Jonge refo's vallen voor de
eenvoud van de islam
Een toenemend aantal jongeren
uit de gereformeerde gezindte bekeert zich tot de islam,
signaleert stichting Evangelie & Moslims. "Zij worden vooral
aangetrokken door de eenvoud van het islamitische geloof'',
zegt ds. Cees Rentier.
Er is nog geen sprake van
massa's, maar het komt de laatste tijd wel vaker voor dat
Evangelie & Moslims hoort van jongeren uit trouw kerkelijk
meelevende gezinnen die zich aansluiten bij de islam. Rentier,
die zich vooral baseert op gesprekken die hij heeft gehad met
ouders, heeft het dan over jongeren uit de rechterflank van de
Protestantse Kerk, de vrijgemaakt-gereformeerde,
christelijk-gereformeerde en Nederlands-gereformeerde kerken
en de Gereformeerden Gemeenten.
"Het gaat waarschijnlijk in
elk geval om een tiental jongeren per jaar'', zegt Cees
Rentier, als predikant verbonden aan Evangelie & Moslims, een
stichting die zich inzet voor een christelijk getuigenis onder
moslims. Omdat christenjongeren op steeds meer plaatsen
moslimjongeren tegenkomen, verwacht Rentier dat dit aantal de
komende jaren nog toeneemt.
Sinds de eerste Turkse en
Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland kwamen, gebeurde het
sporadisch al wel dat Nederlandse jongens of meisjes een
islamitische partner kregen, waarna zij zich nogal eens
aansloten bij de islam. "Dat is niet nieuw'', zegt Rentier.
"Net zoals dat we elke zomer wel horen van meisjes die in
Turkije op vakantie zijn geweest en daar verliefd zijn
geworden op een Turk, waarna zij zich soms bekeren tot zijn
geloof.''
Maar dat reformatorische
jongeren zich, na contacten met - vaak hoger opgeleide en
perfect Nederlands sprekende - moslimjongeren, uit volle
overtuiging aansluiten bij de islam, is wel een nieuwe
ontwikkeling. "Hierbij speelt mee dat christenjongeren steeds
intensiever contact krijgen met moslimjongeren: op scholen
voor beroepsonderwijs, hogescholen en universiteiten
bijvoorbeeld. En jongeren die op reformatorische scholen
zitten, komen moslims vanzelf wel tegen tijdens vakantie- of
zaterdagbaantjes.''
Juist jongeren die tijdens
hun pubertijd kritisch kijken naar de kerk en het geloof van
hun ouders, voelen zich nogal eens aangetrokken tot de
"eenvoud en overzichtelijkheid'' van de islam, is Rentiers
ervaring. "Ze kunnen daar nog steeds in God geloven, ook in
Jezus, al geldt hij in de islam slechts als profeet. Zeker
jongeren die aanlopen tegen wat zij zien als lauwheid en
naamchristendom in hun kerk, voelen zich dan aangesproken door
het feit dat je in de islam iets kunt dóen om een goed
gelovige te zijn. Dat ervaren zij als concreter dan de
vrijblijvendheid van het christelijk geloof.''
Rentiers ervaring is dat
christelijke jongeren die moslim worden, uiteindelijk vaak nog
vromer en fanatieker blijken te zijn dan de meeste Turkse en
Marokkaanse migranten.
Sommige jongeren, die wat
rationeler zijn ingesteld, kiezen juist voor de islam omdat
het in de kerk waaruit zij afkomstig zijn "steeds meer gaat
over gevoel en beleving'', zegt Rentier. "Zij voelen zich
juist thuis bij de onvoorwaardelijke manier waarop moslims hun
geloof beredeneren.''
Uitverkiezing
Ook zijn er - in de bevindelijk-gereformeerde hoek - jongeren
die vastlopen in de leer van de uitverkiezing. "De
uitverkiezing heeft nu eenmaal iets ongrijpbaars. De islam zet
daar een heel concrete regel tegenover'', zegt Rentier.
"Zolang je Allah als enige god erkent, berouw toont over je
zonden en ijverig bent in het doen van goede daden, mag je
rekenen op Allahs barmhartigheid. Hier speelt mee dat je in de
islam zelf iets aan je redding kunt bijdragen, en dat is net
wat zulke jongeren willen horen.''
In De Waarheidsvriend, het
tijdschrift van de Gereformeerde Bond, schrijft Rentier deze
week een artikel over jongeren die overgaan naar de islam.
Volgende week gaat hij in dat blad in op wat kerken kunnen
doen om hun jongeren 'uit de moskee' te houden. In elk geval
is het belangrijk dat kerken zich gaan realiseren dat jongeren
hoe dan ook met moslims in aanraking zullen komen, zegt hij.
"Dat geldt ook voor kerken in dorpjes op de Veluwe, waar
misschien maar drie moslimgezinnen wonen. Ook die jongeren
komen op school of op hun werk moslims tegen.''
Rentier verwijst naar de tijd
van de Reformatie. Net zoals de protestanten toen in prediking
en catechese de verschillen tussen het protestantisme en het
katholicisme uitlegden, zouden zij dat nu met de islam moeten
doen, vindt hij. "Benadruk in de catechese en in de vorming
van jongeren duidelijker waarom wij in de kerk Jezus volgen,
en niet de weg van de sharia'', raadt hij aan. "Jongeren
moeten weten wat zij kunnen zeggen als zij moslims tegenkomen
en met hen in gesprek raken over het geloof.''
Zijn ervaring is echter dat
kerken nogal eens huiverig zijn om de islam bespreekbaar te
maken. "Maar het lijkt me toch onvermijdelijk dat je naar de
Schrift kijkt vanuit de vragen die in de samenleving spelen.
Als het hele Journaal gaat over wat er aan de hand is met
moslims, zul je die drempel als predikant toch eens moeten
nemen.''
Bovendien vindt Rentier het
van belang dat er in de kerk mensen zijn die zich hebben
verdiept in de islam. "Als jongeren dan in contact komen met
moslims en vragen hebben over het verschil tussen christendom
en islam, kan het helpen als er in de kerk een jongerenwerker
is naar wie ze toe kunnen. Want de ervaring leert dat als ze
eenmaal overgegaan zijn naar de islam, het erg moeilijk is om
nog in gesprek te komen.''
Bron: Nederlands Dagblad