De Bijbel en hoe te begrijpen
Zonde: begin, gevolgen & genezing
De weg naar Christus
Leven, Gelijkenissen & Wonderen van Christus
De Heilige Geest
Het zekere woord van Profetie
De Wet van God
De sabbat
Christelijke vrijheid
Leven geborgen in Christus alleen
Christelijke groei en ervaring
Gebed en Gezamenlijke Aanbidding
Christelijke Dienstbaarheid
Gezond leven
Het Huisgezin
Waarschuwingen
Het koninkrijk hersteld
Kerk, de gemeenschap van heiligen

Met de kerk bedoelen wij een gemeenschap van gelovigen, al dan niet in georganiseerd verband. De ware kerk houdt zich aan alle geboden van God en erkent dat Jezus Christus Heer en Heiland is van de kerk, en dat Hij ook deze leidt. Uiteindelijk staat het gezag van de kerk nooit en te nimmer bij de mens als inidvidu of menselijke organisatie.

1. De kerk is één
Ef 4:3-6
- Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4 één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.


2. De kerk is één lichaam met vele functies, elk lid heeft een doel.
Rom 12:4-8 -
Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.


3. Gezamenlijk behoren Christenen toe aan Gods huishouden, in welke Hij leeft door Zijn geest
Ef 2:19-22 -
Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.


4. Waak voor de eenheid van de gelovigen, volg echter niet de mens, maar Christus
1 Kor 1:10-17
1 Kor 1:11-13
- Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst. Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus,’ een ander: ‘Ik van Apollos,’ een derde: ‘Ik van Kefas,’ en een vierde: ‘Ik van Christus.’ Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?


5. Gaven van de geest zijn verschillend. Elk lid moet zijn of haar gaven gebruiken om de ander te dienen
Ef 4:11-13
-En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
1 kor 12:1-11
1 kor 12:4-7
- Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.

6. Elk lid van het lichaam is noodzakelijk. We hebben elkander nodig. Elk lid moet zorgzaam voor de ander
1 Kor 12:12-31
1 kor 12:25-26
- zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.

7. Christus is het hoofd van de kerk, zijn lichaam
Ef 1:20-23
Ef 1:22-23
- Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.
Ef 5:23 - want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft.

8. Christus houdt van de kerk
Ef 5:25
- Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven

9. Bezoek de aanbiddingsdiensten getrouw
Heb 10:25
- en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.

10. De Pslamist verlangende om te zijn in het huis van God
Ps 84
Ps 84:2-3
Hoe lieflijk is uw woning,
HEER van de hemelse machten. Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de HEER.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.
Ps 84:11 - Beter één dag in uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, beter op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen.

11. De betekenis van de gemeenschap van de heiligen wordt geleerd in Paulus zijn brief aan Filemon
Het boek van Filemo
n (Pauus schrijf een brief aan zijn geliefde vriend en collega in het veld, aangespoord door Onesimus, om Filemon weer te ontvangen als "ware broeder.")
Filemon 1:10-12 - Ik zou u om een gunst willen vragen voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap mijn kind is geworden. Hij was u destijds niet van nut; nu kan hij echter niet alleen mij, maar ook u goede diensten bewijzen. Ik stuur hem naar u terug, hoewel hij me na aan het hart ligt
Filemon 1:15-16 - Misschien hebt u hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, 16 niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer.

12. Ouderlingen (oudsten) zijn God aangewezen herders over de kudde van Jezus Christus
Hand 20:28
- Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon.

13. Degene in functie moeten waarschuwingen geven aan degene die dreigen van de weg af te vallen
Ezek 33:7-9
- Jou, mensenkind, heb ik als wachter aangesteld voor het volk van Israël. Als je mijn woorden hoort moet je hen namens mij waarschuwen. Als ik tegen een slecht mens zeg dat hij zal sterven, en jij zegt hem niet dat hij een andere weg moet inslaan, dan zal hij sterven door zijn eigen schuld, maar jou zal ik voor zijn dood ter verantwoording roepen. Maar als je hem gewaarschuwd hebt dat hij een andere weg moet inslaan en hij doet dat niet, dan sterft hij door zijn eigen schuld, maar jij zult het er levend afbrengen.

14. God veroordeelt en waarschuwt niet getrouwe herders.
Ezek 34:1-16


15. Leden van de kerk dienen leiders te respecteren, die God heeft aangesteld om autoriteit te tonen in Zijn kerk/ gemeenschap.
1 Tim 5:17
- Oudsten die goed leiding geven moeten dubbel worden beloond, vooral degenen die zich veel moeite geven voor de prediking en het onderricht.
Heb 13:17 - Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen.

16. Gods ambtsdragers moeten alleen dat zeggen en niet meer of minder wat van hun gevraagd eordt, ook al als ze onder grote druk staan om anders te handelen.
1 kon 22:1-14
1 Kon 22:8-9
- De koning van Israël antwoordde: ‘Er is nog wel iemand die de HEER voor ons zou kunnen raadplegen. Maar ik heb een hekel aan hem. Hij heeft nog nooit iets goeds over mij geprofeteerd, alleen maar onheil. Dat is Micha, de zoon van Jimla.’ ‘Zegt u dat toch niet!’ zei Josafat. De koning van Israël liet een hofdienaar komen die hij opdroeg om snel Micha, de zoon van Jimla, te gaan halen.
1 kon 22:13-14 - De bode die Micha was gaan halen, zei tegen hem: ‘Luister, alle profeten verzekeren de koning eensgezind dat de strijd goed zal aflopen. Mogen uw woorden even gunstig zijn als die van hen.’ 14 Maar Micha zei: ‘Zo waar de HEER leeft, ik zeg alleen wat de HEER mij in de mond legt.’

17 Jezus bidt voor de kerk
John 17:6-26
(Jezus hogepriesterlijk gebed)

18. De kerk is een grote schare, vergaard uit alle naties en stammen.
Op 7:9
- Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam.





Schuld geven
Kinderen

Printerversie