Iemand zou ze eens
moeten tellen: het aantal keren dat president George W. Bush de woorden
God Bless America uitspreekt. Elke toespraak eindigt ermee. In Bush’
blik wordt dan een tevreden opluchting zichtbaar. Opluchting omdat er weer
een speech of persconferentie voorbij is; Bush is geen
begiftigde spreker
en dat weet hij. Tevreden omdat hij als evangelische
Christen God opnieuw kon vragen om de zegening van zijn land.
Met het geloof is iets geks in Amerika. Een
christen-democratische partij is ondenkbaar, en niet alleen omdat het land
een tweepartijenstelsel kent. De scheiding tussen kerk en staat ligt goed
vast in de heldere
grondwet.
Er is geen ‘openbaar geloof’. De Verenigde Staten
zijn per definitie multi-cultureel én multi-religieus. Overtuiging en geld -niet
één God - spelen een hoofdrol in Washington.
Tegelijkertijd is er geen ontkomen aan de lieve
Heer. Christelijk rechts, voorheen de 'moral majority', speelt een
hoofdrol in de Republikeinse Partij. Ook de katholieke John Kerry gaat ter
kerke en roept geregeld hulp van boven in. Bijna 90 procent aller Amerikanen
noemt zich gelovig, een percentage dat alleen maar stijgt.
En nu heeft het Hooggerechtshof besloten dat het in
orde is om jonge kinderen in de klas God Bless America te laten
zeggen. Elke dag. Een atheďstische vader (ze zijn er) had een
zaak
aangespannen. Deze Michael Newdow uit Californië vond het
absurd dat zijn dochter de
Pledge
of Allegiance moest
uitspreken, een belofte van trouw aan het vaderland under God.
Hij verloor de zaak, maar niet omdat God op school
binnen de grenzen van de Grondwet zou vallen. Het hof omzeilde de politiek
explosieve zaak door Newdow als gescheiden parttime vader het recht op de
aanklacht te ontzeggen. Hij had simpelweg geen zaak.
Er zullen vermoedelijk meer processen komen. Niet
alleen atheďsten en agnosten verzetten zich tegen de kruistocht om God in
het openbare leven te verankeren. Ook veel weldenkende gelovigen zijn het
beu. Ze hebben gelijk. Vrije democratiën zijn per definitie seculier; geloof
is een privé-aangelegeheid. Alles mag, niets hoeft. Dat is als leidraad voor
het Nederlandse gedoogbeleid een ramp gebleken, maar in de scheiding van
kerk en staat is het een waardevolle stelregel.
Gelukkig zijn er gekken als Roy Moore in Alabama,
die de meeste weldenkende Amerikanen doen beseffen dat het wel leuk moet
blijven. Deze rechter had de Tien Geboden, uitgehouwen in een brok graniet,
pontificaal in zijn rechtsgebouw neergezet. Een hoger hof droeg hem op het
gevaarte te verwijderen, Moore weigerde, de zaak kreeg veel aandacht en
hordes zelfbenoemde kruisvaarders trokken zuidwaarts om Roys rock te
verdedigen.
Het gelovige karakter gaat terug naar de eerste
pelgrims, puriteinen die begin
zeventiende eeuw vanuit Europa naar Amerika voeren en die we nu
fundamentalistische protestanten zouden noemen. New Yorkers wijzen er graag
op dat hun stad eerst New Amsterdam heette. Vandaar die vrijheid, tolerantie
en ongelovige wildheid.
Kan zijn, maar Amerika is niet New York. In de rest
van het land vochten de pioniers altijd biddend tegen de Native Americans,
de elementen, wilde beesten en elkaar. De ‘stralende
stad
op de heuvel’, een verwijzing naar de bijbelse Bergrede
die Amerikanen nogal eens gebruiken om hun eigen land en plek in de wereld
te beschrijven, stamt ook uit die tijd. Amerika had een
'manifest destiny'
- een gladheldere, religieus-geďnspireerde lotsbestemming.
Op de begrafenis van Ronald Reagan refereerde elke
spreker eraan. Reagan hield van het beeld en zette de shining city
tegenover het ‘rijk van het kwaad’. Bush is minder expliciet, al tekent ook
hij Amerika als exact tegenbeeld van de ‘as van het kwaad’.
Overigens was Bush eerder dit jaar in goed
gezelschap. De
paus
ontving de Amerikaanse president in het Vaticaan. Bij het
afscheid zei de katholiek herder in soepel Engels: ‘God Bless America.’
Precies, zei Bush’ blik.
Diederik van Hoogstraten