U bevindt zich hier: Nederlands



Samenwonen, beloof iets beters!

Hoofdstuk 1

INLEIDING

Samenwonen is een verschijnsel van alle tijden. Het heette anders: in concubinaat leven (netjes) of hokken (wat platvloerser). Eeuwenlang was dit een randverschijnsel wat met meer of minder succes werd bestreden, maar nooit serieus de vaste plek van huwelijk en gezin bedreigde. Dat is de laatste 40 jaar anders geworden. Het is doorgedrongen tot in alle segmenten van de samenleving en ook tot alle kerken, ook onze gemeente.

Het vormt een serieuze dreiging voor het geestelijke en relationele welzijn van de gemeenteleden. Niet het minst omdat het 'in' is. Het heeft het tij mee. Het wordt door de overheid niet ontmoedigd, eerder omgekeerd. Het past in onze tijd van open en bloot, van individualisme en verzet tegen gebondenheid.

In diverse kerken is over dit probleem nagedacht. Dat willen we ook binnen onze gemeente doen. Hierbij een aanzet. Het materiaal in deze brochure is een samenvatting van de Bijbelse gegevens ten aanzien van huwelijk en seksualiteit. Het is toch erg belangrijk om ons daardoor te laten leiden!

Zeker wanneer je jong bent, is het van belang om na te denken over de vragen: hoe wil God dat ik een relatie vorm geef? en: hoe voltrekt zich de kerkelijke bevestiging van het huwelijk? En natuurlijk gaat het er ook over hoe je op een goede wijze een relatie begint. Immers een goed begin is het halve werk!

Hoofdstuk 2

HET HUWELIJK - TWEE GEBODEN IN GEDING

Bij de vragen rond huwelijk, samenwonen en wat daarmee in verband staat, is het zevende gebod aan de orde. Dat zegt: 'niet echtbreken'. God geeft onderlinge liefde om een jongen en een meisje 'echt' te verbinden door de ijzersterke band van geloof, hoop en liefde. Die band tussen een man en vrouw moet heel bijzonder en heilig geacht worden.

Volgens de uitleg van de Bijbel heeft het zevende gebod verder betrekking op heel je omgang met relaties en seksualiteit (vergelijk zondag 41 van de Catechismus). De Bijbel bindt ons inzake relaties aan het huwelijk - zo zullen we zien. Pas binnen de dijken van het verbond met God mogen de krachten van seksualiteit vrij 'spel' krijgen. En dan kan dat ook!

Gemeenschap hebben voor of buiten het huwelijk komt daarmee in strijd. Het samenwonen heeft veelal het karakter van een voorlopige relatie, waarbinnen je toch als man en vrouw met elkaar leeft. Vaak kom je bij elkaar als uitkomst van een soort groeiproces in je onderlinge - ook lichamelijke - relatie. Je wilt elkaar niet kwijt, je kunt niet langer wachten, je wilt niet langer wachten, enz.

Dat raakt het zevende gebod.

Toch komt het ook voor dat mensen samenwonen of seksuele eenwording beleven, terwijl ze elkaar al trouw hebben beloofd. In eigen ogen zijn ze getrouwd. Maar men vindt dat iets van twee mensen samen, en eventueel van God. Huwelijkssluiting in de kerk of voor de overheid lijkt dan onnodig. Of men ziet een officieel huwelijk als een formaliteit of een feest, waartoe men wel een keer wil komen, zonder dat het bepalend is voor de vraag of je er aan verbonden bent. Dus: dat God het van ons vraagt!

Spelen zulke motieven, dan raakt dit ook het vijfde gebod.

Dat slaat op de verbanden waarin het leven zich volgens Gods bedoeling afspeelt. Van daaruit krijg je zicht op de rol van ouders, een overheid of andere publieke instanties rond de huwelijkssluiting.

Om elke situatie goed te beoordelen mag dit onderscheid in motieven om samen te wonen niet over het hoofd gezien worden.

In het vervolg maken we eerst vanuit de Bijbel duidelijk dat de HERE de volledige éénwording (ook lichamelijk) alleen wil binnen de verbondsrelatie die het huwelijk is (hoofdstuk 3).

Daarna laten we zien dat het huwelijk volgens de Bijbel nooit alleen een zaak is van man en vrouw zelf (hoofdstuk 4).

Hoofdstuk 3

SAMENWONEN IN HET LICHT VAN HET ZEVENDE GEBOD

3.1 De basics

In Gen. 2:24 lees je: "Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn".

Dit is een regel die God geeft voor ons leven als mensen op aarde. Die slaat niet direct op Adam en zijn vrouw, hoewel je bij hen heel duidelijk ziet hoe diep en volledig de eenheid is: de vrouw is zijn eigen vlees en bloed.

Maar bij hen kun je niet spreken van het verlaten van vader of moeder. Wel geldt dat God voor alle huwelijken vanaf dat van Adam en Eva diezelfde diepe eenheid wenst. En ook dat God twee mensen bij elkaar brengt om intensief en totaal hun leven met elkaar te delen.

Dat deze tekst een regel is voor ons leven, zie je ook als Jezus in Mat. 19 hierop teruggrijpt om te zeggen hoe God het wil en welk leven Hij zegent met zijn goedheid!

Duidelijk is dat die eenheid tot stand komt via een overgang: uit het ene levensverband ga je over naar een nieuwe relatie: je vader en moeder verlaten en in plaats daarvan je vrouw aanhangen. Aanhangen is een woord dat spreekt over het vormen van een relatie van liefde en trouw.

Tegelijk zit de seksuele gemeenschap erin opgesloten (één vlees zijn). Die seksuele gemeenschap mag niet apart staan, maar krijgt een plaats in het kader van die hele relatie. Het is ook een soort bekroning van je relatie: dan ben je 'van elkaar', je neemt elkaar 'in bezit'.

In 1 Kor. 6:16 gebruikt Paulus deze tekst om het schadelijke van geslachtsgemeenschap met een hoer aan te wijzen. Die zou je één vlees met haar maken; je zou van haar worden, terwijl je van Christus bent.

Geslachtsgemeenschap staat gelijk met je hechten aan, aanhangen, met als resultaat één vlees zijn, zegt Paulus. Daarom heeft die naar Gods bedoeling alleen een goede plaats binnen een complete relatie waarin je elkaar zo aanhangt dat je een levenseenheid vormt. Die eenheid is er levenslang ('totdat de dood ons scheidt') zoals blijkt uit Christus' aanhaling van deze woorden in Mat. 19:6.

Samenleven in een liefdesrelatie als man en vrouw, ook lichamelijk, behoort volgens Gods instelling in dat kader plaats te vinden: een relatie van liefde en trouw waarin je voor God één weet en waarin je de verantwoordelijkheid wilt dragen om deze eenheid nooit te verbreken.

3.2. Andere teksten

a. In Deut. 22:13-30 geeft Mozes namens God huwelijkswetten.

Ook daaruit blijkt dat lichamelijke gemeenschap volgens Gods bedoeling niet past buiten de huwelijksrelatie. In vs 14 lees je over een vrouw in opspraak brengen wanneer haar man na de huwelijkssluiting ontdekt dat zij niet als maagd het huwelijk is ingegaan. Het kan haar zelfs het leven kosten. Dat maakt duidelijk dat losse contacten binnen relaties die nog niet definitief zijn, tegen Gods orde zijn. Bovendien kan dat kennelijk pas na de officiële huwelijkssluiting blijken: voor die tijd hebben die aanstaande man en vrouw dus nog geen gemeenschap.

In vs 28 en 29 lees je dat lichamelijke gemeenschap voor en/of buiten het huwelijk onmiddellijk tot een huwelijk moet leiden. Losse seksuele contacten passen dus niet bij een huwelijksrelatie. Tegelijk is er geen tussentijd denkbaar, waarin twee mensen die zullen trouwen, toch alvast seksuele omgang hebben. De huwelijkssluiting in zo'n situatie moest direct plaatsvinden.

b. Ruth 4:13: Boaz neemt Ruth eerst tot vrouw en 'komt pas daarna tot haar' (gaat met haar naar bed), terwijl hij al wel eerder de gelegenheid had. Dit is één van de vele voorbeelden waar de bijbel deze volgorde laat zien en ook ons een stuk voorzichtigheid leert. Liefde 'neemt' niet, maar 'geeft' zich (als het verbond van het huwelijk gesloten is).

c. Hooglied 2:7: Wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet, voordat het haar behaagt.

De relatie tussen de jongen en het meisje in het Hooglied, voor elkaar bestemd als bruid en bruidegom, is vol van goede lichamelijkheid. Toch valt juist bij alle vrijmoedigheid op dat er wel verlangen naar de geslachtsgemeenschap klinkt, terwijl die gemeenschap zelf nog niet plaatsvindt. De genoemde woorden laten speels voelen dat het daarvoor nog niet de tijd is. Juist het wachten maakt de liefde sterker! Je leert jezelf beheersen. Later in het huwelijk kun je 'het' ook niet altijd met elkaar doen!

d. Luk. 1:34: Jozef en Maria zijn ondertrouwd, maar hebben geen lichamelijke omgang met elkaar. Ondertrouw stond voor de wet gelijk aan een huwelijk: je kon die situatie al niet meer zomaar verbreken. Het zou dus voor geslachtsgemeenschap nog meer zekerheid bieden dan onze verkerings- en verlovingstijd. Toch komt het pas tot die eenwording in de opinie van Maria (een 'begenadigd meisje', vergelijk Luk. 1: 28) na de officiële huwelijksdag.

e. 1 Kor. 7:9: Paulus ziet maar twee mogelijkheden: of jezelf lichamelijk beheersen, of trouwen. Hij zegt dat je moet trouwen als je je niet kunt beheersen. In heel dit gedeelte (bv. vs 3-5) spreekt hij trouwens over de lichamelijke gemeenschap als iets dat thuishoort in het huwelijk. Ze heeft te maken met de eenheid die er is, waarover je kunt zeggen dat man en vrouw daarbinnen niet zelf over hun lichaam moeten willen beschikken, maar zich juist mogen geven aan de ander. God vindt zonde op dit punt ernstig. Je kunt beter trouwen dan van begeerte te branden, zo lezen we.

f. 1 Tess. 4:4,5: God vraagt dat je juist op weg naar het huwelijk op een positieve manier met je verlangens omgaat, zodat de seksualiteit in je relatie niet de boventoon voert. Ook hier blijkt dat God zonden in dit opzicht niet licht opneemt: God is een wreker van dit alles, zegt Paulus.

3.3. Verbond

De relatie tussen een man en een vrouw moet je zien als een verbond. Al in Gen. 1:27 ontdek je een nauw verband tussen onze relatie met God en de onderlinge band als man en vrouw: 'naar zijn beeld schiep Hij hem (enkelvoud); man en vrouw schiep Hij hen (meervoud)".

De Bijbel vergelijkt het verbond tussen God en Zijn volk (of: Christus en de gemeente) daarom vaak met de huwelijksrelatie tussen man en vrouw.

Voorbeelden: Jeremia 3; Ezechiël 16:(8), 23; Hosea 1 en 2; Efese 5: 22-33; Openbaring 19 etc.

De Bijbel noemt het huwelijk tussen een man en een vrouw ook met zoveel woorden een 'verbond'. Bijvoorbeeld in Maleachi 2:14vv: je huwelijk is een verbond waarvan de HERE getuige is geweest. En in Spr. 2:17 noemt de bijbel de huwelijksrelatie 'een verbond van God'. Dit is een tekst om te onthouden!

In Gods verbond met ons gaat het om een relatie van trouw en liefde. Maar dat kader van een verbond voegt iets wezenlijks toe aan de relatie: namelijk vastheid en onverbreekbare beloften. God legt zich tegenover ons vast in zijn trouw en liefde, en nodigt ons uit in Zijn kracht hetzelfde te doen.

Dat doet Hij niet voor niets. De HERE weet dat wij zondige mensen zijn: wij kunnen moeilijk geloven dat Hij ons liefheeft en trouw blijft. Wij zijn zelf zwak in onze trouw en liefde voor elkaar. In de structuur van het (huwelijks-)verbond komt Hij ons met plechtige beloften tegemoet: Ik ga met jullie twee persoonlijk mee! Zo biedt Hij ons extra zekerheid. Wat een liefdevolle zorg van Hem! Hebr. 6 vergelijkt het met een eed die God aflegt. God - van Zijn kant - maakt Zich sterk voor ons geluk!

Datzelfde geldt in de onderlinge relatie binnen het huwelijk. Een officieel verbond, waarin je je openlijk tegenover elkaar vastlegt en waarbij je je kracht zoekt in God, is geen overbodige luxe. Liefde en trouw en een veilig kader voor je onderlinge eenwording, ook lichamelijk, heb je niet uit jezelf. Die eenheid zoeken en beleven zonder die beschermende structuur van het huwelijksverbond is een overschatting van jezelf en een onderschatting van de zonde in je eigen leven en in je omgeving. Je kunt de hulp en betrokkenheid van de gemeente van God (en de ambtsdragers uit deze gemeente) nog wel eens hard nodig hebben, wanneer je in een grondige 'dip' zit! En daarbij: samen gemeente-zijn ben je niet alleen in de kerk, in kringen, op catechisatie, maar ook op de bijzondere momenten van je privé-leven (geboorte, huwelijk, belijdenis, jubileum, overlijden).

Ook zo kan duidelijk zijn waarom de HERE in de Bijbel de volledige eenwording, waartoe ook de lichamelijke gemeenschap hoort, onlosmakelijk verbindt aan het huwelijk als officieel verbond, waarbij ook de gemeente betrokken is als getuige van de overgang van de ongehuwde 'status' naar de gehuwde 'status'. Na de sluiting van dit verbond voor de Here en Zijn gemeente kan er pas sprake zijn van een echte 'verbinding' van totale eenwording. Pas dan!

3.4. Conclusies

Uit wat tot nog toe vanuit de Bijbel is aangewezen kun je de volgende conclusies trekken:

a. Het huwelijk is meer dan een relatie van liefde en trouw; het is zo'n relatie in de vorm van een verbond. Zo wil God het omdat de relatie van man en vrouw direct samenhangt met Zijn relatie tot ons.

b. Lichamelijke gemeenschap moet ingebed zijn in heel de relatie van liefde en trouw.

Er bestaat een directe samenhang tussen de lichamelijke gemeenschap en de wonderlijke eenheid die God geeft in het huwelijksverbond. Los van die huwelijkseenheid mag lichamelijke eenwording niet plaatsvinden.

c. Allerlei bijbelgegevens bevestigen direct of indirect dat geslachtsgemeenschap buiten of voor het huwelijk tegen Gods wil is.

d. Samenwonen waarbij niet die vaste relatie van liefde en trouw met God als getuige de basis vormt, is zonde tegen het 7e gebod.

e. Geslachtsgemeenschap buiten of voor het huwelijk zonder dat die genoemde vaste relatie bestaat is eveneens zonde tegen het 7e gebod.

Hoofdstuk 4

SAMENWONEN IN HET LICHT VAN HET VIJFDE GEBOD

In het voorgaande hebben we uitgelegd dat een volledige relatie als man en vrouw alleen past binnen het huwelijk. Daarmee is nog niet gezegd wanneer sprake is van een huwelijk.

Sommigen beschouwen hun samenwonen als gelijkwaardig aan het huwelijk. Zij erkennen wat hierboven betoogd is. Zij vinden echter dat ze eraan voldoen: hun relatie van liefde en trouw bedoelt niets anders dan het huwelijk.

Dat raakt het 5e gebod: God zet ons individuele leven in het kader van verbanden. Te denken valt aan ouders en familiekring, de gemeente van Christus, aan maatschappij en overheid.

Juist bij de huwelijkssluiting kun je volgens de Bijbel niet om deze verbanden heen.

4.1. Trouwen in de bijbel

In de tijd van de bijbel kwamen man en vrouw meestal anders tot een huwelijk dan vandaag.

Ouders huwelijkten hun kinderen uit (vergelijk Gen. 21:21; Deut. 7:3; 1 Kor. 7:36-38). Op een gegeven moment volgde de ondertrouw: dan werd de afspraak officieel gemaakt. Men legde wederzijds beloften af. De vader van de bruidegom betaalde de bruidsprijs aan de familie van de bruid (Ex. 22:16,17): een dure handtekening onder een wederzijdse overeenkomst. Dan gold men voor de wet als getrouwd, wat uitkwam in het feit dat verbreking van de relatie alleen via een officiële echtscheiding kon plaatsvinden. Toch leefde men nog niet bij elkaar.

Na enige tijd vond de bruiloft plaats: een feest van meerdere dagen, waarbij de bruid onder getuigen aan de bruidegom werd gegeven door haar familie. Een nieuwe levenseenheid was gevormd! De opvoeding door de ouders was hiermee afgesloten. Deze jongen en dit meisje waren voor elkaar bestemd, en daarmee niet voor anderen (meer) beschikbaar. Daarbij was de gemeenschap van het dorp betrokken. Er werd feest gevierd.

Later, ook in de tijd van het Nieuwe Testament, werden er officiële huwelijkscontracten opgesteld. Alleen zo was het huwelijk wettig.

De vormen kunnen per tijd verschillen. Toch kun je hierin twee principes herkennen:

a. Huwelijkssluiting van de kinderen raakt de ouders en de familie.

Dit sluit aan bij de zin uit Gen. 2:24 dat je om tot een huwelijk te komen je vader en moeder moet verlaten. Bedoeld is openlijk verlaten: van de ene leef- en rechtssfeer ga je over naar de andere. Het raakt het 5e gebod dat oproept om de ouders in hun door God gegeven positie te erkennen: zij moeten je willen loslaten. De vorming van een nieuwe levenseenheid kan in principe niet buiten de eerste leefkring waarbinnen je als mens een plaats ontving om. Niet voor niets zijn ouders vaak getuige bij de huwelijksvoltrekking. Met blijdschap (en verdriet?) zwaaien ze hun kind uit!

b. Huwelijkssluiting raakt de kerkelijke en burgerlijke gemeente. Zoals het ouderlijk huis deel uitmaakt van de gemeenschap van dorp of stad, zo staat ook de nieuwe levenseenheid die een getrouwd stel vormt binnen het geheel van de samenleving. Vandaar dat de overdracht van de bruid onder getuigen moest plaatsvinden. Je valt ermee ook onder de gedragsregels, afspraken en wetten van de samenleving.

Ook dat aspect raakt het 5e gebod: dat betreft in het verlengde van het spreken over de verhouding ouders - kinderen. In het bredere levensverband waarbinnen God je een plaats geeft wordt de overgang tot een 'andere staat van leven' gemarkeerd, vastgelegd en gevierd. Een plechtige gebeurtenis en een dag vol feestelijkheid waarbij vertegenwoordigers van de gemeenschap een rol spelen (predikant, ambtenaar van burgerlijke stand, vrienden en collega's).

Vandaag is de situatie anders, maar die principes zijn nog steeds belangrijk. Ze maken duidelijk dat het aangaan van een huwelijk nooit alleen een zaak van twee individuen onderling mag zijn. Wel is in de loop van de tijd meer ruimte gekomen voor de mens als individu en voor individuele vrijheid en keuzemogelijkheid. Dat is waardevol, maar die ontwikkeling mag niet zover gaan dat de individuele mens de gemeenschapsverbanden niet meer nodig denkt te hebben. Op één of andere manier (dat ligt niet voor alle tijden vast) moet duidelijk worden dat het een officiële verbintenis betreft, die je aangegaan bent ten overstaan van ouders en familiekring, van de samenleving en van de kerkgemeenschap.

4.2. Verbond

Ook uit het eerder genoemde feit dat het huwelijk het karakter van een verbond heeft, blijkt dat je het niet mag losmaken van de gemeenschap om je heen. Een goedbedoelde relatie die je slechts met z'n tweeën aangaat, is nog geen wettig huwelijk, ook al bidt je samen op het moment dat je bij elkaar intrekt.

Een verbond is namelijk altijd publiek: het wordt gesloten onder getuigen. Van de kant van God is dat niet nodig: God is betrouwbaar. Toch moet dit ook zichtbaar gemaakt worden. In Deu. 30: 19 lezen we over zo'n zichtbaar gemaakt verbond. Daar noemt Hij hemel en aarde zelfs getuigen van Zijn verbond.

In Mal. 2:14 zinspeelt de HERE hier ook op, maar dan toegespitst op de huwelijkssluiting. Hij noemt Zichzelf getuige bij ons huwelijksverbond. Een huwelijksverbond kwam tot stand onder getuigen. Eigenlijk, zegt God, dien je achter en via de menselijke getuigen Mij te zien als de grote Getuige op jullie trouwdag. Daarom moet je die publieke beloften serieus nemen.

Daarbij is het vanaf het begin van de Bijbel zo dat God door een ambtsdrager wordt vertegenwoordigd: een oudste uit een gemeenschap, de priester of iemand uit de dorpsraad of gemeenteraad. In de tijd van het Nieuwe Testament is dat de predikant. Hij stelt namens God de vragen aan wie trouwt en hoort namens God hun ja, ik wil -antwoord. De bedoeling hiervan is om de persoonlijke band te 'bekrachtigen', sterker te maken. Je maakt je nog eens sterk voor elkaar in het bijzijn van die je lief zijn en vooral voor God, die er is door het lezen van de Bijbel, het bidden, het vragen om een zegen.

Het is goed dat wat er in je hart zich afspeelt hoorbaar en zichtbaar gemaakt wordt! Dat je je bewust stelt voor Gods heilig aangezicht. Vergelijk dit met het afleggen van een eed in de samenleving. Mensen zijn getuigen, maar door de publieke eed maak je ook God zelf bewust tot getuige. Je ziet het ook bij beloften in de kerk. Die leg je af 'voor God en zijn heilige gemeente'.

Mal. 2:14 zet je ook op het spoor van de bedoeling hiervan. In hoofdstuk 3 hebben we gezegd dat de relatie van man en vrouw een verbond moet zijn, mede in verband met de nodige vastheid die je elkaar belooft. Dat is geen overbodige luxe in het licht van de zonde in je zelf en om je heen. Mal. 2:14 maakt duidelijk dat ook de getuigen daar iets mee te maken hebben. Dat God getuige is, betekent dat Hij aanspoort tot huwelijkstrouw. Dat Hij genade geeft om je relatie te ontplooien tot een bron van vreugde en veiligheid.

Wanneer je huwelijksverbond tot stand komt binnen de gemeenschap, onder officiële getuigen, zit daarin een bewaking van de huwelijkstrouw. Juist in het licht van de zonde is dat onmisbaar. Familie, samenleving en/of gemeente zijn door het publiek karakter van de huwelijkssluiting in zekere zin mee verantwoordelijk voor die relatie. Ze mogen vanuit de positie die ze in je leven hebben aan de bel trekken, je aansporen tot huwelijkstrouw, waar nodig helpen. In heel ons leven mogen we leren om als hele gemeente God te volgen. Daarvoor heb je anderen nodig.

Je huwelijk op eigen houtje aangaan, niet als officiële verbondsrelatie onder getuigen, verraadt een onderschatting van de zonde en een overschatting van jezelf. Dat schreven we boven. Je meent dan kennelijk dat je met z'n tweeën wel sterk genoeg bent om zo'n relatie waar te maken en in te vullen zoals God bedoelt. Wie zichzelf in het licht van de Bijbel kent, moet zeggen: daarbij hebben we God nodig, en God schakelt juist de verbanden om ons heen in: familie, gemeente en maatschappij. We mogen verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Er voor open staan dat een ander naar je toekomt wanneer hij of zij met huwelijksproblemen zit. Dan luisteren, advies geven, desnoods doorverwijzen naar een professional (predikant, huwelijkstherapeut). En dan blijven bidden voor wie naar je toekwam in de verwachting dat God veranderingen geeft.

4.3. Conclusies

a. Samenwonen, ook al beoogt dat een levenslange relatie van trouw en liefde, verwaarloost de functie van de ouders en familie, de samenleving en de kerkgemeenschap. Volgens het vijfde gebod wil God in zijn zorg voor ons zulke verbanden juist gebruiken.

b. Ook doet deze vorm van samenwonen geen recht aan het verbondskarakter van het huwelijk, dat om officiële getuigen van de huwelijksbelofte vraagt.

c. Wie kiezen voor deze vorm van samenwonen, laten zien dat zij de macht van de zonde op een bepaalde manier onderschatten. Ze menen dat ze daar met Gods hulp zonder de gemeenschap om hen heen wel tegen opgewassen zijn.

Hoofdstuk 5

AFSLUITING

We hopen je hiermee een goed overzicht te hebben gegeven van de Bijbelse gegevens ten aanzien van relatievorming. Ons advies als kerkeraad is: praat hier eens goed over door met je ouders, je vrienden en uiteraard als je verkering hebt of straks als je verkering krijgt met je vriend of vriendin.

Als kerkeraad en gemeente willen we graag in gesprek met jullie gaan over deze zaak. Dit omdat wij het heel belangrijk vinden. En jullie hopelijk ook! Ook als je al samenwoont willen we graag uitleggen hoe God wil dat relaties vorm krijgen. Daar gaat het toch om. Van de zegen, kracht en genade van God zijn we afhankelijk.

Daarbij willen we benadrukken hoe belangrijk is het is om een relatie aan te gaan met iemand die ook van harte God liefheeft en die wil doen wat Hij zegt. Dan ga je samen uit van dezelfde basis (Gods genade in de Here Jezus) en maak je keuzes op grond van dezelfde uitgangspunten (zoals neergelegd in de Bijbel).

Het aangaan van een hechte relatie met iemand die niet of anders gelooft dan wij belijden is het inslaan van een moeilijke weg. God wil en kan dat zegenen doordat je partner ook de Here Jezus gaat lief krijgen. Maar er moet wel op tijd duidelijkheid zijn. Wanneer je eenmaal 'in hetzelfde schuitje zit' moet je vaak roeien met de riemen die je hebt.

Bij het aangaan van zulke relaties wil de kerkeraad diepgaand met je in gesprek gaan. Graag willen we je hulp bieden als de ander onderwijs vraagt in het christelijk geloof, of in de leer van de kerk. Die gesprekken zijn niet vrijblijvend. We voelen ons gebonden aan wat de Bijbel zegt. Je kunt van ons verwachten dat we de waarheid zeggen in liefde (zoals bijvoorbeeld in Mat. 18: 15-17 staat). Ook mag je ervan verzekerd zijn dat we voor je bidden.

Soms denken mensen dat de Bijbel op het punt van relatie-vorming weinig nieuws te melden heeft. We hopen met deze brochure duidelijk te maken dat de Bijbel actueel is, dat God actueel is en niets liever wil dan dat we gelukkig zullen leven voor Hem.

drs. E.J. van der Linde