Muzikant wordt steeds meer een
priester
LEUVEN - In evangelische
kring neemt muziek tijdens de kerkdiensten een steeds belangrijker rol in.
Waar vanouds de prediker centraal stond, heeft die nu concurrentie van de
'aanbiddingsleider'. ,,De muzikant als priester, die de gemeente naar God
leidt.''
De kritiek dat opwekkingsliedjes doorgaans
weinig diepgang hebben en dat ze nogal ik-gericht zijn, is niet nieuw.
Zaterdag klonk het echter uit onverwachte hoek. De Nederlander Evert van
de Poll beschouwt zichzelf als evangelisch, is voorganger van een
baptistengemeente in Zuid-Frankrijk en gastdocent liturgie en muziek aan
de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven (ook wel bekend als
Heverlee). ,,Ik sta dus van harte in de evangelische stroom, maar ik vind
niet dat alles wat in die rivier ronddrijft ook van God komt.''
Van de Poll sprak zaterdag op een conferentie over muziek in de gemeente,
die aan de ETF werd gehouden. Het waren vooral voorgangers en
gemeenteleden uit Vlaamse protestantse en evangelische gemeenten, die op
de studiedag waren afgekomen. Van de Poll waarschuwde hen voor het
kritiekloos overnemen van ,,een op Amerikaanse leest geschoeide
soft-popcultuur'' in de kerkdienst. ,,U kunt het zondag aan zondag
constateren: de evangelische muziek verovert overal zijn plaats, ook in de
traditionele kerken. Waar is de tijd gebleven dat een eenzame pianist in
een hoekje van de kerkzaal een gezang van Johannes de Heer aanhief en de
zingende gemeente in het centrum stond? Nu staat de band in het
middelpunt. En misschien heeft uw gemeente nog niet zo'n uitgebreide
muziekgroep en een beamer, maar dan droomt u er waarschijnlijk stiekem wel
van. 'Dan kunnen we pas echt aanbidden', denkt u.''
Niet dat met uitbundig zingen iets mis is. ,,In de geschiedenis van de
evangelische beweging heeft samenzang altijd centraal gestaan. Samenzang
is dan ook de beste manier om als gemeente op dezelfde golflengte met God
te komen'', aldus Van de Poll. ,,Het probleem is alleen dat er
tegenwoordig vaak zoveel muzikaal geweld is dat je jezelf niet meer hoort
zingen. Je hoeft alleen nog maar mee te deinen. Dat is een gevaarlijke
beweging, want daarmee zijn we weer terug bij de tijd van de oude kerk:
daar mocht alleen het koor zingen en de gemeente moest luisteren.''
Ook inhoudelijk heeft Van de Poll commentaar op de in evangelische kringen
veelgebruikte Opwekkingsliederen. ,,Die liedjes barsten van de ervaring en
zijn vaak in de ik-vorm geschreven, uitzonderingen daargelaten. Waar de
oude kerkelijke gezangen zich vaak richtten op het gezamenlijk uitzingen
van bijbelse waarheden, richten de opwekkingsliedjes zich op het indrinken
van Gods aanwezigheid, vaak door het continu herhalen van vrij simpele
zinnetjes als: God ik aanbid u, Jezus ik aanbid u, Geest ik aanbid u. De
Bijbel speelt in de meeste opwekkingsliederen niet zo'n grote rol, wat
centraal staat is het verlangen van de mens naar God.''
Wat volgens Van de Poll echter vaak niet wordt onderkend, is dat aan de
opwekkingsliederen ook een andere theologie ten grondslag ligt. ,,Die van
het charismatische: dat God gaat handelen, ons gaat aanraken, dat er
bijzondere dingen gaan gebeuren.'' Vandaar dat opwekkingsliedjes, in de
setting van traditionele kerken, nogal eens op weerstand stuiten. ,,Er
komt iets de kerk in dat wij niet gewend zijn, iets vreemds. Want het gaat
niet alleen om een nieuw liedje, maar ook om wat je erbij beleeft.''
Frictie
Dat die beleving soms een heel eigen leven gaat leiden, is volgens Van de
Poll goed zichtbaar in evangelische kringen. Daar ontstaat volgens hem in
toenemende mate frictie omdat het Woord, dat vanouds centraal stond in de
samenkomst, nu moet concurreren met het lied. ,,Was de rol van de muzikant
traditioneel heel bescheiden, nu krijgt hij een leidende, dirigerende
functie. De muzikant wordt steeds meer een priester, die de gemeente naar
God leidt. Niet voor niets worden dit soort mensen wel 'aanbiddingsleiders'
genoemd. De vraag die wij ons moeten stellen, is: willen we dat echt?''
Een andere spreker, Kees van Setten, borduurde zaterdag voort op de lezing
van Van de Poll. Van Setten, theoloog en kerkmusicus, sprak over het
belang van een doortimmerde liturgie. ,,Je kunt niet buiten een vaste
orde, een patroon van hoe je dingen doet in de kerkdienst. Je kunt wel
volhouden niets vast te willen leggen, maar dan wordt dat op zichzelf een
patroon, en krijg je na verloop van tijd bovendien fricties.''
Van Setten gaf de aanwezigen tips over hoe zij kunnen nadenken over
liturgie. Hij pleitte onder meer voor de integratie van de kerkelijke en
de evangelische liedculturen. ,,Het Liedboek en de Opwekkingsbundel moeten
vrede sluiten. Waarom kunnen we de verschillende liedtradities niet door
elkaar gebruiken? Psalmen én gregoriaanse gezangen én Afrikaanse liederen
én opwekkingsliederen?''
Ook wil Van Setten af van de 'monocultuur' van bepaalde instrumenten.
,,Het is nu vaak: of het orgel, of het drumstel. Ik zeg u: beide zijn
dodelijk als zij de alleenheerschappij hebben. Integreer dus ook het
gebruik van instrumenten. Een viool doet iets heel anders dan een fluit.
En een orgel draagt een ander gevoel over dan een piano. Elk van die
instrumenten heeft een functie waardoor God weer iets anders duidelijk kan
maken.''