|
|
- Zoon oprichter satanskerk in VS nu
dominee
- WASHINGTON - Zijn vader, Anthony LaVey,
was oprichter van de wereldwijde satanskerk. Als kind werd hij ritueel
misbruikt. Maar zoon Anthony veranderde zijn naam in Jess en is nu
predikant in Yacaipa, in Californië.
- Vader Anthony LaVey riep op 30 april
1966, Zwarte Zaterdag, het tijdperk van satan uit. Hij stichtte diverse
satanskerken in San Francisco en Hollywood, met zo’n 50.000 leden.
-
Twee jaar later werd zoon
Anthony geboren. Zijn vader wilde dat hij uiteindelijk de satanskerk zou
gaan leiden. Maar de jonge Anthony koos een andere weg. Toen hij tien was,
volgde hij een schriftelijke bijbelcursus en op een dag schreef hij
”Jezus redt” op een muur. Op zijn veertiende zocht Anthony contact met
een christelijke gemeente in Oceanside, waar hij naar zijn zeggen „werd
bevrijd van de demonische machten.” Op zijn vijftiende verliet hij het
ouderlijk huis.
-
Jess LaVey is nu 33, maar
draagt nog steeds de emotionele en fysieke littekens van zijn jeugd.
Regelmatig waarschuwt hij in christelijke radioprogramma’s en in kerken
voor de gevaren van het occult. (rd)
-
- 'Nationale gebedsdag ook voor
Nederland goed'
- WASHINGTON - Religieuze uitingen hebben
in de Verenigde Staten een lange traditie. Onderdeel van het erfgoed is,
behalve Thanksgiving, ook de National Day of Prayer, de nationale
gebedsdag. Elk jaar opnieuw heeft die plaats op de eerste donderdag in
mei. Want zo is het in de wet vastgelegd. „Ook Nederland zou goed zijn
met zo’n dag.”
- Amerika houdt biddag. In
overheidsinstellingen, scholen, bedrijven of gewoon thuis onderbreken
mensen hun activiteiten en komen zij samen om te bidden. „Voor de natie,
haar volk en haar leiders”, aldus de website van de National Day of
Prayer Task Force. Anderen bezoeken een kerkdienst.
- Burgers worden daartoe opgeroepen door de
regering zelf. In zijn proclamatie, ondertekend op 26 april, vroeg
president Bush de Amerikanen „te bidden om Gods bescherming,
dankbaarheid te tonen voor onze zegeningen, en morele en geestelijke
vernieuwing te zoeken. Ik spoor al onze burgers aan om deze dag samen te
komen.” De plechtigheden variëren van gebedsontbijten en -concerten tot
studentenbijeenkomsten en bijbelleesmarathons.
- Ook in het Capitool in Washington krijgt
de National Day of Prayer een plaats. Vertegenwoordigers van het militaire
apparaat en van de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht gaan in
op de noodzaak te bidden voor hun specifieke beleidsterrein. Hoofdspreker
is dr. Ravi Zacharias, die de vraag beantwoordt „waarom het zo
belangrijk is dat Amerika verenigd is onder God.” rd
-
-
Bibleman razend populair
in VS
-
WASHINGTON - Batman heeft
een concurrent gekregen: Bibleman. Het vechtpoppetje is sinds zijn
creatie in 1995 bijna 500.000 keer verkocht. Onder het uitroepen van
bijbelteksten, gekleed in knalpaarse kleding en gele wapenrusting,
bevecht Bibleman het kwaad. Hij is zelfs sterker dan Luxor Spawndroth,
die kinderen probeert te infecteren met miscrobius disobedientis,
ongehoorzaamheids-microben. De favoriete bijbeltekst van het poppetje:
'Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft' (Filippenzen 4:13).
-
Willie Ames, de maker van
Bibleman, treedt regelmatig in kerken op als onoverwinnelijke
bijbelvechter. Ames speelde als tiener in de tv-serie Eight is Enough
(acht is genoeg), maar toen zijn acteercarrière op de klippen liep
raakte hij verslaafd aan cocaïne en alcohol. In 1987 kwam hij tot
geloof in God.
Nu houdt hij zich strict
aan het dieet van de Weight Watchers dat hem op gewicht moet houden voor
zijn rol in de paarse maillot.
Bibleman is vooral
populair in zuidelijke steden als Atlanta en Nashville. Aan de liberale
oostkust moet men minder van het vechtpoppetje hebben. Ames begon in
maart een tournee van 170 dagen door Amerika. Nadat hij op zijn eigen
website vijftien keer bedreigd werd met de dood, besloot hij alleen op
te treden in gebieden waar hij echt populair was. Bibleman Aames zegt
zich geen zorgen te maken over zijn eigen veiligheid, maar hij wil zijn
jonge fans niet in gevaar brengen.
- Bloedbad onder christenen op Molukken
- JAKARTA - Gemaskerde, met granaten en
geweren gewapende mannen hebben zondag in een christelijke wijk van de
Molukse hoofdstad Ambon veertien mensen vermoord, onder wie een baby. Dat
hebben de politie en getuigen gezegd.
- Het bloedbad lijkt het eind te betekenen
van een vredesakkoord dat christenen en moslims in de Indonesische
provincie de Molukken in februari na drie jaar van geweld sloten. Vrijdag
verwierp de militante moslimbeweging Laskar Jihad, die verantwoordelijk
wordt gehouden voor een groot deel van het geweld van de afgelopen jaren,
het akkoord. Een predikant in Ambon, Cornelius Bohm, zei er niet aan te
twijfelen dat de Laskar Jihad achter het bloedbad van zondag zit.
- Volgens getuigen viel een twaalftal
mannen de wijk Soya omstreeks 4 uur ’s morgens binnen. Ze staken dertig
huizen en een protestantse kerk in brand. Zes mensen, onder wie een zes
maanden oude baby, werden doodgestoken en zes mensen kwamen om bij de
branden. Twee mensen zouden zijn doodgeschoten. Nog eens elf mensen
raakten gewond. De daders schreeuwden toen ze de wijk binnenvielen:
”Vermoord ze” en ”Steek ze in brand”, aldus getuigen. Overlevenden
zeiden aanvankelijk te hebben gedacht dat soldaten de buurt kwamen
uitkammen, maar op de vlucht te zijn geslagen toen de indringers met
granaten begonnen te gooien en begonnen te schieten op iedereen die
bewoog.
- Later zondag losten agenten
waarschuwingsschoten om een groep van ongeveer tien moslims in Ambon
uiteen te jagen. De moslims waren bijeengekomen na vlaggen van het
verboden, overwegend christelijke Molukse Soevereiniteitsfront te hebben
zien wapperen. Donderdag staken moslims een kerk in brand, nadat het front
zijn vlag had gehesen ter gelegenheid van de herdenking van het uitroepen
van de Vrije Republiek der Molukken, 52 jaar geleden.
|
|