"Ik weet uw verdrukking en armoede, hoewel
gij rijk zij t."
De verbeurdverklaring van goederen bracht stoffelijke armoede, maar nooit waren
de christenen geestelijk zo rijk ! Wanneer de heidenen hen de scheldnaam gaven
van "christianoi" - dwazen die een gekruisigde jood aanbaden en Hem tot Koning
proclameerden van het Godsrijk -, dan namen zij deze naam vol liefde aan als de
hoogste erenaam.
"een synag oge des satans"
De afval die begonnen was bij het verlies der eerste liefde in de Efezeperiode,
had zich verder ontwikkeld; vele gelovigen die beweerden tot het ware Israël
te behoren, openbaarden zich stilaan als een synagoge des satans - een
leerkracht van verkeerde dingen -, die terzelfdertijd Gods kinderen aanklaagden
en belasterden. - "De kerkgeschiedenis zwi' t over de smartelijke strijd tussen
getrouwe christenen en afwijkelingen. Officiële oorkonden zijn zeldzaam" (2).
"Wees niet bezorgd voor wat gij lijden
zult"
Het leek een wanhopige tijd voor Christus' kerk die door de Romeinen aanzien
werd als de spelbreekster in hun ontzaglijke eenheid, zij wou geen korreltje
reukwerk strooien op het altaar der wereldse machtshebbers; de botsing met de
keizercultus van het imperium was dan ook onvermijdelijk. De vervolging zou
bitter zijn in deze periode van diepgezonken moraal en wild despotisme, maar uit
de vermorzeling der Smyrna-kerk zou een hemelse reuk opstijgen. Het lijden zou
Gods kinderen vormen voor de opstanding in onsterfelijke lichtgestalte.
Vervolging is gewoonlijk het laatste wapen
van de vijand wanneer hij voelt dat hij tegen de Waarheid niet opgewassen is.
Vervolging is de buitenkant van wat ware innerlijke vrijheid is bij de
verdrukten.
De dag brak aan dat door de straten van Rome de kreet weerklonk : "christiani ad
leones ! " (3). De reuzenmacht van Rome kwam in beweging om het Christuskuddeken
te vermorzelen; tragische wellustelingen gingen zich verheugen in het
onmenselijk lijden hunner medemensen. Ook Polycarpus, vriend en dicipel van
Johannes, werd gevangen genomen. De Romeinse consul beloofde hem de vrijheid
indien hi,~' Christus wilde afzweren, maar zijn antwoord was : - "Zes en tachtig
jaren heb ik Hem gediend, nooit heeft Hij mij enig kwaad gedaan, kan ik mijn
Koning die mij heeft verlost, oneer aandoen ?" Joden en heidenen eisten de
brandstapel ! In allerhaast werd hout aangebracht. Wanneer men hem wilde
vastmaken aan de paal, sprak hij : - "Spaar uw nagels, God zal mij vasthouden in
het vuur, ik acht het een eer waard te zijn geacht een plaats in te nemen onder
de martelaren van Jezus". Terwijl het vuur hem aangreep, hoorde men hem zingen
en God loven. Dit gebeurde op de helling van de berg Pagus in het jaar 168.
Het kleed van Jezus' bruid droop van bloed
en tranen, als een hemelse bloem liet zij zich liever vermorzelen dan ontrouw te
zijn aan haar Bruidegom.
w
Ongezien bevond Jezus zich in de arena bij zijn bruid die de dood inging onder
de zweepslagen der beulen. Het gebrul van op sensatie beluste mensen en
hongerige wilde dieren vermengde zich met het lofgezang van edele zielen, dat
opsteeg in de oneindigheid. De Verlosser aanschouwde en doorleefde de wrede
strijd van liefdemacht tegen brutaal staatsgeweld, Hij sterkte zijn stervende
volgelingen.
Blandina, een jong slavenmeisje, openbaarde een geloof dat iedereen ontstelde.
Haar heldhaftig getuigenis moedigde vele martelaren aan en bracht licht in de
verdonkerde geest van vele toeschouwers.
d
dZij werd in een donkere cel opgesloten en elke dag in de arena gebracht om de
oodstrijd van haar medestrijders bij te wonen, wanneer deze geroosterd weren in
een ijzeren stoel of in stukken werden gereten door de leeuwen. Haar énig
antwoord was steeds : - "Ik ben een christin ! " Men maakte haar vast aan een
kruis, een leeuw werd op haar afgestuurd, zij glimlachte hem toe als een
koningskind, het dier deed haar geen kwaad, haar geloof was sterker dan de macht
van Rome.
Zij was een zeldzaam slachtoffer voor de bloeddorstige menigte, maar zij
wankelde niet, zij scheen een bovenmenselijk uithoudingsvermogen te bezitten.
Zij werd gegeseld, dan geroosterd en ten slotte aan een stier ten prooi geworpen
die haar wild in de hoogte slingerde. Maar het scherpe zwaard van de beul was
nodig om haar laatste sprankel leven te ontnemen.
Ontzettend groot was het aantal bloedgetuigen, het mystieke lichaam van Christus
bloedde uit duizend wonden, maar het martelaarsbloed was het wonderzaad der
kerk. De albasten fles was gebroken, het reukwerk zou zich verspreiden in de
eeuwen.
"gij zult een verdrukking hebben van tien
dagen."
Deze vervolging bereikte hier haar bloedig hoogtepunt, het werd de bitterste
christenvervolging door de Romeinen. Het gaat hier natuurlijk niet om een
vervolging van tien letterlijke dagen, een vervolging neemt niet een tijd van
dagen maar van jaren in beslag, soms van eeuwen. Hier gaat het om profetische
dagen (jaren) (4), van het jaar 303 tot 313. Twee monsters in mensengedaante,
Diocletianus en Galerius, deden een laatste poging, met meer wreedheid dan ooit
om de gehate sekte te verdelgen. Het eerste dekreet van Diocletianus werd
uitgevaardigd in het jaar 303, tien jaar nadien, in het jaar 313, vaardigde
Konstantijn de Grote zijn dekreet uit, dat aan de christenen de volle vrijheid
verleende om hun godsdienst uit te oefenen. In deze tien jaren werd Christus'
kerk tot het uiterste beproefd, duizenden
(4) Een profetische dag = een jaar. (Ezech. 4 : 5-6. Num. 14: 34). Evenals bij
het opmaken van een plan, men op schaal werkt, zo ook doet de hemelse
Bouwmeester wanneer Hij in zijn heilsplan profetische afstanden aan de mensen
openbaart : 1 dag =- 1 jaar. (Zie uitleg op Openb. 11: 2-3)
slachtoffers vielen onder de overblijvende
christenen, maar de Smyrna-kerk bleef bestaan niettegenstaande de onmeedogende
satanische stormloop.