Geschapen naar Gods gelijkenis

Geschapen naar Gods gelijkenis
november 10, 2012 Door bijbelenzo



“En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.” (Gen 1:26,27)

God heeft de mens gemaakt naar zijn evenbeeld. Naar zijn gelijkenis. Man en vrouw werden individueel gemaakt met de gave om vrij te geloven en vrij te kiezen. Hoewel we individueel geschapen zijn, Zijn mensen ook geschapen met een onlosmakelijke eenheid van lichaam, ziel en adem. Zonder een van deze drie kunnen mensen niet leven. Zoals God dus bestaat uit een drie-eenheid. Vader, Zoon en Heilige Geest. Zo bestaan mensen dus ook uit een drie-eenheid. En deze drie werken samen om jouw in leven te houden. Wij waren afhankelijk van God om eeuwig te kunnen leven. Toen Adam en Eva zondigde werden ze gescheiden van God en onderworpen aan de dood.

God heeft alles geschapen in zes dagen tijd. Maar de mens heeft God anders geschapen als de rest. Toen hij de mens maakte heeft hij ons uit het stof van de aarde gemaakt en ons levensadem in de neus geblazen. (Gen 2:7,8). de rest van zijn schepping heeft hij in ontstaan gesproken.

“Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen, laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem. Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er.” (Ps 33:8,9)

“Door het geloof zien wij in dat de wereld tot stand gebracht is door het Woord van God, en wel zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn uit wat zichtbaar is.” (Heb 11:3)

Universum.

Het woord universum komt van twee Latijnse woorden, En er zijn twee gangbare theorieën wat het woord oorspronkelijk betekend. De meest geaccepteerde theorie is dat het woord universum is afgeleid van twee woorden. Namelijk “Uni” en “Versum”. Uni betekend één, En Versum betekend verandering. Universum zou dan een verandering betekenen. Er is ook nog een andere theorie. Dat het woord universum afgeleid is van het Latijnse univerbum. “Verbum” betekend “woord”. Univerbum betekend dan één woord. Het Engelse woord voor universum is universe. “Verse” betekend zin. universe zou dan zoiets betekenen als één zin.

Gods gelijkenis.

Wat betekend nu eigenlijk geschapen zijn naar Gods gelijkenis? Toen God Adam maakte gaf hij hem heerschappij over alle levende dieren en over de aarde. De woorden naar Gods gelijkenis geschapen maken duidelijk dat mensen gemaakt waren met een leidende rol. In Genesis 2:5 staat: “er was nog geen enkele veldstruik op de aarde en er was nog geen enkel veldgewas opgekomen, want de HEERE God had het niet laten regenen op de aarde; en er was geen mens om de aardbodem te bewerken,”

Hier wordt duidelijk dat God de mens had gemaakt om de aardbodem te bewerken. De mens zou dus heerschappij krijgen en de macht om de aardbodem te kunnen bewerken. Om het naar zijn hand te kunnen zetten. Adams leidende rol is dus gebaseerd op de gelijkenis van God.

God had eerst Adam gemaakt. Maar omdat Adam alleen was, en er geen gelijke aan hem was, heeft God ook Eva gemaakt. Alles in Gods schepping is gebaseerd op relatie. Dat is in de natuur zo, maar ook bij de mens.

“Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem.” (Gen 2:20)

Uiteraard was dat geen toeval dat God de mens heeft gemaakt op basis van een relatie. Ook die relatie is een gelijkenis aan God zelf. Hij deed dat om ons te laten herinneren aan de relatie die mensen met God hebben. Zoals de man en de vrouw tot een vlees zullen worden en dus onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, (Gen 2:23,24) Zo zijn mensen onlosmakelijk verbonden aan God. Maar door de zonde is die verbondenheid met God verbroken.

De mens was bijzonder in de ogen van God. Mensen waren de enige wezens die geschapen waren naar zijn gelijkenis, Zowel fysiek, mentaal maar ook spiritueel. Zelfs de engelen waren niet geschapen naar het evenbeeld van God. De mens had heerschappij, daar waar de engelen dat niet hebben. De engelen moesten mensen aanbidden. Wij waren niet alleen de heersers over dieren en de aarde, maar ook over de engelen.

“Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden”. (Heb 1:5,6)

“En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?” (Heb 1:13)

Toen Johannes zijn visioenen zag die in Openbaringen zijn opgeschreven, Kreeg hij bezoek van een engel. Johannes wilde die engel eigenlijk aanbidden, maar die engel gebood hem nadrukkelijk dat niet te doen.

“En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien.
En hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God.” (Op 22:8,9)

Die engel zei tegen Johannes:” Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God.”

Die engel was een mededienstknecht van Johannes, van zijn broeders. van de profeten, en van hen die de woorden in acht nemen die in Openbaringen staan geschreven. we kunnen dus met gemak zeggen dat mensen eigenlijk als koningen waren over de engelen.

“En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.” (Op 20:4)

“Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang. De satan geheel overwonnen.” (Op 20:6)

Zoals God koning over ons is, zo heeft God ons ook gemaakt als koningen. Maar dan als koningen over de engelen. Ook dat deed God bewust en niet met toeval. Hij deed dat om ons te laten herinneren dat we alles aan God te danken hebben. God heeft zichzelf geopenbaard aan de mens door ons naar zijn gelijkenis te maken.
Zijn grootsheid, zijn macht, zijn kennis maar ook zijn liefde zou eigenlijk geopenbaard moeten worden door de mens zelf. Als wij naar onszelf kijken dan zien wij iets van God. Maar nadat Adam en Eva hadden gezondigd zijn wij los geraakt van God. Ons oog was niet meer gericht op het Goddelijke maar op het natuurlijke.

De zondeloosheid is dus ook een evenbeeld aan God. De mens was zeer goed. De mens was zonder zonde gemaakt. Christus heeft zondeloos geleefd en daardoor werd God in zijn volledigheid geopenbaard aan de mens. De zonde is dus niet neutraal en door de zonde zou je nooit tot God kunnen komen, aangezien de zonde ons afgescheiden heeft van God. Je zou dus ook nooit tot God kunnen komen door de zonde, want daardoor zal je afgescheiden blijven.

“Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.” (1 Joh 3:9)

Dit is natuurlijk een zeer belangrijk principe, want doe je de zonde dan ben je niet uit God. Daarom schreef Paulus ook in de Romeinen brief dat we niet gelijkvormig moeten worden aan deze wereld maar dat we innerlijk moeten veranderen door de vernieuwing van onze gezindheid, om zodanig te kunnen onderscheiden wat de goede welbehaaglijke wil van God is.

“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.” (Rom 12:2)