|
|
||
|
|
||
| You are - home - special index - Uniecongres 2002 | ||
|
Een
kerk met functionarissen, die zich elk actief en volmondig scharen achter het geloof in de boodschap van Jezus Christus als Zoon van
God, het geloof in Zijn spoedige wederkomst naar deze aarde, het geloof in de
zesdaagse schepping zoals de Bijbel ons die leert, en het vieren van de sabbat
op de 7e dag van de week
als onveranderlijk verbondsteken tussen God en de mens. Het
Handboek voor het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten stelt op pagina
109 het volgende. “Gods werk moet volkomen beveiligd worden door de
verantwoordelijke leiders in elke tak van organisatie, vanaf de plaatselijke
gemeente tot de Generale Conferentie…. De gemeenten verlenen in hun
gemeenschappelijke bevoegdheid aan bepaalde personen geloofsbrieven om de
gemeente te vertegenwoordigen en voor haar te spreken als predikanten en
evangelisatiedienaren…. Geloofsbrieven worden verleend voor de duur van een
conferentietermijn…. De geloofsbrieven worden vernieuwd door stemming van de
conferentie in vergadering bijeen (=
Uniecongres)… Indien door een of andere oorzaak het niet raadzaam is de
machtiging voor een evangeliedienaar te vernieuwen, wordt hij beschouwd geen
functie meer te bekleden als arbeider in de conferentie…Hij bezit niet meer
gezag of aanzien dan elk gewoon lid van de gemeente.” Op
http://www.adventist.org/churchmanual/chapter10.html
valt in het Engels na te lezen dat de wereldkerk dit principe onverkort overeind
houdt. Deze
passage uit ons kerkelijk handboek geeft aan, dat in onze kerk predikanten
tijdens een Uniecongres op hun functioneren moeten worden getoetst en dat hun geloofsbrieven daarbij
kunnen worden bekrachtigd dan wel ingetrokken. Uitgangspunt hierbij is “het
beveiligen van Gods werk”, met andere woorden het voorkomen van beschadiging
van de kerk en haar functioneren. De
commissie geloofsbrieven en machtigingen is na een congresuitspraak afgeschaft,
maar anders dan afgesproken is er geen deugdelijk en controleerbaar
functioneringssysteem voor in de plaats gekomen. In onze optiek heeft dat de weg
geëffend voor on-adventistische opinies binnen het predikantencorps die
vooralsnog zonder consequentie konden en kunnen worden uitgedragen
In de context van de typisch Nederlandse “tolerantie” ten aanzien van
afwijkende meningen is het geleidelijk gebruik geworden, om niet op te treden
tegen predikanten die het met essentiële onderdelen van de kerkelijke leer niet
meer zo nauw nemen. Deze tolerantie is volgens ons nu echter zo ver
doorgeschoten, dat de morele geloofwaardigheid van de kerk in Nederland op het
spel staat. Hoe kun je nog andere mensen interesseren in het
Zevende-dags Adventisme, als je zelf niet meer in de essentiële
geloofspunten gelooft? Het is in
ons aller belang hier zo snel mogelijk iets aan te doen, en duidelijkheid te
scheppen over de vraag waar onze predikanten in Nederland voor willen
staan. De
Initiatiefgroep “Uniecongres” wil dit bereiken door de volgende
initiatieven. * Conform het kerkelijk handboek wordt weer tijdens het Uniecongres een Commissie Geloofsbrieven & Machtigingen benoemd, en wordt het functioneren van onze predikanten individueel tegen het licht te houden. Deze Commissie bestaat naast predikanten in meerderheid uit gekwalificeerde leken, zulks ter beoordeling aan de afgevaardigden die de leden van de commissie kiezen. Het is denkbaar de commissie een permanent karakter te geven. * Alle predikanten leggen voor de commissie verantwoording af over de wijze waarop ze in de afgelopen 5 jaar functioneerden. Afgevaardigden uit hun gemeenten kunnen hieromtrent worden geraadpleegd door de commissie. * Elke predikant dient bij de commissie aan te geven, of hij/zij de afzonderlijke onderdelen van de kerkelijke leer ten volle onderschrijft. * De commissie bespreekt de mogelijkheid lekenpredikers en gekwalificeerde (nog) niet ingezegende predikanten aan te stellen in een parttime dienstverband, om zo in het huidig tekort aan gekwalificeerde predikanten te kunnen voorzien * Doelstelling van de commissie is niet predikanten van ons te vervreemden, maar om helderheid te scheppen waar het gaat om de loyaliteit van de verschillende ambtsdragers jegens de ankerpunten van het Adventisme.
|
||