You are  home - www.agp-internet.com/react -  ellenwhite.nl.nu - Themasite Ellen G. White - Bijbelcommentaar Exodus  
 

HOOFDSTUK 21.

VERS 1.

Hij vertrouwde zijn voorschriften niet toe aan het geheugen van een volk,die vlug vergeten,maar schreef ze op tafels van steen. Hij wilde van Israel alle mogelijkheden wegnemen om heidense tradities te vermengen met Zijn heilige voorschriften of van Zijn voorschriften te verwarren met menselijke verordeningen of' gewoonten. Maar Hij hield niet op als Hij de tien geboden gegeven had. Het volk had laten blijken, dat zij zo gemakkelijk af te leiden waren, zodat Hij geen deur voor bekoring onbewaakt liet. Mozes moet schrijven, ;vat God hem zou vragen : oordelen en wetten, die precies instrukties gaven nopens hetgeen gevergd werd van hen. Deze leidraden in verband met hun plicht tegenover God,tot elkander en tegenover de vreemdeling,waren eigenlijk de princiepen van de tien geboden, uitgebreid en gegeven op een speciale wijze, zodat niemand kan dwalen. Zij waren bestemd om de heiligheid van de tien geboden te bewaken,die op stenen tafels geschreven waren.

Had de mens de wet van God onderhouden, zoals hij gegeven was aan Adam, bewaard door Noah en onderhouden door Abraham, zou het niet nodig geweest zijn van een verordening van besnijdenis toe te passen. En hadden de nakomelingen van Abraham het verbond gehouden,waarvan de besnijdenis het teken was,dan zouden zij nooit verleid geweest zijn tot afgoderij ,noch zouden zij een leven van slavernij en lijden moeten doorgebracht hebben in Egypte ; zij zouden Gods wet behouden hebben in de geest, en het zou niet nodig geweest zijn hem te verkondigen op de berg Sinai of moest hij geschreven worden op stenen tafelen. En moest het volk van God de princiepen van de tien geboden in praktijk gezet hebben, zouden er geen bijkomende voorschriften moeten

157.

gegeven geweest zijn.

VERS 1-6.

De Heer wenst van de belangen van de dienaren te vrijwaren. Hij beveelt de Israelieten van barmhartig te zijn, en van in hun hoofd te prenten, dat zij zelf dienaren geweest zijn. Zij worden erop gewezen van de rechten te gedenken van hun dienaren. Zij mochten in geen geval misbruik maken van hen. Als zij met hen omgingen moesten zij niet te veeleisend zijn, zoals de Egyptische werkleiders voor hen geweest waren. Zij moesten tederheid en medelijden uitoefenen in het behandelen van hun dienaren. Zij moesten zich in de plaats stellen van de dienaren, en met hen omgaan als zij zouden willen dat anderen met hen omgingen in dezelfde omstandigheden.

Wegens armoede werden sommigen verk.-)cht in slavernij door hun ouders. Anderen, die veroordeeld werden voor misdaad door de rechters werden verkocht in slavernij. De Heer bepaalde ook dat zelfs deze niet langer in slavernij mochten gehouden worden dan zeven jaar. Op het einde van die tijd werd aan iedere slaaf de vrijheid gegeven,of,als hij het wenst,mecht hij bij zijn meester blijven. Zo beschermde God de belangen van de minder bedeelden en de verdrukten. „!o bracht hij een geest van weldadigheid, en wakkerde allen aan van een geest voor vrijheid te vormen,omdaL de Heer hen vrij gemaakt had. Eenieder, die vrijheid weigerde als zij hem geboden werd, was getekend. Het was geen teken van eer voor hem, maar teken van ongenade. Aldus wakkerde de Heer de opbouw van een hoge en edele geest, eerder dan een geest van slavernij. God begeert, dat de Christen de vrijheid respekteert die Hij op zo een wonderbare wijze gegeven heeft. In Christus is het eigendomsrecht van ieder mens gevestigd. De mens zal niet een anders eigendom zijn. God heeft het mensdom gekocht. De geest van de mens en zijn macht mogen niet heersen noch iemand anders geweten controleren, In het zicht van Goa stelt weelde en rang een mens niet boven een andere. De mens is vrij van de dienst van God te kiezen, de Heer te beminnen en de geboden te onderhouden. Patr. Pr. 364.

VERS 12 - 14.

De veiligheid en de reinheid van de natie vraagt,dat de zonde van moord streng gestraft wordt. Het menselijke leven,dat God alleen kan geven,moet heilig biwaakt worden.

Idem 516.

VERS 28-29.

Wij lezen van ongelukken op wegen en zeeën en op het spoorwegnet, en wat is de oorzaak ? In vele gevallen heeft iemand een benevelde geest door bedwelmende dranken ( moeten wij er in onze tijd, 1976 , niet bijvoegen door drugs in alle vormen ?). Hij voelde de draagwijdte niet van de verantwoordelijkheid,die op hem rustte. Vele levens zijn verloren gegaan tengevolge van het feit,dat iemand gedronken had. Deze levens zullen gelegd worden op de man, die de fles aan de lippen zette van zijn gebuur. In de oude tijden, als iemand een kwaadaardig dier had,betaalde hij ervoor : " Lees Ex. ?8-29." Nu wensen wij deze princiepen uit te werken op deze,die het dodelijk vergif brouwt. Hier gaat het om een wet, die de God van de hemel gaf om te bepalen, wat met kwaadaardige dieren moest gedaan worden. Christus zoekt te redden en Satan om te vernietigen. Ik vraag u,die redelijk verstand hebt van hierover na te denken. De man, die beneveld is, is beroofd van zijn rede. Satan komt bij hem en neemt bezit van hem en doordrenkt hem met zijn geest en zijn eerste begeerte is, van iemand te kwetsen of te doden van zijn geliefden. Toch laat men toe, dat dit vervloekt iets voortgaat, dat de mens lager stelt dan het dier. Wat heeft de dronkaard bereikt ? Niets anders dan een krankzinnige geest. En in dit land zijn de wetten zo, dat de bekoringen bestendig voor hem komen. De likeurverkoper zal moeten verantwoorden voor al de zonden van de dronkaard en de dronkaard zal moeten rekenschap geven van zijn daden. Hun enige hoop is van hun ziel op de gekruisigde en verrezen Verlosser te leggen. Temperance 288.

De man, die een kwaadaardig dier heeft en dit weet en het vrij laat lopen, is voor de wet van het land verantwoordelijk voor het kwaad, dat het dier kan doen. In de wetten aan Israel gegeven, zegde de Heer, dat de houder van een dier,waarvan geweten was,dat het kwaadaardig was, zou gedood worden wegens zijn zorgeloosheid of zijn kwaadwilligheid. Steunend op hetzelfde princiep zou het gouvernement, dat likeurverkoop toelaat, moeten verantwoordelijk gehouden worden voor het resultaat van de verkoop van de alkoholische dranken. En als het een misdaad is, die terdoodveroordeling eist van een kwaad dier de vrijheid te geven, hoeveel groter is de misdaad van het werk toe te laten van de likeurverkoop. Toelating wordt gegeven onder voorwendsel, dat zij een grote inkomst bezorgt aan de staatskist. Maar wat is dit inkomen vergeleken met de enorme uitgaven voor de criminelen, de zinnelozen, de armen, die de vrucht zijn van de drank ! Een mens, die onder invloed is van de drank, begaat een misdaad ; hij wordt naar het gerechtshof gebracht ; en deze, die de drankverkoop toelaten, moeten oordelen over het resultaat van hun eigen werk. Zij laten de verkoop van drank toe, die een gezond man zot maakt, en nu moeten zij de man naar het gevang zenden, terwijl dikwijls zijn vrouw en kinderen achtergelaten worden ten koste van de staatsgemeenschap,waar zij wonen.

Alleen nog maar de financiële kant in acht genomen, wat dwaas is het van zulk een zaak te dulden ! Maar welk een opbrengst kan instaan voor het verlies van de rede van een mens, voor het misvormen van het beeld van God in de mens, voor de ellende van de kinderen, die geleid worden tot degradatie om in hun kinderen de kwade neigingen van hun dronken vaders voort te zetten ?

Min. Healing. 344-45.

HOOFDSTUK 22.

Aan de apostel Paulus werden speciale goddelijke gunsten gegeven in zijn arbeiders te Efeze. De macht van God begeleidde hun inspanningen, en velen werden genezen, van fysische ziekten. " En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus, alzoo dat ook van zijn lijf op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken en de booze geesten van hen uitvoeren." Deze openbaringen van bovennatuurlijke kracht waren veel machtiger dan ooit tevoren te Efeze gezien geweest waren, en waren van zulk een karakter, dat zij niet konden nagebootst worden door de handigheid of de betove ringen van tovenaars. Als deze mirakels gedaan werden in de naam van Jezus van Nazareth,

158.

had het volk de gelegenheid te zien dat de God van de hemel machtiger was dan de magiërs, die aanbidders waren van de godin Diana. Aldus verhoogde de Heer Zijn dienaar, zelfs boven de afgodendienaars zelf, onmetelijk boven de machtigste en meest begunstigde van de magiërs.

Maar Hij, aan wie alle kwade geesten onderworpen zijn, en die aan Zijn dienaren gezag gegeven heeft over hen, was bezig met nog veel grotere schaamte een nederlaag te bezorgen aan deze, die zijn heilige naam verachtten en profaniseerden. Toverij was verboden door de Mozaische wet, Ex. 22 : 18. op straf van dood, toch was ze in het geheim door sommige afvallige Joden toegepast. Ten tijde van het bezoek van Paulus aan Efeze,waren er in de stad " omzwervende Joden zijnde duivelbezweerders " die de wonders ziende,die door hen gewrocht werden " hebben zich ondervonden den naam des Heeren Jezus te noemen over degenen, die booze geesten hadden ". Een poging werd gedaan door " zeven zonen van Sceva, een Joodschen overpriester". Een man ontdekkend die door de duivel bezeten was, richtten zij tot hem het woord : " Wij bezweren u bij Jezus, die Paulus predikt ." Maar de'booze geest antwoordende zeide : Jezus ken ik en Paulus weet ik, maar gijlieden wie zijt gij ? En den mensch, in welken den booze geest was, sprong op hen, en hen meester geworden zijnde kreeg de overhand op hen, alzoo dat zij naakt en gewond uit dat huis ontvloden ". Acts of the Apostels 287-88.

De sterke dranken bedeler aarzelt niet van de schulden van de dronkaard af te houden van zijn lijdende familie en zal de noodwendigheden van het huis gebruiken om de drank te betalen van de zieke en ontaarde vader. Wat geeft het hem als de kinderen sterven ? Hij ziet ze als ontaarde en onwetende schepsels, die misbruikt geweest zijn, eruit getrapt en ontaard, en hij heeft geen zorg voor hun welzijn. Maar de God die heerst in de hemel heeft het zicht niet verloren op de eerste oorzaak of het laatste effekt van de onuitgesprokene ellende en ontaarding, die gekomen is op de dronkaard en zijn familie. Het grootboek van de hemel bevat ieder detail van de geschiedenis.

Temperance 33.

Dat deze, die een betrekking bekleden van algemeen welzijn oppassen dat zij de wet vergeten door het drinken van sterke dranken,en hun oordeel verderven. Bestuurders en rechters moeten altijd in een toestand zijn om de instruktie van de Heer te vervullen. Ex. 22 : 22 : 24.

VERS 29-30.

Door het systeem van vrijgevigheid poogt de Heer aan Israel aan te tonen dat zij in alles de eerste moet zijn. Aldus worden zij eraan herinnerd dat Hij de eigenaar was van hun velden, hun kudden en hun troepen, dat Hij het was die zonneschijn zond en de regen die de oogst ontwikkelt en doet rijpen. Alles wat zij bezaten behoorde Hem toe ; zij waren slechts de administrateurs van Zijn goederen. Acts of the Apostels 337.

VERS 31.

Maar om de Sabbat heilig te kunnen houden. moet de mens zelf heilig zijn. Door het geloof moeten zij deelnemers zijn van de gerechtigheid van Christus. Als het bevel gegeven wordt aan Israel :" Gedenk de Sabbat, dat gij die heilig houdt, zegde de Heer ook tot hen " gij nu zult Mij heilige lieden zijn " Ex. 22 : 31. Alleen op deze wijze kon de Sabbat Israel onderscheiden als de aanbidders van God. Desire of Ages. 283.

God heeft het doel van Zijn wet geopenbaard, als Hij aan Israel verklaarde : " Gij nu zult Mij heilige lieden zijn." Ex. 22 : 31.

Mount of Blessings. 46.

VERS 2.

HOOFDSTUK 23.

Het kiezen van gezellen is een zaak, die de studenten ernstig zouden moeten in acht nemen. Bij de jeugd, die onze scholen bezoeken, zullen er altijd twee soorten gevonden worden : deze, die zoeken God te behagen en hun leeraars te gehoorzamen en deze, die vervuld zijn met een geest van wetteloosheid. Als de jeugd meedoet met de menigte om kwaad te doen, zal hun invloed langs de kant van de tegenstander van zielen geplaatst zijn ; zij zullen deze misleiden, die de princiepen van onvoorwaardelijke getrouwheid aanhangen. Het is werkelijk juist gezegd geweest : " Toon mij uw gezelschap en ik zal uw karakter tonen ." De jeugd vergewist zich niet hoe op een gevoelige wijze hun karakter en reputatie beinvloed worden door de keuze van hun gezelschap. Men zoekt het gezelschap van dezen, wiens gewoonten neigingen en praktijken gemeen zijn. Hij die het gezelschap verkiest van de onwetenden en de ondeugenden, voor dat van de wijzen en goeden,toont dat zijn eigen karakter gebrekkig is. Zijn goestingen en gewoonten kunnen eerst gans verschillend zijn van deze van het gezelschap,dat hij zoekt maar als hij zich met dit soort vermengt, veranderen zijn gevoelens en gedachten ; hij geeft juiste princiepen op en onopgemerkt doch onvermijdelijk zinkt hij tot op het niveau van zijn gezellen. Zoals een stroom altijd deel heeft aan de eigenschappen van de grond waardoor hij vloeit, zo worden de princiepen en gewoonten van de jeugd onvermijdelijk getint met het karakter van het gezelschap,waarmede zij omgaan.

Aan de jeugd moet gezegd worden dat zij krachtig moeten reageren tegen de bekoringen tot kwaad, die komen langs de omgang met andere jongeren. Als zij zo omringd zijn door bekoringen, is de inwonende Christus hun enige veiligheid tegen kwaad. Zij moeten leren bestendig op Jezus te zien, Zijn deugden te bestuderen, van Hem hun dagelijks voorbeeld te maken. Dan zal de waarheid ingang vinden in het inwendige van het heiligdom van de ziel,die het leven heiligt.

Counsels to Pr. and Teachers.220-21.

De mode vernietigt het intellekt en Kreet de spiritualiteit uit van ons volk. Gehoorzaamheid aan de mode verpest onze zevendedags adventisten kerken en doet meer dan gelijk welk andere macht om ons volk van God af te trekken. Ik heb gezien dat onze kerkregels te kort schieten. Alle veruitwendigheden, in pronk van klederdracht, die verboden zijn in het woord van God, moeten een voldoende reden zijn tot kerkdiscipline. Als er voortgegaan wordt, spi jts waarschuwingen en oproepen en smekingen met steeds de verdorven wil te volgen,mag het als een bewijs aanzien worden,dat het hart geenszins versmolten is met Christus. Het eigen ik en alleen het eigen ik, is het voorwerp van aanbidding, en een zulkdanige belijdende Christen zal

159.

elen van God afleiden.

i _r is een verschrikkelijke zonde op ons als volk, dat wij onze kerkleden toegelaten hebben zich te kleden op een manier,die niet overeenkomt met hun geloof. Wij moeten eenmaal opstaan en de deur sluiten tegen de bekoringen van de mode. Als wij dit niet doen zullen onze kerken gedemoraliseerd worden. 4 Test.647-48.

God is de maker niet van iets zondigs. Niemand zal vrezen van eigenaardig te zijn, als het vervullen van de plicht het vergt. Als het ons eigenaardig maakt van zonde te vermijden,dan is onze eigenaardigheid louter het onderscheid tussen reinheid en onreinheid, gerechtigheid en ongerechtigheid. Omdat de menigte het pad van overtreding verkiest, zullen wij dan hetzelfde kiezen ? Wij worden tenvolle gezegd door de Schrift " Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen. " ( Vers 2 ).

Onze positie moet klaar uitgestippeld zijn : " aangaande mij en mijn huis, wij zullen den Heer dienen." Josua. 24 : 14.

" In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne

bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. In Hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschen ; en het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen. " En het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond ( en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vader ) vol van genade en waarheid. " Moest eenieder, wiens naam opgeschreven is op het kerkregister deze woorden vanuit zijn ziel uiten. De kerkleden moeten weten wat de Heilige Geest voor hen zal doen uit hun bevinding. Hij zal deze, die Hem ontvangt zegenen. Het is triestig dat iedere ziel niet bidt voor de levende adem van de Geest, want wij staan op het punt van te sterven als Hij op ons niet blaast. Wij moeten bidden om de bedeling van de Geest als een remedie voor de zonde-zieke ziel. De kerk moet bedeeld worden, en waarom zouden wij ons niet neder buigen voor de troon van genade, als vertegenwoordigers van de kerk, en met een gebroken hart en met eenberouwvolle geest ernstige smekingen maken, dat de Heilige Geest van omhoog op ona moge neergestort worden ?Laten wij bidden, dat als Hij genadiglijk neder zal dalen,dat onze koude harten mogen kunnen levendig gemaakt worden, en wij mogen kunnen onderscheiden dat het van God komt, en wij Hem met vreugde mogen ontvangen. Sommigen hebben de Heilige

Geest als een onwelkome gast behandeld, weigerend de rijke gave te ontvangen, weigerend Hem te herkennen, zich van Hem afkerend, en Hem veroordelend als fanatisme.

Als de Heilige Geest de mens bewerkt, dan vraagt Hij ons niet op welke manier Hij moet werken.

Somtijds begeeft Hij zich op onverwachte wegen. Christus kwam niet zoals de Joden het verwachtten. Hij kwam niet op een wijze om hen te verheerlijken als een natie. Zijn voorloper kwam om de weg voor Hem voor te bereiden door het volk op te roepen om zich van hun zonde te bekeren en gedoopt te worden.

De boodschap van Christus was : " Het Koninkrijk van God is op komst : bekeer u en geloof het evangelie." De Joden weigerden van Christus te aanvaarden, omdat Hij niet kwam in overeenstemming met hun verwachtingen. De ideeën van eindige mensen werden als onfeilbaar beschouwd, omdat zij grijs waren van de ouderdom.

Dit is het gevaar waar de kerk nu aan blootgesteld is, dat de uitvindingen van eindige mensen, de weg zullen uitstippelen,die de Heilige Geest moet volgen. Ofschoon zij niet bezorgd waren, om Hem te erkennen, hebben sommigen dat gedaan. En omdat de Geest niet gekomen is om mensen te prijzen, maar om de wereld te overtuigen van zonden en van gerechtigheid en oordeel, keren zich velen van Hem af. Zij willen niet ontdaan worden van hun klederen van hun eigen zelfgerechtigheid. Zij willen hun eigen gerechtigheid, die ongerechtigheid is,niet omwisselen voor gerechtigheid van Christus, die reine onbevlekte waarheid is.

De Heilige Geest vleit geen mensen, noch werkt Hij volgens de plannen van mensen, Eindige, zondige mensen moeten de Heilige Geest niet doen werken. Als Hij zal komen als een berisper, door iedere menselijke vertegenwoordiger die God zal kiezen, dan moet de mens luisteren en Zijn stem gehoorzamen. Test. Min. 63-65.

VERS 4,5.

In de gewonde door de rovers ( zie geschiedenis van de barmhartige Samaritaan . Lukas 10 : 25-37 ) stelt Jezus een geval voor van een lijdende broeder. Hoeveel meer zou hun hart moeten bewogen geweest zijn met medelijden voor hem dan voor een lastdier ! De boodschap is hen gegeven geweest door Mozes dat de Heer hun God " een grote, machtige, vreselijke God ", " die het recht der wezen en der weduwen doet en den vreemdeling liefheeft." Daarom beveelt hij " gij zult de vreemdeling liefhebben als uzelven ." Deuter 19 : 34.

Desire of Ages.500.

VERS 6, 8.

Onmatige mannen zullen niet gesteund worden door het volk om geplaatst te worden in een positie van vertrouwen. Hun invloed verderft anderen en grote verantwoordelijkheden vloeien eruit voort. Met een hoofd en zenuwen genarkotiseerd door de tabak en stimulans maken zij een wet van hun eigen natuur, en als de onmiddellijke invloed verdwenen is, is er een mislukking. Dikwijls hangt een menselijk leven ervan af, het leven en de vrijheid of slavernij en wanhoop hangen af van de beslissing van een man in een positie van vertrouwen. Hoe noodzakelijk is het dat allen,die deel nemen in deze transakties mannen zouden zijn, die bewijs geleverd hebben, mannen van zelfkultuur, mannen van eerlijkheid en waarheid, van betrouwbare onkreukbaarheid, die omkoping zullen afwijzen, die niet zullen toelaten, dat hun oordeel of overtuiging van het recht zal afgedreven worden door partijdigheid of vooroordeel. Alsdus zegt de Heer : " vers 5-6. Temperance 47.

VERS 10en11.

Na verschillende jaren bewerkt geworden te zijn en de schatten afgegeven te hebben aan de mens, moeten delen van het land toegelaten worden van te rusten, en dan zou de oogst gans anders zijn. Wij kunnen veel leren van het oude testament in verband met het probleem van werken. Als de mens de richtlijnen van Christus wilde volgen van de arme te gedenken en te voorzien in hun behoeften doen, welk een gans andere plaats zou deze wereld zijn ? Chr. Ed. 323.

Iedere zeven jaar moest speciale voorzorg genomen worden voor de armen. Het Sabbatjaar zoals dit ge

160.

noemd werd, begon niet het einde van de oogst. Bij de zaaitijd, die volgde op de inzameling, mocht het volk niet zaaien ; zij mochten de wijngaard niet opzetten in dit jaar ; en zij moesten geen oogst en wijnoogst verwachten. Van wat het land spontaan opbracht mochten zij eten, als het vers was, maar zij mochten niets in bewaring leggen. De opbrengst van dit jaar was vrij voor de vreemdeling, de vaderloze, en de weduwe en ook voor de schepsels van het veld.

Maar gezien het land gewoonlijk niet meer opbracht dan het volk nodig had, hoe konden zij dan leven gedurende het jaar als geen oogst verzameld werd ? Hiervoor gaf de belofte van God genoeg voorraad " Lees Lev. 25 : 21.22.

Het in acht nemen van het Sabbatjaar moest een zegen zijn voor het land en voor het volk. Het land, stil liggend voor een seizoen, zou nadien meer opbrengen. Het volk werd onthe.ien van een drukkend werk op het veld ; en gezien verschillende andere soorten werk konden volbracht worden in deze tijd,beschikten allen over meer vrije tijd, dat gelegenheid gaf om hun fysische krachten te herstellen, die moesten gebruikt worden het jaar erop. Zij hadden meer tijd voor meditatie en gebed, om zich de onderrichten en eisen van God eigen te maken en ook voor het onderwijs van hun huishouden.

Patr. Pr. 531-32.

VERS 14.

De feesten van Israel namen een voorname plaats in als middels tot opvoeding. In het gewone leven was de familie een school en een kerk, de ouders als onderrichters in gewone en religieuse dingen. Maar driemaal in het jaar werden tijdstipten vastgelegd voor sociale omgang en aanbidding. Eerst te Silolh, en daarna te Jerusalem,werden deze vergaderingen gehouden. Alleen de vaders en de zonen werden gevraagd aanwezig te zijti ; maar niemand wilde deze gelegenheden van de feesten missen en voor zover het mogelijk was,was gans het huishouden aanwezig ; en met hen, als deelnemers van hun gastvrijheid, was de vreemdeling, de Leviet en de arme.

De reis naar Jerusalem, in de eenvoudige patriarchale stijl,temidden van de schoonheid van de lentetijd,

de rijkdom van de middenzomer, of de rijpende heerlijkheid van de herfst,was een verlustiging. Met dankoffers kwamen zij, van de man met de witte haren tot het Hebreeuwse kind. De gezangen, die in de woestijn weerklonken hadden,werden gezongen. Onder de reis werden de bevindingen van het verleden, de geschiedenissen die oud en jong steeds begeerden te horen,herverteld aan de Hebreeuwse kinderen. De geboden van God werden gezongen, verbonden met de gezegende invloeden van de natuur en van aangename menselijke gemeenzaamheid,werden zij voor altijd in het geheugen vastgezet van vele kinderen en jongeren. De ceremoniën bijgewoond te Jerusalem in verbinding met de Paasdienst, - de nachtvergadering, de mannen met hun lenden omgord, de schoenen aan de voeten, de staf in de hand, de haastige maaltijd, het lam, de ongedesemde broden, en de bittere kruiden, en in de plechtige stilte het relaas van de geschiedenis van het gesprenkelde bloed ,de dooduitdelende engel, en de grote tocht uil. het land van slavernij, - alles was aldus, dat het de inbeelding opwekte en het hart onder de indruk bracht.

Het feest van Ie Tabernakels,of oogstfeest,met zijn offers van boomgaard en veld,het verblijf voor een week in de loofrijke tenten, de sociale bijeenkomsten, de heilige gedenkenis dienst, en de weldadige hospitaliteit voor Gods werkers, Co- Levieten van het heiligdom, en voor Zijn kinderen, de vreemdelingen en de armen, verhief aller geest in da,,kbaarheid naar Hem,die het jaar vervuld had met Zijn goedheid en wiens paden vetheid druipten.

Een volle maand in het jaar werd door de godvruchtigen in Israel doorgebracht op deze wijze. Het was een tijd vrij van zorgen en werk, en meestal gans gewijd, in de meest werkelijke zin, aan opvoedingsdoeleinden. Education 41-42.

VERS 14-17.

Driemaal in het jaar vergaderden de Joden te Jerusalem voor religieuse doeleinden. Gedoken in de wolkkolom,had Israels onzichtbare Leider de leidraad gegeven in verband met deze vergaderingen. Gedurende de gevangenschap van de Joden, konden deze niet waargenomen worden, maar als het volk in zijn land hersteld was, werd het houden van deze gedenkenissen eens te meer hervat. Het was Gods doel, dat deze verjaardagen Hem in het geheugen zouden brengen...

Het feest van de Tabernakels was de sluitingsvergadering van het jaar. Het was Gods begeerte dat het volk dan zou denken op Zijn goedheid en barmhartigheid. Het gehele land was onder Zijn leiding geweest, Zijn zegeningen ontvangend. Dag en nacht was Zijn zorgzaamheid werkzaam. De zon en de regen hadden de aarde vruchten laten voortbrengen. De oogst was ingezameld van de valleien en de vlakten van Palestina ... Het feest duurde zeven dagen, en om het te vieren verlieten vele inwoners van Palestina, met velen van andere landen,hun huizen en kwamen naar Jerusalem. Van ver en bij kwam het volk met een vreugdeteken in hun hand. Oud en jong, rijk en arm, allen brachten gaven als een teken van dankzegging aan Hem .. . alles wat het oog kon bevallen en uitdrukking geven aan algemene vreugde, werd meegebracht uit de bossen ; de stad gaf het uitzicht van een mooi bos.

Het feest was niet alleen de dank voor de oogst, maar de gedenkenis van Gods beschermende zorg over Israel in de woestijn. In gedenkenis van hun leven in tenten, leefden de Israelieten gedurende het feest in tenten of tabernakels van groen. Deze waren op de straten opgericht, in de tempelhoven,of op de daken vgn de huizen. De heuvels en de valleien rond Jerusalem waren ook bezaaid met deze liefelijke woonsten en schenen te wemelen van volk.

Een tijdje voor het feest was de dag van Verzoening, als na belijdenis van de zonden,het volk aanzien wordt als in vrede met de hemel. Aldus werd de weg voorbereid voor de vreugde op het feest. Desire of Ages 447-48.

Het volk was omringd door woeste oorlogszuchtige stammen, die gretig hun land wilden bemachtigen ;

toch werd gevraagd dat driemaal in het jaar alle lichamelijk geschikte mannen en gans het volk, dat de reis kon maken, om hun verblijfplaatsen te verlaten en zich te begeven naar de plaats van vergadering, dicht bij het centrum van het land. Wat kon de vijand beletten het land binnen te vallen en de onbeschermde huisgezinnen te verwoesten met zwaard en vuur ? Wat kon een inval in het land tegenhouden, dat Israel in gevangenschap zou brengen onder een vreemde vijand. God had beloofd van de Beschermer te zijn van Zijn volk. " De Engel des Heeren legert zich rondom degenen, die Hem vreezen en rust hen uit." Ps. 24 : 8. 161.

Terwijl de Israelieten optrokken om te aanbidden, legde de goddelijke macht een beperking op hen. Gods belofte was : " Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven en uwe landpalen verwijden,dan zal niemand uw land begeren,terwijl gij heen opgaan zult om te verschijnen voor het aangezicht des Heeren,uws Gods, driemaal in het jaar." Ex. 34 : 24.

Het eerste van deze feesten, het Paasfeest, het feest van de ongezuurde broden, greep plaats in Abib,de eerste maand van het Joodse jaar,wat overeenkomt met de laatste dag van Maart en het begin van April. De koude van de winter was voorbij,de eerste regen was over en gans de natuur verheugde zich in de frisheid en de schoonheid van de lente. Het gras was groen op de heuvels en in de valleien, en wilde bloemen waren overal verspreid op de velden. De maan was nu bijna vol, de avonden aangenaam makend. Het was de tijd,die zo mooi beschreven wordt door de gewijde zanger : Lees Hooglied van Salomon : 2 : 11-13. Door gans het land richtten groepen van pelgrims hun weg naar Jerusalem. De schaapherders weg van hun kudden,de veehoeder van de bergen, de vissers van langs de zee van Galilea, de landman van zijn velden, en de zoon van de profeet vanuit de profetenschool - allen richtten hun stappen naar de plaats waar Gods tegenwoordigheid geopenbaard werd. Zij reisden korte stukken, want velen waren te voet. De karavanen vermeerderden bestendig, en werden zeer groot vóór de heilige stad bereikt werd. De schoonheid van de natuur verwekte vreugde in de harten van Israel en dankbaarheid voor de Gever van alle goed. De grote Hebreeuwse zangen werden aangeheven, de glorie en majesteit van God bezingend. Bij het geluid van de trompet, met de muziek van cymbalen,begon het koor van dankzegging zijn lied,uitdeinend met honderden stemmen : Lees Ps. 122 : 1-6.

Als zij rondom hen de heuvels zagen, waar de heidenen gewoon waren hun altaarvuren aan te steken, zongen de kinderen van Israel : Lees Ps. 122 : 1-6. 121 : 1, 2 ; 125 : 1, 2. de heuvels bestijgend in het zicht van Jerusalem,keken zij met eerbied op de slierten van aanbidders, die op weg waren naar de tempel. Zij zagen de rook van de wierook opstijgen,en als zij de trompetten hoorden van de Levieten,tot de heilige dienst hun oproep doende, namen zij de inspiratie van het uur in zich op en zongen : Lees Ps. 48 : 1,2 ; 122 7 ; 118:19; 116 : 18,19.

Al de huizen van Jerusalem werden opengesteld voor de pelgrims en kamers werden vrij verschaft ; maar dit was niet voldoende voor de grote menigte, en tenten werden opgezet op iedere gangbare plaats in de stad of op de omliggende heuvels.

Op de veertiende dag van de maand, 's avonds,werd het paasmaal gevierd,dat in zijn plechtige indrukwekkende ceremonie de bevrijding uit de slavernij van Egypte herdacht, en wijzend naar het offer, dat zou bevrijden van de slavernij van de zonde. Als de Heiland Zijn leven gaf op Kalvarie , nam de betekenis van het paasfeest een einde, en de instelling van het Avondmaal van de Heer werd ingesteld als gedenkenis van dezelfde gebeurtenis waar het Paasfeest een symbool van geweest was. Het Paasfeest werd gevolgd door het feest van de zeven dagen van ongedesemde broden, de eerste en de zesende dag waren dagen van heilige samenroeping, waarop geen slafelijk werk mocht verricht worden. Op de tweede dag van het feest,werden de eerste vruchten van de oogst aangeboden aan de Heer. Gerste was het eerste graangewas in Palestina, en bij de opening van het feest begon het te rijpen. Een schoof van dit graan werd gezwaaid door de priester voor het altaar van God, als een bekentenis, dat alles van Hem was. De oogst mocht niet ingezameld worden voor deze ceremonie voltrokken was. Vijftig dagen na de offering van de eerste vruchten kwam Pinksteren, ook het feest van de oogst en het feest van de weken genoemd. Als een uitdrukking van dankbaarheid voor het graan bereid als voedsel, werden twee broden gebakken met desem, aangeboden aan God. Pinksteren nam maar een dag in beslag, die gewijd was aan religieuse diensten.

In de zevende maand kwam het feest van de Tabernakels, of van de inzameling.

Het feest van de tabernakels was niet alleen herdenkend maar typisch. Het wees niet alleen naar het verblijf in de woestijn, maar zoals het feest van de oogst, vierde het de inzameling van de vruchten van de aarde en verwees naar de grote dag van de eindinzameling, als de Heer van de oogst Zijn maaiers zal zenden om het onkruid te verzamelen in bundels voor het vuur, en de tarwe voor Zijn schuur. Dan zullen alle bozen vernietigd worden. Zij zullen zijn " alsof zij er niet geweest waren " Obadja 16.

En iedere stem in gans het universum zal zich verenigen in vreugdevolle prijzingen aan God. De openbaarder zegt : " Lees Op. 5 : 13.

Het volk van Israel prees God op het Feest van de Tabernakels, als zij zich in de geest opriepen Zijn barmhartigheid in hun bevrijding van de slavernij van Egypte en Zijn tedere zorg voor hen gedurende hun pelgrimsleven in de woestijn. Zij verheugden zich in de gedachte dat zij vergeving en aanvaarding bekomen hadden, door de dienst van de grote Verzoendag die juist beëindigd was. Maar als de verlosten van de Heer veilig zullen ingezameld zijn voor het hemelse Kanadn, voor altijd bevrijd van de slavernij van de vloek,waaronder " het gansche schepsel te zamen zucht en te zamen als in barensnood is tot nu toe ; " Rom. 8 : 22. Zullen zij zich verheugen met onuitsprekelijke vreugde en vol van heerlijkheid. Christus'groot werk van verzoening voor de mens zal dan volledig zijn, en hun zonden zullen dan voor altijd uitgewist geweest zijn. Lees Jesaja 35 : 1,2,5-10.

Patr. Proph. 537-542.

VERS 16.

De stromen van bloed, die vloeiden bij de dankzegging van de oogst, als de offeranden in zulk een groot aantal geofferd werden,moesten een grote waarheid aantonen. Zelfs de produkten van de aarde, overvloedig voorzien voor het onderhoud van de mens, zijn wij verschuldigd aan het offer van Christus op Kalvarie. God leert ons,dat alles wat wij ontvangen van Hem de gift is van verlossende liefde. RH 1896.

VERS 20-23.

De Zoon van God, of schoon onzichtbaar voor de gemeenschap van de Israelieten, was hun Leider, Zijn tegenwoordigheid ging hen voor en leidde al hun trektochten, terwijl Mozes hun leider was. Hij ontving zijn richtlijnen van de Ene, die Christus was.

3 Test. Church 339.

" Wij kunnen kostbare lessen leren uit het lange geduld van Jezus, de Engel die de Hebreeuwen voorging in de woestijn. "

162.

3 Test. 356.

Maar zijn haastige woorden aan de rots " zullen wij water voortbrengen "waren een virtuele aanneming van hun aanklacht ( aan Mozes en aan God) en bevestigde hen dus in hun ongeloof en verrechtvaardigde hun gemopper. De Heer wilde deze indruk wegnemen voor altijd uit hun brein, door aan Mozes te verbieden van het beloofde land binnen te gaan. Hier bleek het met een onmiskenbare klaarblijkelijkheid dat hun leider Mozes niet was, maar de machtige Engel van wie de Heer zegt : Zie ik zend eenen Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb ; hoedt u voor zijn aangezicht en wees zijner stem gehoorzaam... Want mijn Naam is in het binnenste van hem." Ex. 23 : 20, 21.

Patr. Pr. 419.

Ofschoon er typen waren,die verwezen naar de Heiland,die komen moest, was er ook een Heiland, die tegenwoordig was, die bevel gaf aan Mozes voor het volk en die bij hen was als het enige kanaal van zegeningen. Patr. Pr. 311.

Zij vergaten, dat de Engel van het verbond hun onzichtbare leider was, dat, verscholen in de wolkkolon, de tegenwoordigheid van Christus voor hen uitging, en dat Mozes van Hem alle richtlijnen ontving. Patr. Pr. 396.

Jezus, de Engel die de Hebreeën voorging, zocht om hen te redden van vernietiging. Patr. Pr. 401.

Grote verontwaardiging en schrik vervulde het hart van Mozes, als hij de hypokrisie en de satanische haat vooruitzag tegen hun Verlosser ( tijdens Zijn leven ), de machtige Engel die hun voorvaders voorgegaan was. Hij hoorde Christus' angstige kreet : "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? " Patr. Pr. 476.

VERS 20-33.

Lees Vers 24, 25.

God wilde zijn volk laten begrijpen, dat Hij alleen het voorwerp van aanbidding moest zijn ; en als zij de afgodische naties die rondom hen waren, zouden overwinnen, zij geen enkele van de beelden van hun aanbidding mochten behouden, maar totaal moesten vernietigen. Vele van die heidense afgoden waren zeer kostelijk, en schone kunstwerken, die hen konden bekoren, die getuige geweest waren in Egypte van afgoderij, van toch deze zinneloze voorwerpen te aanzien met een zekere graad van eerbied. De Heer wilde dat Zijn volk zou weten, dat het wegens afgoderij van deze naties,wat hen geleid had tot alle graden van boosheden, dat Hij de Israelieten wilde gebruiken als Zijn instrumenten om hen te straffen en hun goden te vernietigen. Lees Vers 22-33.

Deze beloften van God aan Zijn volk waren op voorwaarde van gehoorzaamheid. Als zij de Heer tenvolle wilden dienen, wilde Hij grote dingen doen voor hen.

Story of Redemption 143-44.

VERS 25.

Als God de kinderen van Israel uit Egypte leidde, was het Zijn doel hen in het land van Kanaan te brengen als een rein, gelukkig en gezond volk. Laten we zien met welke middels Hij dit wilde verwezenlijken. Hij onderwierp hen aan een discipline,die, had ze moeten blijmoedig gevolgd geweest zijn,ten goede zou uitgelopen zijn, voor henzelf en voor hun nakomelingen. Hij nam vleesvoeding van hen weg in een grote mate. Hij had hen vlees gegeven als antwoord op hun geroep, juist v66r zij de Sinai bereikten, maar zij kregen er maar voor één dag. God kon hen zowel vlees als manna verschaffen, maar een beperking werd opgelegd op het volk voor hun goed. Het was Zijn doel van hen te voorzien met voedsel, dat beter geschikt zou zijn voor hen dan het koortsachtig dieet,welke velen gewoon waren in Egypte. De verdorven eetlust moest in een gezonde staat gebracht worden, dat zij mochten genieten van het voedsel, dat oorspronkelijk voor de mens voorzien was ,de vruchten van de aarde, dat God aan Adam en Eva gaf in Eden.

Waren zij gewillig geweest van de eetlust te bedwingen in gehoorzaamheid aan Zijn beperkingen, zou ziekte en zwakheid bij hen niet gekend geweest zijn. Hun nakomelingen zouden fysische en mentale kracht gekend hebben. Zij zouden een klaar inzicht hebben nopens de waarheid en de plicht, een scherp onderscheidingsvermogen en een gezond oordeel. Maar zij waren niet gewillig om zich te onderwerpen aan Gods eisen, en zij bereikten de standaard niet, die Hij voor hen bestemd had, en zij ontvingen de rijke zegeningen niet,die de hunne hadden kunnen zijn. Zij mopperden wegens de beperkingen,die God oplegde en zij hadden lust naar de vleespotten van Egypte,maae deze bewezen dat zij een vloek op hen brachten. " En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geenen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. " " En deze dingen alle zijn hun overkomen tot voorbeelden, en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. " 1.Cor10":7,11.

Counsels on Diet and Foods. 377-78.

Als zij gehoorzaam geweest waren, zouden zij beschermd geweest zijn tegen de ziekten, die andere naties aantastten en zij zouden gezegend geweest zijn met kracht en intellekt. De heerlijkheid van God, Zijn majesteit en macht, moesten geopenbaard worden in al hun voorspoed. Zij moesten een koninkrijk zijn van priesters en prinsen. God verschafte hen elke mogelijkheid om de grootste natie van de aarde te worden. 6 Test. Church.222.

HOOFDSTUK 24.

Lees Vers. 3.

Deze beloften, samen met de Woorden van de Heer, waar zij zich toe verbonden gehoorzaam aan te zijn, werden door Mozes in een boek geschreven. Dan volgt de bekrachtiging van het verbond. Een altaar werd gebouwd aan de voet van de berg, en vervolgens werden twaalf pilaren opgericht " naar de twaalf stammen Israels " als getuigenis van hun aanvaarding van het verbond. Dan werden offeranden opgedragen door jonge mannen, gekozen voor de dienst.

Nadat Mozes het altaar met bloed van de offeranden besprenkeld had nam hij " het boek des verbonds, en hij 163.

las het voor de ooren des volks ; ( Vers 7 ) " Aldus werden de voorwaarden van het verbond plechtig herhaald en gelezen in de tegenwoordigheid van het volk en allen konden vrij kiezen of zij wel of niet het verbond zouden volgen. Zij hadden eerst beloofd de belofte van God te volgen ; maar zij hadden sindsdien Zijn wet horen verkondigen; en de princiepen ervan waren gedetailleerd, opdat zij mochten weten wat dit verbond inhield. Opnieuw antwoordden zij : " Al wat de Heere gesproken heeft zullen wij doen en gehoorzamen. " VERS 7.

Want als al de geboden naar de wet van Mozes tot al het volk uitgesproken waren,nam hij het bloed... besprengende beide het boek en het volk,zeggende : Dit is het bloed des testaments,hetwelk God aan ulieden heeft geboden.

Hebr. 9 : 19-20 of Ex. 24 : 8.

Schikkingen moesten nu getroffen worden voor de volle vestiging van de uitgelezen natie onder Jehova als hun koning. Mozes had het bevel ontvangen :" Klim op tot den Heere, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten Israels ; en buigt u neder van verre ". Vers 1.

" En dat Mozes alleen nadere tot den Heere ". Terwijl het volk aanbad aan de voet,werden deze uitgekozen mannen geroepen om de berg te bestijgen. De zeventig ouderlingen moesten Mozes bijstaan in het bestuur van Israel, en God gaf hen de Heilige Geest, en vereerde hen, doordat zij Zijn macht en grootheid zagen. " En zij zagen den God Israels,en onder zijne voeten als een werk van saffierstenen en als de gestaltenis des hemels in zijne klaarheid " .

VERS 10.

Zij zagen de Godheid niet , maar zij zagen de glorie van Zijn tegenwoordigheid. Vooraf zouden zij zulk geen tafereel kunnen verdragen hebben ; maar de veruitwendiging van Gods macht had hen geimponeerd tot bekering, zij hadden Zijn heerlijkheid aanschouwd, Zijn reinheid, en barmhartigheid, tot zij nader tot Hem

konden komen die het voorwerp was van hun overwegingen. Mozes en " zijn dienaar Jozua " werden nu uitgenodigd om God te ontmoeten. En als zij een zekere tijd afwezig waren, stelde de leider Aaron en Hur aan, bijgestaan door de ouderlingen, om in hun plaats te handelen. " En Mozes klom op de berg Gods,... zoo heeft eene wolk den berg bedekt. En de heerlijkheid des Heeren woonde op de berg Sinai."

Gedurende zes dagen bedekte de wolk de berg als een teken van Gods speciale tegenwoordigheid ; toch was er geen openbaring van Hem of een mededeling van Zijn wil. Gedurende deze tijd bleef Mozes wachtend tot hij opgeroepen werd in de ontvangstkamer van de Allerhoogste. Hem werd voorgeschreven : " Kom tot Mij op den berg en wees aldaar." Vers 12.

En ofschoon zijn geduld en gehoorzaamheid op de proef gezet werden,werd hij niet moe van wachten, of gaf hij zijn post op. Deze wachtperiode was voor hem een voorbereiding van diep zelfonderzoek. Zelfs deze uitmuntende dienaar van God kon niet ineens in Zijn tegenwoordigheid naderen en het vertoon van Zijn heerlijkheid verdragen. Zes dagen waren nodig om hem zelf aan God te wijden door onderzoek van het hart, meditatie en gebed voor hij kon voorbereid zijn tot onmiddellijke gemeenschap met zijn Maker. Op de zevende dag,die de Sabbat was,werd Mozes opgeroepen in de wolk. De dikke wolk opende zich in het gezicht van gans Israel, en de heerlijkheid van de Heer kwam te voorschijn gelijk verterend vuur. " En Mozes ging in het midden der wolk nadat hij op de berg geklommen was ; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten." Vers 18.

De veertig dagen doorgebracht op de berg bevatten de zes dagen van voorbereiding niet. Gedurende de zes dagen was Jozua met Mozes, en zij aten samen het manna en dronken " uit de beek, die van de berg afdaalde". Maar Jozua ging de wolk niet binnen met Mozes. Hij bleef buiten, en at verder en dronk dagelijks terwijl hij de terugkeer van Mozes afwachtte,maar Mozes vastte gedurende volle veertig dagen. Gedurende zijn verblijf op de berg ontving Mozes richtlijnen om het Heiligdom te bouwen,waar de tegenwoordigheid God speciaal zou geopenbaard worden.

Terwijl Mozes afwezig was,was het een tijd van wachten en van spanning voor Israel. Het volk wist dat hij de berg opgeklommen was met Jozua,en was binnengegaan in de wolk van dikke duisternis, die van de vlakte beneden kon gezien worden, terwijl ze op de top van de berg rustte, van tijd tot tijd verlicht door de bliksems van de goddelijke tegenwoordigheid. Zij wachten vurig naar zijn terugkeer. Gewoon geweest zijnde in Egypte aan materiële voorstelling van goden,was het hard geweest voor hen van vertrouwen te stellen op een onzichtbaar wezen, en zij waren ertoe gekomen van op Mozes te steun nen om hun geloof te versterken. Nu was hij van hen weggenomen. Dag na dag gingen voorbij ,week na week en hij was nog niet terug. Ofschoon de wolk nog steeds zichtbaar was, scheen het aan velen in het kamp dat hun leider hen verlaten had, of dat hij verteerd was door het verslindende vuur.

Gedurende deze wachtperiode was er tijd voor hen om op de wet van God te mediteren, die zij gehoord hadden en om zich voor te bereiden in hun hart om de verdere openbaringen te ontvangen,die Hij hen zou geven. Zij hadden geen tijd te veel voor dit werk en hadden zij dan gezocht om een klaarder inzicht te verkrijgen in Gods eisen en hadden zij hun hart voor Hem vernederd,dan zouden zij beschut geweest zijn tegen bekoring. Maar zij deden dit niet, en zij werden vlug zorgeloos, onoplettend en wetteloos.

Dit was vooral het geval met de gemende menigte. Zij waren ongeduldig om op weg te gaan naar het beloofde land,het land dat overliep met melk en honing. Het was alleen op voorwaarde van gehoorzaamheid dat het goede land beloofd was, maar zij hadden dit niet meer in acht genomen. Er waren er die een voorstel deden om terug te keren naar Egypte,de massa van het volk was beslist niet langer op Mozes te wachten . Patr. Pr. 311-315.

Van eeuw tot eeuw worden mannen, door God geinspireerd, gezonden om het volk te onderrichten en hen te leiden tot de handhaving van de wetten.

Idem 603.

Nadib en Abihu, A9.rons zonen waren speciaal begunstigd geweest, van bij het getal geweest te zijn van de ouderlingen,die de heerlijkheid van God aanschouwden op de berg. Zij verstonden dat zeer zorgvuldige voorbereiding en zelfonderzoek en heiliging gevraagd werd van hunne kant voor zij zich konden begeven in het Heiligdom waar Gods tegenwoordigheid gemanifesteerd werd.

4. Spir. Gif. 5 - 12.

VERS 4-8.

164.

Voorbereidingen werden nu gemaakt voor de bevestiging van het verbond, volgens de richtlijnen van de Heer. Hier ontving het volk de voorwaarden van het verbond. Zij maakten een plechtig verbond met God,het verbond voorstellend dat gemaakt werd tussen God en iedere gelovige in Jezus Christus. De voorwaarden werden tenvolle voorgelegd aan het volk. Zij waren niet aan misverstand overgegeven. Als zij gevraagd werden te beslissen of zij met al de voorwaarden, die gegeven werden, overeenstemden, gingen zij eensgezind akkoord van aan iedere verplichting te gehoorzamen. Zij hadden reeds toegestemd van God geboden te gehoorzamen. Nu werden de princiepen van de wet gespecifiëerd, opdat zij mochten weten hoeveel begrepen was in het sluiten van een verbond van gehoorzaamheid aan de wet ; en zij aanvaardden de uitdrukkelijk bepaalde partikulariteiten van de wet.

Als de Israelieten de eisen van God gehoorzaamd hadden, zouden zij christenen in de praktijk zijn geweest. Zij zouden gelukkig geweest zijn ; want zij zouden Gods wegen gevolgd hebben, en niet de neigingen van hun eigen natuurlijke hart. Mozes liet niet toe,dat zij de woorden van de Heer verkeerd zouden opvatten of dat zij Zijn eisen verkeerd zouden toepassen. Hij schreef al de woorden van de Heer in een boek, opdat zij er nadien konden naartoe verwezen worden. Hij had ze op de berg geschreven, als Christus zelf ze hem gedikteerd had. Dapper spraken de Israelieten de woorden van belofte tot gehoorzaamheid aan de Heer uit,nadat zij Zijn verbond hadden horen voorlezen in tegenwoordigheid van het volk. Zij zegden : " Al deze woorden, die de Heere gesproken heeft. zullen wij doen. " Dan werd het volk afgezonderd en verzegeld voor God. Er werd een offer opgedragen aan de Heer. Een deel van het bloed van het offer werd gesprenkeld op het altaar. Dit betekent, dat het volk zichzelf - lichaam, geest en ziel - toegewijd had aan God. Een deel werd gesprenkeld op het volk. Dit betekende dat door liet gesprenkelde bloed van Christus, God genadevol hen aanvaardde als zijn speciale schat. Aldus traden de Israelieten in een plechtig verbond met God. MS 126,1901.

VERS 7.

God had Israel gekozen als Zijn volk, en zij hadden Hem gekozen als hun koning. Proph. and Kings 293.

Lees Math. 21 : 25-32.

VERS 3-8.

In de zoon die zegde " Ik ga Heer " en die niet ging,was het karakter van de Fariseeërs geopenbaard. Gelijk deze zoon,waren de Joodse leiders zonder berouw en zelfvoldaan. Het religieuse leven van de Joodse natie was een voorwendsel geworden. Als de wet verkondigd werd op de berg Sinai door de stem van God, beloofde gans het volk van gehoorzaam te zijn. Zij zegden " Ik ga Heer " maar zij gingen niet. Als Christus in persoon tot hen kwam om voor hen de princiepen van de wet voor te leggen, verwierpen zij Hem. Christ Object Lessons 276.

VERS 8.

Aldus door een zeer plechtige dienst werden de kinderen van Israel afgezonderd als een specifiek volk. Het sprenkelen van het bloed stelt het vergieten voor van het bloed van Christus waardoor de menselijke wezens gereinigd worden van de zonde.

Fund. to Chr. Education 507.

Nadat de Heer aan Mozes de richtlijnen gegeven had in verband met het heiligdom gaf Hij hen ook opnieuw richtlijnen nopens de Sabbat. En dan gaf Hij vanuit de wolk met Zijn eigen handen de stenen tafels aan Mozes, waarop Hij met Zijn eigen vinger de tien geboden geschreven had.

Maar terwijl Mozes richtlijnen van God ontving was het volk bezig met zich te verderven aan de voet van de berg.

Spir. Gifts 273

VERS 9-11.

Mozes was grotelijk vereerd geweest door God. Hij had het voorrecht gehad van met God van aangezicht tot aangezicht te spreken, als een mens spreekt met zijn vriend. En God had aan hem zijn uitnemende heerlijkheid geopenbaard, zoals Hij aan niemand anders gedaan had.

4 sir. Gifts - a 58.

De speciale onderrichtingen gegeven aan Mozes inverband met wat Hij vroeg dat zij zouden volbrengen,waren gegeven opdat Hij Zijn volk niet alleen met de tien geboden wilde laten, maar om dwalende mensen te trekken naar de gehoorzaamheid aan de morele wet, die zij zo gemakkelijk overtreden. Story of Redemption 148.

HOOFDSTUK 25.

Voor het bouwen van het heiligdom,waren uitgebreide voorbereidingen nodig ; een grote hoeveelheid van de kostbare en kostelijke materialen werden gevraagd maar de Heer aanvaardde slechts vrijwillige offers. Devotie voor God en een geest van offervaardigheid waren de eerste vereisten om een woonplaats te maken voor de Allerhoogste.

Pr.Kings 61.

Het bevel werd gegeven aan Mozes, als hij met God op de berg was :" En zij zullen Mij een heiligdom maken dat Ik in het midden van hen wone " Ex. 25 : 8.

Er werden volledig aanwijzingen gegeven voor de opbouw van het tabernakel. Door hun afval verbeurden de Israelieten de zegeningen van de goddelijke tegenwoordigheid, en maakten het dan onmogelijk van een heiligdom op te richten voor God in hun midden. Maar als zij weder in Gods gunst gekomen waren, begon de grote leider het goddelijke bevel uit te voeren.

Patr. Pr. 343.

Zijn volk had kleine bezittingen en had geen toevoeging eraan in het vooruitzicht, maar een doel was voor hun ogen - van een tabernakel te bouwen voor God. De Heer had gesproken en zij moesten Zijn stem gehoorzamen. Zij weerhielden niets. Allen gaven met een gewillige hand, niet slechts een zeker deel van hun bezit, maar een groot deel van wat zij op dit ogenblik in bezit hadden. Zij wijdden het gaarne en hartelijk aan de Heer en behaagden Hem door dit te doen. Behoorde niet alles aan Hem toe ? Had Hij hen niet alles gegeven

165.

wat zij hadden ? Als Hij er om vroeg, was het niet hun plicht van terug te geven aan de Uitlener wat Hem toebehoorde ?

4 TEST. Church 78.

Benevens alle systematische en gereguleerde giften waren er speciale doeleinden, waarvoor vrijwillige gaven nodig waren, zoals het bouwen van het heiligdom in de woestijn en de tempel opgericht te Jerusalem. Deze lichtingen werden gedaan door God op Zijn volk voor hun eigen goed, zowel als voor het onderhoud van Zijn dienst.

Er moet een ontwaken zijn temidden van ons als volk nopens dit onderwerp. Er zijn er weinigen die zich gewetensbezwaard voelen, als zij hun plicht verwaarlozen in weldadigheid. Maar weinigen voelen gewetenswroeging als zij dagelijks God beroven. Als een Christen vrijwillig of per ongeluk zijn gebuur te weinig betaalt of weigert een eerlijke schuld te betalen, zal zijn geweten, alhoewel verstokt, hem knagen. Hij kan niet rusten, ofschoon hij zelf de zaak kent. Er zijn veel verwaarloosde beloften en onbetaalde onderpanden, en toch hoe weinig verstoren hun geest nopens de zaak ; hoe weinigen voelen de schuld van deze overtreding van hun plicht. Wij moeten een nieuwe en diepere overtuiging hebben nopens dit onderwerp. Het geweten moet wakker geroepen worden, en de zaak moet met ernst beschouwd worden, want er moet rekenschap gegeven worden aan God op de laatste dag, en Zijn eisen moeten geregeld worden. De verantwoordelijkheid van een Christelijke zakenman,hoe groot of klein zijn kapitaal is, zal in juiste proportie zijn met de gaven, die hij van God ontvangen heeft. De misleiding van rijken heeft duizenden en tienduizenden ten val gebracht. Deze weelderige mensen vergeten dat zij beheerders zijn, en dat de dag zeer dicht nabij is,dat hen zal gezegd worden : " Geef rekenschap van uw rentmeesterschap." Luk. 16 : 2. Zoals aangetoond door de parabel van de talenten is ieder mens verantwoordelijk voor de wijze waarop hij de giften die hem gegeven zijn gebruikt. De arme man in de parabel,voelde zich het minst verantwoordelijk, omdat hij het minst ontvangen had, en maakte geen gebruik van de talenten hem toevertrouwd ; daarom werd hij in de uiterste duisternis geworpen.

Christus zegt : " Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten in. het Koninkrijk Gods ingaan." Marcus 10 : 24.

Als een bedienaar, die met sukses op de akker van God gewerkt heeft om zielen voor God te winnen en hij verlaat zijn post voor tijdelijk gewin,wordt hij een afvallige genoemd, en hij zal verantwoordelijk zijn voor God voor de talenten, die hij misbruikt heeft. Als mensen in zaken, landbouwers, mekaniekers, handelaars, rechtsgeleerden enz. leden worden van de kerk,worden zij dienaren van God, en ofschoon hun talenten mogen verschillen, is hun verantwoordelijkheid om de zaak van God te doen vooruitgaan door persoonlijke inspanning en middels niet minder dan deze welke rust op de predikant bedienaar. Het weedat zal vallen op de bedienaar als hij het woord niet predikt zal evengoed vallen op de zakenman als hij met zijn verschillende talenten geen medewerker zal zijn met Christus om dezelfde resultaten te volbrengen. Als dit persoonlijk zal gezegd worden aan sommigen zullen zij zeggen : " Dit is een hard gezegde ". Toch is dit nooit waar, ofschoon dit bestendig tegengesproken wordt in de praktijk van de volgelingen van Christus. God voorzag de kinderen van Israel met brood in de woestijn door een mirakel van Zijn barmhartigheid en Hij kon alles bezorgd hebben wat nodig was voor hun religieuse dienst, maar Hij deed dit niet, omdat Hij in Zijn oneindige wijsheid zag dat de morele discipline van Zijn volk afhing van hun medewerking met Hem, en dat allen dit moeten doen. Zolang de waarheid aan het vooruitgaan is, rusten eisen van God op de mens om te geven van hetgeen hem toevertrouwd wordt om dit doel te verwezenlijken. God, de Schepper van de mens, heeft door het instellen van het plan van systematische vrijgevigheid,. . het werk op allen gelijk laten rusten in overeenstemming met hun verscheidene talenten en geschiktheden. Elkeen moet zijn eigen schatter zijn en wordt verondersteld te geven zoals hij het in zijn hart voorneemt. 4. Test. Church. 468-469.

VERS 7.

De priesters, die in de ark dienst deden,werden heilig toegewijd aan de heilige dienst. Zij droegen een borstplaat,afgezet met kostbare stenen van verschillende materialen,dezelfde,waaruit de twaalf grondvesten van de Stad van God gemaakt zijn. Binnen de omranding waren de namen van de twaalf stammen Israels, gegrift op kostbare stenen, omgeven met goud. Dit was een rijk en zeer schoon werk, dat afhing van de schouders van de priester, en dat de borst bedekte.

Aan de rechter en aan de linker borstplaat waren twee stenen geplaatst, die groter waren, en die schenen met een schitterender licht. Als er moeilijke zaken aan de rechters voorgelegd werden,waarover zij niet konden beslissen,werden deze overgebracht naar de priesters,en zij stelden de vraag aan God,die hen antwoordde. Als ten gunste, en als Hij hen sukses toestond, rustte een cirkel van licht en glorie speciaal op de kostbare steen rechts, Als het tegen was, een mist of wolk scheen te liggen op de steen aan de linker kant. Als zij een vraag stelden aan God in verband met het optrekken ten strijde, toonde het de steen rechts, als hij met licht omgeven was ; ga en wees voorspoedig. Als de steen links overschaduwd was met een wolk, zegde het : gij zult niet gaan, gij zult niet voorspoedig zijn.

4 Spir. Gifts -a 101-2.

VERS 8-9.

Gebed is het middel door de hemel bevolen als middel tot sukses in het konflikt met de zonde en de ontwikkeling van een christelijk karakter. De goddelijke invloed, die komt in antwoord op gebed in geloof zal in de ziel van de smekeling alles volbrengen waarvoor hij smeekt. Voor de vergeving van zonde, voor de Heilige Geest,voor een Christelijk gemoed,voor wijsheid en kracht om Zijn werk te doen,voor gelijk welke gaven, die Hij beloofd heeft, mogen wij bidden ; en de belofte is :" Gij zult ontvangen ". Het was op de berg met God dat Mozes het patroon zag van dit wonderbaar gebouw, dat de verblijfplaats moest zijn van Zijn heerlijkheid. Het is op de berg met God - in de geheime plaats van vereniging - dat wij Zijn heerlijk ideaal met de mensheid moeten beschouwen. In alle tijden heeft God door middel van vereniging met de hemel Zijn doel met Zijn kinderen uitgewerkt,door trapsgewijze de leerstellingen van genade te ontvouwen. Zijn doel om waarheid mede te delen is geillustreerd in de woorden : " Zijn uitgang is bereid als de dageraad ".

Hosea 6 : 3.

Hij die zich plaatst waar God hem kan verlichten, gaat vooruit, als het ware van gedeeltelijke duisternis tot de volle glans van de middagzon.

Ware heiligmaking betekent volmaakte liefde, volmaakte gehoorzaamheid, volmaakte gelijkvormigheid aan de wil van God. Wij moeten tot God geheiligd worden door gehoorzaamheid aan de waarheid. Ons geweten moet gezuiverd worden van dode werken om de levende God te dienen. Wij zijn nu nog niet volmaakt ; maar het is ons voorrecht van af te zien van de verwarring in ons zelf en van de zonde, en van vooruit te gaan in de volmaaktheid. Grote mogelijkheden,hoge en heilige capaciteiten liggen in het bereik van allen. Acts of The Apostles. 564-65.

De Heer gaf een belangrijke les aan Zijn volk van alle tijden als Hij op de berg aan Mozes instrukties gaf in verband met het bouwen van het heiligdom. Voor dit werk eiste Hij volmaaktheid tot in de kleinste bijzonderheden. Mozes was vaardig in alle Egyptische geleerdheid ; hij had een kennis van God, en Gods doeleinden waren hem geopenbaard geweest in visioenen ; maar hij wist niet hoe er moest gegraveerd en geborduurd worden.

Israel was gans die tijd in gevangenschap geweest in Egypte en ofschoon er vaardige mannen onder hen waren, waren zij niet geleerd geweest hoe zij het heiligdom moesten bouwen, hoe dit zonderling werk te volbrengen. Zij konden stenen maken, maar zij wisten niet hoe zij het goud en het zilver moesten bewerken. Hoe moest dit werk gedaan worden ? Wie was in staat om dit te doen ? Dit waren vragen,die de geest van Mozes verontrustten.

Dan legde God zelf uit,hoe het werk moest volbracht worden. Hij duidde bij name de personen aan,van wie Hij wenste dat zij een bepaald werk zouden doen. Opdat het aards heiligdom het hemelse mocht voorstellen, moest het volmaakt zijn in alle onderdelen, en het moest in ieder klein onderdeel zijn gelijk het patroon in de hemel. Zo is het ook met het karakter van hen,die ten laatste aanvaard worden in het zicht van de hemel. De Zoon van God kwam naar de aarde, opdat de man en de vrouw in Hem een voorstelling zouden hebben van de volmaakte karakters die God alleen kan aannemen. Door de genade van Christus is iedere voorziening gemaakt opdat de menselijke familie zou kunnen gered zijn. Het is mogelijk dat iedere transaktie,waarop ingegaan wordt door dezen, die beweren dat zij Christenen zijn, zo rein is als de daden van Christus. En de ziel, die de eigenschappen van het karakter van Christus aanvaardt en die zich de verdiensten van Zijn leven eigen maakt, is al zo kostbaar in het zicht van God als Zijn eigen geliefde Zoon. Rechtzinnig en onbezoedeld geloof is voor Hem als goud en wierook en mirre - de gaven van de wijzen aan het Kind van Bethlehem, en de klaarblijkelijkheid van hun geloof in Hem als de beloofde Messias.. . Het vormen van een karakter is het werk van een gans leven, en het is voor de eeuwigheid. Als allen dat konden beseffen, en wakker worden voor het feit dat wij persoonlijk beslissen over onze eigen bestemming en de bestemming van onze kinderen voor eeuwig leven of eeuwige dood,welk een verandering zou er plaats hebben ! Hoe gans anders zou de genadetijd doorgebracht worden, en met welke edele karakters zou de wereld vervuld zijn !

De kwestie die ons moet bezig houden is : op welke fondatie zijn wij aan het bouwen ? Wij hebben het voorrecht van te streven naar eeuwig leven ; en het is van het grootste belang dat wij diep graven, al de afval wegnemend, en dat wij bouwen op de vaste rots Christus Jezus. Hij is de zekere grondslag. "Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus ". 1 Cor. 3 : 11.

In Hem alleen is onze redding. " Want er is onder de hemel geen andere naam die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden. " Hand. 4 : 12.

Als de grondslag gelegd is hebben wij wijsheid nodig om te weten hoe wij moeten bouwen. Als Mozes op het punt was van het heiligdom op te richten in de woestijn,werd hem de raad gegeven :" Want zie,dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op de berg getoond is." Hebr. 8 : 5.

In Zijn wet heeft God ons het patroon gegeven. Onze karaktervorming moet " naar de afbeelding,die u op de berg getoond is " gevormd worden. De wet is de grote standaard van gerechtigheid. Hij stelt het karakter van God voor en hij is de toets van onze getrouwheid aan Gods bestuur. En dit karakter is ons geopenbaard, in al zijn schoonheid en uitmuntendheid in het leven van Christus...

Volmaaktheid is nodig om te slagen in de karaktervorming. Er moet een ernstig pogen zijn om het plan van de Meester Bouwer uit te voeren. Het timmerwerk moet stevig zijn. Geen zorgeloos er onbetrouwbaar werk kan aanvaard worden,want dit zou het gebouw ten onder brengen. Het vergt de kracl + en de energie van een mannelijkheid. Er moet geen reserve verloren gaan in onbelangrijke zaken... Er moeten ernstige, volgehouden inspanningen gedaan worden om af te breken met de gewoonten, zeden en gemeenzaamheden met de wereld. Diepte van gedachten, ernstig pogen, standvastige integriteit, zijn van essentieel belang.

Er mag geen ijdelheid zijn. Leven is een belangrijke zaak, een heilig toevertrouwd pand ; en ieder ogenblik moet wijs doorgebracht worden,want de resultaten ervan zullen gezien worden in de eeuwigheid. God vraagt aan eenieder van al het goed te doen,dat mogelijk is. Wij moeten zoveel mogelijk partij trekken uit de talenten,die ons ter beschikking gesteld werden. Hij heeft ze in onze handen geplaatst om gebruikt te worden tot de eer van Zijn naam en voor het goed van onze naaste...

De Heer heeft kostbare beloften voor hen,die Zijn wet onderhouden : " Lees Spr. 31 1-4.

Maar een betere dan een aardse belon,,ing wacht dezen, die, hun werk bouwend om de stevige Rots,evenwichtige karakters opbouwen, in overeenstemming met het levende woord. Voor hen is voorbereid : " de stad, die fundamenten heeft,welker kunstenaar en bouwmeester God is." Hebr. 11 : 10. De straten zijn geplaveid met goud, het is het paradijs van God, bevloeid met de rivier van leven, die van uit de troon komt, en aan iedere zijde van de rivier, is de boom des levens, die iedere maand vruchten draagt : " en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen. "

Op. 22 : 2.

Ouders, studenten, onderwijzers, denk eraan, dat gij bouwt voor de eeuwigheid. Pas op dat uw fondatie zeker is, en bouw beslist met volgehouden inspanning, maar in minzaamheid, zachtheid en liefde. Zo zal uw huis onverwoestbaar staan, niet alleen als de storm van bekoring komt, maar als de overweldigende vloed van Gods wraak over de wereld zal komen. 167.

Counsels to Par.Teachers 59-63.

Als Mozes een heiligdom moest bouwen als een woonplaats voor God,werd hij gezegd alle dingen te maken naar het patroon hem getoond op de berg. Mozes was vol ijver om het werk van God te doen ; de meest talentvolle, handige mannen werden te werk gezet om zijn voorstellen ten uitvoer te brengen. Toch mocht

hij geen granaatappel, geen kwastje, of geen franje of gordijn, of gelijk welk vaatwerk van het heiligdom maken tenzij het gemaakt werd volgens het patroon, hem getoond. God riep hem op de berg, en openbaarde hem de hemelse dingen. De Heer overdekte hem met Zijn eigen heerlijkheid, opdat hij het patroon zou kunnen zien, en naar dit werden alle dingen gemaakt. Zo heeft Hij ook aan Israel,waarin Hij Zijn woonplaats wilde vestigen, Zijn glorieus ideaal van karakter geopenbaard. Het patroon werd hen geopenbaard op de berg, als de wet op de Sinai gegeven werd, en als de Heer voorbij Mozes voorbijkwam en verklaarde : Heere, Heere God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid, die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft." Ex. 34 : 6.7.

Israel had zijn eigen weg gekozen. Zij hadden niet gebouwd naar het patroon ; maar Christus, de ware

tempel voor de inwoning van God,vormde ieder onderdeel van Zijn aards leven in harmonie met Gods ideaal. Hij zegde : " Ik heb lust o mijn God ! om uw welbehagen te doen, en uwe wet is in het midden mijns ingewands." Ps. 40 : 8.

Zo moeten onze karakters gebouwd worden " tot een woonstede Gods in den Geest ". Ef. 2 : 22. En wij moeten alle dingen maken " naar de afbeelding ". Hebr. 8 : 5.

Zoals Hij, die " voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijne voetstappen zoudt navolgen ". 1 Petr. 2 : 21.

De woorden van Christus leren dat wij ons als onscheidbaar verbonden moeten achten met onze Vader in de hemel. Wat ook onze positie moge wezen,wij zijnafhankelijk van God,die aller lot in handen houdt.

Hij heeft ons werk bepaald, en Hij heeft ons mogelijkheden verschaft voor dat werk. Zolang wij ons aan Zijn wil onderwerpen,en op Zijn kracht en wijsheid vertrouwen, zullen wij geleid worden op veilige paden,om ons toegekend deel te doen in Zijn grote plan. Maar deze, die afhangt van zijn eigen wijsheid en macht, scheidt zich af van God. Inplaats van te werken in eenheid met Christus, volbrengt hij het doel van de vijand van God en van de mens.

Desire of Ages .208, 9.

Op de berg Sinai,door de veropenbaring van Zijn heerlijkheid, zocht God Israel onder de indruk te brengen van de heiligheid van Zijn karakter en van Zijn eisen en van de uitnemende schuld van de overtreding. Maar het volk was traag om de les te leren. Zij waren gewoon geweest in Egypte aan voorstellingen van goden in materie, en van de meest ontaardende soort, zo was het moeilijk voor hen om een begrip te vormen van het karakter van een Ongeziene. Medelijden hebbend met hun zwakheid, gaf God hen een symbool van Zijn tegenwoordigheid. " En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone." Ex. 25 : 8.

Om het ideaal,dat God hiermede voor heeft ( zie de tekst hierboven van Desire of Ages 208-9) te bereiken, waren zij machteloos in zichzelf. De openbaring op de Sinai kon hen alleen overtuigd maken van hun nood en hulpeloosheid. Een andere les in het heiligdom, door de diensten van de offeranden,moest hen onderrichten ; de les van vergeving van zonden en de macht door de Heiland van gehoorzaam te zijn ten leven. Door Christus moet het doel, waarvan het tabernakel een symbool was, verwezenlijkt worden - dat heerlijk gebouw zijn muren van glinsterend goud weerkaatsend in de regenboogtinten,de gordijnen bewerkt met cherubijnen,de reuk van de altijddurend brandende wierook,die zich overal verspreidde, de priesters gekleed in onbevlekt wit, en in het diepe mysterie van de binnenplaats, boven het verzoendeksel, tussen de figuren van de buigende, aanbiddende engelen, de glorie van de Allerheiligste. In dit alles wilde God Zijn volk Zijn doel laten lezen met de menselijke ziel. Hetzelfde doel werd lang nadien naar voor gebracht door de apostel Paulus, sprekend van de Heilige Geest :" Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en de Geest Gods in ulieden woont ? Zoo iemand den tempel Gods schendt,dien zal God schenden , want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt."

1. Cor 3 : 16,17.

Groot was het voorrecht en de eer toegekend aan Israel in het voorbereiden van het heiligdom ; en groot was ook de verantwoordelijkheid. Een struktuur van overtreffende luister, die voor het ,-jouwen ervan een zeer hoge artistieke bekwaamheid vergde,moest opgericht worden in de woestijn,door een volk dat juist uit de slavernij kwam. Het scheen een dwaze taak te zijn. Maar Hij, die het plan gegeven had voor het gebouw had zich borg gezet om mede te werken met de bouwers.

Education 35,36.

Ik zag de droevige ontgoocheling van het volk van God omdat zij Jezus niet zagen op de verwachtte tijd.

Zij wisten niet waarom hun meester niet kwam ; want zij zagen geen reden waarom de profetische tijd niet zou geëindigd zijn. De engel zegde : " Heeft Gods woord gefaald ? Heeft God Zijn beloften niet vervuld ? Neen ; Ilij heeft al Zijn beloften vervuld. Jezus is opgestaan en heeft de deur van het heilige van het heiligdom gesloten en heeft een deur geopend in het Heilige der Heilgen en is er binnengegaan om het heiligdom te reinigen. Allen die geduldig wachten zullen het mysterie begrijpen. De mens heeft gedwaald ; maar er is geen fout geweest van de kant van God. Alles is volbracht wat God beloofd had ; maar de mens geloofde een vergissing dat de aarde het heiligdom was,dat moest gereinigd worden op het einde van de profetische periode. ( Zie Dan.8 : 14 ).

(Op. 13 :5 ).

Het is de verwachting van de mens, maar niet de belofte van God die gefaald heeft.

Jezus zond Zijn engelen on:„ de g-~F st van de ontgoochelden te richten naar het heilige der heiligen,waar hij naartoe gegaan was om het heiligdom te reinigen er_ om er speciale verzoening te doen voor Israel. Jezus zegde aan de engelen, dat allen die Hem vonden, het werk zouden verstaan, dat Hij bezig was met te doen. Ik zag dat terwijl Jezus in het allerheiligste was, Hij in huwelijksband zou verenigd worden met het Nieuw Jerusalem ; en nadat Zijn werk zou geëindigd zijn in het Heilige der Heiligen, Hij naar de aarde zou komen in koninklijke macht en tot zich zou nemen de kostbare zielen,die geduldig Zijn komst verbeid hebben.

Er werd mij getoond, dat dit plaats greep in de hemel op het einde van de profetische periode ( Dan. 8 : 14 ) in 1844. Als Jezus zijn bediening in het heilige geëindigd had en de deur van deze afdeling van het heiligdom sloot, kwam een grote duisternis op deze, die de boodschap gehoord hadden en verworpen hadden, en zij verloren Hem uit het oog. Jezus kleedde zich dan met kostbare klederen. Aan de zoom van zijn kleed waren een bel en een granaatappel. Een borstplaat van zonderling werk hing over Zijn schouders. Als Hij zich bewoog glinsterde deze gelijk diamant, de letters duidelijk makend, die geleken op namen geschreven of ingegrift op de borstplaat. Op Zijn hoofd was iets dat geleek op een kroon. Als Hij gans uitgedost was,was Hij omgeven door engelen, en in een vlammende wagen ging Hij binnen in de tweede afdeling van het heiligdom.

Er werd mij dan gevraagd van opmerkzaam te zijn op de twee afdelingen van het heiligdom. Het gordijn of

de deur was geopend, en er werd mij toelating gegeven van binnen te gaan. In de eerste afdeling zat; ik de kandelaar met de zeven lampen, de tafel met de toonbroden, het reukofferaltaar, en het wierookvat. Al het gerief van deze afdeling was gelijk zuiver goud en weerspiegelde het beeld van Hem, die de plaats binnentrad. Het gordijn, dat de twee afdelingen scheidde, was van verschillend kleur en materiaal, met een schone boord, waar figuren in geweven waren van goud, die engelen voorstelden. Het gordijn werd opgeheven, en ik zag in de tweede afdeling. Ik zag daar een ark,die de indruk gaf dat zij van het puurste goud was. Als een boord rondom het bovengedeelte was er zeer mooi werk, dat kronen voorstelde. In de ark waren stenen tafels, met de tien geboden.

Twee liefelijke cherubijnen, een aan ieder uiteinde van de ark, stonden met hun vleugels erover uitgestrekt,

en elkander rakend boven het hoofd van Jezus, als Hij voor het verzoendeksel stond. Hun aangezichten waren naar elkander gekeerd, en zij keken naar beneden naar de ark,gans het engelenheir voorstellend,die met belangstelling zien naar de wet van God. Tussen de cherubijnen was een gouden wierookvat, en als de gebeden van de heiligen, in geloof geofferd,naar Jezus kwamen, en als Hij ze aan Zijn Vader voorlegde, rees een wolk van wierookgeur vanuit het wierookvat,gelijkend op een rook van alle zeer schone kleuren. Boven de plaats waar Jezus stond, voor de ark, was er uitnemende schitterende glorie, zodat ik er niet op kon kijken ; het scheen de troon van God te zijn. Als de wierook tot de Vader kwam, kwam een uitnemende heerlijkheid van uit de troon van Jezus, en van Hem uit werd het verspreid op dezen, wiens gebeden waren opgestegen als zoete wierook. Licht stortte zich op Jezus in rijke overvloed en overspoelde het verzoendeksel,en de sleep van heerlijkheid vervulde de tempel. Ik kon niet lang kijken op de overtreffende helderheid. Geen taal kan het beschrijven. Ik was overweldigd en keerde mij weg van het tafereel van heerlijkheid. Er was mij ook een heiligdom getoond op de aarde,dat twee afdelingen bevatte. Het geleek op dat van de hemel, en er werd mij gezegd dat het een beeld was van dat in de hemel. De bekleding van het eerste appartement van het aardse heiligdom was hetzelfde van dat van het eerste appartement in de hemel. Het gordijn was opgeheven, en ik zag in het heilige der heiligen en zag dat ook daar de gereedschappen dezelfde waren als deze in de hemel in dezelfde afdeling. De priester deed dienst in de twee afdelingen van het aardse heiligdom met het bloed van een dier als een offerande voor de zonde. Christus ging binnen in het hemelse heiligdom door het offer van Zijn eigen bloed. De aardse priesters werden weggenomen door de dood ; daarom konden zij niet lang dienst doen ; maar Jezus was een priester voor eeuwig. Door de offeranden en offers die gebracht werden in het aardse heiligdom, moesten de kinderen van Israel houvast leggen op de verdiensten van een Verlosser die nog moest komen. En in de wijsheid van God werden aan ons de bijzonderheden van dit werk gegeven,opdat wij,door aanschouwen ervan, het werk van Jezus zouden kunnen verstaan in het hemelse heiligdom.

Als Jezus stierf op Kalvarie, riep Hij uit : " Het is volbracht " en de tempelvoorhang werd in twee gescheurd, van boven tot onder. Dit was om aan te tonen dat de dienst van het aardse heiligdom voor altijd voorbij was, en dat God niet meer wilde kontakt hebben met de aardse priesters in hun aardse tempel, om hun offeranden aan te nemen. Het bloed van Jezus was dan vergoten, dat nu door Hemzelf moest geofferd worden in het hemelse heiligdom. Als de priester in het Heilige der Heiligen eenmaal in het jaar binnen ging om het aardse heiligdom te reinigen, zo ging Jezus binnen in het Heilige der Heiligen in de hemel, op het einde van de 2300 avonden en morgens van Daniel 8, in 1844, om een eindverzoening te doen voor allen die konden genieten van Zijn tussenkomst,en om aldus het heiligdom te reinigen.

Early Writings 250-53.

Als het heiligdom gebouwd werd in de woestijn voor de dienst van God,was het werk gedaan onder goddelijke leiding. God was de plannenmaker,de werklieden werden door hem opgeleid,en zij gaven hart en ziel en kracht aan het werk. Er moest harde arbeid verricht worden, en de stevige werktuigkunde zette de spieren en de zenuwen op de proef. Hierdoor werd de liefde voor God geopenbaard in het werk tot Zijn eer. Er moet in de wereld een groot deel hard en zwaar werk gedaan worden, en hij die werkt zonder de krachten van de geest, die hem door God gegeven zijn, te gebruiken, hij die alleen fysische kracht gebruikt, maakt van hei werk een moeizame last. Er zijn mensen met geest en hart en ziel, die het werk als een gesloof aanzien en er zich instorten met zelfvoldane onwetendheid, zoekend zonder de gedachten erbij te houden, zonder de mentale capaciteiten te gebruiken om het werk beter te kunnen doen.

Er is wetenschap in het nederigste werk, en als allen dit aldus wilden aanzien,dan zouden zij edelheid zien in het werk. Hart en ziel moeten in het werk van alle aard gebracht worden ; dan is er opgeruimdheid en doelmatigheid. In landbouwwerk, of in, mechanisch werk moet de mens blijk geven aan God dat zij Zijn gaven van fysische krachten, en de mentale gelijkheden evenveel naar waarde schatten. Dat opgeleide handigheid gebruikt worde in het zoeken naar passende methoden in het werk. Dat is het wat de Heer nodig heeft. Er is eer in alle soort van werk, dat moet gedaan worden. Dat de wet van God de standaard van aktie weze, en hij zal alle werken veredelen en heiligen. Getrouwheid in het volbrengen van elke plicht maakt het werk edel, en openbaart een karakter dat God kan goedkeuren.

Fund. Chr. Ed. 315.

In hun zoeken ( naar het uitleggen van de tekst van Dan. 8:14 ) leerden zij dat er geen schriftuurlijk bewijs is, dat de zienswijze, dat de aarde het heiligdom is, kan verrechtvaardigen ; maar zij vonden in de bijbel een volledige uitlegging van het onderwerp van het heiligdom, zijn natuur, ligging en diensten. De getuigenissen van de gewijde schrijver zijn zo klaar en breedvoerig,dat de kwestie buiten twijfel kan geplaats worden: 169.

De apostel Paulus in de brief aan de Hebreeën, zegt : " Lees Hebr. 9 : 1-5.

Het heiligdom waarnaar Paulus hier verwijst was het heiligdom,dat op bevel van God door Mozes gebouwd werd,als de aardse verblijfplaats van de Allerhoogste.

" En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone." Ex. 25 : 8. was de richtlijn aan Mozes gegeven als hij op de berg was met God. De Israelieten reisden door de woestijn, en het tabernakel was zo gemaakt,dat het kon verplaatst worden van het ene naar het andere , toch was het een struktuur van merkwaardige schoonheid. De muren bestonden uit rechtstaande planken, zwaar beslagen met goud en geplaatst in zilveren voetstukken, terwijl het dak bestond uit een reeks van doeken en bedekkingen, de buitenste van vellen, de binnenste van fijn linnen, mooi bewerkt met figuren van cherubijnen, benevens het voorhof, waar het brandofferaltaar stond, bestond het heiligdom zelf uit twee onderdelen, genoemd het heilige en het heilige der heiligen, gescheiden door een rijke en mooie gordijn of voorhang ; een gelijkaardige voorhang sloot de ingang af van het eerste appartement.

In het heiligdom bevond zich de kandelaar, ten zuiden, met zijn zeven lampen,die het heilgdom verlichtten dag en nacht ; ten noorden stond de tafel van de toonbroden ; en voor de voorhang die het heilige van het heilige der heiligen scheidde,was het reukofferaltaar van waaruit de wolk van geur,met de gebeden van de heiligen dagelijks opsteeg naar God.

In het heilige der heiligen stond de ark, een kast van kostbaar hout, overtrokken met goud,die de bewaarplaats was van de twee stenen tafelen,waarop God de wet van de tien geboden gegrift had. Boven de ark, het deksel vormend van de kist,was het verzoendeksel, een prachtig stuk van bekwaam uitgevoerd werk,waarop twee cherubijnen stonden, een aan elke zijde, en gemaakt uit vol goud. In deze afdeling werd de tegenwoordigheid van God geopenbaard in de wolk van heerlijkheid,tussen de twee cherubijnen.

Nadat de Hebreeën in Kanaan gevestigd waren,werd het heiligdom vervangen door de tempel van Salomo, die, ofschoon een blijvende konstruktie en op een grotere schaal gemaakt, toch dezelfde proporties, en met dezelfde inhoud voorzien was. In deze vorm bestond het heiligdom - behalve dat hij vernietigd werd in de tijd van Daniel - tot hij door de Romeinen vernietigd werd in het jaar 70 na Christus.

Dat is het enige heiligdom dat ooit bestond op de aarde,waarvan de bijbel enige inlichting geeft. Het werd door Paulus genoemd als zijnde het heiligdom van het eerste verbond.

Maar had het Nieuwe Testament geen heiligdom ?

Als de zoekers naar de waarheid, het boek verder inzagen van de Hebreeën,ontdekten zij dat het bestaan vaneen tweede of nieuw-testamentisch heiligdom,was onderbegrepen in de woorden van Paulus : " Zoo had dan wel ook het eerste verbond rechten des godsdienstes, en het wereldlijke heiligdom." Hebr. 9 : 1. En het gebruik van het woord " ook " geeft te kennen dat Paulus vooraf meldirg gemaakt heeft van dit heiligdom. Terugkerend naar het begin van dit kostbaar hoofdstuk, lezen zij : " De hoofdsom nu der dingen,waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hoogepriester,die gezeten is aan de rechterhand van den troon der Majesteit in de hemelen ; een bedienaar des heiligdoms,en des waren tabernakels,welken de Heere heeft opgericht, en geen mensch. "

Hebr. 8 : 1, 2.

Hier wordt het heiligdom van het nieuw testament geopenbaard. Het heiligdom van het eerste verbond was opgericht door mensen,gebouwd door Mozes ; dit is gebouwd door de Heer en niet door mensen. In dat heiligdom deden de aardse priesters dienst in het andere, Christus, onze grote Hogepriester, die dienst doet aan de rechterhand Gods. Het ene heiligdom was op de aarde, het andere in de hemel. Verder was het tabernakel,gemaakt door Mozes,gebouwd naar een patroon. De Heer gaf hem de richtlijn

" Naar al wat ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzoo zult gijlieden die maken " Ex. 25 : 9. en opnieuw werd het bevel gegeven : " Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is." Ex. 25 : 40. En Paulus zegt dat het eerste heiligdom " eene afbeelding was voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden ." Hebr. 9 : 9.

dat zijn heilige plaatsen " voorbeeldingen waren der dingen, die in de hemelen zijn " . Vers 23.

dat de priesters die gaven offerden volgens de wet dienst deden " in het voorbeeld en de schaduw der hemelsche dingen ". Hebr. 8 : 5.

en dat " Christus niet ingegaan is in het heiligdom dat met handen gemaakt is, het welk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven,om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons ." Hebr.9 : 24. Het heiligdom in de hemel,waarin Jezus dienst doet ten onzen gunste, is het grote originele, waarvan dat hetwelk Mozes bouwde, een kopij is. God plaatste Zijn Heilige Geest op de bouwers van het aardse heiligdom. De kunstvaardigheid, ten toon gespreid in de opbouw ervan,was een openbaring van goddelijke wijsheid. De muren hadden de schijn van massief goud in alle richtingen het licht weerkaatsend van de zeven lampen van de gouden kandelaar. De tafel van de toonbroden en het reukofferaltaar schitterden als brandend goud. De prachtige voorhang, die het plafond vormde, bewerkt met figuren van engelen in blauw en purper en in vuurrood, droegen bij tot de schoonheid van het tafereel. En achter het tweede gordijn was de Shekina, de zichtbare veropenbaring van Gods heerlijkheid,voor dewelke niemand anders dan de hogepriester kon binnen gaan en leven.

De weergaloze luister van het aardse heiligdom weerspiegelde voor de menselijke visie de heerlijkheid van de hemelse tempel waar Christus, onze voorloper, dienst doet voor ons voor de troon van God. De verblijfplaats van de Koning der Koningen, waar duizend maal duizenden dienst doen voor Hem en tienduizend maal tien duizenden voor Hem staan ( Dan. 7 : 10 ) ; deze tempel gevuld met de heerlijkheid van de eeuwige troon,waar Serafijnen als glanzende bewakers, hun aangezicht verbergen in aanbidding kon maar een zwakke weergave van zijn uitgestrektheid vinden in de prachtigste struktuur die ooit door mensenhanden opgericht werd. Toch worden belangrijke waarheden in verband met het hemelse heiligdom en het grote werk, dat daar volbracht wordt voor de mens, onderwezen door het aardse heiligdom en zijn diensten. De heilige plaatsen van het heiligdom in de hemel worden voorafgebeeld door de twee afdelingen in het heiligdom op aarde. Als Johannes in visioen was,werd hem een gezicht gegeven van de tempel van God in de hemel ; daar aanschouwde hij " zeven vurige lampen... brandend voor de troon ". Op. 4 : 5.

Hij zag een engel" hebbende een gouden wierookvat ; en hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij het met de

gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is ". Op. 8 : 3.

Hier werd aan de profeet toegelaten van het eerste appartement te aanschouwen van het heiligdom ; en hij zag daar " de zeven lampen van vuur " en " het gouden altaar " voorafgebeeld door de gouden kandelaar en het reukofferaltaar in het heiligdom op aarde. Opnieuw " is de tempel van God in de hemel geopend geworden ," Op. 11 : 19. en hij keek binnen de voorhang van het heilige der heiligen. Daar aanschouwde hij " de ark zijns verbonds ",voorafgebeeld door de gewijde kist die door Mozes gemaakt werd om de wet van God te bevatten. Aldus vonden deze,die het onderwerp bestudeerden, een ontegensprekelijk bewijs van het bestaan van een heiligdom in de hemel. Mozes maakte het aardse heiligdom naar een patroon, dat hem getoond werd. Paulus onderwijst dat dat patroon het ware heiligdom was in de hemel. En Johannes getuigt dat hij het zag in de hemel.

In de tempel in de hemel, de verblijfplaats van God, is Zijn troon opgericht in gerechtigheid en oordeel. In het heilige der heiligen is Zijn wet,de grote regel van recht,waardoor gans het mensdom getest wordt. De ark, die de tafels van de wet inhoudt is bedekt met het verzoendeksel,voor hetwelk Christus pleit met Zijn bloed ten behoeve van de zondaars. Aldus wordt voorgesteld de vereniging van oordeel en barmhartigheid in het plan van de verlossing van de mens. Deze eenheid kon alleen oneindige Wijsheid uitdenken en oneindige Macht ten uitvoer brengen ; het is een eenheid die gans de hemel vervult met bewondering en aanbidding. De cherubijn van het aardse heiligdom,met eerbied neerziende op het verzoendeksel, stelt de belangstelling voor waarmede het hemelse heir het werk van verzoening aanschouwt. Dit is het mysterie van de barmhartigheid waarin engelen willen kijken - dat God rechtvaardig kan zijn als Hij de bekerende zondaar rechtvaardigt en Zijn verbinding met het gevallen ras herstelt ; dat Christus zich kan vernederen om ontelbare menigten uit de afgrond van verderf te doen opstaan en om hen gekleden met liet onbevlekte kleed van Zijn eigen rechtvaardigheid om eenheid te krijgen met de engelen, die nooit gevallen zijn en om voor altijd te verblijven in de tegenwoordigheid van God.

Het werk van Christus als voorspreker is voorgesteld in deze mooie profetie van Zacharia in verband met Hem " wiens naam is SPRUITE ." De profeet zegt : " Hij zal des Heeren tempel bouwen ;... hij zal het sieraad dragen en hij zal zitten op Zijnen ( van de Vader) troon ; en hij zal priester zijn op zijnen troon en de raad des vredes zal tusschen die beiden wezen." Zach. 6 : le, 13.

" Hij zal den tempel des Heeren bouwen ". Door Zijn offer en middelaarschap is Christus beide, zowel de grondslag als de bouwer van de kerk. De apostel verwijst naar hem als " uiterste Hoeksteen ; op welken het geheele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot eenen heiligen tempel in den Heere, op welken ook gij " zegt hij " medegebouwd wordt tot eene woonstede Gods in den Geest. " Ef. 2 : 20-22.

" Hij zal het sieraad dragen ". Aan Christus behoort de heerlijkheid van de verlossing van het gevallen ras. Doorheen gans de eeuwigheid zal het gezang van de verlosten zijn : " Hem die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewasschen heeft in zijn bloed... Hem... zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid." Op.l : 5, 8.

"Hij zal zitten en heerschen op zijnen troon ; en Hij zal priester zijn op zijnen troon . Nu niet " op de troon van Zijn heerlijkheid ". Math. 25 : 31 ; het koningdom van glorie is nu nog niet ingeleid. Niet vooraleer zijn werk als middelaar zal beëindigd zijn zal God " Hem den troon zijns vaders Davids geven," een koningdom, aan welk " geen einde zal zijn ". Lukas 1 : 32, 33.

Christus zit nu met Zijn Vader op Zijn troon als priester. Op. 3 : 21. Op de troon met de eeuwige, zelfbestaande Ene is Hij die 1' onze krankheden cp zich genomen heeft, en onze smarten ",Jes.53 : 4. die " in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest doch zonder zonde ." Hebr. 4 : 15. ,opdat Hij mocht " degenen, die verzocht worden te hulp te komen ". " Indien iemand gezondigd heeft,wij hebben eenen Voorspraak bij den Vader ".1 Joh.2 :1.

Zijn middelaarschap is dat van een doorstoken ea gebroken lichaam, van een vlekkeloos leven. De gewonde handen,de doorboorde zijde,de gekwetste voeten,pleiten v(„jr het gevallen mensdom,wiens verlossing gekocht werd tegen zulk een oneindige prijs.

" En de raad des vredes zal tusschen die beiden wezen ''.

De liefde van de Vader, niet minder dan die van de Zoon, is een bron . an redding voor het gevallen ras. Jezus zegde aan zijn apostelen voor Hij wegging : " Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal ; want de Vader zelf heeft u lief." Joh.16 : 26,27.

God was " in Christus de wereld met Zichzelve verzoenende ". 2 Cor. 5 : 19.

En in de bediening in het heiligdom boven " zal de raad des vredes tusschen die beiden zijn ". " Want alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft,niet verderve,maar het eeuwige leven hebbe." Joh. 3. : 16.

De vraag : Wat is het heiligdom ? is klaar beantwoord in de Schrift. De uitdrukking " heiligdom ", zoals gebruikt in de bijbel, verwijst eerst naar het tabernakel door Mozes gebouwd, als een patroon van hemelse dingen ; en ten tweede verwijst het naar het " ware tabernakel " in de hemel,waarnaar het aardse heiligdom verwees. Bij de dood van Christus eindigde de voorafbeeldende dienst. Het " ware tabernakel " in de hemel is het heiligdom van het nieuw verbond. En als de profetie van Daniel 8 : 14 vervuld is in deze dispensatie, moet het heiligdom, waarnaar verwezen wordt in die tekst het heiligdom zijn van het nieuw verbond. Aan het einde

van de 2300 dagen, in 1844, is er geen heiligdom meer geweest op de aarde sedert vele eeuwen. Dus de profetie: " Tot tweeduizend en driehonderd avonden en morgens : dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden ", verwijst ontegensprekelijk naar het heiligdom in de hemel.

Maar de voornaamste vraag dient nog beantwoord te worden : " Wat is de reiniging van het heiligdom ?

Dat er zulk een dienst was in verbinding met het aardse heiligdom wordt bevestigd in het oud testament. Maar kan er iets gereinigd worden in de hemel ? In Hebr. 9 wordt de reiniging van het aardse en hemelse heiligdom tenvolle onderwezen. " En alle dingen bijna worden door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geene vergeving. Zoo was het dan noodzaak,dat wel de voorbeeldingen der dingen,die in de hemelen zijn,door deze dingen ( het bloed van dieren) gereinigd werden,maar de hemelsche dingen zelve door betere offeranden dan deze. "

Hebr. 9 : 22 , 23 .

171.

Ja, zelfs met het kostbare bloed van Christus. De reiniging, zowel inde voorafbeeldende als inde werkelijke dienst, moet volbracht worden met bloed : in de eerste, met het bloed van dieren, in de laatste, met het bloed van Christus. Paulus geeft als reden aan,waarom die reiniging met bloed moet geschieden,dat er zonder vergieten van bloed geen vergiffenis mogelijk is. Vergiffenis of wegdoen van de zonden, is het werk dat moet volbracht worden. Maar hoe kunnen de zonden te maken hebben met het heiltdom, zowel in de hemel als op de aarde ? Dit kan geleerd worden door verwijzing naar de symbolische dienst ; want de priesters die dienst deden op de aarde, dienden " naar het voorbeeld en de schaduw der hemelsche dingen." Hebr. 8 : 5.

De bediening van het aardse heiligdom bestaat uit twee afdelingen ; de priester bedient dagelijks in de heilige plaats,terwijl eenmaal in het jaar de hogepriester een speciaal werk volbrengt van verzoening in het heilige der heiligen, voor de reiniging van het heiligdom. Dag na dag bracht de berouwhebbende zondaar zijn offerande naar de deur van het tabernakel en, zijn hand op het slachtoffer plaatsend, belijdde hij zijn zonden, aldus in figuurlijke zin zijn zonden plaatsend van zichzelf op het onschuldige slachtoffer. Het dier werd dan geslacht. " Zonder storten van bloed ", zegt de apostel, " is er geen vergeving van zonden, want de ziel des vleesches is in het bloed." Lev. 17 : 11.

De verbroken wet van God vraagt het leven van de overtreder. Het bloed, het verbeurde leven van de overtreder voorstellend, wiens schuld het slachtoffer droeg,werd door de priester naar het heilige gebracht en gesprenkeld voor de voorhang, waarachter de ark des verbonds stond, de wet bevattend, die de zondaar overtreden had. Door deze ceremonie werd de zonde, door het bloed, figuurlijk op het heiligdom geplaatst. In sommige gevallen werd het bloed niet naar het heiligdom gebracht ; maar dan moest het vlees gegeten worden door de priester, zoals Mozes onderrichtte aan de zonen van At ron, zeggende ; " Hij heeft u dat gegeven, op dat gij de ongerechtigheid der vergadering zoudt dragen." Lev. 10 : 17. Beide ceremonieën symboliseerden op dezelfde wijze de overdracht van de zonde van de belijder op het heiligdom.

Dat was het werk dat gans het jaar door dagelijks volbracht werd. De zonden van Israel werden aldus overgedragen op het heiligdom, en een speciaal werk werd noodzakelijk gemaakt om de zonden ervan af te nemen. God gaf bevel dat een verzoening moest gedaan worden voor ieder van de heilige plaatsen. " Zoo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israels,en vanwege hunne overtredingen naai al hunne zonden verzoening doen ; en alzoo zal hij doen aan de tent der samenkomst,welke met her. woont in het midden hunner onreinheden." Lev. 16 : 16.

Er moest ook verzoening gedaan worden voor het altaar, om het te " reinigen en te heiligen van de onreinigheden der kinderen Israels ". Vers 19.

Eenmaal in het jaar, op de Grote Verzoendag, ging de priester binnen in het iiei~_ge der heiligen voor het reinigen van het heiligdom. Het werk, dat daar volbracht werd, voltooide de jaarlijkse ronde var, bediening. Op de Verzoeningsdag werden twee jonge geitebokjes aan de deur van het tabernakel gebracht, en het lot werd over hen geworpen, " een lot voor den Heere en een lot voor den weggaarden bok". Vers 8. De geit waar het lot op viel voor de Heer moest geslacht worden als een zondeoffer voor het polk. En de priester moest zijn bloed achter de voorhang brengen en het sprenkelen op het verzoendeksel en vóór het verzoendeksel. Het bloed moest ook gesprenkeld worden op het reukofferaltaar dat vóór de voorhang was.

" En Aaron zal beide zijne handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israels,en al hunne overtredingen, naar al hunne zonden belijden, en hij zal die op het hoofd van den bok leggen,en zal hem door de hand eens mans,die voorhanden is,naar de woestijn uitlaten." Vers 21,22.

De geitebok kwam niet meer in het kamp van Israel, en de man die hem begeleidde moest zich met water wassen evenals zijne klederen voor hij terugkeerde naar het kamp.

De ganse ceremonie was bedoeld om de Israelieten onder de indruk te brengen van de heiligheid van God en zijn afkeer van de zonde ; en verder,hen te tonen, dat zij niet in aanraking konden komen met de zonde zonder er door bevlekt te worden. Eenieder moest zijn ziel bedroeven terwijl dit werk van verzoening volbracht werd. Alle werkzaamheden moesten opzij gezet worden, en de ganse vergadering van Israel moest de dag doorbrengen in plechtige vernedering voor God, met gebed, vasten, en diep hartdoorgronden. Belangrijke waarheden nopens de verzoening worden onderwezen door de voorafbeeldende dienst. Er werd een plaatsvervanger aanvaard voor de zondaar, maar de zonde was niet vernietigd door het bloed van het slachtoffer. Een middel werd dus voorzien waardoor het overgebracht werd op het heiligdom. Door het offeren van bloed erkent de zondaar de autoriteit van de wet, belijdt zijn schuld van overtreding, en drukt de wens uit van vergeving te ontvangen door het geloof in een verzoener die moest komen ; maar hij was nu niet tenvolle ontheven van de veroordeling van de wet. Op de Verzoendag ging de hogepriester binnen in het heilige der heiligen,met zich een offer mede nemend voor de vergadering en hij sprenkelde het bloed ervan op het verzoendeksel, onmiddellijk over de wet, om te voldoen aan de eisen van de wet. Dan,als middelaar, nam hij de zonden op zich en nam ze weg van het heiligdom. Zijn handen op de geitebok plaatsend, beleed hij over hem al deze zonden, aldus in beeld de zonden overbrengend van zichzelf op de geitebok. Dan droeg de geitebok ze weg, en ze werden aanzien als voor altijd afgescheiden van het volk. Aldus ook was de dienst " naar het voorbeeld en schaduw van de hemelse dingen ". En wat gedaan werd in voorafbeelding in de bediening van het aardse heiligdom is in werkelijkheid volbracht in de bediening van het hemelse heiligdom. Na Zijn opklimming ten hemel begon onze Heiland Zijn werk als Hoge Priester. Paulus zegt : "Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, het welk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons ". Hebr. 9 : 24.

De bediening van de priester gedurende het jaar in de eerste afdeling van het heiligdom " binnen de voorhang " die de deur vormde en de afscheiding uitmaakte van de heilige plaats van het voorhof, stelt het werk van de bediening voor, waarmede Christus begonnen is bij Zijn hemelvaart. Het was het werk van de priester in de dagelijkse dierst van het bloed van het zondeoffer aan God voor te stellen, alsook de wierook die met de gebeden van Israel opstijgt. Zo pleitte Christus met Zijn bloed voor de Vader ten gunste van de zondaars, en legt aan Hem met de kostbare geur van Zijn eigen gerechtigheid, de gebeden voor van de berouwvolle

gelovigen. Zo was het werk van bediening in de eerste afdeling van het heiligdom in de hemel.

Tot daar volgde Hem het geloof van Christus' discipelen, als Hij uit hun zicht opsteeg. Hier vestigden zij hun hoop op, " welke hoop wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste des voorhangsels,waar de voorloper voor ons is ingegaan,namelijk Jezus,naar de ordening van Melchisedech, een Hoogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid. " Hebr. 6 : 19 , 20. " noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom,eene eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende". Hebr. 9 : 12.

Gedurende achttien eeuwen ging dit werk van bediening voort in de eerste afdeling van het heiligdom. Het bloed van Christus pleitte ten behoeve van de berouwvolle gelovige,verzekerde zijn verge,~ing en aanneming door de Vader,maar zijn zonden bleven toch op de boeken van gedenkenis. Zoals in de voorafbeeldende dienst er een werk van verzoening was op het einde van het jaar, zo vooraleer het werk van verzoening van de mens voltooid is, is er een werk van verzoening om de zonden van het heiligdom weg te nemen. Dit is de dienst die begon als de 2300 dagen beëindigd waren. Te dien tijde, zoals voorspeld door de profeet Daniel, gaat onze Hogepriester het heilige der heiligen binnen, om het laatste deel van Zijn plechtig werk te volbrengen - om het heiligdom te reinigen.

Zoals van ouds de zonden van het volk door het geloof geplaatst werden op het zonde offer en door zijn bloed overgebracht in zinnebeeld op het aardse heiligdom, zo in het nieuwe testament worden de zonden van de berouwvolle door het geloof geplaatst op Christus, en overgedragen, in feite, op het hemelse heiligdom.

En zoals de voorafbeeldende reiniging van het aardse volbracht werd door de wegneming van de zonden waardoor het verontreinigd werd, zo wordt de huidige reiniging van het hemelse volbracht door het wegnemen of uitdelgen van de zonden, die daar opgetekend staan. Maar vooraleer dit kan volbracht worden, moet er een onderzoeking plaats vinden van de boeken van opneming om vast te stellen wie, door bekering van de zonde en geloof in Christus, gerechtigd zijn van te genieten van Zijn verzoening. De reiniging van het heiligdom sluit dus een werk in van onderzoek - een werk van oordeel. Dit werk moet vervuld worden voor de komst van Christus om Zijn volk te verzoenen ; want als Hij komt, is Zijn beloning met Hem om aan ieder te geven volgens zijn werken.

Op. 22 : 12.

Aldus zagen deze, die volgden in het licht van het profetische woord, dat inplaats Christus op het einde van de 2300 dagen in 1844, naar de aarde zou komen, Hij dan het heilige der heiligen van het hemelse heiligdom binnen ging om het afsluitingswerk van de verzoening te volbrengen in voorbereiding tot Zijn komst. Er werd gezien, dat terwijl het zondeoffer naar Christus wijst, als een offer, en de Hogepriester Christus voorstelt als een middelaar, de geitebok Satan voorstelt, de auteur van de zonde, op wie de zonden van de waarachtig bekerende zondaar ten laatste zullen gelegd worden. Als de hogepriester, door de kracht van het bloed van het zondeoffer, de zonden van het heiligdom wegnam, plaatste hij ze op de geitebok. Als Christus, door de kracht van Zijn eigen bloed, de zonden van Zijn volk van het hemelse heiligdom wegneemt op het einde van Zijn bediening, zal Hij ze plaatsen op Satan,die bij de uitvoering van het oordeel, de eindstraf moet dragen. De geitebok werd weggezonden in een onbewoond land, om nooit meer terug te keren in de vergadering van de Israelieten. Zo zal Satan voor altijd verbannen worden van de tegenwoordigheid van God en Zijn volk, en hij zal van zijn bestaan weggevaagd worden bij de eindvernietiging van de zonde en de zondaars. Great Controversy 411-22.

Familie gebed en openbaar gebed zijn beiden nodig ; maar het is de stille gemeenschap met God, die het leven van de ziel in stand houdt. Het was op de berg met God, dat Mozes het model zag van het wonderbaar gebouw,dat de verblijfplaats van Zijn heerlijkheid moest zijn. Het is op de berg met God - de verborgen plaats van gemeenschap- , dat wij Zijn heerlijk ideaal voor de mens moeten beschouwen. Zo zullen wij in staat zijn ons karaktervorming aldus te vormen, zodat voor ons de belofte moge vervuld worden : " Ik zal in hen wonen en Ik zal onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn."

Terwijl wij bezig zijn met ons dagelijks werk, zouden wij moeten onze ziel verheffen naar de hemel in gebed. Deze stille gebeden stijgen gelijk wierook voor de troon van genade ; en de vijand is verbijsterd. De Christen wiens hart aldus op God gericht is kan niet overwonnen worden. Geen kwade kunsten kunnen zijn vrede verstoren. Al de beloften van Gods woord, al de macht van goddelijke genade, al de bronnen van Jehova zijn verpand om zijn bevrijding te verzekeren. Het was aldus dat Enoch met God wandelde. En God was voor hem, een tegenwoordige hulp in de tijd van nood.

Christus' bedienaars moeten waken in gebed. Zij moeten met stoutmoedigheid tot de troon van genade komen, heilige handen verheffend zonder wraak of twijfel. Zij mogen in geloof de Vader in de hemel smeken om wijsheid en genade,dat zij mogen weten hoe te werken,hoe met gemoeden om te gaan. Gebed is de adem van de ziel. Het is het geheim van geestelijke macht. Geen andere middels van genade kunnen in de plaats gesteld worden, en de gezondheid van de ziel bewaard worden. Gebed brengt de ziel in onmiddellijk kontakt met de Bron van leven, en versterkt de zenuw en de spier van het religieus leven. Verwaarloos de gebedsoefening, of bid slechts sporadisch,nu en dan, als het schikt, en gij verliest uw houvast aan God. De spirituele mogelijkheden verliezen hun vitaliteit,de religieuse bevindingen missen gezondheid en kracht. _ Het is slechts aan het altaar van God, dat wij onze toortsen kunnen aansteken met goddelijk vuur. Het is alleen het goddelijk licht, dat de kleinheid, de onbekwaamheid., van menselijke kundigheid zal openbaren, en klaar begrip zal geven van de volmaaktheid en reinheid van Christus. Het is slechts als wij Jezus beschouwen, dat wij begeren gelijk Hem te zijn, slechts als wij Zijn gerechtigheid bedenken, dat wij hongeren en dorsten om ze te bezitten ; en het is slechts als wij smeken in ernstig gebed, dat God ons wil voldoen in de begeerten van ons hart.

Als mensen zo toegewijd waren als Eliah en het geloof bezaten dat hij bad, dan zou God zich openbaren zoals llij het dan deed. Als mensen met de Heer pleiten zoals het Jakob deed, zouden de resultaten die dan gezien werden nu ook gezien worden. Macht zal van God komen in antwoord op het gebed van geloof. Omdat het leven van Jezus een leven van bestendig vertrouwen was, in stand gehouden door bestendige vereniging, was Zijn dienst voor de hemel zonder feil of fout. Dagelijks onderhevig aan bekoringen, bestendig tegengewerkt door de leiders van het volk, wist Christus, dat Hij Zijn menselijkheid moest kracht geven

173.

door het gebed. Om een zegen te zijn voor de mens, moest Hij gemeenschap houden met God, van Hem energie, volharding en standvastigheid bekomend.

Gospel Workers 254-256.

Deze, die beweren volgelingen van de Meester te zijn, en die zich in den dienst stellen van Hem als medearbeiders met God,moeten in hun werk nauwkeurigheid en bedrevenheid,takt en wijsheid brengen, die de God van volmaaktheid vergt in het bouwen van het aards heiligdom. En nu, zoals in de tijd van Christus' aardse bediening, moeten toewijding aan God en een geest van offervaardigheid beschouwd worden als de eerste vereiste van een aanvaardbare dienst. God begeert dat er geen enkele draad van zelfzucht geweven is in Zijn werk.

Messages to Young people. 303.

Ware kennis is achteruitgegaan bij iedere opeenvolgende generatie. God is oneindig, en het eerste volk op de aarde ontving zijn instrukties van deze oneindige God, die de wereld schiep. Deze, die hun kennis onmiddellijk van God ontvingen waren niet gebrekkig in kennis.

God lichtte Noah in hoe hij de onmetelijke ark moest bouwen, voor de redding van zichzelf en zijn familie. Hij lichtte ook Mozes in hoe hij het heiligdom moest maken, en de versieringen en het handige werk, dat de tempel moest vervullen. De vrouwen bewerkten met grote vindingrijkheid de broderiën van zilver en goud. Er ontbraken geen handige mannen om het werk van het bouwen van de ark, het tabernakel en het vaatwerk van massief goud te volbrengen.

Spir. Gifts. 4 - 154.

Dat de arbeiders gedenken, dat, zoals in de tijd van Noah en Mozes, God de grote Meester Bouwer,door Zijn woord, door Zijn geest en door Zijn voorzienigheid, Zijn werk wil beheren in ieder onderdeel. Zij moeten

tijd maken om raad aan Hem te vragen. De stem van gebed en de melodie van heilige gezangen zouden moeten als een zachte wierook opstijgen. Allen zouden moeten hun totale afhankelijkheid van God beseffen. 7. Test. Church 94.

Het heiligdom was zo geconstrueerd,dat het kon uiteengenomen worden en medegenomen door de Israelieten tijdens hun reizen. Daarom was het niet groot, niet meer dan vijftig voet in de lengte en achttien in de breedte en hoogte. Toch was het een prachtige constructie. Het hout dat gebruikt werd voor het bouwen ervan en de benodigdheden waren uit acacia hout, dat minder onderhevig was aan verval dan gelijk welke andere houtsoort aan de Sinai. De muren bestonden uit rechtop gezette planken of borden, geplaatst in zilveren voetstukken, en stevig gehouden door pilaren en aan sluitende staven ; en alles was belegd met goud, aan het gebouw de indruk gevend van vol goud. Het dak bestond uit vier serien van gordijnen, de binnenste van fijn getwijnd linnen, en blauw, purper en rood, met cherubijnen van kunstig handwerk. De andere drie waren respectievelijk uit geitenhaar, ramsvel donker rood, en robbevel, zo geschikt, dat er volledig bescherming was. Het gebouw was in twee delen verdeeld door een rijke en mooie voorhang, of gordijn, opgehangen door met goud beslagen pilaren ; en een gelijkaardige voorhang sloot de ingang af van de eerste afdeling. Deze, zoals de inwendige bedekking van de plafond waren uit de schoonste kleuren, blauw , purper en rood, schoon geschikt daar zij ingewerkt waren met goud en zilverdraad om het engelenheir voor te stellen, dat met het werk van het hemelse heiligdom verbonden was en die bedienende geesten waren voor het volk van God op de aarde. De heilige tent was omringd door een open plaats, het voorhof genoemd, dat omringd was met draperiën of afschuttingen van fijn linnen, opgehangen aan pilaren of staven. De ingang van deze omheining was langs de oostkant. Hij was gesloten door gordijnen van kostelijk materiaal en mooi handwerk, maar toch minder schoon dan deze van het hetiligdom. De gordijnen van de omheining waren maar half zo hoog als de muren van het heiligdom, zodat het gebouw van langs buiten kon gezien worden door het volk. In het voorhof en dichtbij de ingang stond het brandofferaltaar. Op dit altaar werden al de offeranden door vuur gemaakt voor de Heer, en de hoornen ervan werden besprenkeld met het verzoenende bloed. Tussen het altaar en de deur van het tabernakel was het wasbekken, dat ook uit koper was; gemaakt van de spiegels, die vrijwillig geofferd geweest waren door de vrouwen van Israel. Aan het wasbekken moesten de priesters hun handen en voeten wassen, telkens als zij in de heilige afdelingen gingen, of het altaar naderden om een brandoffer op te dragen voor de Heer.

In de eerste afdeling, of in het heilige waren de tafel van de toonbroden en kandelaar en het reukofferaltaar. De tafel van de toonbroden stond aan de noordzijde. Met haar versierde kroon, was zij overladen met puur goud. Op deze tafel moesten de priesters iedere week op de Sabbat twaalf broden plaatsen, geschikt in twee stapels, en besprenkeld met wierook. Als de broden weggenomen werden, als heilig beschouwd, moesten ze door de priesters gegeten worden. Aan de zuidkant was de zevenhandige kandelaar, met zeven lampen. Iedere arm was bewerkt met uitzonderlijk mooie bloemen gelijkend op lelies, en het geheel was gemaakt van een stuk vol goud. Er waren geen vensters in het tabernakel, de lampen werden niet allen terzelvertijde uitgedoofd, maar geven licht bij dag en bij nacht. Juist voor de voorhang, die het heilige van het heilige der heiligen en van de onmiddellijke tegenwoordigheid van God scheidde, stond het gouden reukofferaltaar. Op dit altaar moest de priester wierook branden iedere morgen en avond ; de hoornen ervan werden besprenkeld met bloed van het zondeoffer op de grote Verzoendag ieder jaar. Het vuur op dit altaar werd door God zelf aangestoken en werd heilig aanzien. Dag en nacht verspreidde de heilige wierook zijn geur doorheen de heilige plaatsen, en ook buiten, zelfs ver rond het heiligdom.

Achter de binnen voorhang was het heilige der heiligen,waar de symbolische dienst van verzoening en middelaarschap gecentraliseerd was, en die de verbindingsschakel was tussen de hemel en de aarde. Hier was de ark, een kist gemaakt uit acaciahout, van binnen en van buiten overladen met goud, met een kroon van goud erop aan het bovengedeelte. Zij diende als bewaarplaats van de stenen tafelen, waarop God zelf de Tien Geboden geschreven had. Daarom werd ze genoemd de ark van Gods testament, of de ark des verbonds, daar de Tien Geboden de basis van het verbond vormden tussen God en Israel. Het deksel van de heilige koffer werd verzoendeksel genoemd. Deze was vervaardigd uit een vol stuk goud, en erboven op stonden de gouden cherubijnen, een langs weerszijde. Een van hun vleugels was naar omhoog gestrekt, terwijl de andere gevouwen was over het lichaam ( Zie Ez. 1 ; 11 ) als teken van eerbied en nederigheid. De stand van de cherubijnen,met hun aangezichten naar elkander gericht, en eerbiedvol neerkijkend naar de ark, stelt de eerbied voor, die het hemelse heir heeft voor de wet van God en hun belangstelling in het

plan van verlossing.

Boven het verzoendeksel was de Shekinah,de veropenbaring van de goddelijke tegenwoordigheid ; en van tussen de cherubijnen maakte God Zijn wil bekend. Goddelijke boodschappen werden somtijds aan de priesters medegedeeld, aan de hogepriester door de stem vanuit de wolk. Somtijds viel een licht op de engelen aan de rechterzijde, om goedkeuring of aanvaarding aan te duiden, of een schaduw of wolk rustte op de linkse engel om afkeuring of verwerping aan te duiden.

De wet van God, ingesloten in de ark, was de grote regel van gerechtigheid en oordeel. De wet sprak de dood uit op de overtreder ; maar boven de wet was het verzoendeksel, waar de tegenwoordigheid van God geopenbaard werd, en van waaruit, door de kracht van de verzoening, vergiffenis werd geschonken aan de berouwvolle zondaar. Aldus wordt in het werk van Christus, gesymboliseerd door de dienst van het heiligdom, " de goedertierenheid en de waarheid zullen elkander ontmoeten,de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen". Ps. 85 : 11.

Geen taal kan de glorie beschrijven van het tafereel, voorgesteld binnen in het heiligdom - de met goud beslagen muren het licht weerkaatsend van de gouden kandelaar,de schitterende kleuren van de rijk gewerkte gordijnen met hun licht gevende engelen, de tafel en het reukofferaltaar, schitterend van goud ; achter het tweede gordijn de heilige ark, met haar mystische engelen, en erboven de Shekinah, de zichtbare openbaring van Jehova's tegenwoordigheid ; dit alles maar een gedempte weergave van de heerlijkheid van de tempel van God in de hemel, het grote centrum van het werk voor de redding van de mens. Ongeveer een half jaar werd ingenomen voor het bouwen van het heiligdom. Als het voltooid was, zag Mozes al het werk na van de bouwers, het vergelijkend met het patroon hem getoond en de richtlijnen die hij van God ontvangen had. " Gelijk als de Heere geboden had, alzoo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen ." Ex. 39 : 43.

Met scherpe belangstelling drong de menigte zich rond het gebouw van het heiligdom. Als zij het schouwspel met eerbiedige voldoening beschouwd hadden dreef de wolkkolom over het heiligdom en, nederdalend,nam zij het in. " En de heerlijkheid des Heeren vervulde den tabernakel". Ex. 40 : 34. De goddelijke majesteit werd geopenbaard, en zelfs Mozes kon voor een tijd niet binnengaan. Met diepe ontroering beschouwde het volk het teken, dat hun werk aanvaard was. Er waren geen luide demonstraties van vreugde. Een plechtige eerbied rustte op allen. Maar de blijheid van hun hart kwam op in tranen van vreugde, en zij mompelden stil, ernstige woorden van dankbaarheid dat God erin toegestemd had van met hen te wonen.

Patr. Pr. 248-49.

Binnen de tweede voorhang was de ark des verbonds geplaatst, en het rijke gordijn was opgetrokken, voor de heilige ark. Dit gordijn reikte niet tot de top van het gebouw. De heerlijkheid van God, die boven het verzoendeksel was, kon gezien worden vanuit de twee afdelingen, maar in mindere mate in het eerste deel van het heiligdom... Als de priester de wierook offerde voor de Heer zag hij op naar het verzoendeksel. Ofschoon hij niet kon zien wist hij dat het daar was, en als de wierook opsteeg gelijk een wolk, daalde de glorie des Heren neder op het verzoendeksel,en vervulde het heilige der heiligen en was zichtbaar in het heilige, en de heerlijkheid vervulde soms zo sterk de beide plaatsen,dat de priester niet in staat was van dienst te doen en verplicht was van aan de deur te staan van het heiligdom.

De priester in het heilige der heiligen, die zijn gebeden in geloof richt naar het verzoendeksel,dat hij niet kon zien, stelt het volk van God voor dat zijn gebeden naar Christus richt die zich bevindt voor het verzoendeksel in het hemelse heiligdom.

Zij kunnen hun Middelaar met het natuurlijke oog niet zien, maar met het oog van het geloof zien zij Christus voor het verzoendeksel en zij richten hun gebeden naar Hem, en met zekerheid roepen zij om de weldaden door Zijn middelaarschap.

Story of Redemption 153.

VERS 17-22.

De ark van het aardse heiligdom was de patroon van de ware ark inde hemel. Daar nevens de hemelse ark, staan levende engelen, elk met een vleugel het verzoendeksel overschaduwend, en zich uitstrekkend naar omhoog, terwijl de andere vleugels zich strekken over hun vorm in teken van eerbied. ST. Maart 1911.

HOOFDSTUK 26.

Zie Patr. and Pr. hoger en Great Contr. hoger.

Lees gans het hoofdstuk 26 voor de beschrijving van het heiligdom.

VERS 31-35.

Dit was een nooit te vergeten Sabbat voor de bedroefde apostelen, en ook voor de priesters en schriftgeleerden en het volk. Bij zonsondergang op de avond van de voorbereidingsdag klinkt de trompet, om de Sabbat in te luiden. Het paasmaal werd genuttigd, zoals het gedurende honderden jaren gedaan werd,terwijl Hij naar wien het verwees door boze handen gedood werd en in Jozefs graf lag. Op de Sabbat waren de hoven van de tempel gevuld met aanbidders. De hogepriester van Golgota was daar, prachtig gekleed in zijn priesterlijke kledei°en. De priesters met witte tulband, vol aktiviteit, vervulden hun plicht. Maar sommigen die aanwezig waren, waren niet gerust als het bloed van stieren en geiten geofferd werd voor de zonden. Ze waren niet bewust dat type antitype ontmoet had, dat een oneindig offer gemaakt geweest was voor de zonden van de wereld. Zij wisten niet dat er geen verder waarde te hechten was in het volbrengen van de rituele dienst. Maar nooit tevoren was deze dienst bijgewoond geweest met zo verdeelde meningen en tegenstrijdige gevoelens. De trompetten en de muzikale instrumenten en de stemmen van de zangers waren zo luid en klaar als gewoonlijk. Maar een vreemd gevoel doordrong alles. De een na de andere stelde zich vragen nopens een zonderlinge gebeurtenis, die plaats gegrepen had. Tot dan toe was het heilige der heiligen streng bewaakt geweest voor binnendringen. Maar nu stond het open voor alle ogen. De zware voorhang, gemaakt van linnen en schoon bewerkt met goud, rood en purper, was doorgescheurd van boven tot beneden. De plaats waar Jehova gemeenschap gehad had met de hogepriesters om Zijn glorie mede te delen, de plaats die Gods heilige audiëntie

175.

kamer geweest was, lag open voor ieders oog, - een plaats, die niet langer door de Heer herkend was. Met duistere voorgevoelens deden de priesters dienst voor het altaar. Het ontbloten van het heilige mysterie van het heilige der heiligen vervulde hen met schrik voor de komende rampen. Velen waren bezig met gedachten ontstaan na het schouwspel van Kalvarie. Vanaf de kruisiging tot de verrijzenis zochten vele slapeloze ogen bestendig in de profetien, sommigen om de volle betekenis te leren van het feest, dat zij dan gecelebreerd hadden, anderen om te vinden dat Jezus niet was, wat Hij beweerde te zijn ; en anderen met droevig hart, zochten naar de bewijzen dat Hij de ware Messias was. Ofschoon zij zochten met verschillende doeleinden voor ogen waren allen overtuigd van dezelfde waarheid, dat de profetie vervuld was in de gebeurtenissen van de laatste weinige dagen, en dat de Gekruisigde de Verlosser van de wereld was. Velen, die dan deelnamen aan de dienst, namen nooit geen deel meer aan de paasofferdienst. Velen zelfs van de priesters waren overtuigd van het ware karakter van Christus. Hun zoeken in de profetien was niet tevergeefs geweest, en na Zijn verrijzenis erkenden zij Hem als de Zoon van God.

Desire of Ages. 775.

Gospel Workers 226.

In het offeren van de wierook, was de priester meer rechtstreeks in de tegenwoordigheid van God gebracht dan in enig andere handeling van de dagelijkse bediening. De wierook, die met de gebeden van de Israelieten opstijgt stelt de verdiensten en het middelaarschap voor van Christus, Zijn volmaakte gerechtigheid, dti door geloof aan Zijn volk medegedeeld wordt, en die alleen de aanbidding van zondige wezens, aanvaardbaar kan maken voor God. Voor het gordijn van het allerheiligste was een altaar van bestendige tussenkomst, voor het heilige, een altaar van bestendige verzoening. Door bloed en door wierook kon God benaderd worden, symbolen die verwijzen naar de grote Middelaar, door Wien de zondaars Jehova kunnen bereiken, en door Wie alleen weldadigheid en redding kan verschaft worden aan de bekerende ziel.

Als de priesters 's morgens en 's avonds de _reilige plaats binnen gingen als de tijd gekomen was voor de wierook te offeren, was het dagelijks offer gereed om geofferd te worden op het altaar in het voorhof. Dit was een tijd van intense belangstelling voor de aanbidders, die vergaderden rond het heiligdom. Vooraleer in de tegenwoordigheid van God te komen door de bediening van de priester, moesten zij overgaan tot een ernstig en diep onderzoek van het hart en tot een belijdenis van zonden. Zij verenigden zich in stil gebed met hun aangezicht gericht naar het heiligdom. Aldus steeg hun smeking met de wolk van wierook, terwijl geloof de hand legde op de verdiensten van de beloofde Redder, voorafgebeeld door het verzoenende offer. De uren gebruikt voor morgen en avondoffer werden aanzien als heilig, en zij werden in acht genomen als de geschikte tijd voor aanbidding voor de ganse Joodse natie. En als in latere tijden de Joden verspreid waren als gevangenen in afgelegen landen, keerden zij steeds op de vastgestelde uren hun aangezicht naar Jerusalem en droegen hun gebeden op aan de God van Israel. Deze gewoonte is een voorbeeld voor de Christenen tot het volbrengen van hun morgen en avondgebeden. Terwijl God een loutere ronde -aan ceremoniën afkeurt, zonder de geest van aanbidding, kijkt Hij met groot genoegen neer op dezen, die Hem beminnen, in de morgen en de avond buigend om vergiffenis te krijgen voor bedreven zonden en om hun bede voor de zegeningen, die zij van doen hebben, te laten opstijgen.

Patr. Pr. 353.

HOOFDSTUK 27.

VERS 20.

Dit moest nu een bestendig offer zijn, opdat het huis van God voldoende mocht voorzien zijn met hetgeen nodig was voor Zijn dienst. Zijn volk nu moet zich herinneren dat het huis van aanbidding de Here toebehoort en dat er nauwkeurig moet voor gezorgd worden. Maar de fondsen voor dit werk mogen niet voortkomen van de tienden.

Gospel Workers 226.

HOOFDSTUK 28.

VERS 1.

De zonde,die zo verschrikkelijke gevolgen had voor Uzzia,was de zonde van verwaandheid. Door een duidelijk bevel van God te overtreden, dat niemand buiten de zonen van A..ron zou dienst doen als priester, ging de koning het heiligdom binnen " om wierook te branden op het altaar ". Azaria, de hogepriester en zijn gezellen protesteerden en pleitten opdat hij van zijn doel zou afzien. " Gij hebt overtreden en het zal u niet tot eere zijn van den Heere God". Kron. 26 : 18.

Uzzia was met toorn vervuld dat hij, de koning, aldus berispt werd. Maar het was hem niet toegelaten om het heiligdom te profaniseren tegen het eensgezind protest van dezen, die gezag hadden. Terwijl hij daar stond, in toornige opstandigheid werd hij plotseling geslagen met een goddelijk oordeel. De melaatsheid verscheen op zijn voorhoofd. Ontsteld vluchtte hij, om nooit meer in de tempelhoven te verschijnen. Tot op de dag dat hij stierf, enige 'jaren later, bleef Uzzia melaats - een levend voorbeeld van de dwaasheid van af te wijken van een vol " Zo zegt de Heer ". Noch zijne verheven positie noch zijn lang leven van dienst kon pleiten als een verontschuldiging voor de zonde van verwaandheid waarmede hij de laatste jaren van zijn regering verwarde, en waarmede hij het oordeel van de hemel op hem bracht.

Prophets and Kings.304.

VERS 1-43.

God zonderde de stam van Levi af voor de dienst in het heiligdom. In de vroegste tijden was iedere man de priester van zijn huisgezin. In de dagen van Abraham werd het priesterschap aanzien als het geboorterecht van de oudste zoon. Nu, inplaats van de eerstgeborenenen van gans Israel, aanvaardde de Heer de stam van Levi voor het werk van het heiligdom. Door deze voortreffelijke eer, openbaarde Hij Zijn goedkeuring voor hun getrouwheid, zowel door het feit dat zij zich hielden aan Zijn dienst als door het uitvoeren van Zijn oordelen, als Israel afvallig was door het aanbidden van het gouden kalf. Het priesterschap echter, was beperkt tot de familie van Aaron. A~ron en zijn zonen werden alleen toegelaten om te bedienen voor de Heer ; de

kamer geweest was, lag open voor ieders oog, - een plaats, die niet langer door de Heer herkend was. Met duistere voorgevoelens deden de priesters dienst voor het altaar. Het ontbloten van het heilige mysterie van

het heilige der heiligen vervulde hen met schrik voor de komende rampen. Velen waren bezig met gedachten ontstaan na het schouwspel van Kalvarie. Vanaf de kruisiging tot de verrijzenis zochten vele slapeloze ogen bestendig in de profetien, sommigen om de volle betekenis te leren van het feest, dat zij dan gecelebreerd

hadden, anderen om te vinden dat Jezus niet was, wat Hij beweerde te zijn ; en anderen met droevig hart, zochten naar de bewijzen dat Hij de ware Messias was. Ofschoon zij zochten met verschillende doeleinden

voor ogen waren allen overtuigd van dezelfde waarheid, dat de profetie vervuld was in de gebeurtenissen van de laatste weinige dagen, en dat de Gekruisigde de Verlosser van de wereld was. Velen, die dan deelnamen aan de dienst, namen nooit geen deel meer aan de paasofferdienst. Velen zelfs van de priesters waren overtuigd van het ware karakter van Christus. Hun zoeken in de profetien was niet tevergeefs geweest, en na Zijn verrijzenis erkenden zij Hem als de Zoon van God.

Desire of Ages. 775.

Gospel Workers 226.

In het offeren van de wierook, was de priester meer rechtstreeks in de tegenwoordigheid van God gebracht dan

in enig andere handeling van de dagelijkse bediening. De wierook, die met de gebeden van de Israelieten opstijgt stelt de verdiensten en het middelaarschap voor van Christus, Zijn volmaakte gerechtigheid, dzd door geloof aan Zijn volk medegedeeld wordt, en die alleen de aanbidding van zondige wezens, aanvaardbaar kan maken voor God. Voor het gordijn van het allerheiligste was een altaar van bestendige tussenkomst, voor het heilige, een altaar van bestendige verzoening. Door bloed en door wierook kon God benaderd worden, symbolen die verwijzen naar de grote Middelaar, door Wien de zondaars Jehova kunnen bereiken, en door Wie alleen

weldadigheid en redding kan verschaft worden aan de bekerende ziel.

Als de priesters 's morgens en 's avonds de heilige plaats binnen gingen als de tijd gekomen was voor de wierook te offeren, was het dagelijks offer gereed om geofferd te worden op het altaar in het voorhof. Di was een tijd van intense belangstelling voor de aanbidders, die vergaderden rond het heiligdom. Vooraleer in de tegenwoordigheid van God te komen door de bediening van de priester, moesten zij overgaan tot een ernstig

en diep onderzoek van het hart en tot een belijdenis van zonden. Zij verenigden zich in stil gebed met hun aangezicht gericht naar het heiligdom. Aldus steeg hun smeking met de wolk van wierook, terwijl geloof de

hand legde op de verdiensten van de beloofde Redder, voorafgebeeld door het verzoenende offer. De uren gebruikt voor morgen en avondoffer werden aanzien als heilig, en zij werden in acht genomen als de geschikte tijd voor aanbidding voor de ganse Joodse natie. En als in latere tijden de Joden verspreid waren als

gevangenen in afgelegen landen, keerden zij steeds op de vastgestelde uren hun aangezicht naar Jerusalem en droegen hun gebeden op aan de God van Israel. Deze gewoonte is een voorbeeld voor de Christenen tot het

volbrengen van hun morgen en avondgebeden. Terwijl God een loutere ronde aan ceremoniën afkeurt, zonder de geest van aanbidding, kijkt Hij met groot genoegen neer op dezen, die Hem beminnen, in de morgen en de avond buigend om vergiffenis te krijgen voor bedreven zonden en om hun bede voor de zegeningen, die zij van doen hebben, te laten opstijgen.

Patr. Pr. 353.

HOOFDSTUK 27.

VERS 20.

Dit moest nu een bestendig offer zijn, opdat het huis van God voldoende mocht voorzien zijn met hetgeen nodig was voor Zijn dienst. Zijn volk nu moet zich herinneren dat het huis van aanbidding de Here toebehoort

en dat er nauwkeurig moet voor gezorgd worden. Maar de fondsen voor dit werk mogen niet voortkomen van de tienden.

Gospel Workers 226.

HOOFDSTUK 28.

VERS 1.

De zonde,die zo verschrikkelijke gevolgen had voor Uzzia,was de zonde van verwaandheid. Door een duidelijk

bevel van God te overtreden,dat niemand buiten de zonen van Aaron zou dienst doen als priester, ging de koning het heiligdom binnen " om wierook te branden op het altaar ". Azaria, de hogepriester en zijn gezellen protesteerden en pleitten opdat hij van zijn doel zou afzien. " Gij hebt overtreden en het zal u niet tot eere zijn van den Heere God". Kron. 26 : 18.

Uzzia was met toorn vervuld dat hij, de koning, aldus berispt werd. Maar het was hem niet toegelaten om het heiligdom te profaniseren tegen het eensgezind protest van dezen,die gezag hadden. Terwijl hij daar stond,

in toornige opstandigheid werd hij plotseling geslagen met een goddelijk oordeel. De melaatsheid verscheen op zijn voorhoofd. Ontsteld vluchtte hij, om nooit meer in de tempelhoven te verschijnen. Tot op de dag dat

hij stierf, enige jaren later, bleef Uzzia melaats - een levend voorbeeld van de dwaasheid van af te wijken van een vol " Zo zegt de Heer ". Noch zijne verheven positie noch zijn lang leven van dienst kon pleiten als een

verontschuldiging voor de zonde van verwaandheid waarmede hij de laatste jaren van zijn regering verwarde, en waarmede hij het oordeel van de hemel op hem bracht. Prophets and Kings.304.

VERS 1-43.

God zonderde de stam van Levi af voor de dienst in het heiligdom. In de vroegste tijden was iedere man de

priester van zijn huisgezin. In de dagen van Abraham werd het priesterschap aanzien als het geboorterecht van de oudste zoon. Nu, inplaats van de eerstgeborenenen van gans Israel,aanvaardde de Heer de stam van

Levi voor het werk van het heiligdom. Door deze voortreffelijke eer, openbaarde Hij Zijn goedkeuring voor hun getrouwheid, zowel door het feit dat zij zich hielden aan Zijn dienst als door het uitvoeren van Zijn oor

delen, als Israel afvallig was door het aanbidden van het gouden kalf. Het priesterschap echter, was beperkt tot de familie van A~ron. A3ron en zijn zonen werden alleen toegelaten om te bedienen voor de Heer ; de

overigen van de stam werden aangesteld voor het onderhoud van het heiligdom en toebehoren. Zij moeten de priesters in hun bediening bijstaan,maar zij moeten niet offeren,noch wierook branden, of de heilige dingen zien totdat zij bedekt waren.

In overeenkomst met hun dienst was een speciale kleding voorzien voor de priester.

" Gij zult uwen broeder A9.ron heilige kleederen maken, tot heerlijkheid en tot sieraad ", was de goddelijke richtlijn aan Mozes gegeven. Het kleed van de gewone priester was uit fijn wit linnen, en uit één stuk geweven. Het reikte ongeveer tot de voeten en werd vastgehouden aan de lenden door een witte linnen gordel bewerkt met blauw, purper en rood. Een linnen tulband of mijter, voltooide zijn uitwendige klederdracht. Mozes moest aan het brandende braambos zijn schoenen uit doen, want de grond waarop hij stond was heilig. Zo mochten ook de priesters het heiligdom niet binnengaan met schoenen aan hun voeten. Stofdeeltjes eraan klevend konden de heilige plaats verontreinigen. Zij moesten hun schoenen in het voorhof laten voor zij het heiligdom binnen gingen, en zij moesten handen en voeten wassen vooraleer zij dienst deden in het heiligdom of aan het brandofferaltaar. Aldus werd bestendig de les geleerd, dat alle verontreiniging moest weggenomen worden van dezen,die in de nabijheid van God wilden komen.

De klederen van de hogepriester bestonden uit kostelijk materiaal en mooi handwerk, aangepast aan hun verhevene rang. In aanvulling van het linnen kleed van de gewone priester, droeg hij een kleed van blauw, ook uit één stuk.geweven. Aan de zoom was het versierd met gouden belletjes, en granaatappelen in blauw, purper en rood. Aan de buitenkant ervan was de Efod, een korter kledingstuk van goud, blauw, purper, rood en wit. Het werd samengenomen door een gordel van dezelfde kleuren, mooi bewerkt. De Efod was zonder mouwen, en op zijn met goud geborduurde schouderstuk waren twee onyxstenen geplaatst, die de namen droegen van de twaalfstammen Israels.

Over de Efod was de borstplaat, het meest geheiligde kledingstuk van de priester. Deze was van dezelfde materie als de efod. Zij was in de vorm van een vierkant, een span metend, en hing van de schouders af met een koord in het blauw aan gouden ringen. De boord bestond uit een reeks van verschillende edelstenen, dezelfde die de twaalf fundamenten vormen van de Stad van God. Langs de binnenkant van de boord bevonden zich twaalf stenen ingezet in goud, geschikt in rijen van vier, en gelijk deze in de schouderstukken, ingegrift met de namen van de stammen. De Heer wilde dat " Alzo zal A~ron de namen der zonen Israels dragen aan den borstlap des gerichts, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des Heeren geduriglijk ". Ex. 28 : 29 .

Alzo draagt Christus, de grote Hogepriester, met Zijn bloed pleitend voor de Vader ten behoeve van de zondaars, op Zijn hart de naam van iedere berouwende gelovige ziel. De Psalmist zegt : " Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de Heere denkt aan mij."

Ps. 40 : 18.

Rechts en links van de borstplaat waren twee grotere stenen, meer schitterend. Deze noemden de Urim en de Thumim. Door hen werd de wil van God gekend bij middel van de Hogepriester. Als er vragen om op te lossen voor de Heer gelegd werden,was er een lichtkring rond de kostbare steen rechts, als teken van goddelijke goedkeuring en toestemming, terwijl een wolk de steen links overschaduwde als een bewijs van afkeuring of ontkenning.

De mijter van de hogepriester bestond uit een witte linnen tulband ; er aan vastgehecht met een snoer in het blauw, was er een gouden plaat, die liet opschrift droeg :" De Heiligheid des Heeren ".Alles wat verbonden was met de kleding en gedragingen van de hogepriester moest aldus zijn, dat het de beschouwer beíhdrukte met een zin voor heiligheid, de heiligheid van Zijn aanbidding en de reinheid die gevergd wordt van dezen, die in Zijn tegenwoordigheid komen.

Patr. Prophets 350-51.

De afgoderij van de klederdracht is een morele ziekte. Ze mag niet medegenomen worden in het nieuwe leven. In de meeste gevallen zal de onderwerping aan het evangelie, een besliste verandering vergen in de klederdracht. Er mag geen zorgeloosheid zijn in de klederdracht. Wij zullen voor de zaak van Christus, het beste maken van onze verschijning. In de dienst van het heiligdom detailleerde God alles wat betreft de kleding van dezen, die voor Hem dienst zouden doen. Aldus weten wij dat Hij een voorkeur heeft voor wat de klederdracht betreft van dezen, die Hem dienen. De richtlijnen wat betreft de klederen van Aaron waren zeer specifiek, want zijn klederen waren symbolisch. Zo moet ook de dracht van Zijn volgelingen zijn. In alles moeten wij vertegenwoordigers zijn van Hem. Ons verschijnen moet in alle opzichten gekenmerkt zijn door netheid, bescheidenheid en reinheid. Maar het woord van God geeft geen toelating van de klederen te veranderen louter omreden van de mode, opdat wij er zouden uitzien gelijk de mensen van de wereld. Een christen moet zijn persoon niet versieren met kostelijke tooi of versiering.

De woorden van de Schrift in verband met de klederdracht moeten zorgvuldig in acht genomen worden. Wij moeten begrijpen hetgeen de Heer van de hemel waardeert, zelfs in het kleden van ons lichaam. Allen die het ernstig menen als zij de genade van Christus zoeken, zullen de kostbare woorden van onderricht in acht nemen geinspireerd door God. Zelfs de stijl van onze kleding zal de waarheid van het evangelie uitdrukken. Messages to Young people. 358.

Er worden kerken gebouwd op verschillende plaatsen, maar zij moeten niet allen in dezelfde stijl gebouwd worden. Verschillende stijlen in het bouwen mogen aangepast zijn aan de streken waar zij opgericht worden. Op de borstplaat van de hogepriester waren er verschillende stenen, maar iedere steen had een speciaal licht die bijdroeg tot de schoonheid van het geheel. Iedere steen had zijn eigen betekenis, een belangrijke boodschap dragend van God. Er waren er veel, maar er was maar één borstplaat. Zo zijn er verschillende geesten, maar slechts een Geest. In de kerk zijn er verschillende leden, ieder heeft zijn eigen karakter, maar zij vormen een familie.

Evangelisme 379-80.

VERS 29.

Gelijk Atl,ron, die Christus symboliseerde, droeg onze Heiland de namen van Zijn volk op Zijn hart in de heilige plaats. Onze grote Hogepriester herinnert zich al de woorden, waarmede Hij ons bemoedigd heeft om te vertrouwen. Hij is Zijn verbond altijd indachtig.

Christ Object Lessons. 148. 177.

Welk een mooie en veelzeggende afbeelding is dit van de onveranderlijke liefde van Christus voor Zijn kerk. Onze grote Hogepriester, van wien A9ron een voorafbeelding was, draagt Zijn volk op Zijn hart. En moeten Zijn aardse bedienaars Zijn liefde en sympathie en bezorgdheid niet dragen ? Gospel Workers 34.

VERS 33, 34.

Ik werd opgenomen in visioen in het heilige der heiligen, waar ik Jezus zag die nog steeds tussenkwam voor Israel. Aan de boord van zijn kleed was eenbel en een granaatappel.

Eerste Geschriften 36.

De hogepriester ging alleen binnen in het heilige der heiligen, altijd met beven, terwijl het volk op zijn terugkomst wachtte buiten in plechtig zwijgen. Zij baden diep tot God om Zijn zegeningen. God sprak met de hogepriester voor het verzoendeksel. Als de hogepriester langer in het heilige der heiligen verbleef, was het volk soms bevreesd, schrik hebbend, dat wegens hun zonden of wegens een zonde van de priesters, de heerlijkheid des Heren hem gedood had. Maar als zij het geluid van het gerinkel van de belletjes hoorden die op zijn kleed vast gemaakt waren,waren zij zeer opgelucht.

4. Spir. Gifts a - 10.

VERS 36

De mijter geplaatst op het hoofd van Josua was dezelfde, die gedragen werd door de priesters en droeg het opschrift : " De Heiligheid des Heeren ",betekenend dat,niettegenstaande zijn vroegere overtredingen,hij nu de hoedanigheid bezat van bedienaar te zijn voor God in Zijn heiligdom. 5 Test. Church 469.

VERS 40-43.

De belofte is gedaan geweest dat het huis van A9,ron voor altijd voor de Heer zou wandelen ; maar deze belofte is gedaan geweest op voorwaarde dat zij zich zouden toewijden aan het werk van het heiligdom met oprechtheid van hart, en dat zij God zouden eren in al hun wegen, zichzelf niet dienend noch hun eigen perverse neigingen volgend.

Patr. Pr. 579.

HOOFDSTUK 29.

VERS 35.

Nadat het heiligdom gewijd was,werden de priesters ingezegend voor hun heilige dienst. Deze plechtigheid nam zeven dagen in beslag, ieder gekenmerkt door speciale ceremonieën. De achtste dag werden ze in dienst genomen. Bijgestaan door zijn zonen offerde A~ron de offers die God vroeg, en hij hief zijn handen op en zegende het volk.

Patr. Pr. 359.

HOOFDSTUK 30.

VERS 9.

Als de bedienaars en de onderrichters, gedrukt onder de last van financiële verantwoordelijkheid, op de predikstoel komen of in de plaats voor onderricht met een vermoeid brein en overladen zenuwen, wat kan er anders verwacht worden dan dat er vreemd vuur zal gebruikt worden inplaats van het heilige vuur van Gods aansteking ? De gespannen en verscheurde inspanningen misnoegt de toehoorders en schaadt de spreker. Hij heeft geen tijd gehad om de Heer te zoeken, geen tijd om in geloof de zalving van de Heilige Geest te vragen.

4 Test. Church. 250.

VERS 12-16.

Aan iedere Jood werd gevraagd om jaarlijks een halve sikkel te betalen voor " de verzoening zijner ziel "; en het geld aldus bijeen verzameld, werd gebruikt voor het onderhoud van de tempel. Desire of Ages. 155.

VERS 19-21.

De priesters die dienst deden in heilige zaken, moesten hun voeten en hun handen wassen voor zij het tabernakel binnen gingen e,n de tegenwoordigheid van God om lastig te vallen voor Israel, opdat zij het heiligdom niet zouden ontheiligen. Moesten de priesters binnengegaan zijn met hun mond bevuild met tabak, dan zouden zij het lot ondergaan hebben van Nadab en Abihu. En toch zijn er belijdende christenen die buigen voor God in familie om te bidden met hun mond bevuild met de vuiligheid van tabak... ( voor geschiedenis van Nadab en Abihu zie verder ).

Leviticus. 10 : 1-11.

Counsels on Health. 81-82.

HOOFDSTUK 31.

VERS 1-6.

Welk een bedrijvige school was dat in de woestijn, met als onderrichters Christus en de heilige engelen ! Gans het volk moest medewerken in de voorbereiding van het heiligdom en zijn benodigdheden. Er was werk voor de geest en voor de hand. Er was een grote verscheidenheid van materiaal nodig, en allen werden uitgenodigd om mede te werken als hun eigen hart er hen toe aanzette.

Aldus in arbeid en in het geven werden zij getoond hoe mede te werken met God en met elkander. En zij moesten ook medewerken met de voorbereiding van het geestelijk gebouw - Gods tempel in de ziel. Education 36-37.

God deelt Zijn giften uit zoals het Hem belieft. Hij geeft de ene gave aan de een en een andere aan een ander, maar voor het welzijn van gans het lichaam. Het is Gods bevel dat sommigen van dienst zullen zijn in een lijn van werk, en anderen in een andere lijn - allen werkzaam onder dezelfde Geest. Het herkennen van dit

plan zal een beveiliging zij ntegen naijver, trots of verachting van elkander. Het zal de eenheid en de wederzijdse liefde versterken.

Counsels to Par. ad Teach. 314-15.

God begeert dat Zijn arbeiders in ieder opzicht naar Hem opzien als de Gever van alles wat zij bezitten.

Alle goede uitvindingen en voortgang hebben hun oorsprong in Hem, die wonderbaar is in raad en uitnemend in werking. De handige toets van de hand van de geneesheer, zijn macht over zenuw en spier, zijn kennis van het delikaat organisme van het lichaam, is de wijsheid van de goddelijke macht,die moet gebruikt worden ten voordele van de lijdende. De kundigheid waarmede de schrijnwerker de hamer gebruikt, de kracht waarmede de smid de aambeeld ring maakt, komt van God. Hij heeft de mens met talenten bedeeld, en Hij verwacht van hen dat zij naar Hem opzien om raad. Wat wij ook doen, in welk een afdeling wij geplaatst zijn om te werken, Hij begeert onze geest te controleren opdat wij volmaakt werk kunnen verrichten.

Religie en werkzaamheid zijn geen twee afzonderlijke dingen ; zij zijn één. De bijbel religie moet geweven zijn in alles wat wij zeggen, of doen. Goddelijke en menselijke middels moeten gecombineerd worden in tijdelijke zowel als in geestelijke prestaties. Zij moeten verenigd zijn in alle menselijke bezigheden, in mechanische en landbouwwerken, in handel en in wetenschappelijke ondernemingen. Er moet samenwerking zijn in alles, wat christelijke aktiviteit inhoudt.

God heeft de princiepen verkondigd,waardoor alleen deze samenwerking mogelijk is. Zijn heerlijkheid moet de beweegreden zijn van allen die met Hem mede-arbeiders zijn. Al ons werk moet gedaan worden uit liefde voor God en in overeenstemming met Zijn wil.

Het is even belangrijk van de wil van God te doen als wij een gebouw oprichten of als wij deelnemen aan een religieuse vergadering. En als de arbeiders de juiste princiepen ingevoerd hebben in hun eigen karakter vorming, dan zullen zij in het oprichten van gelijk welk gebouw groeien in genade en kennis. Maar de Heer zal de grootste talenten of de uitmuntendste dienst niet aanvaarden,tenzij het eigen ik op het altaar gelegd is als een levend verterend offer. De wortel moet heilig zijn, anders kan er geen vrucht aanvaardbaar zijn voor God.

Christ Object lessons. 349-50.

Als het licht van de hemelse waarheid en de liefde in hen is, dan kan het niet anders of uitschijnen. De manier waarop zij zaken leiden zal de werking van goddelijke princiepen openbaar maken. Van onze arbeiders, beroepslieden, gelijk van iemand van ouds zal het kunnen gezegd worden : " Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid en met verstand en met wetenschap, namelijk in alle handwerk." Ex. 31 : 3.

Test. Church. 161,162. Vol. 7.

Onze werkers zouden moeten hun vindingrijkheid leggen in de bereiding van gezonde voeding. Niemand moet zijn neus steken in de geheimen van Dr. Kellog, maar allen zouden moeten begrijpen dat de Heer vele geesten onderwijst op verschillende plaatsen om gezonde voeding te bereiden. Er zijn veel produkten die, indien zij

op de juiste wijze gebruikt worden, dat een zegen zal zijn voor hen, die het zich niet kunnen veroorloven van de kostelijke en speciaal bereidde voeding aan te schaffen. Hij die in het bouwen van het heiligdom kundigheid gaf en begrip in alle soort van kunstig werk, zal handigheid en begrijpen schenken aan Zijn volk in het combineren van natuurlijke voedingsprodukten, aldus aantonend hoe zij een gezond dieet kunnen verzekeren. De kennis in het bereiden van gezonde voeding is Gods eigendom en is medegedeeld geweest aan mensen opdat zij het zouden kunnen mededelen aan hun naaste. Als ik dat zeg verwijs ik niet naar speciale bereidingen die aan Dr. Kellog en anderen lange studie gevraagd hebben om te perfektioneren. Ik denk vooral op de eenvoudige bereidingen, die eenieder kan klaar maken voor zichzelf, instrukties die gegeven moeten worden vrijelijk aan dezen, die begeren gezond te leven, en speciaal aan de armen.

Het is de bedoeling van de Heer, dat overal mannen en vrouwen aangemoedigd zullen worden om hun talenten te ontwikkelen in het bereiden van gezonde voeding uit de natuurlijke produkten van hun eigen streek. Als zij naar God opzien, hun handigheid en vindingrijkheid gebruikend onder de leiding van de Heilige Geest, zullen zij leren hoe zij natuurlijke produkten tot gezonde voeding kunnen bereiden. Zo kunnen zij de armen leren

hoe zij voeding kunnen aanschaffen die de plaats kan innemen van vleesvoeding. Zij, die aldus geholpen worden kunnen op hun beurt anderen helpen. Een zulkdanig werk zal gedaan worden met toegewijde ijver en inspanning. Was het reeds vooraf gedaan geweest, zou er nu veel meer volk zijn in de waarheid en veel meer die instrukties zouden kunnen geven. Laat ons leren wat onze plicht is, en hem dan doen. Wij moeten niet afhankelijk zijn en hulpeloos, op anderen wachtend om het werk te doen, dat God ons toevertrouwd heeft. Test. Church. vol. 7 132-33.

VERS 6.

Om het heiligdom te bouwen in de woestijn werden uitgelezen mannen door God uitgekozen met speciale handigheid en wijsheid. Lees Ex. 35 : 30-35 ; 36 : 1.

Hemelse intelligenties werkten samen met werklieden, die God zelf gekozen had. De afstammelingen van deze werklieden erfden in grote mate de talenten geschonken aan hun voorvaders. Een tijd lang bleven deze mannen van Juda en Dan nederig en onzelfzuchtig. Zij vroegen hoger loon voor hun diensten, omdat zij handiger

waren als werkman in de fijne kunsten. In sommige gevallen werd hun vraag toegestaan, maar herhaalde malen vonden zij werk in de omliggende naties. Inplaats van de edele geest van zelfopoffering dat het hart vervulde van hun beroemde voorvaders, gaven zij toe aan een geest van begerigheid en van altijd meer en meer te hebben. Opdat hun eigen begeerten zouden kunnen volbracht worden gebruikten zij de talenten, die zij van God gekregen hadden in de dienst van heidense koningen en schonken hun talenten in het uitvoeren van werken, die een oneer waren voor hun Schepper.

Proph. and Kings. 62.63.

VERS 13-16.

Is Satan erin geslaagd om de heiligheid van deze dag weg te nemen, zo onderscheiden van alle andere dagen ? Hij is erin geslaagd van een andere dag in de plaats te zetten, maar nooit kan hij van deze dag de zegeningen van de Heer wegnemen.

VERS 17.

9 Test.Ch.212. 179.

Wat kan positiever en klaarder zijn dan deze woorden ? En is God veranderd ? Hij zal dezelfde blijven voor gans de eeuwigheid. Maar de mens " heeft vele vonden gezocht ". Pred. 7 : 29. Fund Chr. Ed. 449.

In Gods woord worden ons de gevolgen getoond van het verkondigen van de derde engelenboodschap : Lees Op. 12 : 17.

Een weigering van de geboden Gods te gehoorzamen, en een beslistheid van deze te haten die deze geboden verkondigen, leidt tot de meest besliste oorlog van de kant van de draak,wiens ganse energie gebruikt wordt om het geboden houdende volk van God aan te vallen. " Lees Op. 13 : 16,17.

Het teken of de zegel van God is geopenbaard in het onderhouden van de zevende dag als Sabbat, het gedenkteken van God van schepping. Lees Ex. 31 : 12-13.

Hier wordt de Sabbat duidelijk bepaald als een teken tussen God en Zijn volk.

Het merk van het beest is het tegenovergestelde hiervan - het onderhouden van de eerste dag van de week. Dit merk onderscheidt dezen, die de suprematie van de pauselijke autoriteit erkennen van dezen,die de autoriteit van God erkennen.

8 Test. Chruch. 117.

VERS 12-15.

Worden wij door deze woorden niet uitgestippeld als Gods benoemd volk ? En duiden ons die woorden niet aan, dat zolang de tijd zal overblijven, wij deze heilige, bijzondere onderscheiding moeten liefhebben, die ons toegekend is ? De kinderen van Israel moesten de Sabbat onderhouden doorheen alle generaties " tot een eeuwig verbond ". De Sabbat heeft niets van zijn betekenis verloren. Hij blijft steeds het teken tussen God en Zijn volk, en het zal zo blijven voor altijd.

9 Test. Church. 18.

VERS 17.

Voor de derde maal werd het onderhouden van de Sabbat opgelegd ( hier aan Mozes op de berg ter gelegenheid van de onderrichting van het heiligdom ). Richtlijnen zijn juist gegeven geweest voor het onmiddellijk oprichten van het heiligdom voor de dienst van God ; en nu kon het volk besluiten, gezien het voorwerp, dat zij voor ogen hadden, de heerlijkheid van God was, en ook wegens hun grote nood aan een plaats voor aanbidding, dat zij verrechtvaardigd zouden zijn als zij op de Sabbat aan de bouw van het heiligdom werkten. Om hen van deze dwaling af te houden werd hun de waarschuwing gegeven. Zelfs de heiligheid en de dringendheid van dit speciaal werk voor God mocht hen niet leiden om deze heilige rustdag te schenden. Patr. Proph. 313-14.

VERS 12 - 18.

De Heer roept een volk vanuit de mensen, en heeft hen een groot licht en kennis gegeven nopens Zijn woord. In Ex. 31 : 12-18, bepaalt Hij de relatie, die zij moeten onderhouden tegenover Hem. God heeft ons niet toegelaten van mensen te verheffen, en de gedachten van de studenten te richten naar dezen, die klaarblijkelijk de handtekening niet dragen, die Hij geplaatst heeft op Zijn uitgekozen volk. " Gij zult evenwel mijn sabbaten onderhouden, want dit is een teeken tusschen Mij en tusschen ulieden, bij uwe geslachten ; opdat men wete, dat Ik de Heere ben, die u heiligt". Ex. 31:13.

Deze, die weigeren van stand te houden als Gods uitgekozen volk, geheiligd en heilig gemaakt door het doen van Zijn wood, zijn als wegwijzers, die verwijzen naar de verkeerde richting. Zo zijn ook zij, die de jeugd willen aanmoedigen van als patroon te bestuderen de zogezegde wijze mannen, die niet wijs genoeg geweest zijn van God te kennen en van Zijn geboden te doen.

Counsels to Writers and Editors. 117.

De dagen die wij nu beleven ( 1908 ), die ons oproepen tot bestendige waakzaamheid, zijn tijden waarin Gods volk moet wakker zijn voor het grote werk van het licht van de Sabbatskwestie voor te stellen... Deze laatste waarschuwing aan de bewoners van de aarde moet de mens bewust maken van het belang dat God hecht aan Zijn heilige wet. De waarheid moet zo klaar voorgesteld worden dat geen enkele overtreder, die deze hoort, zich kan vergissen in het onderscheiden van het belang van het gehoorzamen aan het Sabbatsgebod... Er is werk voor allen, opdat de eenvoudige waarheid van Gods Woord bekend moge gemaakt worden. De woorden van de Schriftuur zouden moeten gedrukt en uitgegeven worden, juist zoals zij moeten gelezen worden. Het ware goed dat het negentiende en een groot deel van het twintigste hoofdstuk van Exodus, met vers twaalf tot achttien van het eenendertigste hoofdstuk, gedrukt werden juist zoals ze er staan. Verzamel deze waarheden in kleine boekjes en pamfletten, en laat het woord van God spreken aan het volk... Zeg hen dat gij geen discussie behoeft, want dat gij een volledig " Zo zegt de Heer " hebt, om de zevende dag te houden.

Evangelisme 232.

Welk is het recept voor de genezing van melaatsheid van strijd en onenigheid ? Gehoorzaamheid aan de wetten van God.

God heeft mij geleerd, dat wij niet moeten blijven stilstaan op de geschillen, die de kerk verzwakken. Hij schrijft een remedie voor tegen strijd. Door het heilig houden van Zijn Sabbat moeten wij tonen dat wij Zijn volk zijn. Zijn woord verklaart dat de Sabbat een teken is waardoor het geboden houdende volk van God onderscheiden wordt. Aldus moet Gods volk een kennis van Hem als Schepper bewaren. Deze, die de Sabbat onderhouden zullen een zijn met Hem in de grote strijd, die in de hemel begonnen is tussen Satan en God. Ontrouw aan God betekent twist en strijd tegen de princiepen van Gods wet. 2 Sel/Messages 160.

Satan is een ijverige bijbelstudent. Hij weet dat deze tijd kort is, en hij zoekt van in ieder punt het werk van de Heer op deze wereld na te bootsen. Het is onmogelijk van enig idee te geven van de bevindingen van het volk van God dat zal leven op de aarde, als de hemelse glorie en een herhaling van de vervolgingen van het verleden zullen vermengd worden. Zij zullen wandelen in het licht dat van de troon van God komt. Door middel van de engelen zal er bestendig kontakt zijn tussen de hemel en de aarde. En Satan, omgeven door kwade geesten, en bewerend God te zijn zal mirakelen doen van alle soort, om indien mogelijk, de uitverkorenen te verleiden. Gods volk zal zijn veiligheid niet vinden in het uitwerken van mirakels, want Satan zal de mirakels,die gedaan worden nabootsen. Gods beproefd en getest volk zal zijn macht vinden in het teken,

180.

waarvan sprake is in Ex. 31 : 12-18. Zij moeten stand houden op het levende woord : " er staat geschreven ". Dit is de enige grondslag, waarop zij zeker kunnen staan. Deze, die hun verbond met God verbroken hebben zullen op deze dag zonder hoop zijn en zonder God.

De aanbidders van God zullen speciaal onderscheiden worden door hun in acht nemen van het vierde gebod, gezien dit het teken is van Gods scheppende macht en getuigenis aflegt van Zijn aanspraak op de eerbied van de mens. De bozen zullen zich onderscheiden door hun inspanning om Gods gedenkenis van Schepping naar beneden te halen en van de instelling van Rome te verheffen.

9 Test. Church. 16.

Het inrichten van kerken en gezondheidsinstellingen is slechts een verdere veropenbaring van de liefde van God, en hierin moet gans het volk van God samen werken. Christus vormde Zijn kerk hier beneden met het uitdrukkelijke doel van door de leden de genade van God te tonen. Doorheen gans de wereld moet Zijn volk gedenkenissen oprichten van Zijn Sabbat - het teken tussen Hem en hen, dat Hij het is,die hen heiligt. Zo moeten zij tonen, dat zij teruggekeerd zijn naar hun trouw en dat zij vast staan tegenover de princiepen van Zijn wet.

Counsels on Health.223.

Er zijn grote lessen te leren door allen,die in Christusdienst staan. Het merkteken van de Sabbat moet op Gods geboden houdende volk geplaatst worden. De Sabbat, als hij in de geest van ware gehoorzaamheid onderhouden wordt, zal bewijzen, dat al Gods andere geboden onderhouden worden, " opdat men wete, dat Ik de Heere ben, die u heilig ".

Medical Min. 121.

Ik bid, dat mijn broeders mogen beseffen,dat de derde engelenboodschap veel voor ons betekent en dat het onderhouden van de ware Sabbat een teken moet zijn dat dezen onderscheidt die God dienen uit hen die Hem niet dienen. Laat deze, die in slaap zijn en zwak zijn, wakker worden. Wij zijn geroepen om heilig te zijn,

en wij zouden moeten zorgvuldig vermijden van de indruk te geven dat het van weinig belang is of wij al dan niet de specifieke hoofdtrekken van ons geloof behouden. Op ons rust de plechtige verplichting van meer beslist stand te houden voor waarheid en gerechtigheid dan wij dit gedaan hebben in het verleden. De demarkatielijn tussen dezen, die de geboden van God houden en dezen, die het niet doen, moet met onmiskenbare klaarheid geopenbaard worden. Wij moeten gewetensgetrouw God eren, met ijver alle middelen gebruikend om in verbondstrouw te blijven met Hem, opdat wij Zijn zegeningen mogen óntvangen, die zo nodig zijn voor het volk dat zo streng zal beproefd worden. De indruk geven, dat ons geloof, onze godsdienst geen overheersende macht is in ons leven, is grotelijks God onteren. Aldus keren wij ons af van Zijn geboden, die ons leven uitmaken, ontkennend, dat Hij onze God is en dat wij Zijn volk zijn.

7 Test. Church. 108. 109.

Lees Vers 13.

Niemand zal Zijn gebod ongehoorzaam zijn om de vervolging te ontsnappen. Maar dat allen de woorden van Christus in acht nemen : " wanneer zij u in deze stad vervolgen, vliedt in de andere ". Matt. 10 : 23.

Als het kan vermeden worden, plaats u niet in de macht van mensen, die bewerkt zijn door de geest van de antichrist. Alles wat wij kunnen doen, moet gedaan worden, opdat deze, die willen lijden voor de zaak van de waarheid mogen gered worden van de druk en de wreedheid.

9. Test Church.230.

Wij moeten het " zo zegt de Heer " onderhouden, zelfs als wij door onze gehoorzaamheid grote ongemakken veroorzaken aan dezen die geen respekt hebben voor de Sabbat. Langs de ene kant hebben wij de veronderstelde noodzakelijkheden van de mens en langs de andere Gods geboden. Wat heeft het grootste gewicht voor ons ?

7 Test. Church. 122.

VERS 18.

Ik zag dat het onze plicht is in elk geval van de wetten van ons land te gehoorzamen, tenzij zij in strijd zijn met de hogere wet, die God uitsprak met een hoorbare stem vanop de Sinai,en die nadien met Zijn vinger

op steen gegrift werd en. " Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hunnen harten zal Ik die schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn ". Hebr. 8 : 10. Hij, die de wetten heeft in zijn hart geschreven, zal eerder God gehoorzamen dan mensen, en zal eerder ongehoorzaam zijn aan alle mensen dan af te wijken in het kleinste gebod van God. Gods volk,onderricht door de inspiratie van de waarheid, en geleid door een goed geweten om te leven van ieder woord dat uit de mond van God komt, zal Zijn wet in hun hart geschreven houden als de enige autoriteit, die zij kunnen erkennen of waaraan zij kunnen toegeven om te gehoorzamen. De wijsheid en het gezag van de goddelijke wet gaan boven alles.

Er werd mij getoond, dat Gods volk,die zijn speciale schat zijn, zich niet kan engageren in deze onthutsende oorlog, want het gaat in tegen ider princiep van hun geloof. In het leger kunnen zij de waarheid niet gehoorzamen en terzelvertijd de eisen van de officieren. Er zou dan een bestendige verkrachting zijn van hun geweten. Wereldse mensen zijn bestuurd door wereldse princiepen. Zij kunnen geen andere apprecieren. Wereldse gewoonten en publieke opinies maken de princiepen uit van handelen die hen leiden en die hen er toe brengen van de vorm van juist te doen in de praktijk te brengen. Maar Gods volk kan niet door deze motieven geregeerd worden. De woorden en de geboden van God, in de ziel geschreven, zijn geest en leven, en er is een macht in hen van in onderwerping te brengen en van gehoorzaamheid op te leggen. De tien geboden van Jehova zullen in overeenstemming zijn met iedere goede wet van het land. Maar als de zielen van de regeerders aldus zijn, dat zij met de wetten van God in strijd zijn, is er maar een vraag op te lossen Zullen wij God of de mens gehoorzamen ?

1 Test. Church. 361, 62.

HOOFDSTUK 32.

Hun hulpeloosheid voelend in de afwezigheid van hun leider, keerden zij terug naar hun oud bijgeloof. De

" gemengde menigte " was het eerst geweest om toe te geven aan gemopper en ongeduld, en zij waren de

181.

157.

 
     
<