You are - home - special index - Zondagswet

Vorig jaar werd in het Nederlandse parlement een initiatiefwet behandeld over zondagsarbeid. Daar keek men in het verleden heel anders tegenaan dan tegenwoordig.

Het al of niet werken op zondag was en is nog wel sterk godsdienstig bepaald. In het algemeen kwam het er simpel op neer dat noodzakelijke arbeid op zondag wel mocht worden verricht, niet noodzakelijke niet. Daarvoor werden de zes andere dagen in de week voldoende geacht, maar er waren uitzonderingen.

Watermolens

Het droog houden van het land werd als noodzakelijk gezien; vandaar dat watermolens zonder problemen op zondag mochten malen als dat nodig was. Daar was ook geen speciale toestemming voor nodig. Wat wel mee speelde was de opstelling van het polderbestuur en de molenaar.

Het polderbestuur, bestaande uit vertegenwoordigers van de grondbezitters/boeren, stelde begrijpelijk hoge eisen aan de peilbeheersing. In noodgevallen, met waterbezwaar bij langdurige regenval of na windstilte, moesten de molenaars malen. Wel gold het als gewoonte dat de molenaar de gelegenheid moest hebben om naar de kerk te gaan en als er molenaars waren die om godsdienstige redenen niet wilden malen dan werd daarmee, afhankelijk van het begrip van het polderbestuur, wel rekening gehouden. Afhankelijk van de situatie werd er dan tot zaterdagavond twaalf uur gemalen en werd op zondagavond na twaalven de molen weer ingespannen. Maar in 1767 werd een molenaar van de Vierambachtspolder bij Woubrugge ontslagen omdat hij weigerde op zondag te malen.

Korenmolens

Bij korenmolens kwam het in grote lijnen op hetzelfde neer, maar natuurlijk dan met gebrek aan meel als argument. Wie denkt dat het niet op zondag malen gekoppeld was aan een vorm van streng calvinisme zit er volledig naast. Voor de reformatie was het malen op zondag ook als regel verboden. Zo bepaalde het stadsbestuur van Leiden op 5 november 1485:

‘Item soe en sel voirtan geen molenaer, hij sij meester of knape, malen noch billen noch vaeren (rijden. jsb) uut noch in om coren of meel upten Sonnendagen, op Onzer Liever Vrouwendagen, upten heyligen Jaersdach, upten heyligen Dertienendach, upten Paeschdach, up ons Heren Hemelvaertsdach, upten Pinxterdach, up des heyligen Sacramentsdach, up sinte Jansdach nativitas, up sinte Pieter ende Pouwelsdach, up sinte Victoersdach, noch upten Symon ende Judendach, up Alreheyligendach, up sinte Katrijnendach, noch upten heyligen Kers-dach elc bij der boete van drie ponden goets gelts.’

Het aantal ‘erkende christelijke feestdagen’ lag toen heel wat hoger dan nu en de boete loog er niet om. In Schiedam moest in diezelfde tijd de rechter toestemming aan de molenaar geven om op zondag te malen.

De zondagswet van 1815 bepaalde dat er op zondagen geen openbare arbeid verricht mocht worden, anders dan in geval van noodzakelijkheid en met schriftelijke toestemming van de plaatselijke overheid. Zo haalde omstreeks 1905 de Zundertse molenaar Herreijgers een dergelijke toestemming op het gemeentehuis.

Zo drukte eeuwenlang het christendom zijn stempel op de zondagsarbeid. Pas in de twintigste eeuw komt dit meer en meer onder druk te staan. De genoemde initiatiefwet onderstreept dit alleen maar.

(bron: www.demolenaar.nl)

Website statistiekenj

Website statistieken