De
tweede
stap
in
heiligmaking
Van
de
tafel
der
toonbroden
gaan
we
naar
het
gouden
altaar,
het
reukofferaltaar,
het
gebedsaltaar.
De
eerste
stap
in
heiligmaking
wordt
door
de
tafel
gesymboliseerd.
Het
altaar
symboliseert
de
tweede
stap
in
het
christelijke
groeiproces.
Het
is
een
nieuwe
voorwaartse
stap
op
‘HET
PAD
NAAR
DE
TROON
VAN
GOD’.
Gebed
is
even
noodzakelijk
voor
onze
geestelijke
groei
als
het
deelnemen
aan
de
tafel
van
het
Levende
Brood.
In
feite
gaan
ze
hand
in
hand.
Het
woord
van
God
is
ons
geestelijk
voedsel
en
gebed
is
de
adem
van
de
ziel.
In
de
heiligdomsdienst
wordt
noch
de
dienst
bij
de
tafel
noch
die
bij
de
kandelaar
gescheiden
van
de
dienst
bij
het
altaar.
Wierook
werd
op
het
brood
geplaatst
en
‘s
morgens
en
‘s
avonds
als
de
lampen
verzorgd
werden
(Ex.30:7-8)
werd
er
wierook
op
het
altaar
geofferd.
De
wierook
van
een
vurig
effectief
gebed
moet
samen
gaan
met
het
eten
van
het
Brood
des
Levens,
maar
ook
met
de
dienst
als
lichtdragers.
De
christen
die
in
het
heilige
woont
zal
een
gebedsleven
leiden,
want
slechts
in
voortdurende
gemeenschap
met
Christus
kan
hij
volmaakt
worden
en
slechts
op
deze
wijze
geheiligd
worden
(Hebr.10:14).
Het
gouden
altaar
en
zijn
betekenis
Ex.30:1-10.
Evenals
de
tafel,
was
het
gouden
altaar
van
acaciahout
gemaakt
en
met
zuiver
goud
overtrokken.
Het
was
een
el
lang
en
een
el
breed.
De
hoogte
was
twee
el
of
ongeveer
drie
voet.
Evenals
het
koperen
altaar
was
het
vierkant
en
het
had
vier
hoornen:
één
op
elke
hoek.
In
tegenstelling
met
het
koperen
altaar
had
het
een
gouden
omlijsting,
een
gouden
krans
erom
heen.
De
twee
draagstokken
waarmee
het
werd
vervoerd,
waren
ook
van
hout
gemaakt
en
met
goud
overtrokken.
De
vier
ringen
waardoor
de
draagstokken
werden
gestoken,
waren
van
zuiver
goud.
Het
altaar
stond
in
het
heilige,
in
de
tent
der
samenkomst
vóór
het
voorhangsel
(Ex.40:26).
Alleen
het
heilige
vuur
mocht
er
op
branden
en
er
werd
alleen
maar
reukwerk
op
verbrand,
geen
andere
offers.
Op
Grote
Verzoendag
werd
er
verzoening
gedaan;
dit
was
“het
uitdelgen”
van
de
zonden
die
er
het
gehele
jaar
door
opgeslagen
werden
(Ex.30:9-10;
Lev.4:18).
Omdat
het
goud
het
zinnebeeld
van
de
Almachtige
is
(Job.22:25)
symboliseerde
het
gouden
altaar
Christus.
Zowel
de
tafel
als
het
altaar
waren
met
goud
overtrokken,
een
zinnebeeld
van
de
verbinding
tussen
goddelijkheid
en
menselijkheid
in
Christus
en
Zijn
volgelingen.
Zowel
aan
het
brandofferaltaar
als
aan
het
gebedsaltaar
wijzen
de
vier
hoornen
op
Christus.
Zij
duiden
kracht,
macht,
overwinning
en
eer
aan.
Gebed
is
het
persoonlijke,
machtige
wapen
van
de
christen
om
zonde
te
overwinnen.
Het
is
de
kracht
in
zijn
leven
van
dienstbaarheid
voor
anderen.
Gebed
brengt
overwinning
en
het
is
zeker
een
eer
om
door
de
Allerhoogste
uitgenodigd
te
worden
om
zo
dicht
bij
de
troon
gemeenschap
te
hebben
met
Hem.
«Smeekbeden
tussen
mensen
onderling
zetten
mensen
in
beweging
en
dragen
bij
in
het
besturen
van
de
aangelegenheden
der
volkeren,
maar
het
gebed
brengt
de
hemel
in
beweging.»
S&DofG
335.
Zowel
de
kransen
rond
de
tafel
als
de
krans
rond
het
altaar
verzinnebeelden
niet
alleen
macht,
maar
ook
de
beloning
die
de
christen
door
“volhardend
gebed”
te
zijner
tijd
ontvangt
(Hebr.4:16;
Jac.1:12).
In
het
koperen
altaar
wordt
de
offerande
van
Christus
verzinnebeeld
in
Zijn
werk
voor
ons
op
de
aarde,
maar
in
het
gouden
altaar
aanschouwen
we
Hem
in
Zijn
werk
in
de
hemel,
waar
Hij
altijd
leeft
om
voor
ons
te
pleiten
(Hebr.7:25).
«Voor
het
voorhangsel
van
het
heilige
der
heiligen
stond
een
altaar
van
voortdurende
bemiddeling
en
voor
het
heilige
een
altaar
van
voortdurende
verzoening.
Door
bloed
en
door
reukwerk
moest
God
benaderd
worden
(symbolen
die
op
de
grote
middelaar
wezen)
door
wie
zondaars
tot
Jahweh
mogen
naderen
en
door
Wie
alleen
genade
en
zaligheid
kan
worden
geschonken
aan
berouwvolle
gelovige
zielen.»
PP
353E;
PP
316N.
Het
reukwerk
en
zijn
betekenis
Het
reukwerk
werd
samengesteld
uit
vier
fijne
kruiden,
te
weten:
druipende
hars,
onix
en
galbanum
en
zuivere
wierook.
Het
werd
vermengd
en
uiterst
fijn
gewreven.
Van
elk
van
deze
vier
geurige
ingrediënten
werd
evenveel
genomen
en
dit
mengsel
produceerde
-
vooral
wanneer
het
verbrand
werd,
-
een
heerlijke
welriekend
parfum.
Opdat
de
wierook
altijd
gereed
zou
zijn
voor
gebruik,
werd
ze
bewaard
“vóór
de
getuigenis
in
de
tent
der
samenkomst”:
een
naam
die
vaak
werd
gebruikt
voor
het
heilige
van
de
tabernakel
(Ex.30:34-36).
In
de
wierook
vinden
we
weer
het
veelbetekende
getal
vier.
Evenals
de
vier
ingrediënten
in
het
brood,
zo
verzinnebeelden
de
vier
geurige
kruiden
van
de
wierook
Christus
in
Zijn
volmaakte
gerechtigheid.
Zoals
sommige
delen
van
de
wierook
tot
zeer
kleine
stukjes
werden
geslagen,
zo
werd
Christus
door
lijden
heen
volmaakt,
opdat
Hij
een
genadevol
Hogepriester
zou
zijn
om
de
zonden
van
het
volk
te
verzoenen
(Ex.30:36;
Hebr.2:10,17).
Ons
lijden
leidt
ons
eveneens
naar
het
gebedsaltaar,
waar
we
versterkt
en
geschikt
gemaakt
worden
om
anderen
te
helpen.
Het
voortdurende
reukwerk
«Het
vuur
op
het
altaar
was
door
God
Zelf
aangestoken
en
werd
als
heilig
vuur
altijd
brandende
gehouden.
Dag
en
nacht
verspreidde
de
heilige
wierook
zijn
geur
door
het
heiligdom
en
zelfs
ver
buiten
de
tabernakel.»
PP
348E;
PP
312N.
Zoals
het
brood
“gedurig”
aanwezig
was,
zo
was
ook
de
wierook
die
met
de
gebeden
van
het
volk
geofferd
werd,
“bestendig”
voor
het
aangezicht
des
Heren.
Ex.30:8.
Gebed
is
“de
adem
van
de
ziel”
en
gelijk
we
ademen
zouder
ophouden,
zo
moeten
we
zonder
ophouden
bidden
of
zoals
Moffatt
het
weergeeft:
“Geef
het
gebed
nooit
op.”
1
Thess.5:17.
Wie
offerde
de
wierook?
Gods
instructie
aan
Mozes
was:
“Aäron
(de
hogepriester)
nu
zal
daarop
welriekend
reukwerk
in
rook
doen
opgaan;
elke
morgen,
wanneer
hij
de
lampen
in
orde
maakt,
zal
hij
het
in
rook
doen
opgaan.
Ook
wanneer
Aäron
de
lampen
aansteekt
in
de
avondschemering
zal
hij
het
in
rook
doen
opgaan
voor
het
aangezicht
des
Heren
als
een
bestendig
reukwerk
voor
uw
geslachten.”
Ex.30:7,8.
Wanneer
Aäron
wierook
offerde,
rustte
de
heerlijkheid
des
Heren
boven
het
verzoendeksel,
hetgeen
betekende
dat
God
het
offer
aanvaard
had.
Aldus
worden
onze
gebeden
door
onze
hemelse
Hogepriester
en
Middelaar
voor
God
gebracht.
Zijn
verdienste,
wordt
zo
(als
de
wierook)
voordurend
in
ons
belang
voor
God
geofferd.
En
het
is
Gods
belofte,
dat
Hij
ieder
verzoek
van
Zijn
Zoon
zal
beantwoorden
(Psalm
89:20-38;
Jac.5:16;
1
Petr.2:5;
GD
66-67).
Het
familie-altaar
Ten
tijde
dat
de
wierook
geofferd
werd
(dat
is
‘s
morgens
en
‘s
avonds)
stond
de
hele
vergadering
van
het
volk
buiten
te
bidden
(Luc.1:10).
Het
was
het
geheiligde
uur
voor
aanbidding,
waarop
Israël
zich
opnieuw
aan
de
Heer
en
aan
Zijn
dienst
wijdde,
zoals
gesymboliseerd
in
de
brandende
lampen.
In
dit
gebruik
vinden
christenen
een
voorbeeld
voor
het
ochtend
en
avondgebed.
God
ziet
met
welgevallen
neer
op
hen
die
Hem
liefhebben
en
die
elke
morgen
en
avond
zich
neerbuigen
om
vergiffenis
te
zoeken
voor
begane
zonden
en
hun
smeekbeden
voor
de
benodigde
zegeningen
aan
Hem
voor
te
leggen
(PP
345E;
PP
318N).
Voor
gezinnen
die
dagelijks
tijd
nemen
voor
de
morgen
en
avondwijding
heeft
God
één
van
zijn
kostbaarste
beloften
gegeven:
“Daar
zal
Ik
met
u
samenkomen.”
Ex.30:6.
Deze
gewoonte
zal
in
onze
huizen
zijn
geur
verspreiden,
en
niet
in
het
huis
alleen,
maar
ver
buiten
onze
tabernakel.
Het
zal
kracht,
macht
en
overwinningen
brengen,
niet
slechts
in
onze
eigen
ervaringen,
maar
ook
in
ons
pogen
voor
anderen.
Dit
is
het
loon
voor
allen
die
‘s
morgens
en
‘s
avonds
getrouw
en
oprecht
de
wierook
van
hun
gebeden
offeren
op
het
familie
altaar.
Maar
vraag
toch
het
gedierte
en
het