You are - home - special index - Uniecongres 2002

Een kerk, die ook uiterst zorgvuldig omgaat met haar cultureel erfgoed in Nederland en zich realiseert hoe sterk de kerk en haar leden verbonden zijn met bijvoorbeeld Oud Zandbergen. Een kerk, die besluiten hieromtrent alleen na brede ledenraadpleging via een buitengewoon Uniecongres wil nemen en die de wensen van de leden hierbij als vertrekpunt kiest.

Om kerk te zijn heb je een plek nodig om samen te komen en een plaats waar de centrale organisatie gehuisvest is. Er zijn drie soorten van huisvesting: kerken, kantoren met daarbij behorende faciliteiten en vergader-, onmoetings- en kampeeraccommodatie. Centraal bij het beheren van onroerend goed moet staan dat wij een kerk zijn en geen pensioenfonds-of-vastgoedbelegger-met-een-ideëel-tintje. Dat laatste gevoel bekruipt je soms wanneer de zelfstandig genomen beslissingen van de Commissie Onroerend Goed en het Algemeen Kerkbestuur aan de orde zijn op het gebied van onroerend goed waarmee veel leden een binding hebben.

Denk daarbij aan de Adventkerk aan de Keizersgracht in Amsterdam die zonder veel overleg werd verkocht, waarna de gemeente maar zelf een kerk moest gaan huren. De gemeente Huis ter Heide dreigt met hetzelfde probleem geconfronteerd te worden omdat de COG het hoofdgebouw en de kapel wil gaan verhuren. Deze ontwikkeling wordt plompverloren geschetst in het verslag, terwijl nog steeds een aantal gemeenteleden niet op de hoogte zijn van het feit dat ze de kapel waar ze al zo lang kerken en waarmee ze een grote emotionele binding hebben, dienen te verlaten.

We zien dat de Nederlandse vastgoedsituatie onvergelijkbaar is met de organisatie in andere landen waar de wereldkerk actief is. Waar elders de gemeente eigenaar of zelfstandig huurder is van het kerkgebouw, al dan niet met steun van de wereldkerk verkregen, en gemeenteleden grote binding hebben met het gebouw en het onderhoud daarvan, is het beheer in Nederland op afstand geregeld via een weinig toegankelijk en nauwelijks controleerbare COG.

Waarom meldt het verslag niet hoeveel woonhuizen en ander onroerend goed de kerk bezit? Of wat de taxatiewaarde van dit bezit is? Zijn er medewerkers in gehuisvest, welk beleid voeren wij ten aanzien van het onroerend goed bezit?

Die vraag is zeer gerechtvaardigd wanneer we de kennelijke willekeur zien waarmee miljoenenbeslissingen genomen worden zonder brede ledenraadpleging. Jarenlang werd stelselmatig ontkend dat er plannen zouden zijn voor de verkoop van (delen van) Oud Zandbergen. En nu lezen afgevaardigden in hun verslag, weggemoffeld in een paar zinnen, dat Katimavik aan een projectontwikkelaar verkocht zal worden om veranderd te worden in een autoboulevard, er al breed overleg gevoerd is met provincie en gemeente (zou dat niet pas na een ledenraadpleging moeten plaatsvinden?), dat het hoofdkantoor verhuurd zal gaan worden aan een niet-adventistisch doel en dat de kapel eveneens in de verhuur gaat (maar niet voor de adventisten die er sinds jaar en dag kerken).

Niet omdat we eruit gegroeid zijn of omdat we op zoek gaan naar iets anders dat meer voor minder geld biedt, nee, nergens blijkt dat we iets anders hebben gevonden of willen vinden. Er zou sprake zijn van een “verminderde kampeerbehoefte” (wie heeft dat veroorzaakt?) en het beetje kampeerbehoefte dat overblijft zou wel kunnen plaatsvinden in de achtertuin van het straks aan een advocatenkantoor of multinational verhuurde hoofdkantoor. Het zal zeer de vraag zijn of de nieuwe huurder van het prestigieuze gebouw straks behoefte heeft aan de aanwezigheid van groepskampen van 400 jongeren en niet te vergeten onze leden/emeriti-in-korte-broek-bij-hun-stacaravan en of de langkampeerders niet hetzelfde lot boven het hoofd hangt als nu de kerkbezoekers van de gemeente Huis ter Heide dreigt te treffen.

Wat beweegt ons Uniebestuur om in de schaduw van wat ooit een prestigieus theologisch seminarie en adventistische hbsHBS was, kantoor te willen houden in een nieuw te bouwen pandje op de plaats van het jongenshuis?

Willen ze de teloorgang van het in 1948 aangekochte bezit, waarvoor heel veel leden veel hebben gegeven van hetgeen ze nauwelijks hadden, van nabij meemaken? Wat is de geprognosticeerde of gewenste opbrengst van Katimavik en waar blijft dat geld? Wordt het ingezet ten behoeve van evangelisatie-acties, of verdwijnt het in een pensioenfonds? We moeten er vooralsnog maar naar raden.

Wij weigeren dte accepteren dat onze kerk het cultureel erfgoed bloot stelt aan een sterfhuisconstructie. En we voelen ons onplezierig bij de grote mate van autonomie die de COG kennelijk heeft.

Wie bedenkt prestigieuze plannen met niet te overziene risico’s zoals in Den Haag? Eerst wordt een stelselmatige onderhoudsachterstand gecreëerd en vervolgens wordt de gemeente voor het voldongen feit gesteld dat de kerk gesloopt zal moeten worden en dat de kerk risico’s van tientallen miljoenen Euro’s aangaat om er een multifunctioneel appartementencomplex annex kerk te bouwen. Een kerkgenootschap met beperkte middelen als projectontwikkelaar, met risico’s die grote gevolgen kunnen hebben voor alles wat we in Nederland hebben en doen.

Wij verwachten van ons kerkbestuur visie, behoud van en respect voor cultureel erfgoed, oog voor wat de leden willen en een meerjarenvisie die gericht is op groei van onze kerk.

In dat kader is onze inzet:

* Bbvriezing van de plannen om (delen van) Oud Zandbergen te vervreemden, en die plannen inzet maken van een brede, extra ledenraadpleging.

* bBevriezing van het project in Den Haag, en de plannen inzet maken van een brede, extra ledenraadpleging.

* Een meerjarenvisie op een congres-, kampeer- en ontmoetingscentrum, uitgaande van een verantwoord groeiscenario en met aandacht voor vergaderruimte, weekend-activiteiten van de diverse departementen, overnachtingcapaciteit voor jong en oud, zomer en winter en een goed geoutilleerd kampeerterrein voor scouting- en zomeractiviteiten.

* Het nemen van een principebesluit dat vervreemding van (delen van) Oud Zandbergen slechts kan plaatsvinden wanneer per direct vervangende capaciteit wordt veilig gesteld met een betere prijs/waardeverhouding.

* Inzichtelijk maken van het onroerend goed beleid, bezit en rendement aan de afgevaardigden.

* COG geen zelfstandige beleidsbevoegdheid toe te kennen, maar de opdracht te beperken tot uitvoering van beheer en onderhoud.

* Departementen en gemeenten te stimuleren om gezamenlijk activiteiten te ontwikkelen op een centralelocatie.

* Afgevaardigde keuzemogelijkheden voorleggen en geen voldongen feiten.

* De beslissingsbevoegdheid van het AK limiteren waar het gaat om grote bedragen en cultureel erfgoed. In voorkomende gevallen het congres van afgevaardigden raadplegen als het hoogste bestuurlijk gezag.

* Een zorgvuldige analyse van de betekenis van het WIJ gevoel in relatie tot gezamenlijk bezit op lokaal en landelijk niveau

Website statistieken