“Wij moeten
werken de werken desgenen, die Mij gezonden heeft, zolang het dag
is; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.” Johannes
9:4
De tijd van
verzegeling is heel kort en zal spoedig voorbij zijn. Het is nu
de tijd, terwijl de vier engelen de vier winden houden, om onze
roeping en verkiezing te bevestigen.
Ik werd gewezen op de
tijd, wanneer de boodschap van de derde engel eindigt. De kracht van
God rustte op Zijn volk. Zij hadden hun werk gedaan en waren bereid
voor het zware uur dat vóór hen lag.
Zij hadden de spade
regen of de verkoeling van het aangezicht des Heren ontvangen en het
levende getuigenis was tot opleving gekomen. De laatste grote
waarschuwing was overal verkondigd en de bewoners van de aarde, die
de boodschap niet wilden aannemen, waren wakker geschud en woedend
geworden.
Ik zag engelen zich
heen en weer haasten in de hemel. Eén engel met een
schrijvers-inktkoker aan zijn lendenen, keerde van de aarde terug en
meldde Jezus dat zijn werk volbracht was en dat de heiligen geteld
en verzegeld waren. Toen zag ik Jezus... het wierookvat wegwerpen.
Hij hief Zijn handen omhoog en sprak met luide stem: “Het is
volbracht.”
Ik zag
ook dat velen niet beseften, hoe zij moeten worden om voor Gods
aangezicht te blijven leven zonder dat er een Hogepriester in het
heiligdom is gedurende de tijd van benauwdheid. Zij, die het zegel
van de levende God ontvangen en beschermd zullen worden in de tijd
van benauwdheid, moeten
het beeld van Jezus volkomen weerspiegelen.
Ik zag dat velen de
voorbereiding, die zo zeer nodig is, verwaarloosden en uitkeken naar
de tijd van “verkoeling” en de “spade regen” om hen geschikt te
maken om te staan in de dag des Heren en voor Zijn aangezicht te
kunnen leven. O, hoe velen heb ik in de tijd van benauwdheid zonder
beschutting gezien!
Wanneer Jezus het
heiligdom verlaat, zullen zij die heilig en rechtvaardig zijn, nog
meer geheiligd worden en nog meer rechtvaardigheid bewijzen. Want al
hun zonden zullen dan uitgewist zijn en zij zullen verzegeld zijn
met het zegel van de levende God. Maar zij die onrecht doen en vuil
zijn, zullen nog meer onrecht doen en nog vuiler worden. Want dan
zal er geen Priester in het heiligdom zijn om hun offeranden, hun
belijdenis van zonden en hun gebeden te offeren voor de troon van de
Vader. Wat er dus gedaan moet worden om zielen te redden van de
komende storm en Gods toorn, moet gedaan worden vóórdat Jezus het
heilige der heiligen van het hemelse heiligdom verlaat. (Maranatha
blz.242 E.G.White)