Gelukkig als de
HEER zijn schuld niet telt, als in zijn geest geen spoor van
bedrog is. Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg,
kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag
en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe,
ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ – en u vergaf mij mijn
zonde, mijn schuld.
Psalm 32:2-5