09 Een welvoorziene tafel

(1870) 2T 487
8.
Ik heb altijd een welvoorziene tafel. Ik pas me niet aan voor visite, of die nu gelovig is of niet. Ik heb me voorgenomen, dat ik nooit voor verrassingen zal komen te staan, wanneer er onverwachts iemand, of zelfs een half dozijn mensen extra op bezoek zou komen. Ik heb genoeg eenvoudig en gezond voedsel klaar om hun honger te stillen en hun organisme te voeden. Als iemand hierna nog meer wil hebben, staat het hun vrij dit elders te halen. Boter of vleesproducten komen bij mij niet op tafel. Taart is daar maar weinig te vinden. Over ‘t algemeen heb ik een grote voorraad fruit, goed brood en groentes. Onze tafel is altijd goed bezet, en iedereen die meeëet is gezond en floreert op dit voedsel. De eetlust van degenen die aanzitten is niet die van een lekkerbek, maar zij eten met smaak van de schatten die onze Schepper ons geeft.
[Voedsel volgens de regels gezoet: geen suiker op tafel – 532]