•Ziet mijn
handen en mijn voeten, dat Ik het
zelf ben; betast Mij en ziet, dat een
geest geen vlees en beenderen heeft, zoals
gij ziet, dat Ik heb.
• 40[En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten.]
• 41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden,
zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets te
eten?