You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies) - De mens geboren...
 
De drievoudige Engelenboodschap   (11)

 

"En ik zag een andere engel, vliegen­de in het midden des hemels, en hij had het eeuwige Evangelie, om te ver­kondigen dengenen, die op de aarde wo­nen, en aan alle natie, en geslacht en taal en volk; zeggende met een grote stem: Vreest God, en geeft Hem heer­lijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die den hemel en de aarde en de zee en de fon­teinen der wateren gemaakt heeft. En er is een andere engel gevolgd, zeg­gende: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babyion, die grote stad, omdat zij uit de wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrengd. En een derde engel is hen gevolgd, zeggende met een grote stem: Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd,, of aan zijne hand, die zal ook drinken uit de wijn des toorns Gods, die ongemengd ingeschonken is in de drinkbeker Zijns

toorns;……. Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de ge­boden Gods bewaren en het geloof van Jezus…….. En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Een ge­zeten, des mensen Zoon gelijk, heb­bende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel." (Openbaring 14:6-10, 12, 14. St.Vert.

 

Hier zijn drie engelen met ernstige waarschuwingsboodschappen,   die aan de bewoners van de aarde gericht zijn kort voordat de komst van de Verlosser op de wolken des hemels plaats vindt. Doordat zij het eeuwige evangelie in alle zuiverheid en kracht verkondigen, bereiden zij een volk voor dat zal kunnen bestaan voor de heerlijkheid van de Zoon des mensen.

 

De Eerste Engel boodschap

 

De eerste boodschap die de ure des oordeels aankondigt hebben we reeds aangehaald. Terwijl het onderzoekend oor­deel in de hemel plaats vindt, moet Gods volk met een spe­ciaal werk van reiniging en het afleggen der zonde bezig zijn. De oproep om God de eer te geven toont ons de plicht van een algehele toewijding van al onze krachten tot de aan­bidding en dienst van God. De onderwijzing van de apostel moeten wij op ons geweten laten inwerken:

 

"Of gij dus eet of drinkt, …..  doet het alles ter ere Gods" (l Corinthe 10:31).

 

"…….. dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer" (Romeinen 12:1). "Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest……. ?" (l Corinthe 6:19). "Zo iemand Gods tem­pel schendt, God zal hem schenden" (l Corinthe 3:17).

 

Over het algemeen begrijpen belijdende christenen het verband, dat tussen hun eetlust en hun geestelijk welzijn bestaat, niet. Duizenden en nog eens duizenden, die er aan­spraak op maken kinderen van God te zijn, zijn verslaafd aan onbeheerste eetlust en schadelijke onmatigheid. God kan niet waarlijk verheerlijkt worden in dit oordeelsuur, tenzij Zijn volk afziet van alles wat schadelijk en nadelig is, en matig is in dat wat goed is.

 

De boodschap vervolgt: "En aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft." De leerstelling van de schepping is het fundament van het eeuwige evangelie. Het is veelbetekenend dat de moderne evolutietheorieën in de kerken terrein begonnen te winnen omtrent de tijd dat deze boodschap begon te weerklinken. De evolutietheorieën hebben de kerken van het evangelie beroofd, want het "evangelie" dat God niet als de Schepper erkent, is voorzeker niet de "kracht Gods tot behoud", die Paulus predikte. Door erkenning van de moderne evolutie­theorieën hebben de christelijke kerken het ongeloof gevoed en verspreid.

 

De bijbelse Sabbat is Gods eeuwig gedenkteken van de schepping. Bij het begin van de menselijke geschiedenis werd dit gedenkteken opgericht. Aangaande de zevende dag der schepping verklaart het geïnspireerde woord: "En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk dat God scheppende tot stand heeft gebracht" (Genesis 2:3). Het vierde gebod van de Wet luidt:

 

"Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de Sabbatdag en heiligde die." (Exodus 20:8-11).

 

Door de mensheid op te roepen om Hem te aanbidden, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen ge­maakt heeft, verwijst deze boodschap direct naar het vierde gebod. Zou de bijbelse Sabbat steeds zijn waargenomen, dan zouden er geen atheïsten en ongelovigen bestaan. Gods rust­dag is het bolwerk van het eeuwige evangelie.   "De Sabbat is gemaakt om de mens" (Marcus 2:27). Hij werd aan Adam gegeven (Genesis 2:2-3). Abraham hield hem (Psalm 105: 8-10; Exodus 34:27-28; Jesaja 56:6). Toen Israël getrouw was hield het de Sabbat. Jezus hield hem (Lucas 4:16). Hij vermaande Zijn volgelingen de Sabbat te houden (Mattheüs 24:20). De discipelen hielden hem na Zijn dood (Lucas 23: 56; Mattheüs 28:1). De apostelen hielden hem na Zijn op­standing (Handelingen 13:14, 42-44; 16:13; 17:2; 18:4). Paulus ging voort met het houden van de Sabbat na zijn be­kering (Handelingen 28:17).

 

Als Jezus gewild zou hebben dat Zijn volgelingen een andere dag zouden waarnemen, zou Hij dit zeker voor Zijn dood ge­zegd hebben, want Zijn wil en Zijn testament konden niet veranderd worden nadat Hij gestorven was. Zoals we in de profetie van Daniël 7 gezien hebben, verlegde niet Christus, maar de mens der zonde de rustdag van de zevende dag naar de eerste dag der week. Door zich aan te matigen "tijden en wette veranderen" (Daniël 7:25), probeerde deze macht datgene te doen wat God zelf niet kon doen zoals ge­schreven staat: "Mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over Mijn lippen gekomen is" (Psalm 89:35).

Toen Jezus in 1844 het heilige der heilige van het he­melse heiligdom binnenging, werd de tempel Gods die in de hemel is, geopend en de ark van Zijn verbond werd zicht­baar in Zijn tempel (Openbaring 11:19). Gods volk realiseerde zich toen, dat deze heilige ark die de Tien Geboden be­vatte, het grote origineel was, waarvan zich in het aardse heiligdom slechts een kopie bevond. Het licht der waarheid dat vanuit het heilige der heilige scheen, deed een groot hervormingswerk ontstaan, dat volgens Jesaja 58:12 de bressen moest herstellen. Deze wereldwijde beweging brengt alle mensen de belofte van de evangelieprofeet:

 

"En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, her­bouwer van straten. Indien gij niet over de Sabbat heen­loopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de Sabbat een verlustiging noemt, den heiligen dag des Heren van gewicht, en dien eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, dan zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Herenheeft het gesproken. " (Jesaja 58: 12-14).

 

Laat niemand veronderstellen dat deze belofte alleen voor de Joden is, want Jesaja zegt ook:

 

"En de vreemdelingen die zich bij de Here aansloten om Hem te dienen, en om de naam des Heren lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de Sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen en die vasthouden aan mijn verbond: hen zal Ik brengen naar mijn heiligen berg en Ik zal hen vreugde bereiden in mijn bedehuis. " (Jesaja 56:6-7).

 

De Tweede Engelboodschap

 

"En er is een andere engel gevolgd, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, die grote stad, om­dat zij uit de wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrenkt" (Openbaring 14:8).

 

In het zeventiende hoofdstuk van de Openbaring wor­den aan Babylon tien kenmerken gegeven:

 

1. Een vrouw - het bijbelse symbool voor een kerk (vers 4) (zie Jeremia 6:2; 3:1; Jesaja 54:6; Hosea 2:19-20; 2 Corinthe 11:2).

 

2. Een verdorven kerk - "de grote hoer"  (vers 1).

 

3. Een politieke kerk  - "met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben" (vers 2).

 

4.  Een wereldwijde kerk - "de wateren, die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, zijn natiën en menigten en vol­ken en talen" (vers 15).

 

5. Een heersende kerk - "die het koningschap heeft over de koningen der aarde" (vers 18).

 

6. Een moederkerk - "HET GROTE BABYLON, MOE­DER VAN DE HOEREN" (vers 5).

 

7. Een vervolgende kerk - "dronken van het bloed der heiligen" (vers 6).

 

8. Een rijke kerk - "rijk versierd met goud, edelge­steente en paarlen" (vers 4).

 

9. Een praalzieke kerk - "gehuld in purper en schar­ laken" (vers 4).

 

10. Een grote stad - "de vrouw. . is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde" (verzen 9 en 18). (Het is zelfs een stad op zeven heuvels.)

 

Geen menselijk commentaar zou dit duidelijker kunnen maken. De bovenomschreven identificatie is zó bepa­lend, dat ieder mens in deze wereld, die zich eerlijk af­vraagt, wie deze "vrouw" is, dit kan begrijpen. Maar we moeten echter bedenken dat deze oude moederkerk dochters heeft, kerken die haar valse leerstellingen en gewoonten aanhangen. Wanneer wij nu tot de engelboodschappen van Openbaring 14 terugkeren, vinden we degenen die deze boodschappen gehoorzamen, als volgt gekenmerkt:

 

"Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt" (vrouwen in meervoud!) (Openbaring 14:4). Dat wil zeggen, dat ze zich niet alleen van "de moeder der hoeren", maar ook van haar dochterkerken afgezonderd hebben. "Babylon" is een symbool dat de belijdende christelijke wereld omvat. Het woord zelf betekent "verwarring", en is van toepassing op de talrijke en tegenstrijdige sekten waarin het christen­dom verdeeld is. Doch is er één gemeenschappelijke factor, nl. de wijn van valse leerstellingen uit dezelfde bezoedel­de beker.

 

De leerstelling van de zondagsheiliging is o.a. wijn uit de beker van Babylon. Zo is het ook met de verderfelij­ke dwaalleer van de natuurlijke onsterfelijkheid van de ziel. Satans eerste leugen - "Gij zult geenszins sterven", is een belangrijke leerstelling van Babylon. * 1

 

Het feit van het thans plaatsvindend onderzoekend oordeel is duidelijk in tegenstelling met het denkbeeld dat de doden reeds in de hemel of in de hel zijn. Wat betreft de dwaal­leer van de natuurlijke aangeboren onsterfelijkheid van de mens, is de leerstelling van de eeuwige kwelling de grofste en schokkendste aanklacht tegen het karakter van God. Door deze dwaalleer heeft Satan de Vader der oneindige barmhartigheid niet het kleed van zijn eigen duivelse karak­ter van haat, wreedheid en wraakgierigheid bekleed. Welk verschrikkelijk bloeddorstig monster uit de menselijke ge­schiedenis zou kunnen vergeleken worden met Babylon schepping van een wezen, dat zijn schepselen overgeeft aan onbeschrijfelijke kwellingen in een vuur die nimmer eindigen ?

 

Het is onmogelijk de schade te berekenen die deze, in de naam van Jezus Christus geleerde dwaalleer de christen­heid heeft berokkend. Het is nu de tijd dat de Waarheid van de verbinding met zulk een dwaalleer losgemaakt wordt en dat het volk van God zich realiseert dat de religieuze licha­men die zulke dwaalleren verkondigen, deel uitmaken van Babylon, dat moreel gevallen is.

 

De Derde Engelboodschap

 

De boodschappen van Openbaring 14 zijn er toe bestemd om een afvallig christendom te doen ontwaken. De derde boodschap is zelfs schokkender dan de eerste en de tweede.

 

"En een derde engel is hen gevolgd, zeggende met gro­te stem: Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd, of aan zijn hand, die zal ook drinken uit de wijn des toorns Gods, die ongemengd ingeschonken is in de drinkbeker Zijns toorns; en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam. * 2 en de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid, * 3  en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aan­bidden en zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt. Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het ge­loof van Jezus. (Openbaring 14:9-12 St.Vert.).

 

Het is ondenkbaar dat God de mensen zulk een vrese­lijke waarschuwing geeft en ze dan verder zonder nadere opheldering zou laten. De eerlijk zoekende ziel is zelf niet in staat, om de symbolen van het beest, zijn beeld en zijn merkteken te verklaren.

 

Dit beest wordt nader omschreven in het dertiende hoofdstuk van de Openbaring:

 

"En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kro­nen en op zijn koppen namen van godslastering. En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt, en hem werd macht gegeven dit twee en veertig maanden lang te doen. En het beest opende zijn mond tot lasteringen tegen God om zijn naam te lasteren en zijn tent en hen, die in de hemel wonen. En hem werd gegeven om tegen de hei­ligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk." (Openbaring 13:1, 5-7)

 

De tien horens, de tijd van zijn heerschappij (42 maanden of 1260 profetische dagen), de mond die grote dingen spreekt en zijn strijd tegen de heiligen, identifi­ceren het beest als de pauselijke macht die wij eerder in de profetie van Daniël 7 beschreven vonden.

 

Om het beeld van het beest vast te stellen, moeten we verder gaan met de bestudering van het dertiende hoofdstuk uit de Openbaring. De pauselijke macht ontving een "dodelijke wond" (Openbaring 13:3) in 1798, toen de Franse generaal de paus gevangen nam en een einde maak­te aan het Vaticaanse bewind. Toen gingen de woorden van de profeet in vervulling:

 

"Indien iemand in gevangenschap voert, dan gaat hij in gevangenschap; indien iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij zelf met het zwaard gedood worden" (Openbaring 13:10).

 

Toen het pauselijke beest in gevangenschap geleid werd, zag de profeet een ander beest: "opkomen uit de aarde en het had twee horens als die van het Lam, en het sprak als de draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt dat de aarde en zij, die daarop wonen het eerste beest zullen aanbidden, welks dodelijke wonde genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur doet nederdalen uit de hemel op de aarde ten aanschouwen van de mensen. En het ver­leidt hen die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest, dat de wond van het zwaard had en weer levend geworden is."

(Openbaring 13:11-14)

 

Deze op een lam gelijkende macht, die op het toneel verschijnt, is geen andere dan die van het protestantse Amerika, die op de grote principes van burgerlijke en godsdienstige vrijheid gefundeerd was. * 4 Bekend als een vredelievend lam, zal deze macht de voetstappen van Rome volgen en een beeld van het beest vormen. Dat wil zeggen, de protestantse lichamen van de Verenigde Staten zullen zoveel op Rome gaan gelijken, dat ze een gelijke­nis van het pauselijke systeem zullen vormen. Het wezen­lijke van het pauselijke systeem is een vereniging van kerk en staat. Toen de afvallige kerk in de vroegere eeuwen zich met de staat verenigde, ontstond het pausdom. Zo zal er een beeld van het beest gevormd worden wan­neer een afvallig protestantisme zich verenigt met de staat, om haar wetten te ondersteunen en haar decreten op te dringen.

 

Het is de hoogste tijd dat nadenkende mensen duide­lijk gaan zien, wat het huidige veranderende klimaat tus­sen katholieken en protestanten in werkelijkheid betekent, in het licht van de bijbelse profetie. Het pausdom is niet veranderd, al schijnt dit uiterlijk het geval te zijn. Het protestantisme echter heeft opgehouden te protesteren en vraagt zichzelf af, of de hervorming niet een fout was. Rome wordt niet langer gevreesd, doch bewonderd. Bin­nen niet al te lange tijd zal het afvallige protestantisme een knieval doen voor Rome en op deze wijze het beeld van het beest worden.

 

Wat is nu het merkteken van het beest dat zal worden ontvangen aan het voorhoofd of aan de hand? Het is klaar­blijkelijk iets waardoor de onderscheidende autoriteit van Rome wordt gekenmerkt. Van hen, die weigeren het merk­teken van het beest te ontvangen, wordt gezegd dat zij: "de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus hebben" (Openbaring 14:12).
In plaats van het merkteken van het beest, dragen zij "de naam zijns vaders" of "het zegel van de levende God" aan hun voorhoofden.   (Openbaring 14:1;

7:2-3).

 

Wij vinden het zegel in Gods heilige wet. Het Sabbatgebod is het enige gebod van de decaloog, dat een duidelijk omschreven zegel bevat - de naam van de Wetgever (God), de titel van de Wetgever (Schepper) en het gebied waarover Hij regeert (hemel en aarde).

Lees het vierde gebod en u zult het zegel ontdekken! Gods Sabbat is het spe­ciale teken van Zijn autoriteit: "Ook gaf Ik hun Mijn Sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Here, hen heilig" (Ezechiël 20:12).

 

Het merkteken van het beest is het tegenovergestelde van het zegel van God. Aanhangers van Rome zeggen dat "het waarnemen van de zondag door de protestanten, een eerbetoning is die zij tot hun eigen nadeel aan de autoriteit van de katholieke kerk brengen." (Plain talk about the protestantism of today. (1868) pag. 213)

In antwoord op een brief van 28 oktober 1895, aan kardinaal Gibbons, waarin gevraagd werd of de katholieke kerk aanspraak maakt op de verandering van de Sabbat als haar merkteken, ontving men het volgende bericht: "Natuurlijk maakt de katholieke kerk er aanspraak op dat deze verandering door haar plaats vond, .... en deze handeling is een merkteken van haar kerkelijke autoriteit in godsdienstige zaken". Deze brief werd ondertekend door H.F. Thomas, kanselier van kardinaal Gibbons.

 

De profetie verklaart,   dat het protestantse Amerika de heiliging van de zondag door een wet zal opdringen:

 

"En hem werd gegeven om aan het beeld van het beest een geest te schenken, zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden. En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rij­ken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft. " (Openbaring 13:15-17)

 

Het is verbazingwekkend dat de natie, die gegrond werd door protestanten, die aan de godsdienstige vervol­gingen in Europa ontkomen waren, de sporen van Rome zal volgen doordat zij ook de gewetensvrijheid met voeten zal treden. Zulk een wonderlijke ommekeer van de ge­schiedenis en de belijdenis van een land, vraagt om een verklaring die dan ook niet ontbreekt. Als het protestan­tisme acht had geslagen op de waarschuwingen die sedert 1844 van Gods wege door de drie engelenboodschappen aan haar gegeven werden, zou zij niet, zoals heden ten dage gebeurt, over de kloof heen de hand reiken aan het Rooms- Katholicisme. Daar het protestantisme deze waarschuwingsboodschappen verwerpt, heeft het geen be­scherming meer tegen Satans verleidingen. Van dit volk staat geschreven, dat zij ertoe verleid zullen worden een beeld van het beest te maken:

 

"En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen. En het verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest." (Openbaring 13: 13-14)

 

Vuur uit de hemel symboliseert gewoonlijk het neer­dalen van de Heilige Geest, zoals bijv. met Pinksteren (Handelingen 2:4). Maar deze profetie toont ons, dat een nabootsing van de doop met de Heilige Geest, de mensen zal verleiden. We zien de vervulling van deze nagebootste pinksterervaring in de huidige geestvervoerende opwek­kingen, die de kerken van Amerika bewegen. (Ook in Eu­ropa) . Duizenden zijn enthousiast over de bovennatuurlijke verschijnselen in die vergaderingen, die schijnbaar een machtige opleving van alle kerken tengevolge heeft. De leidende figuren in deze grote doorbraak van een nieuwe pinkstergeest, beweren dat de spade- of late-regen valt en dat deze beweging van "de Geest", de christelijke ker­ken zal verenigen tot een bond van algemene broeder­schap. Maar Gods Woord laat ons zien dat het het werk van een andere geest is; want voor de komst van de Here wordt aan Satan toegestaan om te werken "met allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen" (2 Thessalonicenzen 2:9). Johannes noemt het "geesten van duivelen, die tekenen doen" (Openbaring 16:14).

 

Zo reikt het huidige Protestantisme het Rooms-Katho­licisme de ene hand, terwijl het met de andere hand het Spiritualisme omhelst. De leer van de zondagsheiliging zal de band van gemeenschap met de Rooms-Katholieken verstevigen, terwijl de leer van de natuurlijke onsterfelijkheid der ziel, de deur opent tot gemeenschap met de geesten der duivelen in de gestalte der gestorvenen. Onder de invloed van deze drievoudige vereniging (Protestantisme - Katho­licisme - Spiritualisme) zal Amerika een beeld van het beest maken door de waarneming van de zondag wettelijk te verplichten en hen die weigeren, te straffen door economi­sche boycot en de dood. Dit alles moge heden nog onmoge­lijk schijnen. Wanneer er echter grote moeilijkheden in het land komen, bijv. door overstromingen, aardbevingen, rampen en rassenstrijd, zal zeer spoedig de vraag naar een verplichte zondagsheiliging populair worden. Meer dan honderd jaar lang heeft de wereldwijde beweging der Zevende-dags-Adventisten hiervoor gewaarschuwd en nu zien wij, dat deze lang betwijfelde gebeurtenis snel nadert.

 

Het Zegel of het Merkteken?

 

De boodschap van de derde engel is niet alleen een waarschuwing, maar ook de laatste verkondiging van het eeuwige evangelie aan de bewoners der aarde. Van degenen die het beest of zijn beeld niet willen aanbidden, zegt de boodschap: "Hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus" (Openbaring 14:12 St.Vert.). Het geloof dat de gelovige in Jezus rechtvaardigt is geen knappe vervanging voor gehoorzaamheid. Christus stierf niet om de zonde, die een overtreding van Zijn heilige weg is, on­sterfelijk te maken (1 Johannes 3:4). Hij stierf om de wet "te verheerlijken en groot te maken (Jesaja 42:21 St.Vert.). Zijn vleeswording, leven en dood waren de ontvouwing van de eeuwige beginselen der liefde, die altijd de grondslag geweest zijn van de troon van God.

 

Het evangelie is niet in 'tegenspraak met de wet; het is de ontvouwing van de wet. De wet is de boom, het evangelie is de vrucht van de boom. De wet is het ontplooide evangelie; het evangelie is de opengeslagen wet. Jezus Christus is de levende uitdrukking van de wet der Tien Geboden. Hij is de gepersonifieerde wet. Golgotha is de hoogste openbaring van de lengte en breedte, hoogte en diepte van de genade en de gerechtigheid van Gods wet. Dit is een openbaring voor de vleselijke gezindheid van de mens, welke "vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet" (Romeinen 8:7).

De natuur­lijke mens ziet niets aantrekkelijks in de gemeenschap met God of in de gehoorzaamheid aan Zijn wil. Maar het licht dat van het kruis schijnt, is zo'n openbaring van eeuwige, verlossende liefde, dat het in zonde verharde hart gebroken en gewonnen en in overeenstemming gebracht wordt met de geboden van God. Wanneer het hart beantwoordt aan de lief­de van God, openbaart het geloof. Dit geloof is niet iets doods, maar een werkend beginsel (Galaten 5:6), dat het leven van de christen vervult met kracht en gehoorzaamheid tot eeuwig leven. Dan zal de taal van het hart zijn: "Hoe lief heb ik uw wet!  Zij is mijn overdenking de ganse dag. Ik heb lust Uw wil te doen, mijn God, Uw wet is in mijn binnenste" (Psalm 119:97; 40:9).

 

De laatste beproeving over het zegel van God en het merkteken van het beest, is niet slechts een geargumenteer over het houden van een dag. Het omvat een levensbelangrijk beginsel, precies zoals dit bij de oorspronkelijke be­proeving in de hof van Eden het geval was. Zoals de boom der kennis des goeds en des kwaads een toets van gehoor­zaamheid in de hof van Eden was, is ook de Sabbat een toets van gehoorzaamheid tegenover Gods Woord. In tegenstelling hiermee wordt de zondagsviering gemaakt tot een toets van gehoorzaamheid aan de geboden van mensen. Terecht zag Luther dat, "wanneer eeuwige belangen op het spel staan, God niet wil dat de mens zich aan de mens onderwerpt. Want in geestelijke dingen is zulk een onderwerping daadwerkelij­ke aanbidding en dit behoort alleen aan de Schepper te wor­den gebracht". (D'Aubigne, geschiedenis der reformatie. b. 7, hoofdstuk 11) Op deze wijze toont ons de boodschap van de derde engel, dat gehoorzaamheid aan godsdienstige wetten, die de eerbiediging van de zondag eisen, de aanbid­ding is van het beest en zijn beeld. Wanneer de godsdiensti­ge machten van de christenheid zich in de plaats van God stellen en zelfs verder gaan dan God, door het geweten te dwingen, dan is de tijd gekomen dat de derde engelboodschap met een luide roep zal verkondigen, dat zondagsheiliging dan de aanname van "het merkteken van het beest" betekent.

 

Hiermede wordt niemand veroordeeld of verdoemd, die gewetensvol de zondag vierde, want God heeft de tijd der onwetendheid overzien (Handelingen 17:30 St. Vert.). Wanneer die tijd van beproeving komen zal en de luide roep van Gods boodschap de mensen waarschuwt, zullen allen die voortgaan Gods wet te overtreden om de wetten van mensen te gehoorzamen, het merkteken van het beest ontvangen. Diegenen daarentegen, die onder de bedreiging van dood­straf verkiezen trouw te blijven aan het goddelijk gezag, zullen het zegel van de levende God ontvangen.

 

Het oordeel over de Levenden

 

Het zegel van God heeft niet slechts betrekking op het heiligen van een dag; het is in feite de "naam des Vaders" (Openbaring 14:1). Zij die het ontvangen, weerspiegelen het karakter van God.

 

"Deze zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; deze zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heen gaat; deze zijn gekocht uit de mensen tot eerste­lingen Gode en het Lam" (Openbaring 14:4). Dit betekent, dat ze onbevlekte en volmaakte christenen zijn. "En in hun­nen mond is geen bedrog gevonden; want ze zijn onberispe­lijk voor de troon van God" (vers 5). Meer nog, hun karakters zijn verzegeld - voltooid - rein en vlekkeloos voor alle eeuwigheid; in hen is de vervulling van de belofte werkelijk­heid geworden:

"Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam" (Openbaring 3:12).

 

Het is duidelijk dat over de gevallen van de verzegelde levenden in het oordeel gunstig beschikt werd. De vroegere grote verzoendag werd als een dag der verzegeling be­schouwd. Zij, wier zonden in de dienst der reiniging van het heiligdom uitgedelgd waren, werden als verzegeld be­schouwd.

 

Anderzijds moeten degenen die het merkteken van het beest ontvangen, diegenen zijn, die door moedwillige over­treding hun karakters op de weg van onverbeterlijke afval bepaald hebben. Daarom zal het oordeel de door henzelf genomen beslissing bevestigen en op hen het merkteken van eeuwige scheiding van God plaatsen.

 

Het moet worden erkend, dat de laatste toets met be­trekking tot de geboden van God, de bewoners der aarde tot een definitieve beslissing zal brengen. Hieruit blijkt heel duidelijk, dat de toets van het zegel van de levende God en het merkteken van het beest, het oordeel der leven­den mogelijk maken.

 

Wanneer allen hun beslissing hebben genomen en het oordeel in overeenkomst daarmee, het eeuwige lot heeft bepaald, zal Jezus verklaren, dat ieders karakter onher­roepelijk is vastgelegd: "Die onrecht doet, dat hij nog on­recht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde" (Openbaring 22;11 St. Vert.). Dan voegt de Heiland er aan toe: "En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn" (vers 12).

 

"En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand.

En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden.

En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn sikkel uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid.

En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, ook hij met een scherpe sikkel.

En een andere engel kwam uit het altaar; deze had macht over het vuur en hij riep met luider stem tot hem, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel uit en oogst de trossen van de wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp!." (Openbaring 14:14-18),

De laatste beproeving brengt de oogst tot rijpheid en openbaart het schouwspel dat nog nooit tevoren heeft plaats gevonden, nl. dat de mensen óf tenvolle het karakter van God óf het karakter van Satan weerspiegelen. Wanneer ieder karakter volledig ontwikkeld is ten goede of ten kwade, zal Jezus komen om de oogst binnen te halen.

 

"Welzalig is de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt, al wat hij onderneemt, gelukt.

 

Niet alzo de goddelozen; die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit. Daarom houden de goddelozen geen stand in het gericht, noch de zondaars in de vergade­ring der rechtvaardigen, want de Here kent de weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen vergaat." (Psalm 1)

 

*  1  De eerste prediking over de onsterfelijkheid van de ziel werd gehouden door Satan In de hol van Eden. Door tegen Eva te zeggen. ,,Gij zult geenszins sterven", uitte hij zijn eerste leugen tegenover de mens (zie Genesis 3:1-4). Deze valse leerstelling is de grondslag voor Iedere vorm van spiritisme. Rome leende deze leerstelling van het heidendom. Maarten Luther zei, dat het behoorde tot da ,.monstrueuze fabels die een deal vormen van de roomse drekhoop van decreten." - Petavel. E.. ,.The problem of immortality" 1892 Ed pag 255.

Zij, die belijden verkeer te hebben met de heengegane doden, hebben verkeer met da ,,geesten van duivelen". Dit zijn de legioenen van boze engelen (geesten) die zich met Satan verenigd hebben In zijn opstand tegen de Wet van God. (zie Nummeri 25:1-3; Psalm 106:20; 1 Corinthe 10:20; Openbaring 16:14; Leviticus 19:31; 20:27. Jesaja 8:19-20; Marcus 5:9; 7 26-30).

De Bijbel verklaart uitdrukkelijk ..dat de doden niets weten" (Prediker 9:5) dat de dood een onbe­wuste slaap is (Psalm 146:4; Johannes 11:1-14; Psalm 104:29: Prediker 12:7); dat de recht­vaardige doden, met uitzondering van Mozes en degenen die speciaal opstonden met Jezus, nog in hun graven zijn en wachten op de roep van da Levensgever (Handelingen 2'29. 34; Johannes 5:28-29: 639-40; Hebreeen 11:13. 39-40; 1 Thessasalonlcenzen 4:16; Psalm 17:15): dat de ziel die zondigt zal sterven (Ezechiël 18.4) dal de zondaar zal ten ondergaan In vernietiging. dat Is de eeuwige dood (Romeinen 6:23: 2 Thessalonicenzen 1:9. Mattheüs 10:28; Lucas 13:3; 2 Petrus 2:12; Psalm 37:10, 20: Maleachi 4:1. Obadja 16 en Openbaring 20: 9 en 14): dat God .alleen onsterfelijkheid heeft" (1 Timotheus 6:16); dat de mens sterfelijk is (Job 4:17); dat we naar de onsterfelijkheid moeten streven, die alleen In Christus wordt gevonden (2 Timotheus 1:10; Romeinen 2:7); en dat deze gave van de onsterfelijkheid zal worden ge­schonken aan de rechtvaardigen bij de tweede komst van Christus, wanneer de opstanding van de rechtvaardigen plaats vindt (1 Corinthe 15: 53-54).

 

*  2  Heeft betrekking op de toorn van God in de zeven laatste plagen (zie Openbaring 16; Zacharia 14:12).

 

* 3  Een uitdrukking die niet uitdrukkelijk op de eeuwigheid duidt, tenzij het betrekking heeft, op God of Christus. Met betrekking tot de mensen betekent het zolang als hij leeft (zie Exodus 12:17; 21:6; 1 Samuel 1:22; Jona 2:6; Philemon 15). In dit geval zullen de zondaren de plagen te verduren hebben zolang hun leven duurt. Overal leert de Bijbel duidelijk de totale ver­nietiging van de zondaren (zie Ezechiël 18:4); Romeinen 6:23; Psalm 37:20; Maleachi 4:1: Openbaring 21:8).

 

* 4   Zie  het aanhangsel,   waar  het  bewijs  gebracht wordt,   dat  het  hier  gaat  om  de  Verenigde Staten van Amerika.