn gebroken. De mens spreekt over
deze verdwaalden als hopeloos; maar God beziet het anders.
Hij begrijpt de omstandigheden die hen gemaakt hebben tot
wat ze zijn en Hij kijkt met medelijden op hen neer. Dit is een
groep die hulp vraagt. Geef ze nooit de gelegenheid om te
zeggen: "Niemand bekommert zich om mijn ziel."
Onder de slachtoffers van omnatigheid zijn mensen uit alle
klassen en alle beroepen. Mannen van hoge status met buiten-
gewone talenten, die veel bereikt hebben, zijn ten offer gevallen
aan drankzucht, totdat zij hulpeloos zijn om verzoeking te
weerstaan. Sommigen van hen, die eens rijkdommen bezaten,
zijn zonder tehuis, zonder vrienden, in lijden, ellende, ziekte
cn verval. Zij hebben de heerschappij over zichzelf verloren.
Tenzij een helpende hand naar hen wordt uitgestoken, zullen
zij verder en verder wegzinken. Voor deze mensen is toegeven
aan zichzelf niet alleen een morele, maar tevens een lichamelijke
ziekte.

Dikwijls moeten wij, bij het helpen van drankverslaafden,
net zoals Christus deed, primair aandacht schenken aan de
lichamelijke conditie. Zij hebben gezonde, niet stimulerende
voedsel en drank nodig, schone kleren, gelegenheid om zich
lichamelijke reinheid te verzekeren. Zij hebben een omgeving
nodig waar zij omringd zijn door hulpvaardige, christelijke
invloed. Elke stad zou moeten voorzien in een plaats waar
slaven van slechte gewoonten hulp kunnen ontvangen om de
ketenen te verbreken die hen binden. Sterke drank wordt door
velen gezien als een troost in hun moeilijkheden; maar dit is
niet nodig, als in plaats van te handelen als de priester en de
Leviet, belijdende christenen het voorbeeld van de barmhartige
Samaritaan volgen.

In contacten met de slachtoíïers van de drank moeten wij
bedenken, dat wij niet te maken hebben met verstandige mensen,
maar met hen, die tijdelijk onder de macht van boze geesten
staan. Wees geduldig en verdraagzaam. Denk niet aan het
afstotelijke, weerzinwekkende uiterlijk, maar aan het kostbare
leven waarvoor Christus gestorven is om het te redden. Als de
dronkaard zijn ontaarding begint te beseñen, doe dan alles wat
in uw macht ligt om te tonen dat u zijn vriend bent. Spreek
geen woord van berisping. Laat geen daad of blik verwijt of
weerzin uitdrukken. Zeer waarschijnlijk zal de anne ziel zichzelf
verwensen. Help hem zich er boven uit te werken. Spreek
woorden die geloof aanmoedigen. Zoek elke goede trek in zijn
karakter te versterken. Leer hem omhoog te reiken. Laat hem
zien, dat het mogelijk is zó te leven dat hij het respect van zijn
medemensen wint. Help hem de waarde te zien van de talenten
die God gegeven heeft, maar die hij verzuimd heeft te
ontwikkelen.

Ofschoon de wil bedorven is en verzwakt, is er in Christus
hoop voor hem. Hij zal in het hart betere opwellingen en heíliger
verlangens wekken. Moedig hem aan beslag te leggen op de
hoop die voor hem in het evangelie ligt. Open de Bijbel voor
de verzochte, worstelende ziel en lees hem steeds opnieuw Gods
beloften voor. Deze belofien zullen voor hem als bladeren van
de boom des levens zijn. Zet geduldig uw pogingen voort, totdat
de bevende hand met dankbaarheid de hoop op verlossing door
Christus aangiijpt.

U moet hen, die u tracht te helpen, blijven vasthouden, anders
zult u de oveiwimiing nooit behalen. Zij zullen voortdurend
door het kwade verzocht worden. Telkens en telkens weer zullen
zij overrnand worden door de hunkering naar sterke drank;
telkens opnieuw zullen zij vallen; maar beëindig uw pogingen
daarom niet. Zij hebben besloten te trachten voor Jezus te leven;
maar hun wilskracht is verzwakt, en zij moeten zorgvuldig
bewaakt worden door hen, die voor zielen waken als voor wie
zij rekenschap moeten afleggen. Zij hebben hun menselijkheid
verloren, en die moeten zij terugwinnen. Velen hebben te stiij den
tegen sterke erfelijke neigingen tot het kwade. Onnatuurlijke
hunkermg en sensuele opwellingen waren hun erfenis vanaf de
geboorte. Hiertegen moet zorgvuldig gewaakt worden. Van
bimienuit en van buitenaf streven het goede en het kwade naar
de boventoon. Zij die nooit zulke ervaringen hebben doorge-
maakt, kunnen de overmeesterende macht van de drankzucht
niet weten, of de felheid van de strijd tussen omnatige gewoonten
en het besluit om matig te zijn in alle dingen. Telkens opnieuw
moet de strijd weer gestreden worden.

Menigeen die tot Christus getrokken is, zal niet de morele
moed hebben om de strijd tegen drankzucht en hartstochten
voort te zetten. Maar de werker moet daardoor niet ontmoedigd
worden. Zijn het alleen degenen die uit de diepste diepten gered
zijn, die weer terugzinken?

Bedenk, dat u niet alleen werkt. Dienende engelen verenigen
zich in de arbeid met iedere trouwhartige zoon en dochter van
God. En Christus is de Hersteller. De grote Geneesheer zelf
staat naast Zijn getrouwe werkers en zegt tot de berouwvolle
ziel: "Kind, uw zonden zijn u vergeven." (1)

Velen zijn de uitgeworpenen, die de hoop die hen in het
evangelie voorgesteld wordt, zullen aangrijpen en het koninkrijk
der hemelen zullen bimientreden, terwijl anderen, die gezegend
zijn met de grote kansen en groot licht, die zij niet benut hebben,
achterblijven in duistemis.

Krachtsinspanning voor Zichzelf

De slachtoffers van kwade gewoonten moeten opgewekt
worden tot de noodzaak zichzelf krachtsinspanningen te ge-
troosten. Anderen mogen voor hen de emstige pogingen doen
om hen op te heffen, de genade van God mag vrijelijk aangeboden
worden, Christus moge pleiten, Zijn engelen mogen diensten
verlenen; maar alles zal tevergeefs zijn, tenzij zij ertoe gebracht
worden de strijd te hunnen behoeve zelf te strijden.
De laatste woorden van David tot Salomo, de jonge man, die
spoedig de kroon van Israël zou ontvangen, waren: "Wees
sterk... en toon uzelf een man." (2) Tot ieder mens, tot ieder
kandidaat voor de kroon der onsterfelijkheid werden deze
woorden van inspiratie gesproken, "Wees sterk en toon uzelf
een man."

De onmatige moet ertoe geleid worden om te zien en te
voelen dat grote morele vernieuwing nodig is als hij een man
wil zijn. God roept hen om op te staan en in de kracht van
Christus en de door God gegeven menselijke waardigheid, die
opgeoíïerd werd aan zondige omnatigheid, terug te winnen.
Onder de vreselijke macht der verleiding, het hunkerende
verlangen dat naar omnatigheid leidt, roept menig mens in
wanhoop uit: "Ik kan het kwade niet weerstaan." Vertel hem
dat hij dat wel kan, dat hij weerstand moet bieden. Hij kan
herhaaldelijk overwonnen worden, maar het behoefi niet altijd
zo te zijn. Hij is moreel zwak, geleid door gewoonten van een
zondig leven. Zijn beloften en besluiten zijn als los zand. De
wetenschap van zijn verbroken beloften verzwakken het ver-
trouwen in zijn eigen oprechtheid en geven hem het gevoel dat
God hem niet kan accepteren of met zijn pogingen kan
samenwerken. Maar hij hoeft niet te wanhopen.

Zij die hun vertrouwen in Christus stellen, behoeven niet
verslaafd te raken aan enige erfelijke of aangeleerde gewoonte
of neiging. In plaats van gebonden te worden gehouden aan de
lagere natuur, kumen zij over iedere lust en hartstocht de baas
zijn. God laat hen niet alleen tegen het kwade vechten in onze
zwakke krachten. Wat ook onze geërfde of gecultiveerde
neigingen tot het kwade zijn, wij kumien overwimien door de
kracht, die Hij bereid is te geven.

De Macht van de Wil

De verzochte ziel moet de ware kracht van de wil begrijpen.
Dit is de besturende macht in de natuur van de mens, de macht
om een besluit te nemen, en te kiezen. Alles hangt af van de
juiste werking van de wil. Verlangen naar goedheid en reinheid
zijn goed, zo ver als zij gaan; maar als we daarbij blijven,
leveren zij niets op. Velen zullen ten onder gaan, terwijl zij
hopen en verlangen hun kwade neigingen te overwinnen. Zij
geven hun wil niet aan God over. Zij doen de keuze niet om
Hem te dienen.

God heeft ons de macht tot kiezen gegeven; het ligt aan ons
om die te gebruiken. Wij kunnen onze harten niet veranderen,
wij kurmen onze gedachten niet beheersen, onze opwellingen,
en genegenheden. Wij kurmen onszelf niet reinigen en geschikt
maken voor de dienst van God. Maar wij kunnen kiezen om
God te dienen, wij kunnen Hem onze wil geven; dan zal Hij
in ons werken om te willen en te doen naar Zijn welbehagen.
Zo zal onze gehele natuur onder het bestuur van Christus worden
gebracht.

Door het juiste gebruik van de wil kan een volkomen
verandering in het leven tot stand komen. Door onze wil aan
Christus over te geven, verbinden wij onszelf met goddelijke
kracht. Wij ontvangen kracht van boven om ons standvastig te
maken. Een rein en nobel leven, een leven van overwimiing op
de drankzucht, de eetlust en andere lusten is mogelijk voor
iedereen die zijn zwakke, weifelende menselijke wil verenigt
met de almachtige, onwrikbare wil van God.

Kennis van de Gezondheidsbeginselen

Wie tegen de macht van de drankzucht worstelen, zouden in
de beginselen van een gezonde levenswijze onderwezen moeten
worden. Hun moet worden getoond dat door overtreding van
de gezondheidswetten, door het veroorzaken van verziekte
toestanden en onnatuurlijke hunkering, de grondslag wordt
gelegd voor alcoholisme. Alleen door in gehoorzaamheid aan
de gezondheidsbeginselen te leven kunnen zij hopen, bevrijd
te worden van de hunkering naar onnatuurlijke stimulansen.
Terwijl zij steunen op goddelijke kracht om de banden der
verslaving te breken, moeten zij met God samenwerken door
gehoorzaamheid aan Zijn wetten, zowel de zedenwet als de
natuurwetten.

Bezigheid; Voorzien in Eigen Onderhoud

Zij die naar hervorming streven, moeten van bezigheid worden
voorzien. Niemand die in staat is om te werken, zou indruk
mogen krijgen, dat hij gratis voeding, kleding en onderdak kan
genieten. Voor hun eigen bestwil, zowel als die van anderen,
zou een weg gezocht moeten worden, waarbij zij vergoeden
wat zij ontvangen.

Moedig elke poging tot eigen onderhoud aan. Dit zal hun
zelfrespect en gevoel voor onaflrankelijkheid versterken. Nuttige
arbeid voor lichaam en geest is een beveiliging tegen verzoeking.

Teleurstellingen en Gevaren

Zij die voor de gevallenen werken zullen teleurgesteld worden
in velen, die beloften tot hervonning deden. Velen zullen slechts
een oppervlakkige verandering in htm gewoonten en praktijken
aanbrengen. Zij worden door een opwelling bewogen en een
tijdlang schijnen zij verbeterd te zijn, maar er is geen ware
verandering van hart. Zij koesteren dezelfde eigenliefde, hebben
dezelfde honger naar dwaze pleziertjes, hetzelfde verlangen om
te voldoen aan eigen wensen. Zij hebben geen kemiis van het
werk van karaktervonning en men kan niet op hen rekenen als
op mensen die een beginsel bezitten. Zij hebben hun verstan-
delijke en geestelijke vennogens verlaagd door bevrediging van
de drankzucht en de hartstochten en dit maakt hen zwak. Zij
zijn grillig en veranderlijk. Hun opwellingen neigen naar
sensualiteit. Deze personen zijn dikwijls een gevaar voor anderen.
Beschouwd als hervonnde mannen en vrouwen, worden hun
verantwoordelijkheden toevertrouwd en zij worden geplaatst
waar hun invloed onschuldigen kan bederven.

Zelfs die eerlijk hervonning nastreven, zijn niet buiten gevaar
om terug te vallen. Zij moeten met grote wijsheid en zachtheid
behandeld worden. De neiging om hen, die uit de diepste diepten
gered zijn, te prijzen en te roemen, blijkt soms hun ondergang
te worden. De gewoonte om mannen en vrouwen uit te nodigen
om in het publiek de ervaringen van hun leven van zonde te
vertellen, is vol gevaar, zowel voor de spreker als voor de
luisteraars. Aandacht besteden aan tonelen van kwaad is
schadelijk voor ziel en geest. En de te grote aandacht die men
aan de geredden geefi, is ook schadelijk voor hen. Velen worden
ertoe geleid te denken dat hun zondig leven hun een zekere
distinctie geefi. Een liefde voor bekendheid en een geest van
zelfvertrouwen wordt aangemoedigd, die fataal blijkt voor de
ziel. Alleen het wantrouwen van zichzelf en de afliankelijkheid
van de genade van Christus, kan hen staande houden.

Gered om Anderen te Helpen

Allen die bewijs leveren een ware bekering te hebben
doorgemaakt, moeten aangemoedigd worden voor anderen te
werken. Laat niemand een ziel afwijzen, die de dienst van Satan
verlaat voor de dienst van Christus. Wanneer iemand tekenen
geeft dat de Geest van God met hem worstelt, moedig hem dan
aan om in de dienst van God te treden. "En weest ook bannhartig
jegens sommigen, die twijfelen, redt hen, door hen uit het vuur
te rukken." (3) Zij die wijs zijn in de wijsheid die van God
komt, zullen zielen zien die hulp nodig hebben, die zich oprecht
bekeerd hebben, maar die zonder bemoediging nauwelijks beslag
durven leggen op de hoop. De Here zal het in de harten van
Zijn dienstknechten leggen om deze bevende bekeerden in hun
liefliebbende broederschap te verwelkomen. Wat ook hun zonden
geweest mogen zijn, wanneer zij in diep berouw tot Christus
komen, ontvangt Hij hen. Geef ze dan iets voor Hem te doen.
Als zij wensen anderen op te heffen uit de put van het verderf
waaruit zij zelf gered waren, geef hen dan die kans. Breng ze
in contact met ervaren Christenen, zodat zij geestelijk versterkt
worden. Vul hun harten en handen met werk voor de Meester.
Wanneer licht in de ziel daagt, worden sommigen, die volledig
aan de zonde schenen overgegeven te zijn, succesvolle werkers
voor precies zulke zondaars als zij zelf eens geweest waren.
Door geloof in Christus stijgen sommigen tot belangrijke plaatsen
van dienst en worden verantwoordelijkheden in het werk van
zielenredding aan hen toevertrouwd. Zij zien waar hun eigen
zwakheden liggen, zij beseffen de verdorvenheid van hun natuur.
Zij kennen de kracht van de zonde, de macht van de verkeerde
gewoonte. Zij beseffen hun onvennogen om zonder de hulp
van Christus te overwinnen, en hun voortdurende uitroep is:
"Ik werp mijn hulpeloze ziel op U."

Zulke mensen kunnen anderen helpen. Die verzocht en
beproefd zijn geweest, van wie de hoop welhaast verdwenen
was, maar die gered werden door het horen van de boodschap
van liefde, zijn in staat de kermis van het zíelenredden te
begrijpen. Hij wiens hart vervuld is van de liefde van Christus,
omdat hijzelf door de Verlosser gezocht en teruggebracht werd
tot de kudde, weet hoe hij verlorenen moet zoeken. Hij kan
zondaars wijzen op het Lam Gods. Hij heeft zichzelf zonder
reserve aan God gegeven en is aangenomen in de Geliefde. De
hand die in zwakheid werd uitgestoken, werd gegrepen. Door
het dienstwerk van zulke zielen zullen vele verloren zonen tot
de Vader gebracht worden.

Christus de Hoop van de Verlosten

Voor iedere worstelende ziel die oprijst uit het leven van
zonde tot een leven van reinheid, ligt het grote krachtselement
hierin: "En de behoudenis is in niemand anders, wa.nt er is ook
onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor
wij moeten behouden worden." (4) "Indien iemand dorst heeft,"
naar rustgevendehoop, naar bevrijding van zondige neigingen,
zegt Chnstus, "hij kome tot Mij en drinke." De enige remedie
tegen ondeugd is de genade en macht van Christus.

De goede besluiten, in eigen kracht genomen, leiden nergens
toe. Alle geloíten in de wereld kumien de macht van verkeerde
gewoonten niet breken. Nooit zal men matigheid in alle dingen
kunnen beoefenen, tenzij het hart vemieuwd is door goddelijke
genade. Wij kunnen__on_s zelfs niet voor één moment van de
zonde af houden. Wij zijn ieder moment van God afliankelijk.
Ware hervomiing begint met reiniging van de ziel. Ons werk
voor gevallenen zal slechts dan echt succes opleveren als de
genade van Christus het karakter herschept en de ziel in levende
verbinding met God wordt gebracht.

Christus leefde een leven van volmaakte gehoorzaamheid aan
Gods wetten, en hierin heeft Hij een voorbeeld gesteld voor
ieder mens. Het leven dat Hij in deze wereld leefde, moeten
wij ook leven, door Zijn kracht en onder Zijn aanwijzingen.
ln ons werk voor de gevallenen moeten de aanspraken van
Gods wet en de noodzaak van getrouwheid aan Hem in de
geest en in het hart worden geprent. Vergeet nooit duidelijk te
maken, dat er een merkbaar verschil is tussen degene die God
dient en degene die Hem niet dient. God is liefde, maar Hij
kan opzettelijke veronaehtzaming van Zijn wetten niet veront-
schuldigen. Deze regels van Zijn bestuur zijn zodanig, dat men
niet ontsnapt aan de gevolgen van ontrouw. Alleen degenen die
Hem eren kan Hij in ere houden. Het gedrag van de mens in
deze wereld bepaalt zijn eeuwige bestemming. Wat hij gezaaid
heeft, zal hij oogsten.

Oorzaken dragen gevolgen.

Niets minder dan volmaakte gehoorzaamheid kan aan de
maatstaf van Gods eisen beantwoorden. Hij heeft Zijn eisen
niet in het onzekere gelaten. Hij heeft niets opgelegd dat niet
noodzakelijk is om de mens in hannonie met Hem te brengen.
Wij moeten zondaars wijzen op Zijn karakter-ideaal en hen tot
Christus leiden, door wiens genade alleen dat ideaal bereikt kan
worden.

De Verlosser nam de gebreken van de mensheid op Zich en
leefde een zondeloos leven, zodat de mensen niet bevreesd
behoefden te zijn, dat door de zwakheid van de menselijke
natuur, zij niet zouden kunnen overwirmen. Christus kwam om
ons "deelhebbers aan de goddelijke natuur" te maken, en Zijn
leven doet ons inzien, dat menselijkheid verenigd met godde-
lijkheid, geen zonde doet.

De Verlosser overwon, om de mens te tonen hoe hij kan
overwinnen. Alle verzoekingen van Satan kwam Christus
tegemoet met het woord van God. Door Gods beloften ontving
Hij kracht om Gods geboden te gehoorzamen en de verzoeker
kon geen voordeel behalen. Op elke verzoeking was Zijn
antwoord: "Er staat geschreven." Zo heeft God ons Zijn woord
gegeven waarmee wij de zonde kumien weerstaan. Zeer grote
en kostbare belofien zijn ons gegeven "opdat gij daardoor deel
zoudt hebben aan de goddelijk natuur, ontkomen aan het verderf,
dat door de begeerte in de wereld heerst." (6)

Vraag de verzochte om niet naar de omstandigheden te kijken,
naar eigen zwakheid, of naar de kracht van de verzoeking, maar
naar de kracht van Gods woord. Al die krachten staan ons ten
dienste. "Uw woord," zegt de Psalmist, "heb ik in mijn hart
geborgen, opdat ik niet zondige." "Naar het woord uwer lippen
heb ik mij gewacht voor de paden van de geweldenaar." (7)

Spreek het volk moed in, hef hen in gebed tot God op. Velen
die door verzoekingen overwomien zijn geweest, zijn vemederd
door hun mislukkingen, en zij denken dat het voor hen tevergeefs
is om tot God te gaan; maar deze gedachte is een suggestie
van de vijand. Wanneer zij gezondigd hebben en voelen dat zij
niet kunnen bidden, vertel hen dan, dat het dan juist de tijd is
om te bidden. Zij mogen beschaamd zijn, en diep vemederd,
maar als zij hun zonden belijden, zal Hij, die getrouw is en
rechtvaardig, hun zonde vergeven en reinigen van alle onge-
rechtigheid.

Niets is schijnbaar hulpelozer en toch in werkelijkheid

onoverwinnelijker dan de ziel die zijn eigen nietigheid voelt en
helemaal op de verdiensten van de Verlosser vertrouwt. Door
gebed, door de studie van Zijn woord en door het geloof in
Zijn blijvende aanwezigheid mogen de zwakste zielen leven in
contact met de levende Christus en Hij zal ze vasthouden met
een hand, die nooit zal loslaten.

Kostbare Beloften

Deze kostbare woorden mag iedere ziel, die in Christus blijft,
tot de zijne maken. Hij mag zeggen:

"Maar ik zal uitzien naar de Here;
Ik zal wachten op de God mijns Heils;
Mijn God zal mij horen.
Verblíjdt u niet over mij, o mijn vijandin;
Al zit ik in het duister,
De Here zal mij tot licht zijn."
"Hij zal Zich wederom over ons ontfemien,
Hij zal onze ongerechtigheden vertreden; _
Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee!
(3)

God heeft beloofd:
"Ik zal de stervelingen kostbaarder maken dan gelouterd goud;
En de mensen dan fijn goud van Oñr." (9)
"Laagt gij niet meer tussen de kooien? _
Toch zult gij zijn als de vleugelen van een duif,
overtogen met zilver,
Haar slagpennen met glanzend goud." (10)

Wie Christus het meest vergeven heefi, zal Hem het meest
liefliebben. Dat zijn degenen, die op de laatste dag het dichtste
bij de troon zullen staan.

"En zij zullen zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun
voorhoofden zijn." (11)

Verwijzingen:
1. Marc.2:5. 5. Joh.7:25. 9. Jes.13:l2.
2. 1 Kon.2:2. 6. 2 Petr.1:4. 10. Ps.68:14.
3. Judas 22. 7. Ps.ll9:1l; 17:4. 11. Openb.22:4.
4. Hand.4:l2. 8. Micha 7:7,8,19.