You are home- www.agp-internet.com/react- sermonroom Nederlands (overdenkingen & Bijbelstudies)

 

Het zegenen van de kinderen    (56)
Jezus heeft altijd de kinderen liefgehad. Hij aanvaardde hun kinderlijke sympathie en hun oprechte, ongekunstelde liefde. De dankbare lofspraak van hun reine lippen klonk Hem als muziek in de oren en verkwikte Zijn geest, wanneer Hij verdrukt was door de omgang met sluwe en huichelachtige mensen. Overal waar de Heiland heenging, wonnen Zijn vriendelijk gelaat en Zijn zachtmoedig, prettig optreden de liefde en het vertrouwen van de kinderen.

Onder de Joden was het de gewoonte, de kinderen tot een rabbi te brengen, opdat hij ze de handen zou opleggen en zegenen; maar de dis­cipelen van de Heiland meenden dat Zijn werk te belangrijk was om op deze wijze onderbroken te worden. Toen de moeders met hun kleinen tot Hem kwamen, keken de discipelen afkeurend naar hen. Zij meenden, dat deze kinderen te jong waren om door een bezoek aan Jezus een zegen te ontvangen, en zij kwamen tot de overtuiging, dat Hij misnoegd zou zijn over hun aanwezigheid. Maar het was over de discipelen, dat Hij mis­noegd was. De Heiland begreep de zorg en last van de moeders die trachtten hun kinderen op te voeden in overeenstemming met het Woord van God. Hij had hun gebeden verhoord. Hijzelf had hen tot Zich ge­trokken.

Eén moeder had met haar kind haar huis verlaten om Jezus te zoeken. Onderweg vertelde ze aan een buurvrouw wat ze ging doen, en de buur­vrouw wenste, dat Jezus ook haar kinderen zou zegenen. Zo kwamen verschillende moeders samen, met hun kleintjes. Sommige kinderen waren reeds geen kleuters meer, maar grotere kinderen en jongelui. Toen de moeders hun wens te kennen gaven, luisterde Jezus met medegevoel naar het verzoek, dat Hem bedeesd en onder tranen werd gedaan. Maar Hij wachtte af om te zien, hoe Zijn discipelen hen zouden behandelen. Toen Hij zag, dat zij de moeders wegzonden, menende Hem daarmee een gunst te bewijzen, toonde Hij hun hun vergissing aan met de woorden: "Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het koninkrijk Gods." (Marc.10:14)  Hij nam de kinderen in Zijn armen, Hij legde hun de handen op en gaf hun de zegen waarvoor zij kwamen.

De moeders waren vertroost. Zij keerden naar huis terug, versterkt en gezegend door de woorden van Christus. Zij waren bemoedigd om hun last met nieuwe opgewektheid op zich te nemen en vol hoop voor hun kinderen te werken. De moeders van tegenwoordig moeten Zijn woorden in hetzelfde geloof aannemen. Christus is vandaag even zeker een per­soonlijke Verlosser als in de tijd toen Hij als mens onder de mensen leefde. Hij is heden even zeker de Helper van moeders als toen Hij in Judea de kleinen in Zijn armen nam. De kinderen in ons huis zijn even­zeer gekocht door Zijn bloed als de kinderen lang geleden.

Jezus kent de zorg van ieder moederhart. Hij Die een moeder had die streed met armoede en gebrek, leeft mee met iedere moeder in haar moeiten. Hij Die een lange reis maakte om het bezorgde hart van een Kananese vrouw te verlichten, wil hetzelfde doen voor de moeders van nu. Hij Die aan de weduwe in Naïn haar enige zoon teruggaf, en Die in Zijn zielestrijd aan het kruis Zijn eigen moeder bedacht, wordt ook nu ontroerd door de smart van een moeder. In iedere droefenis en iedere nood zal Hij troost en hulp geven.

Laten moeders met hun moeilijkheden tot Jezus komen. Zij zullen genade vinden die genoeg is om haar te helpen bij de leiding van haar kinderen. De poorten staan open voor iedere moeder die haar zorgen zou willen leggen aan de voeten van de Heiland. Hij Die zei: "Laat de kin­deren tot Mij komen, verhindert ze niet" (Marc.10:14),  nodigt ook nog altijd de moeders haar kleinen te brengen om door Hem gezegend te worden. Zelfs de zuigeling in de armen van zijn moeder mag, door het geloof van de biddende moeder, vertoeven in de schaduw van de Almachtige. Johannes de Doper was vanaf zijn geboorte vol van de Heilige Geest. Indien wij in gemeenschap met God willen leven, mogen wij verwachten dat de Heilige Geest onze kleintjes zal vormen, zelfs van hun vroegste ogen­blikken af.

Jezus zag in de kinderen die met Hem in aanraking werden gebracht, de mannen en vrouwen die erfgenamen zouden zijn van Zijn genade en onderdanen van Zijn koninkrijk, en van wie sommigen om Zijnentwille martelaren zouden worden. Hij wist, dat deze kinderen naar Hem zouden luisteren en Hem zouden aannemen als hun Verlosser, dat zij daartoe veel meer bereid waren dan de volwassenen, van wie velen wereldwijs en hardvochtig waren. Bij Zijn onderricht daalde Hij af tot hun peil. Hij, de Majesteit des hemels, achtte Zich niet te hoog om hun vragen te be­antwoorden, en Zijn belangrijke lessen te vereenvoudigen, om tegemoet te komen aan hun kinderlijk verstand. Hij strooide in hun geest het zaad der waarheid, dat jaren later zou opkomen en vruchten dragen ten eeuwigen leven.

Het is nog altijd waar, dat kinderen het meest ontvankelijk zijn voor de prediking van het evangelie; hun harten staan open voor de godde­lijke invloeden, en ze onthouden de ontvangen lessen heel gemakkelijk. De kleine kinderen kunnen christenen zijn en een ervaring hebben in over­eenstemming met hun leeftijd. Het is voor hen noodzakelijk om in de geestelijke dingen te worden opgevoed, en de ouders moeten hun al het mogelijke geven, om karakters te vormen naar het evenbeeld van het karak­ter van Christus.

Vaders en moeders moeten hun kinderen beschouwen als jongere leden van het gezin des Heren, die aan hen zijn toevertrouwd om voor de hemel te worden opgevoed. De lessen die wijzelf van Christus leren, moeten wij aan onze kinderen doorgeven, naarmate de jonge harten ze kunnen ver­staan, en geleidelijk aan de schoonheid van de hemelse beginselen voor hen open te leggen. Zo wordt het christelijk tehuis een school waar de ouders doen als onderwijzers, terwijl Christus Zelf de voornaamste Leraar is.

Wanneer wij werken voor de bekering van onze kinderen, moeten we niet uitzien naar een heftige emotie als een noodzakelijk bewijs voor over­tuiging van zonde. Het is ook niet noodzakelijk, dat wij precies de tijd weten, waarop zij zijn bekeerd .We moeten hun leren, hun zonden tot Jezus te brengen, Hem om vergeving te vragen, en te geloven dat Hij hun vergeeft en aanneemt zoals Hij de kinderen aannam toen Hij als mens op aarde was.

Wanneer de moeder haar kinderen leert haar te gehoorzamen, omdat ze haar liefhebben, dan leert ze hun de eerste les van het christelijk leven. De liefde van de moeder vertegenwoordigt voor het kind de liefde van Christus, en de kleintjes die hun moeder vertrouwen en gehoorzamen, leren ook de Heiland te vertrouwen en te gehoorzamen.

Jezus was het toonbeeld voor kinderen en Hij was eveneens het voor­beeld van de Vader. Hij sprak als iemand die gezag heeft, en Zijn woord bezat kracht; toch gebruikte Hij in al Zijn omgang met ruwe en heftige mensen geen enkele onvriendelijke of onbeleefde uitdrukking. De genade van Christus in het hart zal aan de mens een hemelse waardigheid en begrip van welvoeglijkheid schenken. Hierdoor zal al wat ruw is, ver­zacht, en alles wat grof en onvriendelijk is, bedwongen worden. Ze zal vaders en moeders ertoe leiden hun kinderen te behandelen als verstan­delijke wezens, zoals zij zelf graag behandeld zouden worden.

Ouders, bestudeert bij de opvoeding van uw kinderen de lessen die God in de natuur heeft gegeven. Indien u een anjer of een roos, of een lelie wilt leiden, hoe zoudt u dat doen? Vraagt de tuinman door welke wijze van behandeling hij iedere tak en ieder blad zo doet gedijen en hoe hij ze tot juiste verhoudingen en schoonheid brengt. Hij zal u vertellen dat dit niet gebeurde door ruwe aanraking, niet door gewelddadig op­treden; hierdoor immers zouden de tere stengels breken. Maar het kwam tot stand door dikwijls er wat aandacht aan te besteden. Hij bevochtigde de aarde, beschermde de opgroeiende planten tegen harde windstoten en tegen de brandende zon, en God zorgde dat zij in liefelijkheid opgroeiden en bloeiden. Volgt bij de omgang met uw kinderen de werkwijze van de tuinman. Door zachte aanraking, door liefderijke zorgen moet u trachten hun karakter te vormen naar het voorbeeld van het karakter van Christus.

Moedigt het uitdrukking geven aan de liefde jegens God en elkander aan. De reden waarom er zoveel hardvochtige mannen en vrouwen in de wereld zijn, is, dat ware genegenheid is beschouwd als een zwakheid, en ontmoedigd en onderdrukt is. De betere natuur van deze mensen is in hun kinderjaren verstikt; en tenzij het licht van de goddelijke liefde hun koude zelfzucht doet smelten, zal hun geluk voor altijd verwoest zijn. Indien wij wensen, dat onze kinderen de gevoelige geest van Jezus zullen bezitten, en het medegevoel dat de engelen voor ons aan de dag leggen, dan moeten wij in hun kinderjaren de gulle, liefdevolle opwel­lingen aanmoedigen.

Leert de kinderen Christus te zien in de natuur. Neemt hen mee in de open lucht, onder de statige bomen, de tuin in; leert hen in alle wonder­werken der schepping een uitdrukking van Zijn liefde te zien. Leert hen, dat Hij de wetten heeft gemaakt die het levende beheersen, dat Hij ook wetten heeft gemaakt voor ons, en dat die wetten er zijn voor ons geluk en voor onze vreugde. Vermoeit hen niet met lange gebeden en lang­dradige vermaningen, maar leer hen door middel van gelijkenissen in de natuur, gehoorzaamheid aan de wet van God.

Wanneer u hun vertrouwen in u, als volgelingen van Christus, wint, zal het gemakkelijk zijn hun de grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, te doen kennen. Wanneer u tracht de heilswaarheden aan hen duidelijk te maken, en de kinderen te wijzen op Christus als een per­soonlijke Heiland, zullen engelen u terzijde staan. De Here zal aan vaders en moeders genade geven om bij hun kleintjes belangstelling te wekken voor het geliefde verhaal van het Kind van Bethlehem, Dat waarlijk de hoop der wereld is.

Toen Jezus Zijn discipelen zei, de kinderen niet te verbieden tot Hem te komen, sprak Hij tot Zijn volgelingen door alle eeuwen heen — tot de ambtsdragers in de gemeente, tot de predikanten, hun helpers en tot alle christenen. Jezus roept de kinderen, en Hij gebiedt ons: Laat hen ko­men; alsof Hij zou willen zeggen: Zij zullen komen, indien u ze niet tegenhoudt.

Laat uw onchristelijk karakter geen verkeerde voorstelling van Jezus geven. Houdt de kleintjes niet bij Hem weg door uw koudheid en hard­heid. Geeft hun nooit reden te voelen dat de hemel geen prettige plaats voor hen zal zijn wanneer u er bent. Spreekt niet over godsdienst als over iets dat kinderen niet kunnen begrijpen, en handelt niet alsof er niet van hen wordt verwacht, dat zij Christus in hun kinderjaren aan­nemen. Geeft hun niet de verkeerde indruk dat de godsdienst van Chris­tus een sombere godsdienst is, en dat zij, die tot de Heiland komen, alles moeten opgeven wat vreugde schenkt aan het leven.

Wanneer de Heilige Geest werkt aan de harten van de kinderen, werkt dan met Hem mee. Leert hun, dat de Heiland hen roept, dat niets Hem grotere vreugde kan schenken dan dat zij zichzelf aan Hem geven in de bloei en jeugd hunner jaren.

De Heiland ziet met oneindige tederheid op de zielen die Hij heeft ge­kocht met Zijn eigen bloed. Zij zijn hetgene waarop Zijn liefde aanspraak maakt. Hij ziet op hen neer met onuitsprekelijk verlangen. Zijn hart gaat niet alleen uit naar de kinderen die zich zo goed gedragen, maar ook naar hen die bij hun geboorte onaangename karaktertrekken hebben meegekregen. Vele ouders begrijpen niet, hoezeer zij verantwoordelijk zijn voor die karaktertrekken in hun kinderen. Zij hebben niet de teder­heid en wijsheid zich te bekommeren om de dwalenden, die zij gemaakt hebben tot wat zij zijn. Maar Jezus ziet met ontferming op deze kinderen neer, Hij gaat oorzaak en gevolg na.

Hij die voor Christus werkt, kan een middel zijn deze kinderen tot de Heiland trekken. Door wijsheid en tact kan hij ze aan Zijn hart bin­den, hij kan hun moed en hoop geven, en door de genade van Christus kan hij ze van karakter veranderd zien, zodat van hen gezegd kan wor­den : "Voor zodanigen is het koninkrijk Gods." (Marc.10:14) ("Wens der eeuwen" - E.G.White)

 

<1>