Conclusie en Oproep (18)
In afsluiting van onze studie willen we nagaan tot welke conclusie wij komen omtrent de noodzakelijke toestand van hen die de grote tijd van benauwdheid zullen doormaken. Hierbij is niet gedacht aan een noodzakelijke volgorde.
Zij, die in een punt des tijds veranderd en onsterfelijk gemaakt zullen worden, moeten de volgende ervaring en toestand bezitten:
- Volkomen toewijding tot God; aanname van de Zaligmaker als de enige Leidsman en Heerser in hun hart; al hun talenten aan Zijn dienst gewijd; een volkomen geheiligd hart.
- Een liefde tot God en wat Hij betekent, zonder enige verdienste.
- Een afkeer van Satan en wat met hem te maken heeft (GC670.4) ; een haat tegen de zonde zo groot dat zij liever zouden sterven dan één zonde te begaan.
- Al hun schuld van zonde overgedragen op het hemels Heiligdom.
- Een door ervaring verkregen kennis van daadwerkelijk verkregen kracht Gods die hen ervoor bewaart te zondigen (5T221.4) ; het geheim van succes te kennen uit de praktijk (DA667.5;PP509.2) ; niet tevreden met alleen maar een kennis van de theorie der waarheid. (GC426.6)
- Een bewust denkpatroon tot het overwinnen van kwaad; een vaste gewoonte zich steeds tot God te wenden om kracht,en door middel daarvan iedere bewuste neiging of aandrang tot het kwade te overwinnen.
- Een standvastige houding in het bewaken van de zinnen, de toegangen tot de ziel; het beperken van het blootstellen van gemoed en verstand aan verzoekingen tot een absoluut uiterste dat nodig is om hun werk voor God te kunnen uitvoeren. (MH454.1; SL93.2)
- De geestelijke (mentale) gedachtenaantekening der zonde uitgewist, daar deze (3T476.6; 1BC1087-8) een aanleiding tot verzoeking, of een weerklank van een verlokking uit de wereld via de zinnen, of een directe verzoeking van de duivel, zou kunnen bewerken (MB116.7) ; alle onreine beelden in de 'hallen der herinnering' bedekt en uitgewist; alle neigingen en geneigdheden tot zonde overwonnen en gereinigd. (GC623.1)
- De volle uitstorting van de Heilige Geest, niet slechts het “handgeld” van de Geest. Zij moeten “geleid” worden door de Geest, dat er op duidt, dat zij de leiding van de Geest volgen.Gods Wet in zijn volledigheid geschreven in hart en zin, zoals het was bij Adam en Eva vóór de val. (1BC1104; GC262.5)
- Een verstandelijke kennis door Bijbelstudie en die van de Geest der Profetie van het dienstwerk van Christus in de Hemel, van de aanstaande profetische gebeurtenissen en van hetgeen God van hen verwacht door met Hem samen te werken. Dit in verhouding tot hun leeftijd, geestelijk bevattingsvermogen, en hun toegang tot het gedrukte Woord.
De kinderen Israëls waren slaven in Egypte. Zij hadden wrede en ruwe opzichters. Bovendien, vermoordde Pharao hun zonen. Desondanks murmureerden zij spoedig na hun bevrijding tegen God en wilden terug. Moet God het leven op deze aarde zo lang laten voortduren tot het even ondraaglijk wordt als dat van de Israëlieten toen, of zo onhoudbaar, vóór wij bereid zijn van deze wereld te scheiden? Het ontwikkelt zich zeer snel in die richting!! Iedere week brengt ons nieuwe bewijzen van de onmenselijkheid van mensen, van hongersnood en van ongelukken en rampen. Hoeveel meer verontreiniging, besmetting van water en voedsel moeten wij nog verdragen?
Van Nicodemus wordt gezegd dat hij niet zo zeer onder de indruk was van het feit van wedergeboorte, alswel van de manier waarop. (DA173.4) Laten wij ons niet verliezen in argumenten en theorieën of over de wijze waarop het moet gebeuren, zodat wij het feit uit het oog verliezen of zelfs niet erkennen, dat wij van de zonde en haar uitwerking op ons, vrij moeten worden en blijven. Door Gods voorziening zijn alle voorzorgen hiertoe getroffen.
Kleine kinderen en volwassenen gingen het beloofde land binnen. Jezus leefde van kindsheid af tot volwassenheid toe zonder zonde. Hij werd geboren met de volheid van de Heilige Geest. Hij erfde onze zwakheden door Maria. (DA117.3; RH04-05-06) Gods Wet was in Zijn hart en zin geschreven. Ongeacht Zijn leeftijd wist Hij precies wat Zijn Vader van Hem op aarde verwachtte. Hij deed de wil van Zijn Vader door dezelfde kracht die ons ter beschikking staat. 'Hij had Zijns Vaders geboden bewaard, en er was geen zonde in Hem, die de Satan tot zijn voordeel kon benutten'. (GC623.4) Als de leden van de Gemeente der Overigen met God willen samenwerken en willig zijn afstand te doen van iedere zonde zodra deze aan hen wordt geopenbaard, zal God hen bereiden en hen helpen staande te blijven in de tijd der beproeving zonder te zondigen en zonder Middelaar.
Misschien geloven wij niet dat Jezus ons van zonde kan vrij houden. Wij blikken over de Jordaan en zeggen: Hoe zullen wij ooit deze reusachtige Jericho zonden overwinnen. De muren, de inspanningen zijn te groot; ik zie niet in, hoe dat ooit zal lukken. Of misschien komen we bij het kleine stadje Ai en denken, 'deze kleine beproeving kunnen wij in eigen kracht overwinnen, hiervoor hoeven wij niet Gods hulp in te roepen'.
Waarom trachten wij niet Gods mogelijkheden te benutten, en vertrouwen wij op Zijn wijsheid? Henoch en Elia bereikten het doel zonder de dood te ondergaan.
Misschien zijn we er niet zeker van of de hemel wel een plaats is van werkelijke materiële en geestelijke dingen. (MH414.9) Misschien denken we dat het leven hier op aarde toch niet zo slecht is, dat je er aan moet wennen. Wij handelen alsof wij bang zijn de tastbare dingen op deze wereld los te laten, vóór wij de dood recht in de ogen moeten zien. Dan beseffen we dat we dit leven verliezen, ongeacht of wij aan een eeuwig leven geloven of niet.
De hemel bestaat uit werkelijke geestelijke en materiële dingen, en Hij onze Maker, onze liefdevolle Verlosser, is daar. (GC674-6) Zijn eerste verzoek, toen Hij ten hemel voer, vóór Hij de huldiging van Zijn begeleidende engelen aannemen wilde, toont waar Hij zich het meest mee bezighield. Zijn verzoek was :' Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt' Joh. 17:24. (GC501.9; 5BC1150; DA834; 1SM307)
Door het geloof zullen er enige heiligen zijn, die de dood niet zullen smaken, die verzegeld zullen zijn, die alle zegeningen van de uiteindelijke verzoening zullen ontvangen, terwijl zij nog op aarde leven en die zonder te zondigen leven zullen uit de kracht van de inwonende Geest gedurende de tijd van de grote verdrukking. Door geloof alleen zullen zij aan het lokken van de Heilige Geest gehoorgeven. zich bekeren en de zegeningen van de toegerekende gerechtigheid ontvangen. Door geloof alleen zullen zij door gehoor te geven aan de Heilige Geest zich voor een heilig gebruik afzonderen. Door geloof alleen zullen zij gehoor geven aan de Heilige Geest en om wijsheid en kracht smeken om God in alle dingen te gehoorzamen. Door geloof alleen zullen zij bewijzen, dat Gods Wetten recht en goed zijn en dat zij onderhouden kunnen worden door de ons geschonken gaven middels de verleende gerechtigheid.
Zij zullen er in overeenstemmen, dat God gerechtvaardigd is. (PP68.8) Hij kan op hen wijzen en zeggen: “Hier zijn zij die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus hebben” Openb.14:12. De heiligen zullen zeggen: “Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, Hij zal ons zaligmaken”. Jes.25:9.
Als zich het karakter van Christus volkomen in Zijn volk weerspiegelt, dan zal Hij komen en ze tot zich nemen”. (COL69)