You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies)
     
Het gouden Reukofferaltaar   (21)

De tweede stap in heiligmaking

 

Van de tafel der toonbroden gaan we naar het gouden altaar, het reukofferaltaar, het gebedsaltaar. De eerste stap in heiligmaking wordt door de tafel gesymboliseerd. Het altaar symboliseert de tweede stap in het christelijke groeiproces. Het is een nieuwe voorwaartse stap op ‘HET PAD NAAR DE TROON VAN GOD’. Gebed is even noodzakelijk voor onze geestelijke groei als het deelnemen aan de tafel van het Levende Brood. In feite gaan ze hand in hand.

 

Het woord van God is ons geestelijk voedsel en gebed is de adem van de ziel. In de heiligdomsdienst wordt noch de dienst bij de tafel noch die bij de kandelaar gescheiden van de dienst bij het altaar. Wierook werd op het brood geplaatst en ‘s morgens en ‘s avonds als de lampen verzorgd werden (Ex.30:7-8) werd er wierook op het altaar geofferd. De wierook van een vurig effectief gebed moet samen gaan met het eten van het Brood des Levens, maar ook met de dienst als lichtdragers. De christen die in het heilige woont zal een gebedsleven leiden, want slechts in voortdurende gemeenschap met Christus kan hij volmaakt worden en slechts op deze wijze geheiligd worden (Hebr.10:14).

 

Het gouden altaar en zijn betekenis

 

Ex.30:1-10. Evenals de tafel, was het gouden altaar van acaciahout gemaakt en met zuiver goud overtrokken. Het was een el lang en een el breed. De hoogte was twee el of ongeveer drie voet. Evenals het koperen altaar was het vierkant en het had vier hoornen: één op elke hoek. In tegenstelling met het koperen altaar had het een gouden omlijsting, een gouden krans erom heen. De twee draagstokken waarmee het werd vervoerd, waren ook van hout gemaakt en met goud overtrokken. De vier ringen waardoor de draagstokken werden gestoken, waren van zuiver goud. Het altaar stond in het heilige, in de tent der samenkomst vóór het voorhangsel (Ex.40:26). Alleen het heilige vuur mocht er op branden en er werd alleen maar reukwerk op verbrand, geen andere offers. Op Grote Verzoendag werd er verzoening gedaan; dit was “het uitdelgen” van de zonden die er het gehele jaar door opgeslagen werden (Ex.30:9-10; Lev.4:18).

Omdat het goud het zinnebeeld van de Almachtige is (Job.22:25) symboliseerde het gouden altaar Christus. Zowel de tafel als het altaar waren met goud overtrokken, een zinnebeeld van de verbinding tussen goddelijkheid en menselijkheid in Christus en Zijn volgelingen. Zowel aan het brandofferaltaar als aan het gebedsaltaar wijzen de vier hoornen op Christus. Zij duiden kracht, macht, overwinning en eer aan. Gebed is het persoonlijke, machtige wapen van de christen om zonde te overwinnen. Het is de kracht in zijn leven van dienstbaarheid voor anderen. Gebed brengt overwinning en het is zeker een eer om door de Allerhoogste uitgenodigd te worden om zo dicht bij de troon gemeenschap te hebben met Hem. «Smeekbeden tussen mensen onderling zetten mensen in beweging en dragen bij in het besturen van de aangelegenheden der volkeren, maar het gebed brengt de hemel in beweging.» S&DofG 335.

Zowel de kransen rond de tafel als de krans rond het altaar verzinnebeelden niet alleen macht, maar ook de beloning die de christen door “volhardend gebed” te zijner tijd ontvangt (Hebr.4:16; Jac.1:12).

In het koperen altaar wordt de offerande van Christus verzinnebeeld in Zijn werk voor ons op de aarde, maar in het gouden altaar aanschouwen we Hem in Zijn werk in de hemel, waar Hij altijd leeft om voor ons te pleiten (Hebr.7:25). «Voor het voorhangsel van het heilige der heiligen stond een altaar van voortdurende bemiddeling en voor het heilige een altaar van voortdurende verzoening. Door bloed en door reukwerk moest God benaderd worden (symbolen die op de grote middelaar wezen) door wie zondaars tot Jahweh mogen naderen en door Wie alleen genade en zaligheid kan worden geschonken aan berouwvolle gelovige zielen.» PP 353E; PP 316N.

 

Het reukwerk en zijn betekenis

 

Het reukwerk werd samengesteld uit vier fijne kruiden, te weten: druipende hars, onix en galbanum en zuivere wierook. Het werd vermengd en uiterst fijn gewreven. Van elk van deze vier geurige ingrediënten werd evenveel genomen en dit mengsel produceerde - vooral wanneer het verbrand werd, - een heerlijke welriekend parfum. Opdat de wierook altijd gereed zou zijn voor gebruik, werd ze bewaard “vóór de getuigenis in de tent der samenkomst”: een naam die vaak werd gebruikt voor het heilige van de tabernakel (Ex.30:34-36). In de wierook vinden we weer het veelbetekende getal vier. Evenals de vier ingrediënten in het brood, zo verzinnebeelden de vier geurige kruiden van de wierook Christus in Zijn volmaakte gerechtigheid. Zoals sommige delen van de wierook tot zeer kleine stukjes werden geslagen, zo werd Christus door lijden heen volmaakt, opdat Hij een genadevol Hogepriester zou zijn om de zonden van het volk te verzoenen (Ex.30:36; Hebr.2:10,17). Ons lijden leidt ons eveneens naar het gebedsaltaar, waar we versterkt en geschikt gemaakt worden om anderen te helpen.

 

Het voortdurende reukwerk

 

«Het vuur op het altaar was door God Zelf aangestoken en werd als heilig vuur altijd brandende gehouden. Dag en nacht verspreidde de heilige wierook zijn geur door het heiligdom en zelfs ver buiten de tabernakel.» PP 348E; PP 312N. Zoals het brood “gedurig” aanwezig was, zo was ook de wierook die met de gebeden van het volk geofferd werd, “bestendig” voor het aangezicht des Heren. Ex.30:8. Gebed is “de adem van de ziel” en gelijk we ademen zouder ophouden, zo moeten we zonder ophouden bidden of zoals Moffatt het weergeeft: “Geef het gebed nooit op.” 1 Thess.5:17.

 

Wie offerde de wierook?

 

Gods instructie aan Mozes was: “Aäron (de hogepriester) nu zal daarop welriekend reukwerk in rook doen opgaan; elke morgen, wanneer hij de lampen in orde maakt, zal hij het in rook doen opgaan. Ook wanneer Aäron de lampen aansteekt in de avondschemering zal hij het in rook doen opgaan voor het aangezicht des Heren als een bestendig reukwerk voor uw geslachten.” Ex.30:7,8.

 

Wanneer Aäron wierook offerde, rustte de heerlijkheid des Heren boven het verzoendeksel, hetgeen betekende dat God het offer aanvaard had. Aldus worden onze gebeden door onze hemelse Hogepriester en Middelaar voor God gebracht. Zijn verdienste, wordt zo (als de wierook) voordurend in ons belang voor God geofferd. En het is Gods belofte, dat Hij ieder verzoek van Zijn Zoon zal beantwoorden (Psalm 89:20-38; Jac.5:16; 1 Petr.2:5; GD 66-67).

 

Het familie-altaar

 

Ten tijde dat de wierook geofferd werd (dat is ‘s morgens en ‘s avonds) stond de hele vergadering van het volk buiten te bidden (Luc.1:10).

Het was het geheiligde uur voor aanbidding, waarop Israël zich opnieuw aan de Heer en aan Zijn dienst wijdde, zoals gesymboliseerd in de brandende lampen. In dit gebruik vinden christenen een voorbeeld voor het ochtend en avondgebed. God ziet met welgevallen neer op hen die Hem liefhebben en die elke morgen en avond zich neerbuigen om vergiffenis te zoeken voor begane zonden en hun smeekbeden voor de benodigde zegeningen aan Hem voor te leggen (PP 345E; PP 318N). Voor gezinnen die dagelijks tijd nemen voor de morgen en avondwijding heeft God één van zijn kostbaarste beloften gegeven: “Daar zal Ik met u samenkomen.” Ex.30:6. Deze gewoonte zal in onze huizen zijn geur verspreiden, en niet in het huis alleen, maar ver buiten onze tabernakel. Het zal kracht, macht en overwinningen brengen, niet slechts in onze eigen ervaringen, maar ook in ons pogen voor anderen. Dit is het loon voor allen die ‘s morgens en ‘s avonds getrouw en oprecht de wierook van hun gebeden offeren op het familie altaar.

 

Maar vraag toch het gedierte en het