You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies) - Hier en erna
 
WAAR  ZIJN ONZE DODEN?  (16)

 

De dienst van de heilige engelen zoals die in de Bijbel wordt beschreven, is een vertroostende kostbare waarheid voor elke volgeling van Christus. Maar de Bijbelse leer over dit onderwerp is verduisterd en vervormd door de dwalingen van de populaire theologie. De leer van de natuurlijke on­sterfelijkheid, eerst ontleend aan de heidense wijsbegeerte en tijdens de duisternis van de grote afval opgenomen in de christelijke geloofsleer, heeft de waarheid die zo duidelijk in de Schrift is onderwezen dat "de doden niets met al we­ten" (Pred. 9:5) verdrongen. Menigten zijn ertoe geleid te geloven dat de geesten van de doden de "dienende geesten zijn, die uitgezonden worden om diegenen te dienen die erf­genamen van de verlossing" zullen zijn. Ze geloven dit on­danks de verklaringen van de Bijbel, die getuigt van het be­staan van hemelse engelen die betrokken zijn bij de geschie­denis van de mens, voordat de mens gestorven was.

 

De leer dat de mens na de dood een bewust leven leidt en vooral het geloof dat de geesten van de doden terugkeren om de levenden te dienen, heeft de weg bereid voor het moderne spiritisme. Als de doden in de tegenwoordigheid van God en de heilige engelen zijn toegelaten en oneindig veel meer we­ten dan vroeger toen ze nog op aarde waren, waarom zouden ze dan niet naar de aarde kunnen komen om de levenden te onder­richten? Als, zoals de populaire theologen beweren, de gees­ten van de doden rondom hun vrienden op aarde zweven, waarom zou hen dan niet worden toegestaan met hen in contact te treden om hen te waarschuwen voor het kwaad of om hen te troosten in hun verdriet?

Hoe kunnen zij die geloven in een bewustzijn na de dood iets verwerpen dat ze beschouwen als goddelijk licht dat wordt meegedeeld door verheerlijkte geesten? Hier is een kanaal dat als zijnde heilig wordt beschouwd dat Satan als communicatiemiddel kan gebruiken om zijn doel­stellingen te verwezenlijken. De gevallen engelen die hem op zijn wenken bedienen, verschijnen als boodschappers uit de geestenwereld. Terwijl de vorst van het kwaad zogenaamd de levenden in contact brengt met de doden, oefent hij een be­toverende invloed uit op hun geest.

 

Satan bezit de macht de gestalte van hun gestorven vrien­den voor de mensen te doen verschijnen. De vervalsing is vol­maakt: de bekende trekken, de woorden en de stem worden buitengewoon nauwkeurig nagebootst. Velen vinden troost in de verzekering dat hun geliefden de hemelse gelukzaligheid sma­ken en volgen "dwaalgeesten en leringen van boze geesten", zonder dat zij zich van enig gevaar bewust zijn.

 

Als zij ertoe gebracht zijn te geloven dat de doden in­derdaad terugkeren om met hen spreken, laat Satan de gestal­ten van diegenen verschijnen die onvoorbereid in het graf zijn gedaald. Zij beweren dat zij gelukkig zijn in de hemel en daar zelfs hoge functies bekleden, en zo wordt alom de dwaling verspreid dat er geen verschil wordt gemaakt tussen de rechtvaardigen en goddelozen.

De zogenaamde bezoekers uit de geestenwereld geven soms raad en waarschuwingen die juist blijken te zijn. Dan, als het vertrouwen is gewonnen, bren­gen ze leringen naar voren die het geloof in de Schrift on­dermijnen. Terwijl ze de indruk wekken dat ze diepe belang­stelling koesteren voor het welzijn van hun vrienden op aar­de, suggereren ze de gevaarlijkste dwalingen. Het feit dat ze enkele waarheden zeggen, en soms in staat zijn toekomstige gebeurtenissen te voorspellen, geeft aan hun woorden een schijn van betrouwbaarheid; en hun valse leringen worden door de menigte gretig aanvaard en onvoorwaardelijk geloofd, alsof het de heiligste Bijbelse waarheden zijn. Gods wet wordt op­zij gezet, de Geest der genade veracht, het bloed van het verbond wordt bezien als een onheilig iets. De geesten loo­chenen de godheid van Christus en plaatsen zelfs de Schepper op hun eigen niveau. Zo zet de grote opstandeling onder een nieuwe misleiding de strijd tegen God voort, die in de hemel begon en nu bijna zes duizend jaar op aarde voortgezet is.

 

Velen beschouwen spiritistische verschijnselen als bedrog of als een handigheid van het medium. Doch hoewel het waar is dat de resultaten van het bedrog vaak als echte manifesta­ties worden bezien, is er ook sprake geweest van opmerkelijke manifestaties van bovennatuurlijke macht. Het geheimzinnige geklop waarmee het moderne spiritisme begon was niet het ge­volg van menselijke handigheid of sluwheid, maar was het directe werk van boze geesten, die op deze wijze een van de meest succesvolle zielen vernietigende misleidingen naar vo­ren brachten. Velen zullen in de val lopen door het geloof dat spiritisme slechts het gevolg is van menselijk bedrog of sluwheid. Wanneer ze verschijnselen zien die ze wel als bo­vennatuurlijk moeten beschouwen, zullen ze misleid worden, en ertoe worden gebracht die te aanvaarden als de grote macht van God.

 

Deze mensen houden geen rekening met de uitspraken van de Schrift aangaande de wonderen die door Satan en zijn medewerkers zijn verricht. Door satanische kracht waren de tove­naars van Farao in staat het werk van God na te bootsen.

 

Paulus zegt dat voor de tweede komst van Christus opnieuw dergelijke blijken van satanische kracht zullen worden ge­zien. De wederkomst van Christus zal worden voorafgegaan door soortgelijke manifestaties van satanische kracht. De wederkomst van de Here zal worden voorafgegaan door "de wer­king van Satan met alle macht en tekenen en leugenachtige wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid." 2 Thess. 2:9,10.

 

De apostel Johannes zegt in zijn beschrijving van de dui­velse kracht die zich in de eindtijd zal openbaren: "En hij doet grote wonderen, zodat hij vuur uit de hemel doet neer­dalen op de aarde ten aanschouwen van de mensen, en hij verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen." Openb. 13:13,14. In deze tekst wordt niet alleen 'bedrog' voorzegd. De mensen worden misleid door de wonderen waartoe de medewerkers van Satan inderdaad in staat zijn en niet door de dingen waartoe ze in staat 'bewe­ren' te zijn.

 

De vorst der duisternis, die zijn intelligentie reeds zo lang gebruikt om te misleiden, past zijn verleidingen met grote handigheid aan voor mensen uit alle klassen en in alle omstandigheden. Ontwikkelde en beschaafde mensen biedt hij het spiritisme aan in zijn verfijnde, intellectuele vorm en slaagt er op die manier in velen in zijn val te lokken. De apostel Jacobus zegt over de wijsheid van het spiritisme: zij is "niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels." Jac. 3:15.

Dit houdt de aartsbedrieger echter verborgen wanneer hem dit beter past. Hij die in de woestijn der verzoeking aan Christus kon verschijnen om­kleed met de heerlijkheid van de hemelse serafs, komt tot de mensen in de meest aantrekkelijke gedaante: als een engel des lichts. Hij doet een beroep op het verstand door het naar voren brengen van verheven onderwerpen; hij prikkelt de ver­beelding door de zinnen in verrukking te brengen; en brengt de mensen ertoe zich zó op hun eigen wijsheid te beroemen dat ze God in hun hart verachten. Dit machtige wezen, dat de Verlosser der wereld naar een zeer hoge berg kon brengen en al de koninkrijken van de aarde en hun heerlijkheid aan Christus' oog kon laten voorbijgaan, zal de mensen zijn ver­leidingen voorspiegelen op een wijze die de zinnen van allen die niet door Gods kracht worden beschermd in verwarring zal brengen.

 

Satan misleidt de mensen in onze tijd precies zoals hij Eva in de hof van Eden heeft verleid: door vleierij, door hun verlangen naar verboden kennis te prikkelen, door hen aan te zetten tot zelfverheerlijking. Door deze zonde is hij zelf gevallen en hij wil de ondergang van de mens op dezelf­de manier bereiken: "Gij zult als God zijn, kennende goed en kwaad", had hij gezegd. Gen. 3:5. Het spiritisme leert dat "de mens het schepsel van vooruitgang is; de mens gaat vanaf zijn geboorte tot in alle eeuwigheid opgroeien tot een God­heid ."

 

Het is een feit dat het spiritisme op dit ogenblik een gedaanteverwisseling ondergaat; het heeft een christelijke gedaante aangenomen en verbergt een van zijn meest verwerpe­lijke kenmerken. Maar zijn uitspraken vanaf het podium en in de pers zijn jaren lang gehoord en daarin is zijn ware ka­rakter geopenbaard. Deze leringen kunnen niet ontkent of ver­borgen worden.

 

Er zijn weinig mensen die zich rekenschap geven van de misleidende kracht van het spiritisme en van het gevaar dat men loopt wanneer men onder zijn invloed komt. Velen houden zich ermee bezig om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Ze geloven er niet echt is en ze zouden huiveren als het tot hen doordringt dat ze zich eigenlijk aan de macht van de geesten overgeven.

 

Wie zich tegen spiritisme verzet, bestrijdt niet alleen de mensen die dit beoefenen, maar ook Satan en zijn engelen. Satan zal geen duimbreed wijken, tenzij hij wordt terugge­dreven door de kracht van hemelse boodschappers. Gods volk moet hem gelijk Jezus tegemoet kunnen treden met de woorden: "Er staat geschreven." Satan kan nu evenals in de dagen van Christus de Bijbel aanhalen en hij zal de Schrift verdraaien om zijn misleidingen kracht bij te zetten. Wie in deze ge­vaarlijke tijd stand wil houden moet weten wat de Bijbel zegt.

 

Velen zullen worden geconfronteerd met geesten van duive­len die in de gedaante van overleden familieleden of vrien­den verschijnen en de gevaarlijkste ketterijen verkondigen. Deze geesten zullen een beroep doen op onze gevoelens van medeleven en wonderen verrichten om hun beweringen geloof­waardiger te maken. Wij moeten klaarstaan om hen te bestrij­den met de bijbelse waarheid dat de doden niets weten en dat de verschijningen dus geesten van duivelen zijn.

 

Wij staan vlak voor "de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aar­de wonen." Openb. 3:10. Allen wier geloof niet vast gefun­deerd is op het Woord van God zullen worden misleid en overwonnen.

Satan werkt met "allerlei verlokkende ongerechtighe­den" om de mensen in zijn macht te krijgen en zijn mislei­dingen zullen voortdurend toenemen. Hij kan zijn doel echter alleen bereiken als de mensen ingaan op zijn verzoekingen. Zij, die oprecht zoeken naar waarheid en hun uiterste best doen om zich voor te bereiden op de strijd, zullen in de God der waarheid een sterke verdediging vinden. "Omdat u het woord bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal Ik ook u bewaren." Openb. 3:10; GS. pp. 505-516. (Uriah Smth)