Israël 144.000
Een van wonderbaarlijke ontdekkingen
tussen wat gebeurde in het oude Israël op zowel een werkelijke en
locale schaal en wat er gaat gebeuren met de Christelijke kerk –
spiritueel Israël – op een wereldwijde schaal op een geestelijke wijze
in de laatste dagen
Let op de volgende overeenkomsten
Oud
Israël
Spiritueel Israël
Jeremia 50:33,34 Vervolgd door
Babylon Opb. 17:6
Daniel 3:13 Gedwongen
tot aanbidden van beelden Opb 13:15
Daniel 4:30 Genoemd
Babylon de grote Opb 17:5
Jer 51:13,14 Babylon
bevind zich boven vele wateren Opb 17:1
Jesaja 44:27,28 Gered door
het laten opdrogen van de Eufraat Opb 16:12
Jeremia 51:6-8 Geroepen uit
Babylon Opb 18:4
Jesaja 45:1 De reder
wordt ook de “gezalfde” genoemd Dan 9:25
Jesaja 41:2,25 Beide
redders komen uit het oosten Mat 24:27
2 Cor 5:20 Wij dien
onze levens te leven als ambassadeurs voor Jezus Christus
1 Johannes 3:22 Als
Christenen houden wij Gods geboden en doen wij de dingen die
goedgunstig zijn in zijn ogen
Hebreeuwen 12:1 Als wij de
Christelijke race rennen, dan leggen wij het gewicht af, wat ons
tegenhoudt.
1 Johannes 5:4 Ons
Christelijk geloof veroverd de wereld
1 Johannes 2:15 Hou niet van
de wereld, noch de dingen die van de wereld zijn”
Christelijke levensstijl
Dingen waar wij naar luisteren:
Marcus 4:24 Jezus zei,
“Neem acht waar je naar luister.”
Spreuken 18:15 De oren van
wijzen zoeken naar kennis
Spreuken 23:12 We worden
opgeroepen om te luisteren wat bijdraagt aan onze wijsheid en kennis
Dingen die wij zien:
Jesaja 33:15,16 Diegene die
naar de hemel gaan zijn diegenen die niet luisteren naar en kijken
naar het bloedvergieten en het kwade
Spreuken 23:26 Onze eigen
moeten kijken naar de wegen van de Heer (in andere woorden, die zaken
die goed zijn voor het lichaam en de ziel)
Ezechiel 20:7 Wij moeten
alles wat ongezond is, afzijdig houden voor onze ogen
Psalm 101:2,3 Wij dienen
in ons huis te wandelen met een perfect hart, door niet kwade
invloeden voor onze dingen te zetten.
Psalm 119:37,38 Wij dingen
weg te keren van nutteloze dingen en in plaats daarvan Gods Woord in
onze harte inwoning laten maken.
2 Corinthiers 3:18 We
veranderen in de dingen die wij aanschouwen.
Filipenzen 4:8 We moeten
denken aan die dingen die goed, eerlijk, juist, puur, liefelijk en
deugd
Dingen die wij horen
Genesis 35:1-3 Wanneer Gods
volk aan Hem is toegewijd, dan zetten ze alle vreemde goden opzij
Genesis 35:4 De gevolgd
was dat Jacobs familie hun juwelen e.d. weg zette
Exodus 33:4-6 Na het
aanbidden van het gouden kalf, riep God op tot een opwekking en vroeg
Hij zijn volk om hun juwelen e.d. af te doen.
Hosea 2:13 Een andere
afvallige vraag die oorringen en juwelen droeg, vergat ze God
Jesaja 3:18-23 Een
bijzonder profetie die een Oudtestamentische vervulling kende, maar
heeft een nog grotere betekenis wanneer Jezus komt. Alle versierselen
en juwelen zoals kettingen, oorringen en ringen die op het lichaam
bevind van diegene die zeggen tot het volk van God te behoren. (Jesaja
4:4 ZION – Gods volk, Jesaja 51:16) zullen hun vernietiging meemaken.
Jesaja 4:2 laat zien dat Gods ware volk in tegenstelling – de vrucht
van de aarde (Gods volk in dezelfde tijd) een excellent en gewoon zijn
(in vergelijking met Jeremia 6:22, de dochter van ZION is een gewone
vrouw).
1 Timoteus 2:9 Ons kledij
dien nederig te zijn zonder geweven goud, parelen en andere voorwerpen
in ons haar.
1 Petrus 3:3,4 Onze
kleding dient gepast te zijn, niet met goud, parels en dergelijke,
maar dient nederig te zijn. Het innerlijke karakter wat belangrijks is
voor God