Het gevaar van gemeentemodellen
Als kerken gemeenteopbouwmodellen gebruiken zonder de achterliggende kerkleer te bestuderen, lopen zij het gevaar hun eigen gemeente uit te hollen. De belangstelling voor gemeenteopbouwmodellen groeit.
Steeds meer kerken en gemeenten interesseren zich voor "allerlei praktijkmodellen die het gemeentelijk leven opnieuw vitaliseren en zo mogelijk het missionaire vuur kunnen doen oplaaien'', signaleert dr. René Erwich in het evangelische theologische tijdschrift Soteria. Erwich, baptistenpredikant en directeur van de Evangelische Theologische Hogeschool in Ede, constateert dat modellen als die van Christian Schwarz, Rick Warren en van de Willow Creek-kerk ook vruchtbaar blijken. "Binnen evangelische kring staan ze hoog aangeschreven en ze hebben enorme aantrekkingskracht. Het werk in de gemeenten wordt doelgerichter aangepakt en met meer vreugde werken mensen mee aan de opbouw van de geloofsgemeenschap'', schrijft hij. Door het toepassen van dit soort modellen ontstaan huiskringen en groeigroepen en wordt "op brede schaal nagedacht over de functie en betekenis van de gemeente in de samenleving vanuit een missionair kader'', aldus Erwich. "Veel traditionele gemeenten die vastliepen hebben op deze wijze nieuw perspectief gevonden. De bemoedigende getuigenissen van gemeenten die succesvol gewerkt hebben met de verschillende benaderingen zijn legio.''
Toch maken die ervaringen Erwich niet bij voorbaat ook positief over het gebruik van dit soort modellen. "In toenemende mate valt te constateren dat de greep naar eenvoudig toepasbare modellen snel gedaan wordt en dat het soms een vluchtroute lijkt te worden naar pragmatisme en een 'quick-fit' beleid.''
Ook ziet hij wel gebeuren dat kerken uit allerlei gemeenteopbouwmodellen elementen kiezen "zonder de voorvraag te beantwoorden of deze wel aansluiten bij de context en de situatie van de gemeente of kerk''.
Wat veel gemeenten namelijk achterwege laten als zij besluiten een bepaald model te gaan gebruiken, is de vraag stellen op welke gemeentevisie dat model is gebaseerd, schrijft Erwich. "Praktische programma's worden uitgevoerd zonder de verbinding intern tot stand te laten komen met de visie op de gemeente. Veel (evangelische) gemeenten omarmen de 'Purpose Driven Church' benadering (Doelgerichte Gemeente, een concept van Rick Warren, red.), of kiezen waarden en principes die hieruit voorkomen, maar bezien in onvoldoende mate of dit aansluit bij de identiteit en de context van de gemeente.''
Op lange termijn leidt dit volgens hem onherroepelijk tot "het verdampen van de reflectie tussen theorie en praktijk en wat nog veel ernstiger is, tot een uitholling van het gemeente zijn''. Deze uitholling vindt volgens hem plaats doordat de visie achter het gebruikte kerkmodel niet aansluit bij de visie van de gemeente.
Een deel van het probleem is volgens Erwich "de verminderde belangstelling voor het institutionele''. "De aandacht voor de ecclesiologie (leer over de kerk, red.) is vervangen door de inzet van snel werkende programma's. Hierbij speelt functionaliteit een grote rol als criterium: 'als het werkt is het goed'.''
Bron: Nederlands Dagblad