“Want God
heeft ons
niet gegeven
een geest
van
lafhartigheid
maar van
kracht van
liefde en
van
bezonnenheid.”
2 Timotheös
1:7
Wij zijn
door Gods
hand
gemaakt, en
Zijn Woord
verklaart,
dat wij
“gans
wonderbaar
zijn
toebereid” (Ps.
139: 14).
Hij heeft
dit levend
tehuis voor
onze geest
gemaakt; het
is
“gewrocht” (vs.
15), een
tempel die
de Heer Zelf
geschikt
heeft
gemaakt voor
de inwoning
van Zijn
Heilige
Geest. Onze
geest
controleert
de hele
mens. Al
onze daden,
goed of
slecht,
ontspruiten
uit onze
geest. Het
is onze
geest die
God aanbidt
en ons
verbindt met
hemelse
wezens. Toch
brengen
velen hun
leven door
zonder ooit
te begrijpen
dat deze
kist [het
menselijk
lichaam]
deze schat
bevat. —
(Hoe leid ik
mijn kind,
blz 426.)
Alle organen
van ons
lichaam
staan in
dienst van
onze geest,
en onze
zenuwen zijn
de
boodschappers
die zijn
orders naar
elk deel van
ons lichaam
overbrengen,
en zo de
bewegingen
van ons
levend
organisme
leiden.
Beweging is
een
belangrijk
hulpmiddel
voor
lichamelijke
ontwikkeling.
Het
stimuleert
de
bloedsomloop,
en maakt ons
systeem
veerkrachtig.
Wanneer men
de spieren
ongebruikt
laat, zal
spoedig
blijken dat
ze
onvoldoende
door bloed
worden
gevoed. In
plaats van
toe te nemen
in grootte
en kracht,
zullen ze
hun
stevigheid
en
elasticiteit
verliezen,
en zwak en
week worden.
Stilzitten
is niet de
wet die God
voor het
menselijk
lichaam
heeft
vastgesteld.
Het
harmonieus
bewegen van
alle
lichaamsdelen
— hersenen,
beenderen en
spieren — is
noodzakelijk
voor de
volledige en
gezonde
ontwikkeling
van heel ons
menselijk
organisme.
Wij moeten
onze
begeerten en
hartstochten
in bedwang
houden,
opdat we
door hen
niet de
menselijke
tempel van
God zullen
verzwakken
of
ontheiligen.
Alles wat
onze
lichamelijke
kracht doet
afnemen,
verzwakt
onze geest,
en maakt die
minder
scherp om
onderscheid
te maken
tussen goed
en kwaad,
tussen juist
en onjuist.
Dit beginsel
wordt
duidelijk
geïllustreerd
in het
voorbeeld
van Nadab en
Abihu. God
had hen een
allerheiligst
werk te doen
gegeven,
door hen toe
te staan in
hun
dienstwerk
in Zijn
nabijheid te
komen. Maar
zij dronken
uit gewoonte
wijn, en zij
begonnen hun
heilige
dienstwerk
in het
heiligdom,
terwijl hun
geest
beneveld
was.
Daar was het
heilige
vuur, dat
door God
Zelf was
ontstoken;
maar zij
gebruikten
gewoon vuur
voor hun
vaten, toen
zij wierook
offerden om
een
liefelijke
reuk te doen
opgaan samen
met de
gebeden van
Gods volk.
Omdat hun
geest
bedwelmd was
door
onheilige
genotzucht,
sloegen zij
geen acht op
de eis van
God, “toen
ging er vuur
uit van de
Here en dit
verteerde
hen.” (Lev.
10: 2).....
Het is de
plicht van
iedere
leerling,
van ieder
persoon, om
alles te
doen wat in
zijn
vermogen
ligt om zijn
lichaam aan
Christus aan
te bieden
als een
gereinigde
tempel,
lichamelijk
volmaakt,
als ook
zedelijk
vrij van
verontreiniging
— een
geschikte
woonplaats
voor Gods
inwonende
aanwezigheid.
(Fundamentals
of Christian
Education,
blz.
426-428,-
“Christus
weerspiegelen”
blz.148,
E.G. White)