PSALM 121 (2)


Een machtig stuk in Gods natuur,
Gelijk een ondoordringbare muur,
Indrukwekkender dan bomen,
Maar ze dromen.

Gelijk de bloemen en het dier,
Schiep God ook hen voor ons plezier,
Geniet ervan, zolang het kan,
Want als het onheil zal geschieden,
Kunnen zij geen hulp bieden,
Daarom zal men niets vergen
Van de bergen.

In geloof mag men verkeren,
Voor het aangezicht des Heren,
Want alle hulp komt van Hem;,
Juich met luide stem.

De zonde die als een ziekte knaagt,
Genees Hij graag voor de mensheid,
Het woekert niet in eeuwigheid,
Door God’s beleid.

Yvette




















(C) 2004 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken