Lessen van Levensbelang uit de Ervaring van 1888 (16)
Als wij de ervaringen overzien van Israël vanaf de slavernij in Egypte tot aan de verdeling van Kanäan, krijgen wij een beeld HOE God Zijn volk leidt. Hun ervaringen tonen waar hun geloof en liefde tot God tekortschoten. Ook kunnen wij er enige zijsporen van satan in herkennen , niet alleen voor de enkeling, maar ook voor de gemeente.
Op een zelfde wijze leidt God de “gemeente der overigen”. "God heeft mij getoond, dat Hij Zijn volk (1844) een bittere kelk te drinken heeft gegeven om hen te louteren en te reinigen. Het is een bittere teug en zij kunnen die nog bitterder maken door te murmureren, te klagen en ontevreden te zijn. En zij, die hem op die wijze aanvaarden, moeten nog eens en nog eens drinken, tot het de verlangde uitwerking heeft bereikt; anders zullen zij alleen gelaten worden, onrein van hart" (EW47.1)
In een serie studies, onder de titel “De Exodus en de Adventbeweging in Type en Antitype” van Taylor G.Bunch, vergelijkt hij de 1844-ervaring met de ervaring van Israël bij de Rode Zee (GC457-8) , en de 1888 - episode met Kadesh-Barnea - opnieuw de woestijn in. Het was Gods bedoeling Zijn volk op een zodanige wijze Kanäan binnen te leiden, dat niemand de eer voor zichzelf kon opeisen. (TM214.3) Dat zelfde geldt voor de intocht in het hemelse Kanaan. (DA122; TM456.5) Een onderzoek van brieven van Ellen White en de lezingen van A.T.Jones, E.J.Waggoner, A.G.Daniells en anderen over de gebeurtenissen rond 1888, maakt duidelijk dat we meer kunnen leren over de afsluitingsgebeurtenissen op aarde, dan alleen maar een begrip over 'toegerekende- en verleende' gerechtigheid. Ook andere vragen kunnen beantwoord worden, zoals: welke belangrijke zaken waren nog meer aan de orde. Welke voetangels en klemmen legde de duivel om de waarheid tegen te werken?
Vijf belangrijke dingen zijn nodig om de gemeente voorbereid te doen zijn op de afsluitende gebeurtenissen op aarde. Hierover moet de gemeente een duidelijk inzicht hebben:
1. Een juist en zuiver begrip van het karakter Gods , want niemand kan de eigenschappen van een persoon duidelijk weerspiegelen, wanneer die hem onbekend zijn.
2. Een bewustzijn van haar ware toestand, zoals de hemel die ziet, - de boodschap van de Waarachtige Getuige aan Laodicea.
3. Een praktische, op ervaring berustende kennis over het HOE weerspiegelen van het karakter Gods , - belichaamd in de 1888 Boodschap over de 'toegerekende en verleende gerechtigheid' van Christus.
4 Een duidelijk verstaan van het evangelie, inbegrepen een evenwichtig begrip van een gezonde levenswijze - echte gezondheidshervorming en medisch zendingswerk.
5. Een waardering van het voorrecht en de plicht tot getuigen tot zielenredding - de rechtvaardiging van Gods naam voor het universum.
De Gemeente in 1888.
Gods plannen en de zijsporen van Satan.
De nadruk op “gerechtigheid door het geloof” door Ellen White, dateert reeds van vele jaren vóór de confrontatie op de Conferentie in 1888 te Minneapolis. (5T84; MS-5-89)
Daar ondersteunde zij krachtig de predikingen van A.T.Jones en E.J.Waggoner over deze boodschap. (TM91) Ook was haar gedurende meer dan twintig jaar licht over de gezondheidshervorming geschonken voor het volk. (4SG120-151) Dr. J.H.Kellogg en zijn staf droegen in grote mate de last de gemeente op te voeden in de gezondheidsboodschap. (MS-13-01)
In de gemeente echter bestond een groeiende twijfel en toenemend ongeloof met betrekking tot de getuigenissen. (5T217) De boodschap van Openb. 3 aan de gemeente van Laodicea stelt vast, dat er behoefte was aan goud — liefde, door het geloof werkende en de ziel reinigend —, voorts ogenzalf — geestelijk inzicht — , en witte klederen — het medegedeelde karakter Gods. (4T88; COL158) Deze oproep van de Waarachtige Getuige werd echter afgedaan met koud formalisme, wettisme en een lauwe onverschilligheid. (RH07-23-89; Letter 0-19-92 RH12-23-90) De boodschap van Gerechtigheid door het geloof werd door velen genegeerd en verworpen, en werden de boodschappers bekritiseerd en bespot. (RH05-27-90; TM79-80; Letter 0-19-92) Vooringenomen ideeën en trots bij anderen was de oorzaak dat de boodschap niet algemeen werd aangenomen. (RH05-27-90; TM79-80; 1SM235)
Vele predikers keerden zich tegen de grondbeginselen van de gezondheidshervorming. (MS-13-01; Letter B-38-99) Het resultaat was, dat God Zijn plannen voor de “Luide Roep” en het afsluiten van het werk geen doorgang kon laten vinden. (RH11-22-92 12) De situatie kan vergeleken worden met het moment, waarop Israël liever de tien verspieders geloofde dan Jozua, Caleb en Mozes. (Num.14:5-6)
Er zijn twee getuigenissen van de dienstmaagd des Heren, die zij kort na 1888 gaf, die de toestand illustreren. "Had de gemeente van Christus de haar opgedragen taak verricht op de wijze zoals de Here had verordend, dan zou de hele wereld reeds gewaarschuwd zijn en zou de Here Jezus in grote kracht en heerlijkheid naar onze aarde wedergekomen zijn" (DA634.1) ; "omreden van ongehoorzaamheid zullen wij nog vele jaren langer in deze wereld moeten blijven, zoals de kinderen Israëls; maar laat Zijn volk, om Christus wil, geen zonde op zonde voegen, door God te beschuldigen voor de gevolgen van hun eigen verkeerde handelwijze" (Letter M-184-01)
DE ONTWIKKELING VAN DE “ALPHA” en andere dwalingen:
Naast het koude formalisme en de lauwe onverschilligheid had de duivel nog andere dwaalsporen. Daar vele predikers in die tijd de gezondheidshervorming niet hadden aanvaard, hadden zij geen waardering voor het werk van Dr. Kellogg. (MS-13-01; letter B-38) Wat de zaak nog verergerde was, dat Dr. Kellogg het medisch zendingswerk als het 'lichaam', de kern van de boodschap ging beschouwen; hij was er niet mee tevreden dat het alleen de 'rechterarm' kon zijn. Letter (K-55-99; K-204-09) Misschien was deze opvatting van hem de voedingsbodem van zijn pantheïstische ideeën en/of bevordering daarvan.
Deze stand van zaken bereidde de weg voor zijn pantheïstische speculaties over het “wezen' en de 'natuur” van God, die resulteerden in 'een Alpha van dodelijke dwalingen'. (1SM200) Inplaats hun denken te richten op het karakter van God, verwarden zij zich in theorieën alsof God zich in de dingen der natuur bevindt, bv. in een zonnebloem of in een boom. (Letter B-242-03; GCB 1901, 2e kw.) In 1901 drukte Dr. J.H.Kellogg zich in een lezing alsvolgt uit: 'Het is God in de zonnebloem, die haar zich naar de zon doet keren'. (“D.E.Robinson :The Story of our Health Message, p. 268”) Het scheen alsof hij wilde zeggen, dat het gehele universum 'materie' was (stoffelijk), en derhalve elke boom of bloem een deel van God was. Inplaats de zieletempel te beschouwen als de stoffelijke plaats, waarin de Heilige Geest werkzaam is om het karakter te ontwikkelen, werd het voor Kellogg een wezenlijk bestanddeel van de Godheid zelf. Zijn leerstellingen waren zo fijngesponnen pantheïstisch, dat hij ze niet kon onderscheiden van de uitspraken van de Geest der profetie. (SPT /7:60) Ellen White noemde zijn pantheïstische denkbeelden spiritistisch. (SPT /7:4)
Na Dr. J.H.Kellogg herhaalde malen hierop per brief te hebben gewezen, werd Ellen White er tenslotte toe geleid te verklaren dat zijn leringen, neergelegd in zijn boek THE LIVING TEMPLE volkomen pantheïstisch waren (Letter B-242-03) , en dat het onveilig voor iemand was Battle Creek te bezoeken voor een opleiding. (SPT /7:15,33,34)
Er ontwikkelden zich ook afscheidingsbewegingen van andere aard. Als regel was het zo dat de aanhangers daarvan voorgaven in de geschriften van Ellen White te geloven, naderhand echter verwierpen zij ze. (2SM12-100)
De aandacht werd afgewend van het bestuderen van het karakter Gods en het HOE Hem gelijk te worden, zoals werd voorgesteld in de boodschappen van 'Gerechtigheid door het geloof'. Ellen White karakteriseert de gemeente als 'gestadig terugkerend naar Egypte' (5T217)
De Gemeente in de laatste dagen
God`s plannen en de zijsporen van de duivel.
De gemeente zal in de laatste dagen er opnieuw toe gebracht worden de genoemde vijf hoofdpunten te aanvaarden. Satan zal dit tegenwerken.
De laatste gemeente en het karakter Gods.
God roept Zijn volk op, een waar begrip van Zijn karakter te krijgen, opdat zij de wereld 'de waarheid over God' kan verkondigen (MM94). "De laatste stralen van een genadevol licht, de boodschap van genade, die de wereld gegeven moet worden, is een openbaring van Zijn karakter van liefde" (COL415). Toen Mozes vroeg om God te mogen zien, werd hem slechts heel weinig van Zijn gestalte getoond zie Ex.33:22-23 In plaats daarvan toonde God hem de kenmerken van Zijn karakter. (Ex. 34:6-7; Ed35) Zeven uitdrukkingen beschrijven Zijn liefde; twee geven een beschrijving van Zijn gerechtigheid. (Ex. 34:6-7; Ed35) Toen Filippus vroeg de gestalte van God te mogen zien, wees Jezus hem op het karakter van God zoals dat zich manifesteerde in Zijn eigen dienstwerk voor de mensen in Palestina. (5BC1141-2; 5T739)
Het Oud - Testamentische beeld van Zijn karakter toont Zijn gerechtigheid in verbinding met Zijn liefde; het Nieuwe Testament toont Zijn liefde in verbinding met Zijn gerechtigheid.
Satan heeft getracht God af te schilderen als een God van willekeur, wreed en wraakzuchtig. (GC534; 5T738) 'Denk maar eens aan de mensen van vóór de zondvloed; zegt hij, 'als de mensen God niet dienen, laat Hij hen verdrinken. (PP99-100) Hij doet zijn best de mensen te laten geloven, dat Gods rechtvaardigheid vereist, dat de zondaar, na een korte tijd op aarde, een eeuwigheid van straf moet ondergaan in het hellevuur. (GC535-6) Maar omdat zulke benadering voor velen zo absurd en afschuwelijk is, propageert Satan bij hen het omgekeerde, namelijk dat uiteindelijk allen gered worden. Zowel atheïsten als zelfs zij, die God het meest hebben tegengestaan, zullen desniettemin ook de eeuwige zaligheid beërven. (GC737, 557)
Hier volgt een getuigenis waarin in het bijzonder de leerstellingen van Satan naar voren komen:
'Liefde geldt als de voornaamste eigenschap van God, zij wordt echter verlaagd tot een slap sentimentalisme, die weinig onderscheid maakt tussen goed en kwaad. Gods rechtvaardigheid, Zijn afkeer van zonde, Zijn eisen van Zijn heilige Wet, alles wordt buiten zichtwijdte gehouden. (GC588)
Satan verkondigt theorieën, die aangenaam zijn voor het vleselijke hart. Hij brengt enkelen ertoe te geloven dat Gods Wet is afgeschaft. Dan is er niets meer dat de zondaar veroordeelt. God oordeelt dan niet, maar 'ieder mens oordeelt zichzelf', wordt gezegd. (GC554)
De Bijbel is echter te duidelijk om verkeerd begrepen te worden. De liefde van God zoals die zich openbaarde aan Israël, en zoals die ons is voorgeleefd door Jezus Christus, is te duidelijk. Door alles heen zien wij een genade, die Hij vóór recht doet gelden. De Here deed de zondvloed komen en veroorzaakte in die zin de dood van de mensen van vóór de zondvloed. Er waren er slechts acht die God geloofden en die de ark binnengingen. De anderen betwijfelden of God uit zou voeren hetgeen Hij gezegd had. Wat zou gebeurd zijn als God nog eens 1500 jaren had laten verstrijken? Zouden er dan een Maria, een Jozef of de twaalf apostelen geweest zijn? Welke keuze had God?
God opende de aarde onder Korach, Dathan en Abiram. (PP400, 402) De Heer en Zijn engelen gingen heen om Sodom te vernietigen. (Gen.18:l – 19:25 PP159, 165) Hij gebood Israël de Kanaänieten te vernietigen. (PP423.434, 492) Hebben al deze gebeurtenissen hen tot andere gedachten gebracht? Velen volgten Astarte, Kamos en Baal. God bezocht hen opnieuw.
Saul werd zwaar veroordeeld omdat hij Agag en de Amelekieten niet had uitgeroeid zie 1 Sam.15 :1-26. Jaren later kregen de verwanten van Saul opnieuw te doen met de familie van Agag in de gebeurtenissen met Mordechai en Haman. (Esth.2:5; 3:1; 3BC469, 472)
In het hierna volgende getuigenis zien wij een ander aspect van Gods handelen met de mens. 'God vernietigt niemand. Ieder die vernietigd wordt, zal zichzelf vernietigd hebben. (COL84; 5T120) Hoe brengen wij dit getuigenis in harmonie met die van de vernietigende kracht Gods?
God sprak tot Adam dat het loon der zonde de dood zou zijn zie Gen.2:17; Rom.6:23. En toch leefden de mensen voor de zondvloed meer dan 900 jaar vóór zij stierven. Was die dood dan hun straf? Velen erkennen dat een leven zonder de ondersteunende macht Gods eindigt in verval en degeneratie met als eindpunt de dood. (PP68.2) Maar er blijkt een tweede element bij ongehoorzaamheid te bestaan. Het element van opstand tegen de soevereine Heerser van het universum. (PK 185; Ev.365; PP78; 1SM222)
En wat is de straf voor die opstand? Is het eveneens een langzaam aftakelen van levenskrachten tot het moment waarop de dood toeslaat? Indien de enige straf van de zonde het lijden was van de gevolgen van de zonde, — namelijk ziekte, degeneratie van lichaamscellen en genen — , wat moet dan de zin zijn van een opstanding van de goddelozen? Zij hebben dan toch reeds de straf voor hun zonden ontvangen! Waarom worden zij dan niet met rust gelaten?
Neen, er is meer te verklaren. Zij zijn door Satan en zijn handlangers bedrogen en misleid. Zij hebben in openlijke opstand met de hemel geleefd. Zij moeten zien, dat er een strijd is tussen goed en kwaad. Zij moeten een idee en beeld van de hemel krijgen, opdat zij, evenals satan en zijn engelen, de heerlijkheid ervan beseffen. De mens heeft die niet gezien. (DA761)
Er moet bij niemand twijfel bestaan over de aard van de strijd en waarom zij zijn waar zij zijn. Nadat zij de stad gezien hebben, de Wet van God aan de hemel hen is geopenbaard, het panorama van het gebeuren in details van schepping, de oorsprong van het kwaad, en de geschiedenis van Gods handelen door de eeuwen heen met heiligen en zondaars, het verhoor en de kruisiging van Christus, na het openbaren van Gods karakter van liefde, zullen zij zich ten volle bewust zijn wat zij hadden kunnen bezitten. Desondanks blijven zij afwijzend, blijven zij opstandig, nog steeds haten zij God. Evenmin gaat hun liefde uit naar de duivel. (GC666-672)
Zal hen dan worden toegestaan op hoge leeftijd te sterven? Zal hen opnieuw gelegenheid gegeven worden langzaam aan de gevolgen van hun zonden tenonder te gaan? Neen, God wacht er niet op, dat zij één voor één na elkaar sterven tengevolge van ziekten. Zij komen om in een vlammend vuur dat van God uitgaat om de aarde te herscheppen. (GC672) Vóór zij sterven beseffen zij dat hun bestaan voor eeuwig een einde neemt; is echter dat lijden te vergelijken met het lijden van de Zoon van God in Getsémané en Golgotha? (GC668)
Afscheid te moeten nemen van iemand die men liefheeft is zwaar. Reeds de gedachte aan een tijdelijke scheiding is onplezierig, maar de gedachte van een eeuwige scheiding is ondraaglijk. Maar wat zijn de gevoelens van iemand die een ander haat? Zal hij de gedachte aan een eeuwige scheiding beangstigend vinden? Misschien, echter beslist niet zo als de Vader en de Zoon met hun grote liefde. (DA754; 2T207-9)
Het lichamelijk lijden van Christus was zwaar, maar ook anderen hebben zware lichamelijke martelingen ondergaan. De gedachte echter van een eeuwige scheiding van hen die Hij liefhad,ging het lichamelijke lijden dat Christus onderging, verre te boven. (GC673)
Een moeilijk te beantwoorden vraag is die: 'waarom zullen sommigen langer in de vlammen leven en lijden dan anderen? Waarom verdooft God niet hen allen? Dit zijn moeilijke vragen. Ik weet alleen dat Gods Woord zegt dat sommigen langer zullen lijden dan anderen. (GC673)
Bedenk echter, dat de beslissing over de strafmaat door het hemelse gerechtshof gedurende de duizend jaren wordt vastgesteld; en dat hof bestaat uit Christus en de levende heiligen. (GC661) Welke groep in het hele universum zou fairer, sympathieker en genadiger voor verloren zielen zijn, dan juist deze groep, die op aarde geleefd heeft? De strafmaat is geen willekeurige handeling, ingegeven door sadisme. Zij wordt de 'vergeldende gerechtigheid' genoemd, de 'vreemde daad' van God. (COL190; GC541, 627-8)
Nadat de goddelozen de beelden van de grote strijd tussen Christus en Satan hebben aanschouwd en Gods gerechtigheid hebben erkend, dat het rechtvaardig is, dat er een eind aan hun bestaan gemaakt wordt, daalt uit de hemel Gods Heerlijkheid, die als een vuur wordt beschreven en welke de aarde vernieuwt. (GC37, 672)
Sommigen zeggen dat het de 'openbaring van Gods liefde is', die de goddelozen vernietigt. Het getuigenis zegt, dat 'de openbaring van Zijn Heerlijkheid' is als een verterend vuur voor degenen, die het evangelie niet hebben gehoorzaamd. (GC37)
Er zijn twee aspekten aan de heerlijkheid Gods. Aan Mozes openbaarde God Zijn geestelijke heerlijkheid van liefde en gerechtigheid. (Ex.33:18 – 34 :7) Op de berg Sinai openbaarde God de heerliikheid van Zijn Wezen, die voor de goddelozen een verterend vuur zal zijn. (PP339-40)
De beschrijving van dat gebeuren en van de vernietiging van de goddelozen bij het begin en aan het eind van de duizend jaren, laat weinig twijfel bestaan, dat er een openbaring zal plaatsvinden van het karakter Gods, Zijn geestelijke heerlijkheid; maar dat er eveneens een openbaring zal plaats vinden van de heerlijkheid van Zijn wezen; een heerlijkheid die tot dan toe voor de mens bedekt en verborgen is geweest, voor 's mensen eigen veiligheid, tot de dag van de voltrekking van het oordeel. (GC657)
Wanneer niet God de goddelozen vernietigt met de heerlijkheid van Zijn wezen, dan doet zich een probleem voor. Wie vernietigt hen dan? Plegen zij zelfmoord, wanneer zij zien, dat alle kans op verlossing voorbij is? Neen! Waar in de Bijbel of in de Geest der profetie is hiervan sprake? Veelmeer lezen wij dat het doodsoordeel over hen wordt uitgesproken en het vonnis voltrokken. (GC661, 666-8) Uit liefde voor zijn trouwe volgelingen en uit rechtvaardigheid tegenover de goddelozen, verwijdert Hij voor eeuwig het boze uit het universum. (PP101, 325; GC543) Satan doet het voorkomen alsof God niets met deze vernietiging te maken heeft. (PP96, 510; GC557) Wij lezen in Psalm 10: 4-5 "Hij (de goddeloze) denkt in zijn onbeschaamdheid 'God straft nooit'; zijn gedachten komen er op neer: 'Er is geen God'. “Uw oordelen zijn een hoogte, verre van hem.” Psalm 10:4 (Moffatt)
Omdat de goddelozen zelf niet van de aangeboden verlossing gebruik willen maken, worden zij met de zonde geïdentificeerd. (DA107; COL123) Daar het Gods voornemen is alles wat met zonde te maken heeft te vernietigen, zullen de goddelozen omkomen in het vuur dat van God uitgaat om de aarde te reinigen. (EW52, 295; GC67)
God veroorzaakt het vuur in de laatste dagen. (GC672) Het is niet een natuurlijk gevolg van de zonde. De goddelozen vernietigen zichzelf door te verkiezen buiten de stad te willen blijven, die door God bewaard wordt voor de algehele vernietiging. (DA466, 764; GC543, 654.6, 668; 7BC986) De goddelozen rennen niet de vlammen in; voor deze verwerpers der genade is er geen uitweg. Neen, het is geen tijd van vreugde. De tranen van hen die achterblijven, zullen door God zelf worden afgewist zie Openb. 21:4.
De laatste gemeente en haar houding tegenover de Bijbel en de Geest der Profetie.
Hoe zullen wij de Geest der Profetie nu aanvaarden? 'Geestelijke duisternis heeft de aarde bedekt en donkerheid de natiën' In vele kerken heerst twijfel en ongeloof met betrekking tot de uitleg van de Schrift. Velen, zeer velen, stellen de echtheid en de waarheid van de Bijbel in vraag.
Menselijke redeneringen en de inbeeldingen van het menselijk hart ondermijnen de inspiratie van het Woord van God; en dat wat als vaststaand zou moeten worden aangenomen, wordt met een wolk van mystiek omgeven. Niets is meer helder en duidelijk, als staande op vaste grondslag. Dit is een van de opmerkelijke tekenen van de laatste dagen. (1SM15)
“De allerlaatste misleiding van Satan is er op gericht het getuigenis van de Geest van God van haar kracht te ontdoen... Satan zal al zijn vernuft aanwenden om op verschillende manieren, door verschillende middelen, het vertrouwen van God`s overblijfsel in het ware getuigenis, te ondermijnen en aan het wankelen te brengen”. (1SM48)
Met woorden communiceren wij met elkaar en spreken wij met God. Het is Satans doel ons vertrouwen in het Woord van God te vernietigen, en hij doet dit door de Bijbel of de Geest der Profetie te bestrijden en in vraag te stellen. Slaagt hij hierin niet, dan probeert hij door middel van een wijsgerig en ijdel bedrog ons vertrouwen in woorden, als zodanig, als middel van communicatie te ondermijnen.
Bij sommige filosofen (wijsgeren) moet men eerst duidelijk de betekenis of definitie van woorden vaststellen, want in hun discussies zijn zij geneigd de betekenis van een woord zodanig te veranderen of aan te passen, dat hun eigen oogmerk er door gediend wordt.
Daar woorden een verschillende betekenis kunnen hebben, gaan sommige wijsgeren zover, dat zij het vertrouwen in het overdragen van waarheden door middel van woorden, wegnemen. Dergelijke filosofie over woorden leidt ertoe dat het vertrouwen in de Schrift wordt ondermijnd. Tegenstrijdigheden en schijnbare tegenspraak in de bijbel (en/of in de geschriften van Ellen White) worden opgezocht en de betekenis ervan overdreven. Het is opmerkenswaard, dat God deze uitdaging in kardinale punten uit de weg is gegaan, door gebruik te maken van symbolen (zoals in de Heiligdomsdienst), gelijkenissen, en het levende voorbeeld van Christus.
De Boodschap aan Laodicea
De boodschap van de Waarachtige Getuige aan de laatste gemeente is nog steeds van toepassing. Wij mogen misschien denken dat door de structuur van de gemeenteorganisatie, het aantal doopkandidaten, of misschien de welstand of rijkdom van de gemeente, wij niet langer Laodicea zijn, maar Filadelphia of een andere gemeente. Persoonlijk mag onze belijdenis misschien anders klinken, maar innerlijk geestelijk lauw, arm, blind en naakt zijn.
Het is waar, dat sommige gelovigen de boodschap aan Laodicea hebben aangenomen en hun leven in harmonie met de Here hebben gebracht. (2T217) Hoewel wij die boodschap niet moeten gebruiken om de gemeente neer te halen (TM23) , moeten wij ons er wel van bewust zijn, dat dit krachtige getuigenis van de zijde van “de Getrouwe Getuige” juist vóór de “luide roep” een schudding of zifting zal teweegbrengen. (EW270.6) Als het in volle omvang ter harte wordt genomen, zullen velen de gemeente verlaten. (1SM179) Anderen zullen de oproep ter harte nemen en hun plaatsen innemen. (EW271)
Ieder van ons moet ernstig bidden en studeren om geestelijk inzicht. Gedreven door zuivere liefde moeten wij werken en de ziel reinigen van iedere smet der zonde. Wij moeten het witte kleed, het verleende karakter van Jezus dragen, door Gods wil in liefde te volbrengen, in antwoord op de werkingen van de Heilige Geest en door te vertrouwen op de kracht van God. De deur naar het Heilige der Heiligen is door de Zaligmaker geopend. (EW42-5; GC435, 490)
De laatste gemeente en de gerechtigheid door het geloof
Vele zijn de dwaalwegen die Satan gebruikt om vergeving door het geloof en gehoorzaamheid door het geloof verkeerd uit te leggen. Sommigen denken dat zij eerst “goed genoeg” moeten zijn vóórdat zij tot Christus kunnen komen. Anderen hopen een of andere “goede” daad te verrichten, om daardoor vergeving te verkrijgen.
Weer anderen komen tot Christus precies zoals zij zijn. Zij worden wedergeboren, maar stoppen op dat punt. Hun gehele evangelie bestaat uit “toegerekende gerechtigheid”. Al hun goede daden verrichtte Christus eens in een ver verleden. Zij gevoelen geen behoefte aan werken, die uit het geloof door de kracht van de Heilige Geest gedaan worden. Hun huis is leeg, (Matth.12:44-45; DA324) zij zijn “dwaze maagden” (COL.412.2) , die niet een karakter bezitten, dat God door Zijn kracht 'verleend'. In de 'hallen hunner herinnering' staan geen goede en rechtvaardige daden opgetekend. Zij “komen tot Christus”, maar vergeten te 'vragen' wat God van hen verlangt dat zij moeten doen. Zij streven er niet naar Gods wil te kennen, ook schieten zij er in te kort smeekbeden tot Gods troon op te zenden om kracht het leven van Christus in hun omgeving en invloedssfeer uit te leven. (COL 145-8, 77-9)
Er zijn anderen die tot Christus komen voor de vrije gave van vergiffenis.. Zij zien Gods Wet, maar door het ontbreken van geestelijk inzicht, trachten zij Gods wet in eigen kracht uit te leven. In werkelijkheid zeggen zij: als je vertrouwen in de vergiffenis stelt en leeft uit al de kracht, die je van nature bezit, dan ben je volmaakt. Op die manier zullen misschien de sterken er in slagen om een 'gedaante' van godzaligheid te bezitten. De zwakken zullen ontmoedigd worden en terugvallen, tenzij zij zien (SC47) dat zij niet in eigen kracht, maar alleen door de kracht van God in staat zijn gehoorzaam te zijn. (SC63-4; COL160.1)
Veel christenen spreken veel van liefde, maar zij laten na wat de Wet leert. Weer anderen beweren 'met de Heilige Geest gedoopt te zijn' , maar wanneer u met hen spreekt over liefdevolle gehoorzaamheid, antwoorden zij, dat de tien geboden zijn afgeschaft. Nog anderen eren de Wet van God met de lippen, echter gehoorzamen de Wet niet. (DA584)
Waarlijk Satan heeft zijn vele dwaalwegen en misleidingen gereed, 'voor elk wat wils'.
De laatste gemeente en het afleggen van getuigenis – De rechtvaardigende verzoening.
Het is aan het eind van de dag, als de zon ondergaat, dat haar laatste zonnestralen in een prachtig licht van geel – oranje – rood aan de hemel worden gereflecteerd tegen een achtergrond van blauw.
Wij leven aan de vooravond van de wereldgeschiedenis. (Joh.9:4; EW48.1) Ieder van ons wordt door God opgeroepen een deel te zijn van 'de wolk van getuigen' die het karakter van God aan de wereld zullen weerkaatsen. (Hebr.12:1; 9T22; COL415.9)
Net zo als de wolken bij zonsondergang in een juiste positie moeten staan om de zonnestralen te weerkaatsen, zo moeten ook wij op de juiste plaats staan, die God ons heeft toegewezen, om getuigen (COL326-7; PP638.7) voor Hem te zijn. Satan weet dat en hij verdubbelt zijn pogingen om (5T462; COL79) dit getuigenis in het leven van ieder te verhinderen. Ook zal hij eigen wolken produceren om de waarheid te versluieren.
Er zullen valse bekeringen plaatsvinden. De duivel zal 'wedergeboorten' nabootsen. (Hos.5:6-7; GC64) Zijn dienstknechten zullen in tongen spreken om Pinksteren te imiteren . Zijn medewerkers zullen echte wonderen verrichten ; en waar hun macht beperkt is, zullen zij namaakwonderen verrichten, met het doel de hele wereld 'mee te slepen' in de gelederen van het spiritisme. (MM110; 5T698; GC562; EV602.9)
De gemeente zal verdeeld zijn in werkers en toekijkers. De leerstellingen van het pantheïsme zullen door de duivel naar voren gebracht worden met het doel om de leden van de gemeente in slaap te sussen, in een gevoelen dat zendingswerk niet meer nodig is. Door de inspanningen van Satan zal de ware opwekkingen reformatie een ' afvalbeweging' worden genoemd en fanatiek. (GW170; GC464)
Het is Gods bedoeling dat de boodschap van de gezondheidshervorming een deel zal zijn van de Derde Engelboodschap. (CDF74-7)
Echt medisch zendingswerk is het leren van een betere manier om het lichaam gezond te houden, om de geest sterk te doen zijn en om behulpzaam te zijn mannen en vrouwen te verlossen van de macht van satan. (MM21.23) Het omvat méér dan in het algemeen in onze ziekenhuizen wordt gedaan. (MM27-8) Wetende dat satan zich zal opwerpen als DE grote medische zendeling (MM87-8) moeten wij dan niet verwachten, dat hij alles zal doen wat in zijn vermogen ligt om het ware medische zendingswerk te dwarsbomen, zoals hij dat deed in de crisisjaren rond 1888? Een sterk en evenwichtig gezondheidsprogramma zal satans leugens, dat de wetten der gezondheid evenals Gods andere wetten niet goed zijn, het zwijgen opleggen.
Sommigen zullen de raadgevingen voor een gezonde levenswijze in de wind slaan. (5T196; 2SM54) Zij wenden zich liever tot hen die,met medicamenten of veronderstelde wonderen voorgeven, te genezen, dan dat zij hun ongezonde eet - en leefgewoonten opgeven. (5T197; 5BC1099) Op die wijze kunnen zij er toe gebracht worden op ' spiritistische artsen' hun vertrouwen te stellen. (CH454)
Er zijn sommigen die de geestelijke betekenis van de gezondheidsboodschap te zeer beklemtonen. Zij staan in het gevaar deze tot het hoofdbestanddeel der laatste boodschap te maken. (6T288-93; Letter K-55-99) Zij gaan er aan voorbij dat, hoewel de gezondheidsboodschap een wezenlijk deel is van de Derde Engelboodschap, zij toch niet het eigenlijke evangelie is of de boodschap-zelf. (CDF74-7)
De ontwikkeling van de “Omega” der misleiding
De pantheïstische ideeën over ' God in de natuur' vinden hun oorsprong in Lucifer. (SPT/7:49) Waarom? Omdat deze ideeën de natuur verheffen boven God. (MM91) Door de eeuwen heen heeft Satan deze ideeën gebruikt om God te vernederen. Mogen wij dan verwachten, dat hij zijn tactiek aan het eind der tijden zal veranderen? Kort na 1844 kreeg Ellen White van God de opdracht om valse leerstellingen zoals die van 'een onpersoonlijke God die de gehele natuur doordringt' , te veroordelen. (8T292) In 1890 werd zij gewaarschuwd, dat van die tijd af, er een voortdurende strijd zou zijn tussen wat genoemd wordt “wetenschap” en religie. (MM98) In 1903 schreef zij een brief aan de leiders van het medisch zendingswerk, die ingaat op theorieën over God in de natuur en Zijn eigenschappen: "De gemeente is nu in een strijd gewikkeld, die in hevigheid zal toenemen, over hetgeen, waarin u misleidt bent”. (MM96) Enige tijd later schreef zij: "Steeds opnieuw zullen wij er toe geroepen worden de invloed tegen te staan van mannen, die wetenschappen van satanische oorsprong bestuderen en waardoor Satan werkt, om God en Christus als onpersoonlijk , onbelangrijk en als niet bestaand doet zijn". (9T68.5) Wij zijn er voor gewaarschuwd, dat de ideeën, die in 'Living Temple'—(het boek dat Pantheïsme openlijk in de gemeente introduceerde) — door Satan zijn voorbereid als een valstrik voor de laatste dagen. (1SM202)
Als Ellen White de “Alpha van dodelijke dwalingen” bespreekt, wijst zij erop dat er in dit verband nog een andere dwaling zal ontstaan, die zij de “omega” noemt. (1SM202-3) De “omega” wordt beschreven als van uiterst angstaanjagende aard. (1SM197) Zij profeteerde dat deze na een korte tijd zou volgen en dat deze dwalingen zouden worden aangenomen door hen, die niet willig waren de waarschuwingen die God gegeven had, te aanvaarden. (1SM200)
Zoals wij in het volgende hoofdstuk (Red. in een latere uitgave komen wij op dit hoofdstuk terug!) zullen zien, is er een strijd in de wereld gaande tussen twee verschillende ideologieën. Aan de ene kant de atheïstische vorm van het pantheïsme, die het gehele universum ziet als alleen materie, en aan de andere kant diegenen, die het gehele universum als van geestelijke natuur beschouwen.
Binnen de christelijke kerken schijnt het een strijd te zijn tussen aan de ene kant het Deïsme, en aan de andere kant de spiritistische vorm van het pantheisme; terwijl de bijbelse waarheid daar tussen in ligt.
Wanneer wij de uitspraken van de Geest der Profetie nalezen met betrekking tot de speculaties en fantasieën die de mensen over God hebben, dan beschrijft zij de gevolgen van een aanname van zulke valse theorieën.
1. Zij geven aanleiding tot een strijd over de tegenwoordigheid en de persoon van God. (1SM202-3)
2. Zij ontnemen God Zijn positie als soevereine Machthebber. (8T292)
3. Zij schuiven het gehele christelijke heilsplan terzijde. (1SM204, 8T291)
4. Resulteert in een verandering van onze religie, op opgeven van leerstellingen, die als pijlers van ons geloof gelden, en een reorganisatie nodig maakt. (1SM204,205,208; STB /2:40)
5. Beschouwen het licht dat Christus in de Openbaring aan Johannes gaf als van geen waarde, en doen de waarheden van hemelse oorsprong teniet. (1SM204)
6. De noodzaak van verzoening erkennen ze niet, verlagen de heiligdomsdienst en het werk van Christus voor God, en maken de mens tot zijn eigen zaligmaker. (8T291; STB/7:17)
7. Maken dat de gelovige meer vertrouwen stelt in eigen kracht dan in goddelijke macht. (8T292)
8. Beroven het volk van God van hun ervaringen in het verleden. (1SM204)
9. Leren dat de gebeurtenissen die ons spoedig te wachten staan niet van zoveel belang zijn om er aandacht aan te besteden. (1SM204)
10. Een systeem van verstandelijke, intellectuele filosofie wordt ingevoerd. (1SM204)
11. Boeken van een nieuwe orde zullen geïntroduceerd worden. (1SM204)
12. Gevoelens en sentimenten zullen door sommigen als van grote waarde beschouwd worden. (1SM204)
13. Deugd wordt hoger geacht dan ondeugd, echter deugd in eigen kracht, heeft bij God geen waarde. (8T291)
14. De gevoelens zouden een vermenging zijn van deugd en ondeugd. (1SM199)
15. De oprichters ervan zouden in de steden een wonderbaar werk verrichten. (1SM204-5)
16. De Sabbat zal als van weinig waarde worden beschouwd. (1SM204-5)
17. Niets zal worden toegestaan dat de nieuwe beweging zou kunnen hinderen. (1SM205)
18. Zij die voortgaan deze pantheïstische theorieën gehoor te schenken, zullen hun christelijke ervaring bederven, hun band met God verliezen, en er tenslotte toe geleid worden, de bijbel als een mythe (sprookje) te beschouwen en hun eeuwig leven verliezen. (8T292)
19. Het resultaat zal vrije liefde zijn, eerst — verborgen, "onheilige geestelijke liefde", afval en spiritisme. (8T292)
Er dient opgemerkt, dat er wantrouwen bestond tussen de predikers en de medische medewerkers over de wederzijdse houding ten opzichte van de gezondheidshervorming, die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van pantheïstische theorieën te Battle Creek. (STB 7:48; MS-13-01) Zou het mogelijk kunnen zijn dat wantrouwen en vijandschap tussen de predikerstand en de medische medewerkers over gelijke strijdvragen tot de ontwikkeling van de 'omega' zullen bijdragen?
In een ongepubliceerd manuscript dat Ouderling Julius White, een bijbelleraar aan het college voor Medische Evangelisten, enige tientallen jaren geleden schreef, sprak hij de veronderstelling uit, dat de ontstane bezorgdheid en vrees over de afval van Dr. J.H.Kellogg en degenen in Battle Creek, een zeer ongezonde verhouding had achtergelaten tussen de predikerstand en de medische medewerkers. Ouderling White concludeerde dat dit wel eens een grondoorzaak zou kunnen betekenen voor de ontwikkeling van de “omega” , en tenzij deze kloof werd overbrugd, zouden er in de predikerstand zulke zijn, die het geestelijke zo overbeklemtonen, en zij in andere valstrikken geraken, die op het pantheïsme berusten.
Het doet er weinig toe door welke personen of groepen de laatste afval in de gemeente komt. De misleidingen van de “Alpha” afval hebben aangetoond, dat noch artsen, noch predikers immuun waren voor dwalingen. Zou dat ook niet van toepassing kunnen zijn in deze dagen van de “omega”? De persoonlijke ervaring van de schrijver is, dat pantheïstische dwalingen het Protestantisme binnensluipen en zelfs in het Adventisme de pijlers van ons geloof aan het wankelen brengen. Laat ieder van ons de waarschuwing ter harte nemen die ons over de “omega van de afval” gegeven is. (1SM200)
Wil de echte Omega nu opstaan om geïdentificeerd te worden!