You are - home - agp news - Nederlands Index
   

Pleidooi voor christelijke provincie Irak

 

WASHINGTON - De Assyrisch-christelijke predikant Ken Joseph heeft in een open brief aan de Amerikaanse president George Bush gepleit voor een autonome christelijke provincie in Irak.

De predikant laat weten geschokt te zijn door het feit dat in de nieuwe Iraakse grondwet is vastgelegd dat de islam de officiële staatsgodsdienst is. Hij zou graag zien dat die bepaling wordt geschrapt. Volgens Joseph hebben de Assyrische Irakezen een grondwettelijk recht op eigen grondgebied ,,in het land van Ninevé en Jona''.

De predikant dringt er verder bij president Bush op aan de Amerikaanse troepen niet uit Irak weg te halen, omdat de Amerikaanse aanwezigheid de Assyrische christenen bewegingsruimte garandeert en omdat terugtrekking tegen de wens van de meeste Irakezen zou ingaan.

Hij zal niet de eerste zijn die een open brief aan de Amerikaanse president Bush heeft geschreven. Toch is de oproep van de Assyrische christen Ken Joseph van afgelopen week opmerkelijk, want hij pleit voor een autonome christelijke provincie ,,in het land van Ninevé en Jona''. Volgens de in Japan opgegroeide predikant hebben de Assyrische Irakezen als ,,de laatste van de vier bevolkingsgroepen'' (naast sjiieten, soennieten en Koerden leven er 2,5 miljoen Assyriërs in Irak) een grondwettelijk recht op een eigen grondgebied.

,,U zult zien dat het noorden van Irak zal bloeien, groeien en terugkeren tot de waarheid'', bezweert Ken Joseph in zijn verzonden brief aan het Witte Huis. ,,Het offer van 2500 dappere jonge mannen en vrouwen die hun leven hebben gegeven, was niet om een Islamitische Republiek van Irak te zien ontstaan. Ik heb ze talloze malen aan het einde van een hete, stoffige dag in Irak horen zeggen: 'wij zijn hier, omdat we willen dat de Irakezen hebben wat wij hebben: vrijheid...' ''

Hoewel het Witte Huis (nog) geen reactie op de brief heeft gegeven, klampt Ken Joseph zich vast aan de Amerikaanse aanwezigheid in Irak, omdat die de Assyrische christenen in Irak bewegingsruimte garandeert. Hij dringt er op aan niet te vertrekken, ook omdat dat tegen de wens van de meeste Irakezen zou ingaan en omdat Noord-Irak dan helemaal overgeleverd is aan misdaadbendes. In de laatste weken voor de Amerikaans-Britse invasie in 2003 was ,,de situatie zo ellendig dat mensen het hadden over het plegen van collectieve zelfmoord als de Amerikanen niet zouden komen'', schrijft hij.

Ken Joseph bezocht Irak ruim voor de inval. Saddams geheime dienst lette niet op hem, omdat hij als Assyrisch christen familieleden bezocht. Als hartstochtelijk vredesactivist had Joseph tijdens demonstraties in Japan tegen de inval geprotesteerd. De reis naar zijn voorouderlijke grond - zijn grootouders waren vanwege de 'Assyrische holocaust' in 1917 gevlucht naar Chicago - brachten zijn opvattingen echter aan het wankelen. ,,Ik dacht dat het een foute oorlog was tegen een onschuldig volk'', schrijft ds. Joseph.

Tot zijn verbijstering merkte hij dat zijn verwanten in Irak hunkerden naar de oorlog, omdat zij onder Saddam Hussein ,,leefden als in een werkelijke nachtmerrie''. Ze vertelden Ken Joseph in Saddams politiestaat te leven ,,als dieren, zonder voedsel, auto, telefoon, baan en het ergst van alles: zonder hoop.''

Terug in Japan besloot Joseph zich in te zetten voor de rechten van de Iraakse Assyriërs en betuigde bijval aan de geallieerde inval. Geschokt was hij dat het nieuwe Irak in de grondwet vastlegde dat de islam de officiële staatsgodsdienst is. Die zinsnede moet verdwijnen, schrijft hij nu aan president Bush. Verder vraagt hij of Bush wil helpen te verwezenlijken wat de Iraakse premier, president en bijna alle kabinetsleden hem persoonlijk zouden hebben beloofd: de vorming van een Assyrisch-christelijke provincie in het land van Ninevé en Jona.
Bron:
http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=77182