AGP React
Internetenews
You are > home
> www.agp-internet.com/news> Nederlands
Nieuwscentrum >
Adventkerk en oecumene: een
tweestromenland
Na een schietpartij of
moord wordt er bij de berichtgeving nogal eens aan toegevoegd dat er
relationele problemen meespeelden. Relaties tussen mensen of groepen van
mensen zijn niet altijd even open of liefdevol. Dat geldt voor veel relaties:
tussen volken of bevolkingsgroepen, armen en rijken, mannen en vrouwen,
ouderen en jongeren, autochtonen en allochtonen, enz. Na 11 september 2001 zag
de wereld een demonisering van ieder die islamiet was. Daarna werden mensen
die daar nadrukkelijk aan meededen gedemoniseerd en in het geval van Pim
Fortuyn zelfs koelbloedig vermoord. Na deze moord werden weer milieuactivisten
of politici gedemoniseerd. Waar eindigt dit? Vooroordelen, al of niet door de
media versterkt, verstoren relaties. Dat geldt ook de Adventkerk en de
oecumene. Deze haat-liefde verhouding, gemengd met vooroordelen, angstbeelden
en vijanddenken, draagt niet bij tot een evenwichtige en zinnige relatie.
Adventkerk en oecumene: een
tweestromenland
Hoewel er binnen ons kerkgenootschap nog nooit een formele uitspraak is gedaan
over de oecumenische beweging, zijn er diverse publicaties geweest die
de richting aangeven van een door velen gedragen standpunt. In dat standpunt
is de kerk bijna altijd dualistisch geweest. Enerzijds is er bij velen
waardering voor de veelal open houding, de aanzet tot betere verhoudingen
tussen kerken, het op gang brengen van dialoog tussen godsdiensten, het
verhelpen van vooroordelen, het opkomen voor godsdienstvrijheid, het verzet
tegen racisme en uitbuiting van mensen, en vele andere zaken. Anderzijds is er
vanuit de bestaande adventistische profetische inzichten grote zorg (hier en
daar zelfs angst) voor niet alleen verlies van eigen identiteit maar voor het
ontnemen van vrijheid tot sabbatviering en tot getuigen van ons specifieke
gedachtegoed. In dit voortdurende spanningsveld wordt wel of niet met anderen
samengewerkt.
Sommigen in de kerk zullen
daarom met zekere argwaan naar alles wat oecumenisch is (of lijkt) kijken en
anderen zullen zelfs elke participatie veroordelen. Weer anderen zullen juist
vanuit de wetenschap dat velen in onze samenleving helemaal niets van God
weten, blij zijn met mogelijkheden ook met anderen het geloof te beleven, te
delen en zo mogelijk samen tot actie over te gaan. Deze tweedeling in denken
bestaat niet alleen in Nederland, maar is in onze wereldkerk op veel meer
plaatsen waarneembaar. Onze geloofsgenoten in België, bijvoorbeeld,
onderhouden al vanaf het begin van de 90er jaren nauwe contacten met
protestantse en evangelische kerken. Recentelijk werden zij en ook andere
kerkgenootschappen in België geconfronteerd met een door de overheid
samengestelde lijst waarop zij tussen de meest wonderlijke sekten vermeld
staan. Het Ministerie van Justitie en van Erediensten wenst echter slechts met
één gesprekspartner te maken te hebben die de gezamenlijke protestantse en
evangelische kerken vertegenwoordigt. Dit veronderstelt ook dat de Adventkerk
in België een interkerkelijk samenwerkingsverband zou moeten aangaan om in
geval van nood haar belangen te kunnen verdedigen ten opzichte van de
overheid. Begin juni zal hierover met afgevaardigden worden gesproken alvorens
dit voorstel in stemming wordt gebracht. Ook in België zijn er ten
aanzien van de oecumene voor- en tegenstanders.
Sommige tegenstanders zijn
niet alleen tegen maar stellen zich nadrukkelijk en op een militante wijze op
tegenover andere christenen. Zo heeft onlangs de Adventkerk in Nieuw Zeeland
en Papoea Nieuw Guinea afstand genomen van anti-rooms-katholieke advertenties
die in deze landen verschenen. In deze door een onafhankelijke
lekenorganisatie opgegeven advertenties werden de paus en de Verenigde Staten
onheus aangevallen, wat vervolgens resulteerde in een breed scala van
negatieve reacties. De Adventkerk liet daarna een advertentie plaatsen waarin
zij zich verontschuldigde voor aangerichte pijn. Terecht schrijft de
redacteur: 'Onze primaire taak is de verkondiging van het evangelie van Jezus
Christus in de context van zijn spoedige komst, en niet het aanwijzen van de
tekortkomingen van andere kerkgenootschappen.'
Er zijn echter ook
adventistische organisaties die eerder streven naar samenspraak dan afbraak,
eerder naar samenwerking dan tegenwerking. Zo bestaan in veel landen
uitstekende relaties met nationale bijbelgenootschappen. In unies waar een
ADRA-kantoor is wordt veelal zinvol samengewerkt met (semi)overheden en
zogenaamde NGO's (non-govermental organisations). Op het gebied van
hulpverlening en bij veel activiteiten in zendingsgebieden worden op goede
gronden taken gemeenschappelijk uitgevoerd.
Natuurlijk zijn niet al deze relaties probleemloos. Ongetwijfeld worden daar
waar mensen werken, ook in dienst van het evangelie, fouten gemaakt. Maar daar
valt van te leren. Door te evalueren en goede werkafspraken te maken kunnen
zelfs betere structuren worden geboden. Dat is altijd beter dan de weg van het
isolationisme, jezelf aan de kant plaatsen. Dat leidt niet zelden tot een
ongepaste geestelijke hoogmoed. Maar we zijn toch anders? Daar kom ik straks
op terug. Nu eerst de situatie in Nederland.
Interkerkelijke contacten
in Nederland
Al vele jaren werkt de Adventkerk in Nederland (of afgeleide organisaties)
samen met diverse interkerkelijke organisaties. Zo begon ADRA-Nederland al in
de 80er jaren haar netwerk uit te breiden. Na goede ervaringen opgedaan te
hebben maakte zij vervolgens deel uit van de Stichting Oecumenische Hulp (SOH).
Inmiddels zijn er ook andere interkerkelijke hulporganisaties of activiteiten
zoals Kerk in Actie (KIA), waarbinnen humanitaire activiteiten worden geco–rdineerd.
In diezelfde periode werd de kerk uitgenodigd mee te doen in de Raad voor
Contact en Overleg betreffende de Bijbel (RCOB). De meest bekende activiteit
van deze organisatie was het 'Jaar met de Bijbel' (1998-1999), waaraan bijna
alle kerken hebben deelgenomen. Praktisch alle Nederlandse denominaties zijn
in het RCOB vertegenwoordigd.
In 1994 werd onze kerk waarnemer bij de Raad van Kerken. Dit platform van
kerken bestaat uit beraadgroepen met een speciale opdracht (geloofszaken,
liturgie, missionaire presentie, etc.) en projectgroepen (voor korte termijn
activiteiten), die voorstellen doen aan de Raad, waarin kerkleiders (ook
ondergetekende) zitting hebben.
Een paar jaar later werd de Adventkerk lid van het CIO, Contact Inzake
Overheidszaken, een overlegorgaan ten opzichte van de overheid, waarin de
meeste christelijke en drie joodse organisaties betrokken zijn.
Daarnaast bestaan er waardevolle federatieve contacten tussen de basisschool
'Oud Zandbergen' en het Woonzorgcentrum 'Vredeoord' met soortgelijke
organisaties met een christelijke signatuur.
Tenslotte zijn er ook enige lokale adventgemeenten die participeren in
plaatselijke raden van kerken of interkerkelijke vluchtelingen organisaties.
Al deze contacten hebben
bijgedragen vooroordelen ten opzichte van onze kerk weg te nemen, zichtbaar en
hoorbaar te maken wie we zijn, maar hebben ook de adventistische participanten
praktische zaken geleerd ten aanzien van het christelijk geloof. Nooit is er
sprake geweest van het ontnemen van onze identiteit. Sterker nog, juist in de
oecumene wordt van elke kerkelijke stroming verwacht dat men in staat voor
zijn/haar eigen traditie en gebruiken. In deze grondhouding gaat het om een
leerproces voor verschillende partijen.
Zijn wij anders? Ja, in
sommige opzichten zeker. En dat mag! En dat kan! Zijn wij anders? Nee, want in
de praktijk blijkt vaak dat anderen met precies dezelfde problemen worstelen
(of geworsteld hebben) als wij! Dan is samenspraak en overleg des te
waardevoller en niet zelden zegenrijk.
Charta Oecumenica
Over deze Charta is al eerder gerapporteerd in Advent, maar er is u toegezegd
op een aantal aspecten van dit historisch oecumenisch document terug te komen.
Tijdens een bijzondere kerkelijke bijeenkomst in Utrecht op vrijdagmiddag 18
januari werd de Charta door een 14 leiders van lid- en kandidaat-kerken
ondertekend. Ondergetekende was daar één van.
Om verwarring te voorkomen is het belangrijk te beseffen dat niet namens deze
kerken of hun achterban is getekend, maar dat kerkleiders het op zich hebben
genomen om in de geest van dit document met elkaar om te gaan en deze
gedachtegang ook binnen hun respectievelijke kerken aandacht te geven. Daarmee
is niet gezegd dat onze kerk nu lid is van de Raad van Kerken, maar wel dat we
onze verantwoordelijkheid ten aanzien van andere christenen en kerken serieus
nemen.
De Charta biedt daarvoor
een goede basis. Buiten dat de inhoud in veel opzichten zeer waardevol en
bruikbaar is, zal ook duidelijk zijn dat de beoogde eenheid tussen kerken
altijd op zijn best een eenheid in verscheidenheid kan zijn. Maar dat ontslaat
ons niet van Jezus' opdracht de eenheid onder christenen te zoeken (Johannes
17). Ook Ellen White, die sterk doordrongen was van de feilbaarheid van ook
andere kerken, stond positief tegenover interkerkelijke contacten en
samenwerking. Ze schreef: 'Wij moeten ons verenigen met de anderen en zo ver
mogelijk met hen meegaan zonder afbreuk te doen aan ook maar één van onze
principesÖ Wij moeten onze kerk niet isoleren'. Dat is een zinvolle en
evenwichtige basis voor een dialoog. Interessant is dat de preambule
(inleiding) van de Charta (Nederlandse versie) dezelfde ruimte biedt voor
verschillende principes door te stellen dat de ondertekenaars zich 'zoveel
mogelijk' zullen inzetten voor de uitvoering hiervan in de Nederlandse
context. Elke kerk kent haar principiële grenzen.
We zullen ons deze keer
beperken tot het eerste deel van de Charta. Na de inleiding in dit document,
waarin aandacht wordt gegeven aan wat al in kerken is bereikt en ook aan de
huidige pluralistische cultuur in Europa, luidt het eerste kopje: wij geloven
in de 'ene heilige, katholieke en apostolische kerk'. Dit is één van de
regels van één van de oudste christelijke geloofsbelijdenissen, de
zogenaamde Apostolische Geloofsbelijdenis . Als u begrijpt dat het woord
'katholieke' in die tijd betekende 'algemeen', 'in het geheel' en als u
begrijpt dat de 'apostolische kerk' niet doelt op kerken van nu met dezelfde
naam, maar op de kerk uit de tijd van de apostelen, dan zal u duidelijk zijn
dat deze uitdrukking staat voor de gehele kerk die in het Nieuwe Testament
haar contouren krijgt. Een kerk van geroepen 'heiligen', in de toenmalige
gehele ('katholieke') wereld, geleid en gesteund door apostelen.
Direct onder deze kop in de Charta wordt Paulus' brief aan de gemeente Efeze
(4:3-6) geciteerd: '(Wees) vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden
door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen
bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één
geloof, één doop. Šn God en vader van allen, die is boven allen, met alleen
en in allen.'
Gezien er nu zo veel
verdeeldheid bestaat en nog zo veel essentiële verschillen gelovigen uit
elkaar houden, roept de Charta op 'gevolg te geven aan de apostolische
aansporing uit de brief aan de Efeziërs en ons met volharding voor een
gemeenschappelijk verstaan van de heilsboodschap van Christus in het Evangelie
in te zetten.' Dat dit 'gemeenschappelijk verstaan' niet altijd zo
gemeenschappelijk is, blijkt uit de volgende oproep, waarin gelovigen gevraagd
wordt elkaars doop en avondmaal te erkennen. Daarover later meer.
(C) 2002 Gepubliceerd door
Nederlandse Unie Conferentie der Zevende Dags Adventisten (auteur H. Koning)