Hilversum (ANP/DPA/RTR/AFP)
23 maart 2006 - Een Afghaan die terechtstaat wegens
zijn bekering tot het christendom wordt misschien toch niet geëxecuteerd.
Dat heeft de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Gianfranco Fini
vernomen. Het Afghaanse hooggerechtshof liet gisteren weten dat de
verdachte mogelijk psychische problemen heeft en de rechtszaak daarom
helemaal niet doorgaat.
Italiaanse minister van BuZa
Fini, die eergisteren de Afghaanse ambassadeur op het matje had geroepen,
zegt indicaties te hebben dat de 41-jarige Abdul Rahman niet de zwaarste
straf zal krijgen. “Van wat mij is verteld, en ik heb geen reden daaraan
te twijfelen, begrijp ik dat de doodstraf niet zal worden opgelegd'', zei
Fini eergisteravond laat tegen de Italiaanse televisie zonder uit te
wijden.
‘Psychisch probleem’
Van een matiging van het Afghaanse rechtssysteem ten opzichte van
christenen is overigens geen sprake. Rahman heeft volgens het Afghaanse
Hooggerechtshof mogelijk “een psychisch probleem”. Artsen onderzoeken de
Afghaan momenteel. “Als blijkt dat hij een psychische aandoening heeft,
zal hij niet berecht worden”, aldus een woordvoerder.
Storm van protest
Een rechter van het Hooggerechtshof liet in het weekeinde weten dat hij de
doodstraf zal moeten opleggen, als Rahman zijn beslissing om van zestien
jaar geleden niet herroept. De kwestie veroorzaakte de afgelopen dagen een
storm van protest in vooral westerse landen. Zo hebben de Verenigde Staten
en Duitsland publiekelijk hun bezwaren geuit. De Nederlandse minister van
Buitenlandse Zaken Bot sloot zich eergisteren bij het Duitse protest aan.
De Hoop Scheffer belt Karzai
De secretaris-generaal van de NAVO, De Hoop Scheffer, liet gisteren weten
dat hij nog diezelfde dag de Afghaanse president Karzai zal bellen en
ervoor zal pleiten dat de Afghaan niet de doodstraf krijgt. “Ik zal
benadrukken dat iemand die besluit zich tot het christendom te bekeren op
grond van deze persoonlijke beslissing niet met de rechter te maken moet
krijgen”, aldus De Hoop Scheffer. “Ik hoop echt dat hij het met mij eens
zal zijn.”
‘Kritiek overtrokken’
De Afghaanse minister van Economische Zaken Amin Farhang zei in een
gisteren verschenen vraaggesprek met de Duitse krant Neue Osnabrücker
Zeitung dat de kritiek overtrokken is. Volgens Farhang krijgt Abdul
Rahman, die zestien jaar geleden christen werd, een eerlijk proces. De
openbaar aanklager moest de klacht die de familie van Rahman tegen hem had
ingediend, wel in behandeling nemen. “Dat is het Afghaanse recht”, aldus
de bewindsman. “Natuurlijk eisen fanatici in zo'n geval de doodstraf, maar
het is zeer onwaarschijnlijk dat die ook wordt opgelegd.”
Conservatieven versus hervormers
Waarnemers zien in de zaak een confrontatie tussen conservatieven en
hervormers. Het Afghaanse Hooggerechtshof geldt als een bolwerk van
conservatisme, terwijl de regering van president Karzai een gematigder
koers vaart. Diens woordvoerder liet woensdag weten dat de Afghaanse
regering “nog steeds toegewijd is aan het respect voor de mensenrechten”.
‘Inmenging en chantage’
Farhang toonde zich in het kranteninterview gisteren verbolgen over de
felle reactie van Duitsland, waar Rahamn jarenlang heeft gewoond. “Wij
mengen ons ook niet in interne aangelegenheden in de Bondsrepubliek en
helemaal niet in nog lopende rechtszaken”, zei de Afghaanse bewindsman.
“Als Duitse politici indirect dreigen met terugtrekking van hun leger,
grenst dat aan een vorm van chantage”, meent Farhang.
Protest Duitsland
Hij reageerde op uitlatingen van de Duitse staatssecretaris van Defensie,
Friedbert Pflüger. De CDU-bewindsman zei tegen het dagblad Bild dat
zijn land militairen in Afghanistan heeft gelegerd om het tot een
democratisch land te maken en niet om het mogelijk te maken dat op
religieuze gronden de doodstraf wordt opgelegd.
Amnesty International
De mensenrechtenorganisatie Amnesty International stelt dat de zaak van
Rahman nog eens duidelijk maakt dat er dringend hervormingen nodig zijn in
het Afghaanse recht. De organisatie doet een beroep op de Afghaanse
autoriteiten om die hervormingen door te voeren en de internationale
normen te respecteren.