Hooggerechtshof VS
brengt democratie in gevaar
Het is terecht dat het
Amerikaanse Hooggerechtshof de speciale tribunalen voor
gevangenen in Guantánamo heeft veroordeeld. Tegelijk heeft het
hof zich een oordeel aangematigd over een zaak waarin het niet
bevoegd is. Dat is een gevaar voor de democratie.
Evenals vorig jaar heeft het Amerikaanse
Hogerechtshof zijn zittingsjaar met een knaller afgesloten. In
de zaak Hamdan versus Rumsfeld besloot het hof vorige week in
een stemming met vijf tegen drie, dat de speciale tribunalen die
president Bush voor een handjevol van de gevangenen in
Guantánamo wilde instellen, in strijd zijn met zowel de
Amerikaanse wet als internationale verdragen. In de meeste
binnenlandse en buitenlandse media, waaronder ook het Nederlands
Dagblad (3 juli), wordt de uitspraak begrijpelijk als een flink
standje voor de president uitgelegd. De zaak zit echter veel
ingewikkelder in elkaar en de uitspraak heeft een onaangename
bijsmaak.
Oneerlijke processen
Het staat natuurlijk als een paal boven water dat de
voorgestelde tribunalen een aanfluiting waren. Opperrechter John
Paul Stevens concludeerde terecht dat de tribunalen niet
voldeden aan de minimumeisen voor een eerlijk proces. Zo laakte
het hof het plan van de regering-Bush om 'in het belang van 's
lands veiligheid' de rechters achter de rug van de verdachte
bewijsstukken te tonen.
Het is echter nog maar de vraag welke repercussies deze
uitspraak zal hebben. De uitspraak heeft immers alleen
relevantie voor het handjevol gevangenen dat intussen officieel
van een misdaad is beschuldigd. Voor de overige vierhonderd
gevangenen heeft de uitspraak geen enkel gevolg en dat liet het
hof zelfs expliciet weten. Dus blijven deze mensen zonder
rechten op de militaire basis op Cuba gevangen. Zelfs als
president Bush feitelijk hiertoe de grondwettelijke macht heeft,
maakt hij hiermee zichzelf en zijn land volkomen onmogelijk.
Draaikonterij
Er is een hoop mis met de uitspraak. Wie zich door de 184
bladzijden tellende uitspraak van het hof worstelt, ziet dat er
enorme onenigheid was, en terecht. Rechter Clarence Thomas vond
de dwaling van zijn collega-rechters zo groot dat hij voor het
eerst in zijn vijftien jaar aan het hof zijn afwijkende mening
tijdens de zitting voorlas.
En hij heeft gelijk, want de uitspraak is een wolf in
schaapskleren. Het gevaar schuilt in het feit dat het
Hooggerechtshof zijn boekje te buiten is gegaan. In december
2005 stemde het Congres voor een wet die het Federale Hof van
Beroep in Washington als enige rechtbank de autoriteit gaf over
zaken uit Guantánamo. Daarmee nam het Congres geheel volgens de
voorschriften van de grondwet de jurisdictie van het
Hooggerechtshof af. Een groot deel van de uitspraak van het
Hooggerechtshof in de zaak Hamdan versus Rumsfeld moest dan ook
worden gewijd aan onelegante kontendraaierij van rechter Stevens
om te bewijzen dat het hof die wet naast zich neer mocht leggen.
De conservatieve rechters Thomas, Scalia en de onlangs benoemde
Alito hadden een eenvoudige mening: de wet uit december is
duidelijk en dus had het Hooggerechtshof de zaak nooit mogen
horen. Zij uitten zich daarna wel ook over de zaak zelf en
zetten belangrijke vraagtekens bij de wijze waarop de
meerderheid van het hof tot haar conclusies komt. Ook moet men
zich realiseren dat de nieuwe voorzitter van het
Hooggerechtshof, rechter John Roberts, zich van stemming moest
onthouden, omdat hij toen hij nog rechter bij het Hof van Beroep
was in deze zaak al voor de regering-Bush had gestemd.
Beschadigde rechtsgang
Wat betekent dit nu? Het is veel te gemakkelijk zich tevreden te
stellen met de, mijns inziens wel degelijk correcte, conclusie
aangaande de tribunalen. Daarmee wordt het gevaar voor de
Amerikaanse democratie door het onoirbare gedrag van de vijf
rechters die in meerderheid tegen de tribunalen stemden zwaar
onderschat. In feite heeft het Hooggerechtshof zich boven de
grondwet gesteld door een wet die bij grote meerderheid in het
Congres door verkozen parlementariërs is aangenomen, vrolijk te
negeren. Zo wordt de hele parlementaire democratie volledig
irrelevant, aangezien rechters naar eigen goeddunken en
politieke welgevalligheid -let wel - wetten en zelfs de grondwet
naast zich neer kunnen leggen.
Op dezelfde weg hebben progressieve rechters sinds eind jaren
zestig in vlagen van grootheidswaanzin bijvoorbeeld het recht op
abortus en wetten tegen christelijke geloofsuitingen (zoals een
verbod op gebed in openbare scholen) ingevoerd, zonder zich om
de geschreven wet te bekommeren.
De rechterlijke uitspraak aangaande de tribunalen mag dan moreel
en politiek gewenst zijn, ze doet enorme schade aan de
Amerikaanse rechtsgang, aangezien de rechters de grondwet met
voeten hebben getreden. De door politieke motieven ingegeven
uitspraak verhoogt de onmin tussen progressieven en
conservatieven in Amerika. Er is hard aan een van de drie poten
van de democratie gezaagd. Dat is, niettegenstaande het onrecht
in Guantánamo, een te hoge prijs.
Michel van der Hoek is werkzaam aan de Universiteit van
Minnesota te Minneapolis.
Bron:
http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=74938