Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Disclaimers

FUNDAMENTELE UITGANGSPUNTEN
De algemene basis in de bijbel voor rentmeesterschap vinden wij in Gen. 1:28: en God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruipt Adam moest dus de aarde vervullen en onderwerpen. Gezien de daar op volgende confrontatie met het rijk der duisternis, zien we ook welke betekenis dit onderwerpen heeft gehad. Aangezien God daarin de Opdrachtgever is, heeft Hij ook het recht op de aarde:
Ps. 50:10, Hagg. 2:9, 1 Petr. 4:10.

PAULUS EN RENTMEESTERSCHAP
Paulus schrijft dat hij geroepen is voor de bediening van de verkondiging van het Evangelie aan de heidenen. Het woord voor bediening wat gebruikt wordt bijv. in Efez. 3 is oikonomia, rentmeester. Het duidt op het beheer van een huishouden of van huishoudelijke zaken, het ziet op het beheer van andermans eigendommen, de administratie daarvan en de verdeling daarvan. In het woord oikonomia, herkennen we ook het begrip economie. Oorspronkelijk was een rentmeester een slaaf die het beheer voerde over het huis, het huispersoneel en de bijbehorende eigendommen. In Gen. 43:16 wordt gesproken over de huisbestuurder van Jozef. Luc. 12:42, en 16:204 alsmede Gal. 4:2 laten ons iets zien over rentmeesterschap door slaven. In het NT wordt het beeld van de rentmeester ook gebruikt voor de apostelen, (1 Kor. 4:1), de opzieners (Tit. 1:7), alsmede voor iedere christen(1 Petr. 4:10). Voor Paulus betekende rentmeesterschap veel meer dan alleen maar het beheer van (materiële) bezittingen. Het was vooral het beheer van de openbaring van het geheimenis van het evangelie van genade. In Efez.3:9 komt hij er daarom op terug. Col 1:25 verwijst daar ook naar. De eenzijdige nadruk in onze tijd op rentmeesterschap als het beheer van materiële zaken is hoewel bijbels, toch beperkt en eenzijdig. Vanaf het begin van de schepping heeft God de opdracht gegeven aan de mensen om de aarde te beheren. Maar we moeten goed beseffen dat deze opdracht tot rentmeesterschap primair een geestelijke betekenis heeft en secundair een materiële dimensie vanuit dienstbaarheid.
Voor alles ging het Paulus om het beheer van de verkondiging van het evangelie van Christus. Daarom mogen we bijv. onderzoek doen naar de effectiviteit van de verkondiging. Kijken we nog even wat beter naar rentmeesterschap dan zijn de volgende kenmerken te noemen:
Je wordt rentmeester omdat men vertrouwen in je hebt;
Daardoor ontvang je een bevoegdheid om te handelen;
Je draagt verantwoordelijkheid en bent dus aansprakelijk;
Over je handelen leg je verantwoording af aan je (O)opdrachtgever(s)
Van Paulus is bekend dat hij systematisch werkte, schreef en preekte. Daarnaast was hij toegewijd en efficiënt in zijn aanpak van pastorale zorg. Als ons de financiële zorg voor de gemeente wordt toevertrouwd, dan is het oogmerk dus veel breder dan alleen "de centen". Het gaat om het Koninkrijk van God en mensen, die daardoor geholpen worden.

RENTMEESTERSCHAP EN TIENDE

Wanneer Christus een priester is naar de ordening van Melchisedek, dan is ook het geven van tienden een normaal onderdeel van onze dienst aan Hem. Zowel de dienst van Abraham, als die van Mozes kende de tienden, dus waarom zou het NT dit niet insluiten?

Vatten we dit in enkele principes samen dan kunnen we zeggen:

–Het NT gaat voorbij het begrip van de tienden en vraagt ons vrijwillig onszelf volkomen te geven met heel ons leven, tijd, talenten, bezittingen en financiën;



–Wanneer wij als NT christen onze tienden geven, dan is dat in feite slechts een begin;

–Het is Gods plan dat de bediening van het Evangelie nooit tekort komt en overvloedig kan werken;

–Wanneer wij onbekrompen geven, dan zal God ons onbekrompen vermeerderen in de dingen die we nodig hebben. God heeft de blijmoedige gever lief (2 Cor. 9).



BELANG VAN GELD IN DE BIJBEL:

–In het Evangelie van Mattheus, Markus en Lukas gaat één van de vier verzen over geld of bezit en er is geen zonde waar zoveel tegen gewaarschuwd wordt als het misbruik daarvan. Juist financieel misbruik brengt de gemeente van Christus vaak zo enorm in opspraak;



–In het Nieuwe Testament is het zo dat één van de zes verzen handelt over geld of een relatie daarmee heeft;

–Meer dan de helft van de gelijkenissen van Jezus hebben verwijzingen op de een of andere manier naar geld;

–De eerste zonde, waardoor een ban kwam over Israël toen zij het beloofde land introkken was toen Achan een mantel van Sinear roofde en tweehonderd sikkelen zilver en een staaf goud. Sinear was het beeld van Babel (het beeld van de financiële wereld)

–De eerste discipel die in zonde viel was Judas, die voor een bedrag wat hij nooit gebruiken zou, Jezus verkocht aan het Sanhedrin;

–De eerste zonde toen de gemeente in het Nieuwe Testament ontstond was toen satan Annanias en Safira gebruikte om de heerlijkheid van de gevende gemeente weg te nemen in het boek Handelingen (Zij hadden alles gemeenschappelijk Hand. 2:44)

–De eerste zonde toen de gemeente buiten Jeruzalem kwam, was toen Simon de Tovenaar probeerde voor geld geestelijke gaven te kopen.

–Jacobus waarschuwde als geen ander voor de gevolgen van het verkeerd omgaan met geld en bezit. (zie Jac. 2:13 en 5:15)



SAMENVATTING:

Rentmeesterschap heeft betrekking op onze verantwoordelijkheid voor het aangezicht van God m.b.t. het beheer van:

–geestelijke goederen (gaven / bedieningen / ambten)



–je leven in relatie met medemens en natuur

–persoonlijke gezondheid (geestelijk/fysiek)

–middelen (tijd / bezit= vermogen en inkomsten/talenten)