‘En Ik
heilig Mijzelf voor hen,
opdat ook zij geheiligd
mogen zijn in waarheid.”
Johannes 17:19
Voordat Jezus overging tot
Zijn laatste gevecht met
de machten van de
duisternis, hief Hij Zijn
ogen op naar de hemel en
bad voor Zijn discipelen.
Hij zei:
“Ik bid niet, dat Gij hen
uit de wereld wegneemt,
maar dat Gij hen bewaart
voor de boze. Zij zijn
niet uit de wereld, gelijk
Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in uw waarheid,
uw woord is de waarheid.”
(Joh. 17: 15- 17) ….. De
kern van de bede van Jezus
was, dat zij die in Hem
geloofden, bewaard zouden
blijven voor het kwaad van
de wereld, en geheiligd
zouden worden door de
waarheid. Hij laat ons
niet over aan vage
vermoedens van wat die
waarheid is, maar Hij
voegt eraan toe: “Uw woord
is de waarheid.” Het Woord
van God is het middel,
waardoor onze heiligmaking
voltooid kan worden.
Daarom is het van het
grootste belang, dat wij
onszelf bekend maken met
de heilige richtlijnen van
de Bijbel.
Het is voor ons net zo
noodzakelijk om de woorden
ten leven te begrijpen,
als het voor de vroegste
discipelen was om het
verlossingsplan te kennen.
We hebben geen excuus, als
wij door eigen nalatigheid
onwetend zijn over de
eisen van Gods Woord. God
heeft ons Zijn Woord
gegeven, de openbaring van
Zijn wil. Hij heeft de
Heilige Geest beloofd aan
hen die Hem vragen, hen
te leiden in alle waarheid.
En elke ziel die oprecht
verlangt de wil van God te
doen, zal lering
ontvangen……
De zendingsopdracht van
Jezus werd aangetoond met
overtuigende wonderen.
Zijn leer deed de mensen
versteld staan. ......
Het was een
waarheidssysteem dat
tegemoet kwam aan de
verlangens van het hart.
Zijn onderwijs was
eenvoudig, helder, en
veelomvattend bovendien.
De praktische waarheden
die Hij uitsprak bezaten
overtuigingskracht, en
hielden de aandacht van de
mensen vast. Menigten
bleven in Zijn buurt en
verwonderden zich over
Zijn wijsheid. En Zijn
optreden kwam overeen met
de grote waarheden die Hij
verkondigde. Er was geen
enkele uitvlucht, geen
enkele aarzeling, geen
zweem van twijfel of
onzekerheid aan de
waarheid van Zijn woorden.
Hij sprak met duidelijk
gezag over hemelse en
aardse dingen, over
goddeljke en menselijke
zaken. En de mensen
“stonden versteld over
Zijn leer, want Zijn woord
was met gezag.” (Luc. 4:
32)
Het is voor ons van het
allergrootste belang dat
we begrijpen wat waarheid
is, en we moeten met de
allergrootste ernst
vragen, om in alle
waarheid geleid te worden.
David wist het licht van
God op juiste waarde te
schatten en herkende de
kracht van het Woord van
God. Hij verklaarde: “het
openen van Uw woorden
verspreidt licht, het
geeft de onverstandigen
inzicht.” (Ps. 119: 130)
Laten zij die licht
verlangen de Schriften
onderzoeken, en daarbij
schriftplaats met
schriftplaats vergelijken,
terwijl zij God vragen om
verlichting door de
Heilige Geest. De belofte
is, dat zij die zoeken,
zullen vinden.
(Review & Herald,
6juli1911, “Christus
weerspiegelen” blz.100,
E.G.White)