|
|
||
|
|
||
| You are - home - special index - Uniecongres 2002 - Open brief A. de Hamer | ||
|
Open
brief. 17
oktober 2002 De
leden van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten inzonderheid
de afgevaardigden deelnemend aan het Uniecongres 2002 Geachte
zusters, broeders, Recentelijk
werd ik gewezen op hetgeen te vinden was en is op internet betreffende een
werkgroep die zich bezig heeft gehouden met het Uniecongres. Wat ik daar las
heeft mij zeer verontrust, in zo'n hoge mate zelfs, dat ik deze brief heb doen
uitgaan- Kennis
genomen hebbend van hetgeen daar werd vermeld, vallen mij de volgende zaken op
en ben ik het met de volgende zaken niet eens- Uit
het eerste en het tweede punt en de toelichtingen die daarbij zijn geschreven,
blijkt dat men predikanten de maat wil nemen wat hun "zuiverheid in de
leer" aangaat. Zonder het wellicht te beseffen handelt men hiermee op een
wijze die aan de inquisitie doet denken. Mensen dient men vrij te laten in hun
denken. Ook wanneer het predikanten betreft. Want ten overvloede: ook predikan-
ten zijn mensen. Mensen
die voor dit beroep hebben gekozen, en waarvan sommigen, misschien van meet af
aan, misschien door opleiding, tot andere inzichten zijn gekomen. Maar voor wie
het predikantschap wel broodwinning is. Een groep mensen van wisselende
samenstelling om de vijf jaar laten beoordelen of men nog wel aan "de"
maatstaven voldoet, is volstrekt onmenselijk. Daar komt nog bij: wie gaat die
maatstaven aanleggen? Voor de één is dit nog wel mogelijk, voor de ander is
dat weer volstrekt Iontoelaatbaar;
en: de deur wordt opengezet voor verklikkerssystemen en achterklap, gedachtig
zijnde wat in een niet zo ver vervlogen verleden heeft plaatsgehad: zaken die
verwerpelijk zijn tot in de hoogste graad. Het
zevende punt is wat haar doelstelling betreft mij uit het hart gegrepen. Want
als ik iets uit mijn eigen verleden kan aantonen dan is het dat ik hart heb voor
cultureel erfgoed. Daar heb ik in alle opzichten veel in geïnvesteerd. Hier
doelt men op het behoudt van Oud Zandbergen, de kapel en Katimavik voor de kerk.
Zeer goed kan ik mij voorstellen dat men gehecht is aan een kerkge- bouw, en het
vervreemden van de Adventkerk aan de Keizersgracht in Amsterdam ten zeerste
heeft betreurd. Maar
nu lijkt het mij volstrekt onjuist te veronderstellen dat de leden van het COG
te kwader trouw zijn. Het lijkt mij dat de stappen die genomen zijn met pijn in
het hart zijn genomen; genomen zijn, omdat het -in hun ogen althans -niet anders
kon. Er zijn financiële problemen. De inkomsten lopen achteruit- Wil
men het tij keren? Een zeer lofwaardig streven. Maar ik denk dat men dan doen
moet wat ieder recht geaard beschermer van monumenten doet: trachten fondsen te
werven, er zelf voor te zorgen dat de financiën er komen om één en ander
desnoods over te nemen en te bekostigen. [In dit opzicht vind ik het achter het
vijfde sterretje vermelde van de toelichting bij punt 3 hoogst ironisch:
"wanneer het landgoed (Oud Zandbergen) onverhoopt verkocht mocht worden.
.."]. Maar geenszins mede-broeders en zusters die veel moeite en energie
gestoken hebben om het financiële plaatje van de kerk gezond te houden of te
krijgen, gaan beschuldigen van kwaadwillende achterkamertjespolitiek. In
de toelichting van het vierde punt worden de oecumenische activiteiten die in
onze kerk hebben plaatsgehad zeer sterk bekritiseerd, met name de ondertekening
van de Charta Oecumenica door broeder Koning. Dit wordt in rechtstreeks verband
gebracht met een verklaring van kardinaal Simonis. Nu wil het geval dat ik zelf
oecumenisch ben en mij tot de liberalen reken. Eén ding kan ik verklaren: hoe
zeer ook kardinaal Simonis zulke dingen beweren mag -wat hij wellicht deed voor
zijn superieur c.s. -dit is in flagrante tegenspraak met alles waarvoor oecumene
staat. Oecumene wil zeggen het volledig respecteren van het gedachtengoed van de
ander, wat hieruit dus duidelijk niet spreekt. Het geeft aan wat hij over
oecumene denkt: niet wat oecumene inhoudk Uit het vierde punt en wat ter
toelichting daarover gesteld wordt spreekt een onbekendheid met de oecumene en
het gedachtengoed wat hiermee samenhangt. Binnen de oecumene wordt het eigen
gedachtengoed niet verraden; in tegendeel: er is sprake van een blijven bij de
eigen standpunten met een erkenning van de anderen als gelijken- De
beschuldiging die wel eens wordt geuit, dat een oecumenisch iemand niet in de
kerk hoort, maar overal wel terecht kan, is ook absuluut onjuist. Een voorbeeld.
Gedurende mijn studie heb ik mij bezig gehouden met het voorbereiden van een
kroniek. Na mijn afstuderen werd mij de mogelijkheid voorgehouden dat er best
wel geldschieters zouden zijn die mijn verdere werkzaamheden bekostigen zouden,
mits. ...ik voor Rooms Katholiek wilde doorgaan. Daarop heb ik zeer beslist met
"nee" geantwoord. Ik mag hopen dat u hier goede nota van neemt. De
zaken in punt 4 vermeld vind ik hoogst kwetsend. Achter
het eerste sterretje van de toelichting van het vijfde punt wordt melding
gemaakt van de positie van "een valse schaamte voor de geschriften van onze
pioniers". Die schaamte is er alleszins, maar niet in de zin daar vermeld.
Al te vaak wordt lippendienst bewezen aan mw Ellen G. White. Maar wanneer men
dan van mening is dat zij profetes is, wil men dan ook doen wat zij zegt?
Getuige het geringe aantal mensen dat veganist of zelfs ook maar vegetariër is
in onze rijen, gezien het grote aantal mensen dat koffie en thee drinkt, in
weerwil van wat zij zo overduidelijk geschreven heeft, over vlees, over vis,
over dierenliefde, over kaas, over koffie, over thee, over wat volgens haar in
de toekomst met melk gebeuren zou, vrees ik dat die vraag door velen toch
ontkennend beantwoord worden moet. Zelf zal ik niet graag haar geschriften als
gezaghebbend aan willen halen. Maar wenst men dit wel, dan denk ik toch dat men
daaruit de consequenties ten volle moet trekken. Daarom ook: wanneer men
predikanten de maat wil nemen, waarom dan ook niet de leden? Er is, dunkt me,
alle reden toe. Maar ik raad u: doet noch het één, noch het ander! Dit
brengt mij als vanzelf bij punt vijf. De inhoudl van de Adventbode. Voorgesteld
wordt dit blad maar op te heffen, zeker in de verschijningsvorm waarin het nu
verschijnt, en te vervangen door een officieel nieuws- en opinieblad van en voor
leken. Een nieuws- en opinieblad van en voor leken is een goede zaak. Wanneer
men zoiets beginnen wil: wie zal daarop tegen zijn? Maar opheffen van de
Adventbode lijkt mij geen goede zaak. De artikelen die daarin verschijnen zijn
mijns inziens gedegen en van een hoog niveau, en wat mij aangaat: ik lees het
blad altijd van voor naar achter, en met veel interesse- Ten
slot te: mij staat voor ogen een brede kerk, waarin voor evangelischen,
behoudenden, .en liberalen, plaats is. Eén kerk, met verschillende
modaliteiten. Waarin er liefde is voor elkaar, waar er ruimte is voor elkaar,
waarin men erkennen kan dat niet iedereen hetzelfde is en ook niet hoeft te
zijn. De Allerhoogste, Hij staat boven alle dingen. Brengt het alles liever tot
Hem dan uw eigen gelijk op deze aarde tegen elkaar uit te vechten. [Dit geldt
ook voor conflicten tussen de wereldreli- gies!] Wie zal de grootste buit
hebben? De geest die ik uit de "Oproep tot Geestverwantschap" herken
is de geest van de wederpartij: beschuldigend, van zins zijnd zelf het koren wel
eens even van het kaf te gaan scheiden. Geachte
zusters en broeders! Geef zulke initiatieven geen kans. Geeft geen gehoor aan
dit in een zeer aantrekkelijke vorm gegoten, haast propagandistisch voorstel
[men denke aan de LPF], wat zeer, zeer kwade vruchten voortbrengen kan. Steunt
het huidige kerkbestuur , schenk uw voorgangers het vertrouwen, want zij
verdienen het, en stuur aan op een brede kerk. Want wij zijn samen op weg. Samen
op weg naar de eeuwigheid. Dat de Heere spoedig komen mag; dat dat in
barmhartig- heid en genade geschieden mag. Met
vriendelijke groet, Aarnoud de Hamer P
.S. In hetgeen op Internet van de bovengenoemde werkgroep is te vinden, wordt
broeder Sanches afgeschilderd als ideaalpredikant. Aan deze omschrijving wil ik
hier niets af doen -houdt mij ten goede! Gezien mijn onrust over het materiaal
op internet boven geschetst heb ik broeder Sanches opgebeld. In antwoord op mijn
vraag van wat hij ervan vond heeft mij verteld het geheel op afstand te volgen,
en -tot mijn grote vreugde en dankbaarheid -dat hij zich verre houdt van waar
deze werkgroep zich mee bezighoudt. Ik hoop dat u ook hier goede nota van neemt.
|
||