Onmatigheid is Zonde
Onmatigheid is Zonde
[R. & H., 25 januari, 1881] C.H. 67
47. Laat niemand die beweert godvruchtig te zijn met onverschilligheid kijken naar de gezondheid van zijn lichaam, en zichzelf vleien met de gedachte dat onmatigheid geen zonde is, en je spiritualiteit niet zal aantasten. Er bestaat een nauwe verwantschap tussen de lichamelijke en de zedelijke natuur.
(1905) M.H.129
48. Ten tijde van onze eerste voorouders, leidde onmatigheid tot het verlies van Eden. Gematigdheid in alles heeft meer te maken met onze terugkeer naar Eden dan de mensen zich realiseren.
MS 49, 1897
49. Overtreding van de natuurlijke wetten is overtreding van de wet van God. Onze Schepper is Jezus Christus. Hij is de auteur van ons wezen. Hij heeft de structuur van de mens geschapen. Hij is de opsteller van de natuurlijke wetten. En Hij heeft de zedenwet gemaakt. En de mens die zorgeloos en roekeloos omgaat met de gewoontes en praktijken die zijn natuurlijke leven en gezondheid aangaan, zondigt tegen God. Velen die beweren Jezus Christus lief te hebben, tonen niet de verschuldigde aanbidding en eerbied tegenover Hem, die Zijn leven gaf om hen van de eeuwige dood te redden. Hij wordt niet aanbeden, noch geëerbiedigd, noch erkend. Dit is zichtbaar aan de schade die aan het eigen lichaam wordt toegebracht door de schending van de wetten van hun wezen.
(1876) 4T 30
50. Een voortdurende overtreding van de wetten van de natuur is een voortdurende overtreding van Gods wet. De hoeveelheid lijden en zielsangst die we vandaag de dag overal zien, de huidige misvorming, afgeleefdheid, ziekte en achterlijkheid die de wereld nu overspoelt, maakt het, in vergelijking met wat het had kunnen zijn – en hoe God het had bedoeld te zijn - tot één groot veldhospitaal. En de huidige generatie is zwak wat hun verstandelijke, zedelijke en lichamelijke energie betreft. Al deze ellende heeft zich van geslacht op geslacht opeengestapeld, omdat de gevallen mens nu eenmaal de wet van God schendt. De meeste zonden worden begaan door het toegeven aan een ontaarde eetlust.
(1880) 4T 417
51. Buitensporige genotzucht in eten, drinken, slapen of kijken, is zonde. De gezonde harmonieuze samenwerking van alle vermogens van lichaam en geest leidt tot geluk. En hoe verfijnder en verhevener de vermogens zijn, hoe zuiverder en minder vermengd het geluk.
[God noemt de zonde van gulzigheid bij name – 246]
Wanneer Heiligmaking Onmogelijk Is
Wanneer Heiligmaking Onmogelijk Is
Health Reformer, maart 1878
52. Een groot deel van alle ziektes die het menselijk geslacht kwellen, zijn het gevolg van hun eigen verkeerde gewoontes, of omdat zij opzettelijk onwetend zijn gebleven, of doordat zij het licht negeerden dat God gegeven heeft over de wetten van hun wezen. Het is voor ons onmogelijk om God te verheerlijken zolang wij de wetten voor ons leven schenden. Ons hart kan onmogelijk aan God toegewijd blijven, zolang wij onze begerige eetlust bevredigen. Een ziek lichaam en een verward verstand, vanwege het voortdurend zwelgen in schadelijke begeerte, maken de heiliging van lichaam en geest onmogelijk. De apostel begreep het belang van een gezonde lichaamsconditie voor het met succes volmaken van het Christelijk karakter. Hij zegt: “Nee, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.” (I Kor. 10:27) Hij noemt de vruchten van de Geest, waaronder gematigdheid er één is. “Want wie Christus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.”(Galaten 5:24)
[De onmogelijkheid om Christelijke volmaaktheid te bereiken zolang de eetzucht de vrije teugel krijgt – 356]
Opzettelijke Onwetendheid Doet Zonde Toenemen
Opzettelijke Onwetendheid Doet Zonde Toenemen
(1868) 2T 70, 71
53. Het is onze plicht te weten hoe wij ons lichaam het allergezondst kunnen bewaren. En het is onze heilige plicht om volgens het licht te leven dat God in Zijn genade heeft gegeven. Als wij onze ogen voor dit licht sluiten, uit vrees dat wij onze fouten zullen ontdekken, waarvan wij geen afstand willen doen, dan verminderen onze zonden niet, maar nemen ze toe. Als men zich in het ene geval van het licht afkeert, dan zal men het ook in een volgend geval negeren. Het is een even ernstige zonde om de wetten voor ons wezen te schenden, als het breken van één van de Tien Geboden, want in beide gevallen breken we Gods wet. Wij kunnen niet de Heer liefhebben met geheel ons hart, verstand, ziel en kracht, zolang wij onze genotzucht en onze smaak veel meer liefhebben dan de Heer. Wij verminderen dagelijks in kracht om God te verheerlijken, terwijl Hij om al onze kracht en geheel ons verstand vraagt. Door onze verkeerde gewoontes vermindert onze greep op ons leven, en toch belijden we Christus’ volgelingen te zijn, die zich voorbereiden op de laatste stappen op weg naar onsterfelijkheid.
Broeder en zuster, u hebt een opdracht te vervullen die niemand in uw plaats kan doen. Ontwaak uit uw slaaptoestand, en Christus zal u leven geven. Verander uw manier van leven, hoe u eet, drinkt en werkt. Zolang u blijft op de weg waarop u al jaren bent, kunt u heilige en eeuwige zaken niet helder onderscheiden. Uw zintuigen zijn afgestompt en uw verstand is beneveld. U bent niet toegenomen in genade en in de kennis van de waarheid, zoals het uw voorrecht was. U bent niet toegenomen in spiritualiteit, maar u bent meer en meer verduisterd.
R. & H., 18 juni 1895
54. De mens was de kroon op het scheppingswerk van God, geschapen naar het beeld van God, en bedoeld om Gods partner te zijn. … De mens is God zeer dierbaar, omdat hij gevormd is naar Zijn beeld. Dit feit zou ons moeten doordringen van het belang om met bewijs en voorbeelden te onderwijzen, hoe zondig het is, om door het bevredigen van onze eetzucht of door welke andere zondige praktijk ook, ons lichaam dat bedoeld is om God tegenover de wereld te vertegenwoordigen, te bezoedelen.
[De wet van de natuur duidelijk afgekondigd – 97]
Geestelijke Gevolgen van Ongehoorzaamheid aan Lich
Geestelijke Gevolgen van Ongehoorzaamheid aan Lichamelijke Wetten
(1909) 9T 156
55. God verlangt van Zijn volk voortdurende vooruitgang. Wij moeten leren dat het bevredigen van onze eetzucht de voornaamste hinderpaal is voor de groei van ons verstand en de heiligmaking van onze ziel. Ondanks alle door ons beleden gezondheidshervorming eten velen van ons niet zoals het hoort.
(1905) M.H. 307
56. Wij moeten voor de Sabbat geen grotere hoeveelheden of een grotere variëteit aan voedsel in huis nemen dan voor andere dagen. Onze voeding dient in plaats daarvan juist eenvoudiger te zijn, en we moeten minder eten, zodat onze geest helder en krachtig is om geestelijke zaken te kunnen begrijpen. Een verstopte maag betekent eveneens verstopte hersenen. Men kan dan de meest kostbare woorden horen, maar niet in staat zijn ze te waarderen, omdat de geest verward is door een verkeerd dieet. Door op Sabbat te veel te eten, dragen velen er meer dan zij zelf beseffen toe bij, dat zij ongeschikt zijn om de zegen van de heilige mogelijkheden die de Sabbat biedt te kunnen ontvangen.
(1882) 5T 162-164
57. Mij is getoond dat sommige van onze camp meetings verre zijn van hoe de Heer die bedoeld heeft. De mensen komen, terwijl ze niet zijn voorbereid op een bezoek van Gods Heilige Geest. Over het algemeen besteden zusters voorafgaand aan de meeting behoorlijk veel tijd aan het vervaardigen van gewaden voor de uiterlijke sier, terwijl zij hun innerlijk sieraad totaal vergeten, dat in Gods ogen van hoge waarde is. Er wordt ook veel tijd besteed aan onnodig koken, aan de bereiding van weelderige taarten, cakes en andere gerechten die beslist schadelijk zijn voor degenen die ervan eten. Wanneer onze zusters goed brood mee zouden nemen en nog een paar gezonde soorten voedsel, dan zouden zowel zij als hun gezinnen beter voorbereid zijn om de woorden van leven te kunnen waarderen, en veel ontvankelijker voor de inwerking van de Heilige Geest.
Vaak wordt de maag overladen met voedsel dat maar zelden zo eenvoudig en gewoon is als hetgeen men thuis eet, waar men dan nog twee of drie keer zoveel aan beweging heeft. Hier wordt ons denken dan zo loom van, dat het moeilijk is eeuwige zaken te kunnen waarderen. En als de meeting dan is afgelopen, dan zijn zij teleurgesteld dat zij niet méér genoten hebben van de Geest van God. … Laten de voorbereidingen voor het eten en de kleding maar op de tweede plaats komen, maar laat men thuis het eigen hart diepgaand onderzoeken.
[Oververzadigd zijn voorkomt dat men de verkondiging van de waarheid kan begrijpen – 72]
[Oververzadigd zijn verlamt de zintuigen – 227]
[Oververzadigd zijn veroorzaakt dufheid in het denken – 209, 226]
[Oververzadigd zijn maakt iemand ongeschikt om plannen te maken en raad te geven – 71] [Oververzadigd zijn verzwakt de geestelijke, verstandelijke en lichamelijke vermogens van kinderen – 346]
[Slapen onder de verkondiging van brandende waarheden uit het woord – 222]
[Verstandelijk en zedelijk vermogen versterkt door een dieet van onthouding – 85, 117, 206]
[Het effect van een vleeshoudend dieet op het verstandsvermogen – 678, 680, 682, 686]
[Meer over het dieet op camp meetings – 124]
Het Effect op het Kunnen Waarderen van de Waarheid
Het Effect op het Kunnen Waarderen van de Waarheid
(1868) 2T 66
58. U heeft een heldere, energieke geest nodig om het verheven karakter van de waarheid te kunnen waarderen, om de verzoening op waarde te kunnen schatten, en de eeuwige dingen goed te kunnen beoordelen. Indien u een verkeerde weg volgt, volhardt in verkeerde eetgewoontes, en daarbij uw intellectuele vermogens laat verzwakken, dan zult u niet zo’n hoge waarde aan verlossing en het eeuwige leven hechten, dat die u zullen inspireren om uw leven aan dat van Christus gelijkvormig te maken. U zult niet die ernstige, zelfopofferende inspanningen doen om u geheel aan de wil van God over te geven, die Zijn woord van u vraagt, en die noodzakelijk zijn om u zedelijk geschikt te maken voor de onsterfelijkheid.
(1870) 2T 364
59. Zelfs wanneer u strikt bent ten aanzien van de kwaliteit van uw voedsel, verheerlijkt u dan God in uw lichaam in uw geest, die van God zijn, door van die grote hoeveelheden voedsel tot u te nemen? Zij die zoveel eten in hun maag stoppen, en zo de natuur overladen, kunnen de waarheid niet waarderen wanneer zij daarover horen spreken. Zij kunnen de afgestompte gevoeligheid van hun hersenen niet prikkelen om de waarde van de verzoening tot zich te laten doordringen, en van het grote offer, dat voor de gevallen mens gebracht is. Voor hen is het onmogelijk om de grote, kostbare en onmetelijk rijke beloning te kunnen waarderen, die voor hen die in geloof overwinnen is weggelegd. Men mag nooit toelaten dat het dierlijke deel van onze natuur het zedelijke en verstandelijke overheerst.
(1867) 1T 548, 549
60. Sommigen geven toe aan hun vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel (vgl. I Petrus 2:11), en een voortdurende hinderpaal zijn voor hun geestelijke vooruitgang. Zij hebben voortdurend een slecht geweten, en wanneer de waarheid rechtuit besproken wordt, voelen zij zich gauw beledigd. Zij veroordelen zichzelf en hebben het idee dat onderwerpen expres worden aangesneden met het oog op hen. Zij voelen zich verdrietig en gekwetst, en trekken zich terug uit de vergadering van gelovigen. Zij verzaken hun bijeenkomsten, want dan wordt hun geweten niet zo verontrust. Ze verliezen al gauw hun belangstelling voor de samenkomsten en hun liefde tot de waarheid. En zij nemen, tenzij ze zich volledig hervormen, hun plaats weer in aan de zijde van de opstandige legermacht, die onder de zwarte banier van satan staat. Wanneer zij hun vleselijke begeerten zouden kruisigen, die strijd voeren tegen hun ziel, dan wijken zij daarheen uit, waar de pijlen van de waarheid, zonder hen schade te doen, aan hen voorbij zullen vliegen. Maar zolang zij aan hun vleselijke begeerten blijven toegeven, en dus hun afgoden koesteren, maken zij zich tot doelwit voor de pijlen van de waarheid, en moeten wel gewond raken, zodra de waarheid ter sprake komt. …
Het gebruik van onnatuurlijke stimulerende middelen werkt verwoestend op de gezondheid en heeft een verdovende uitwerking op de hersenen, die het onmogelijk maakt om eeuwige dingen te kunnen waarderen. Zij die deze afgoden blijven koesteren, kunnen de verlossing niet goed op waarde schatten, die Christus voor hen tot stand heeft gebracht door een leven van zelfverloochening, van voortdurend lijden en schande. En door uiteindelijk Zijn eigen zondeloze leven af te leggen om de verloren mens van de dood te redden.
(1870) 2T 486
61. Boter en vlees stimuleren. Zij hebben aan de maag schade toegebracht en de smaak doen ontaarden. De gevoelige zenuwen in de hersenen zijn verdoofd, en de dierlijke begeerte is versterkt ten koste van de zedelijke en verstandelijke vermogens. Deze hogere vermogens, die ons zouden moeten regeren, zijn verzwakt, zo dat eeuwige zaken niet kunnen worden onderscheiden. De spiritualiteit en de aanbidding zijn verdoofd en verlamd. Satan heeft getriomfeerd, toen hij zag hoe makkelijk hij via de eetlust binnen kan komen en verstandige mannen en vrouwen, die er door de Schepper toe waren bestemd om een goede en grote opdracht te verrichten, kan beheersen.
[Het is voor onmatige mensen onmogelijk om de verzoening op waarde te kunnen schatten – 119]
[De onmatige kan niet ontvankelijk zijn voor de heiligende invloed van de waarheid –780]
Het Effect op Onderscheidingsvermogen en op Vastbe
Het Effect op Onderscheidingsvermogen en op Vastbeslotenheid
(1900) C.O.L. 346
62. Alles wat de lichaamskracht vermindert, verzwakt de geest en die is daardoor minder in staat om tussen goed en kwaad te kunnen onderscheiden. We zijn minder in staat om het goede te kiezen en hebben minder wilskracht om datgene waarvan we weten dat het goed is, ook werkelijk te doen.
Het verkeerd gebruik van onze lichamelijke vermogens verkort de tijd waarin ons leven gebruikt kan worden om God te verheerlijken. En het maakt ons ongeschikt om het werk te volbrengen dat God ons te doen heeft gegeven.
(1890) C.T.B.H. 159
63. Zij die zich, nadat zij het licht ontvangen hebben over eenvoudig eten en zich met eenvoud kleden – in gehoorzaamheid aan zedelijke en lichamelijke wetten – toch nog afwenden van het licht dat hen wijst op hun plicht, die zullen ook in andere dingen hun plicht verzaken. Door het verzaken van het kruis dat zij zouden moeten opnemen om in harmonie met de wet van de natuur te zijn, stompen zij hun geweten af; en zij schenden de Tien Geboden om te vermijden dat hun verwijten zullen worden gemaakt. Bij sommigen bestaat vastbesloten onwil om het kruis te verdragen en de schande niet te achten.
(1864) Sp. Gifts IV, 148, 149
64. Zij die door zelfzuchtig genot ziekte over zich heen halen, missen een gezond lichaam en een gezonde geest. Zij kunnen de bewijzen van de waarheid niet wegen en begrijpen de verordeningen van God niet. Onze Heiland zal Zijn arm niet zó diep uitstrekken om zulke mensen uit hun lage staat te verhogen, zolang zij op een weg zijn die hen nog dieper omlaag voert.
Iedereen is verplicht om te doen wat men kan om een gezond lichaam en een helder verstand te houden. Wanneer zij hun ontembare eetlust blijven bevredigen, daardoor hun zintuigen afstompen en hun waarnemingsvermogen verduisteren, zodat zij het verheven karakter van God niet meer kunnen waarderen, of geen vreugde meer kunnen hebben in de bestudering van Zijn woord, dan kunnen zij ervan verzekerd zijn dat God hun onwaardig offer niet zal aannemen boven dat van Kaïn. God verlangt van hen dat zij zich reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en hun heiligheid volmaken in de vreze Gods. (II Kor. 7:1) Pas nadat de mens alles heeft gedaan wat in zijn vermogen ligt om zijn gezondheid veilig te stellen; wanneer hij zijn eetzucht en ontembare hartstochten afwijst, zodat hij een gezonde geest heeft en een geheiligde verbeelding, die hij God kan aanbieden als een offer in gerechtigheid; dan alleen wordt hij gered door een wonder van Gods genade, evenals de ark op de golven van de storm. Noach had alles gedaan wat God van hem vroeg door de ark veilig te maken; daarna deed God wat de mens niet kan en bewaarde de ark door Zijn wondermacht.
(1867) 1T 618, 619
65. De aantastingen van de maag door bevrediging van de eetzucht, is een vruchtbare bron voor de meeste strijd in de gemeente. Zij die onmatig en onverstandig eten en werken, spreken en handelen onverstandig. Een onmatig mens kan geen geduldig mens zijn. Het is niet persé noodzakelijk om alcohol te drinken om onmatig te zijn. De zonde van het onmatig eten, van het te vaak en te veel eten, van het eten van weelderig en ongezond voedsel, vernietigt de gezonde werking van de spijsverteringsorganen, tast de hersenen aan en verdraait het beoordelingsvermogen, waardoor het niet lukt om redelijk, kalm en gezond te denken en te handelen. En dit vormt een vruchtbare voedingsbodem voor strijd binnen de gemeente. Daarom moet het volk van God om voor Hem in een aanvaardbare staat te verkeren – zodat zij Hem kunnen verheerlijken in hun lichaam en in hun geest, die van God zijn – met inzet en ijver de bevrediging van hun eetzucht afwijzen, en gematigdheid in alles betrachten. Dan kunnen zij de waarheid in haar schoonheid en helderheid verstaan en die in hun leven toepassen. En door een rechtvaardige, verstandige en oprechte koers geven zij de vijanden van ons geloof geen gelegenheid de zaak van de waarheid verwijten te maken.
(1870) 2T 404
66. Broeder en Zuster G., ik smeek u, ontwaakt. U heeft het licht van de gezondheidshervorming nog niet ontvangen en daarnaar gehandeld. Als u uw eetlust had ingeperkt, dan had u zich veel extra kosten en moeite kunnen besparen. En wat nog van veel meer invloed is: u zou een betere lichamelijke gezondheid hebben gehad, en meer verstand om de eeuwige waarheden te begrijpen. U zou een helderder geest hebben gehad om de bewijzen voor die waarheid te kunnen wegen, en u zou beter voorbereid zijn geweest om rekenschap te geven van de hoop die in u is. (I Petrus 3:15)
(1867) 1T 487-489
67. Sommigen spotten met dit hervormingswerk, en zeiden dat het allemaal niet nodig is; dat het de gedachten zou afleiden van de waarheid waarom het gaat. Zij zeiden dat de zaken tot in het extreme werden doorgevoerd. Die mensen weten niet waar zij het over hebben. Zolang mannen en vrouwen die beweren godvruchtig te zijn van hun kruin tot hun voetzolen ziek zijn; zolang hun lichamelijke, geestelijke en zedelijke energie afneemt door de bevrediging van een ontaarde eetlust en te zwaar werk; hoe kunnen zij dan het bewijs voor de waarheid wegen en de verordeningen van God verstaan? Als hun zedelijke en verstandelijke vermogens verduisterd zijn, dan kunnen zij de waarde van de verzoening of het verheven karakter van Gods werk niet beseffen, noch vreugde scheppen in de bestudering van Zijn woord. Hoe kan een zenuwachtige lijder aan spijsverteringsstoornissen altijd bereid zijn tot verantwoording aan al wie hem rekenschap vraagt van de hoop, die in hem is, met zachtmoedigheid en vreze? (Vgl. I Petrus 3:15) Hoe lang zal het duren, voor zo iemand verward en opgewonden raakt en door zijn zieke verbeelding ertoe wordt gebracht om de zaken in een totaal verkeerd licht te zien? En hoe lang zal het duren, eer hij, bij gebrek aan die zachtmoedigheid en kalmte die het leven van Christus kenmerkten, ertoe gebracht worden om zijn belijdenis te onteren door met onverstandige mensen te redetwisten? Wanneer wij de zaken vanuit een verheven godsdienstig standpunt bezien, dan moeten wij grondig hervormen om op Christus te kunnen lijken.
Ik heb gezien dat onze hemelse Vader de grote zegen van het licht over de gezondheidshervorming aan ons heeft geschonken, zodat wij aan de eisen die Hij ons stelt kunnen beantwoorden, en Hem kunnen verheerlijken in ons lichaam en onze geest, die van God zijn (I Kor. 6:20, Statenvertaling), en uiteindelijk onberispelijk zijn voor de troon van God. (Openbaring 14:5, Statenvertaling) Ons geloof vraagt van ons om onze maatstaven te verhogen, en stappen voorwaarts te doen. Wanneer velen vraagtekens zetten bij de koers van andere gezondheidshervormers, dan zouden zij, als redelijke mensen, zelf iets moeten ondernemen. Ons geslacht verkeert in beklagenswaardige omstandigheden, het lijdt aan ziekten van alle mogelijke omschrijving. Velen hebben ziekten geërfd en hebben ernstig te lijden als gevolg van de verkeerde gewoontes van hun ouders. En toch varen ook zijzelf dezelfde verkeerde koers wat henzelf en hun kinderen betreft, als die ten opzichte van hen werd gevolgd. Zij zijn onwetend aangaande zichzelf. Zij zijn ziek en weten niet dat hun eigen verkeerde gewoontes hen zo’n immens lijden bezorgen.
Er zijn totnogtoe slechts weinigen die voldoende ontwaakt zijn om te begrijpen, hoeveel hun dieetgewoontes te maken hebben met hun gezondheid, met hun karakter, hun bruikbaarheid in deze wereld en hun eeuwige bestemming. Ik heb gezien dat het de plicht is van diegenen die het licht uit de hemel hebben ontvangen, en die de voordelen hebben ervaren van het wandelen in dat licht, om meer belangstelling aan de dag te leggen voor diegenen die nog lijden wegens gebrek aan inzicht. Zij die de Sabbat houden en die uitzien naar de spoedige verschijning van onze Heiland zouden de laatsten moeten zijn die gebrek aan interesse hebben voor dit grote hervormingswerk. Mannen en vrouwen moeten voorlichting krijgen, en predikanten en gemeenteleden moeten weten dat op hen de taak rust om dit onderwerp aan de orde te stellen en er anderen van te overtuigen.
Brief 93, 1898
68. Lichamelijke gewoontes hebben veel te maken met het succes dat ieder persoonlijk heeft. Hoe zorgvuldiger u bent ten aanzien van uw dieet, hoe eenvoudiger en minder prikkelend het voedsel voor de instandhouding van de harmonieuze werking van uw lichaam, des te helderder zal uw opvatting van uw plicht zijn. Iedere gewoonte en elke praktijk dienen zorgvuldig te worden nagegaan, omdat anders een ziekelijke lichaamsconditie een schaduw over alles zal werpen.
MS 129, 1901
69. Onze lichamelijke gezondheid wordt in stand gehouden door hetgeen we eten. Wanneer onze eetlust niet beheerst wordt door een geheiligde geest, als we niet in al ons eten en drinken gematigd zijn, dan zullen we nooit de verstandelijke en lichamelijke zuiverheid bezitten om het woord zó te bestuderen dat we te weten komen wat de Schrift zegt. Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Iedere ongezonde gewoonte leidt tot een ongezonde conditie van ons gestel. Onze maag, die tere, levende fabriek, raakt beschadigd en is niet meer in staat haar werk naar behoren te doen. Onze manier van eten heeft veel te maken met onze aanleg om in verzoeking te raken en te zondigen.
(1869) 2T 202, 203
70. Als de Verlosser van mensen, met Zijn goddelijke kracht, het nodig vond om te bidden, hoeveel te meer dienen dan zwakke, zondige stervelingen de noodzaak van het gebed te kennen – van vurig en voortdurend gebed! Toen Christus het felst door verzoeking werd aangevallen, at Hij niets. Hij wijdde Zichzelf aan God, en door ernstig gebed en een volkomen onderwerping aan de wil van Zijn Vader kwam Hij als overwinnaar uit de strijd. Zij die de waarheid voor deze eindtijd belijden, zouden, meer dan welke andere groep van belijdende Christenen ook, hun grote Voorbeeld moeten navolgen op het punt van het bidden.
“Het is genoeg voor de discipel te worden als zijn Meester, en voor de slaaf als zijn Heer.” (Matth. 10:25) Onze tafels zijn vaak beladen met lekkernijen die noch gezond noch noodzakelijk zijn. Wij houden meer van deze dingen dan van zelfverloochening, van het vrij van ziekte zijn en van helderheid van geest. Jezus zocht ernstig kracht van Zijn Vader. Dit achtte de verheven Zoon van God waardevoller – ook voor Zichzelf – dan het aanliggen aan de meest weelderige tafel. Hij heeft ons laten zien dat het gebed essentieel is om de kracht te ontvangen om met de machten van de duisternis te kunnen strijden, en om de taak te vervullen die ons is toebedeeld. Onze eigen kracht is zwakheid, maar wat God geeft is machtig, en zal ieder die deze kracht ontvangt meer dan overwinnaar doen zijn.
[Oververzadiging brengt de geest uit balans – 237]
[Oververzadiging stompt het geweten af – 72]
Het Effect op onze Invloed en Bruikbaarheid
Het Effect op onze Invloed en Bruikbaarheid
MS 93, 1901
71. Wat is het jammer, dat vaak juist wanneer men de grootste zelfbeheersing zou moeten betrachten, de maag wordt overladen met een grote hoeveelheid ongezond voedsel, die daarin ligt te ontbinden. De aantasting van de maag heeft gevolgen voor de hersenen. De onverstandige eter heeft niet in de gaten dat hij zichzelf ongeschikt maakt om wijze raad te kunnen geven, dat hij zichzelf ongeschikt maakt om plannen te kunnen maken om Gods werk zo goed mogelijk voortgang te doen vinden. Maar zo is het. Hij kan geestelijke zaken niet langer onderscheiden, en tijdens raadsvergaderingen zegt hij ‘nee’ wanneer hij ‘ja’ en ‘amen’ zou moeten zeggen. Hij doet voorstellen die elk doel missen. Het voedsel dat hij heeft gegeten heeft hem van zijn verstand beroofd.
Genotzucht weerhoudt de mens van het kunnen getuigen voor de waarheid. De dankbaarheid die wij God voor Zijn zegeningen betonen, wordt in hoge mate beïnvloed door het voedsel dat wij in onze maag stoppen. Genotzucht is de oorzaak van tweedracht, twist, onenigheid en veel ander kwaad. Er wordt ongeduldig gesproken en onvriendelijk gehandeld. Er vinden oneerlijke praktijken plaats en hartstochten komen aan het licht. En dat allemaal omdat de zenuwen in de hersenen ziek worden vanwege alle verkeerde dingen die in de maag opgehoopt liggen.
(1870) 2T 368
72. Sommigen kunnen niet van de noodzaak worden doordrongen, tot eer van God te eten en te drinken. Genotzucht tast alle verhoudingen in hun leven aan. Het is zichtbaar in hun gezin, in hun gemeente, in hun gebedsbijeenkomst en in het gedrag van hun kinderen. Het is de vloek van hun leven. Je kunt hun de waarheden voor deze eindtijd niet duidelijk maken. God heeft overvloedig voorzien in het levensonderhoud en het geluk van al Zijn schepselen. Als Zijn wetten nooit zouden worden geschonden, en iedereen overeenkomstig de wil van God zou handelen, dan zou men gezondheid, vrede en geluk ervaren in plaats van ellende en voortdurend kwaad.
(1875) 3T 486, 487
73. De Verlosser van de wereld wist dat genotzucht zou leiden tot lichamelijke zwakte, en de zintuigen zo zou verdoven dat heilige en eeuwige zaken niet meer kunnen worden onderscheiden. Christus wist dat de wereld aan gulzigheid was overgeleverd, en dat deze genotzucht de zedelijke vermogens zou doen ontaarden. Als deze genotzucht zo zwaar op dit geslacht drukte, dat de verheven Zoon van God, om de macht daarvan te kunnen breken, bijna zes weken moest vasten, wat een opdracht ligt er dan voor de Christen om hierin overwinnaar te worden, zoals Christus heeft overwonnen! De macht van de verzoeking om toe te geven aan een ontaarde eetlust kan slechts worden afgemeten aan de onuitsprekelijke zielsangst van Christus tijdens die lange vastentijd in de woestijn.
Christus wist, dat, om het verlossingsplan met succes te kunnen uitvoeren, Hij het verlossingswerk precies daar moest beginnen waar de val van de mens begon. Adam kwam ten val door toe te geven aan zijn eetzucht. Om de mens van zijn verplichting te doordringen, Gods wet te gehoorzamen, begon Christus Zijn verlossingswerk door de lichamelijke leefgewoontes van de mens te veranderen. Het afwijken van de deugd en het verval van dit geslacht zijn in hoofdzaak toe te schrijven aan het toegeven aan een ontaarde eetlust.
BIJZONDERE VERANTWOORDELIJKHEDEN EN VERZOEKINGEN VAN PREDIKANTEN
Op iedereen, en in het bijzonder op predikanten die onderricht geven in de waarheid, rust de zware verantwoordelijkheid om op het punt van hun eetlust de overwinning te behalen. Zij zouden veel bruikbaarder zijn wanneer zij hun eetlust en hartstochten konden beheersen. En hun verstandelijke en zedelijke vermogens zouden groter zijn wanneer zij lichamelijke arbeid met geestelijke inspanning zouden combineren. Met strikt gematigde gewoontes en met de combinatie van geestelijke en lichamelijke arbeid, zouden zij veel meer werk kunnen verzetten en daarbij helder van geest blijven. Als zij deze weg zouden volgen, dan zouden hun gedachten en woorden vrijer kunnen stromen, hun godsdienstoefeningen zouden meer inhoud hebben, en de indruk op hun toehoorders zou veel dieper zijn.
Onmatigheid in eten heeft, zelfs wanneer het voedsel van de juiste samenstelling betreft, een vernietigende invloed op ons gestel en stompt de fijnere en heiliger gevoelens af.
Ongedateerd MS 88
74. Sommige mensen brengen voedsel mee naar het kampeerterrein wat totaal ongeschikt is voor zulke gelegenheden: weelderige taarten en gebak en zo’n verscheidenheid aan gerechten, dat de spijsvertering van een gezonde arbeider er nog van ontregeld zou raken. Natuurlijk, men acht het beste nog niet goed genoeg voor de predikant. De mensen sturen dit naar zijn tafel en nodigen hem aan hun tafel. Zo worden predikanten verleid om te veel te eten, en ook van voedsel dat schadelijk is. Niet alleen wordt hun inzet voor de camp meeting daardoor minder effectief, velen krijgen bovendien last van spijsverteringsstoornissen.
De predikant dient deze goedbedoelde maar onverstandige gastvrijheid af te wijzen, zelfs al loopt hij het gevaar onbeleefd te schijnen. En de gemeente zou zoveel echte vriendelijkheid moeten tonen, dat zij hem niets opdringt. Het is verkeerd om de predikant met ongezond voedsel in verzoeking te brengen. Op deze manier is kostbaar talent voor de zaak van God verloren gegaan. En velen die nog in leven zijn, missen de helft van de vitaliteit en kracht van hun vermogens. Predikanten zouden meer dan wie ook zuinig moeten omspringen met de energie van hun hersenen en de sterkte van hun zenuwen. Opwinding wordt gevolgd door neerslachtigheid; oververzadiging benevelt het verstand en zorgt ervoor dat men moeizaam en verward gaat denken. Niemand kan een succesvol arbeider op geestelijk gebied zijn, zonder dat hij strikte gematigdheid in zijn dieet betracht. God kan Zijn Heilige Geest niet laten rusten op diegenen die, terwijl ze weten hoe zij gezond zouden moeten eten, voortgaan op een weg die hen naar geest en lichaam verzwakt.
“Doet het Alles ter Ere Gods”
(1896) Special Testimonies, Series A, No. 9, p. 58
75. Onder inspiratie van de Geest van God schrijft de apostel Paulus: “Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.” (I Kor. 10:31) Zelfs zo’n gewone handeling dient niet ter bevrediging van een ontaarde eetlust, maar moet met verantwoordelijkheidsbesef geschieden. Wij dienen voor elk onderdeel van ons menszijn te zorgen. Wij moeten ervoor waken, dat hetgeen in onze maag terechtkomt geen hoge en heilige gedachten uit onze geest zal verdrijven. “Mag ik niet met mezelf omgaan zoals ik wil”, vragen sommigen? Alsof wij erop uit zouden zijn hen van een groot goed te beroven, wanneer wij hun de noodzaak voorhouden om verstandig te eten en al hun gewoontes te onderwerpen aan de wetten die God heeft ingesteld.
Ieder van ons heeft bepaalde individuele rechten. Wij hebben onze eigen persoonlijkheid en identiteit. Niemand kan zijn identiteit in die van een ander laten opgaan. Ieder moet handelen zoals hun eigen geweten hun dat ingeeft. Ten aanzien van onze verantwoordelijkheid en invloed zijn wij verantwoording schuldig tegenover God die ons het leven gegeven heeft. Ons leven hebben we niet van mensen, maar van God alleen ontvangen. Wij zijn van Hem, omdat Hij ons geschapen heeft en omdat Hij ons verlost heeft. Zelfs ons eigen lichaam is niet van onszelf, zodat wij daarmee maar kunnen doen wat we willen. Wij mogen het niet verminken door gewoontes waardoor het in verval raakt en waardoor het onmogelijk wordt God volmaakt te dienen. Ons leven en al onze capaciteiten behoren Hem toe. Hij zorgt op ieder moment voor ons. Hij houdt ons levend organisme in beweging; als we dat zelf ook maar voor één ogenblik zouden moeten doen, zouden we sterven. Wij zijn absoluut afhankelijk van God.
Wij hebben een voorname les geleerd wanneer wij onze verhouding tot God en Zijn verhouding tot ons begrijpen. De woorden: ‘gij zijt niet van uzelf, maar gij zijt duur gekocht” (Vgl. I Kor. 6:19-20), dienen in ons geheugen te zijn gegrift, zodat wij steeds het recht dat God heeft op onze talenten, ons bezit, onze invloed en op ons persoonlijk, zullen erkennen. Wij moeten met dit geschenk van God leren omgaan, naar verstand, ziel en lichaam, zodat wij als Christus’ eigendom Hem gezond en heilzaam kunnen dienen.
(1868) 2T 60
76. Het licht van de gezondheidshervorming heeft uw pad beschenen, en u bent bekend met de plicht die op Gods volk in deze eindtijd rust, om in alles gematigd te zijn. Ik heb gezien, dat u tot diegenen behoorde, die achterbleven in het zien naar dat licht en in het verbeteren van uw manier van eten, drinken en werken. Als het licht der waarheid wordt ontvangen en nagevolgd, dan zal dit een volledige hervorming bewerken in het leven en in het karakter van iedereen die daardoor geheiligd wordt.
De Verhouding tot het Leven als Overwinnaar
Y.I., 31 mei 1894
77. Eten, drinken en kleding zijn allemaal van directe invloed op onze geestelijke groei.
(1905) M.H. 280
78. Veel voedsel dat door de heidenen rondom hen vrijelijk werd gegeten, was voor de Israëlieten verboden. Het onderscheid dat werd gemaakt, was niet willekeurig. Hetgeen werd verboden was niet heilzaam. En het feit dat het onrein werd verklaard leert ons, dat het gebruik van schadelijk voedsel ons verontreinigt. Dat wat ons lichaam bederft, bederft ook onze ziel. Het maakt degene die daarvan eet ongeschikt voor de gemeenschap met God, ongeschikt voor hoge en heilige dienst.
Health Reformer, september 1871
79. De Geest van God kan ons niet te hulp komen en ons bijstaan in het volmaken van ons Christelijk karakter, zolang wij aan onze eetlust toegeven ten koste van onze gezondheid, en zolang de trots in ons leven regeert.
(1870) 2T 400
80. Ieder die deelheeft aan de goddelijke natuur zal ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. (Vgl. II Petrus 1:4) Voor hen die aan hun eetzucht toegeven is het onmogelijk om tot Christelijke volmaaktheid te komen.
R & H., 25 januari 1881
81. Dit is ware heiligmaking. Het is niet alleen maar theorie, of een gevoel, of een formule, maar een levend, actief beginsel, dat ons dagelijks leven raakt. Het vraagt van ons, dat onze eet-, drink- en kleedgewoontes zó zullen zijn, dat wij gezond blijven naar lichaam, geest en in onze zeden. Dan kunnen wij onze lichamen stellen – niet tot een offer dat bedorven is door verkeerde gewoontes – maar “tot een levend, heilige en Gode welgevallig offer.” (Rom. 12:1)
[Voor de context zie 254]
(1900) 6T 372
82. Onze eet- en drinkgewoontes laten zien of wij van de wereld zijn, of onder het getal van hen die de Heer door het machtige zwaard van Zijn waarheid heeft afgescheiden van de wereld.
Brief 135, 1902
83. Het is onmatig eten dat zo veel invaliditeit veroorzaakt, en de Heer berooft van de eer die Hem toekomt. Omdat zij er niet in slagen zichzelf te verloochenen, zijn velen van Gods volk niet in staat om aan die hoge geestelijke maatstaf te voldoen die Hij hun heeft gesteld. En hoewel zij berouw hebben en zich bekeren, zal heel de eeuwigheid lang het verlies zichtbaar zijn, dat zij hebben toegelaten door te buigen voor hun zelfzucht.
(1909) 9T 165, 166
84. O hoevelen lopen de rijkste zegeningen aan gezondheid en geestelijke gaven mis, die God voor hen bereid heeft! Vele zielen worstelen om bijzondere overwinningen te behalen en om speciale zegeningen te ontvangen, zodat zij één of ander groot werk kunnen verrichten. Met dit voor ogen denken zij, dat ze een grote zielsworsteling in gebed en onder tranen moeten doorstaan. Wanneer deze mensen de Schriften onderzoeken onder het gebed dat zij de duidelijke wil van God mogen verstaan, en dan van harte Zijn wil gaan doen zonder enige terughoudendheid of zelfzucht, dan zullen zij rust vinden. Al die zielsangst, al die tranen en worstelingen zullen hun niet de zegen geven waar zij zo naar verlangen. Het eigen ik dient volledig te worden overgegeven. Zij moeten het werk doen dat voorhanden is, en zich de overvloed aan genade van God toeëigenen, die beloofd is aan allen die in geloof daarom vragen.
Jezus zei: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij.” (Lucas 9:23) Laten wij onze Heiland volgen in Zijn eenvoud en zelfverloochening. Laten wij de Man van Golgotha verheffen in onze woorden en onze heilige manier van leven. De Heiland komt hun zeer nabij die zichzelf aan God wijden. Als er ooit een tijd is geweest waarin wij de werking van de Heilige Geest in ons hart en in ons leven nodig hadden, dan is het nu. Laten wij deze goddelijke macht aangrijpen om kracht, zodat wij een leven van heiliging en zelfovergave kunnen leiden.
(1875) 3T 491, 492
85. Omdat onze eerste voorouders Eden verloren door aan hun eetzucht toe te geven, is onze enige hoop Eden terug te winnen het krachtig afwijzen van eetzucht en hartstochten. Onthouding in ons dieet en beheersing van al onze hartstochten zal mensen verstandig houden. Het zal hun de geestelijke en zedelijke kracht geven, om al hun neigingen onder de heerschappij van hun hogere vermogens te brengen. Daardoor zullen zij onderscheid weten te maken tussen goed en kwaad, tussen het heilige en het gewone. Ieder die een werkelijk besef heeft van het offer dat door Christus gebracht is, toen Hij Zijn woning in de hemel verliet en in deze wereld kwam om in Zijn eigen leven de mens te laten zien, hoe deze het hoofd kon bieden aan verzoeking, zal vol vreugde zichzelf verloochenen en ervoor kiezen om met Christus deelgenoot te zijn in Zijn lijden.
De vreze des HEREN is het begin der wijsheid. (Ps. 111:10) Zij die willen overwinnen zoals Christus heeft overwonnen, moeten zich voortdurend hoeden voor de verleidingen van satan. Begeerte en hartstochten moeten worden ingeperkt en onder de heerschappij van een verlicht geweten worden gebracht, zodat het verstand niet wordt aangetast en de zintuigen helder blijven. Zo wordt voorkomen dat de werkingen van satan en zijn listen kunnen worden uitgelegd als Gods voorzienigheid. Velen verlangen naar het uiteindelijke loon en de zege die zij die overwinnen zullen ontvangen, maar zij zijn niet bereid om dezelfde inspanningen te doen, dezelfde ontberingen te verdragen en zichzelf evenzeer te verloochenen als hun Verlosser. Slechts door gehoorzaamheid en voortdurende inspanning zullen wij overwinnaars zijn zoals Christus overwonnen heeft.
De overheersende macht van de eetzucht zal de val van duizenden blijken te zijn, terwijl zij, als zij op dit punt de overwinning zouden hebben behaald, de zedelijke kracht zouden hebben gehad om over iedere andere verleiding van satan te zegevieren. Maar zij die eetverslaafd zijn zullen er niet in slagen hun Christelijk karakter te volmaken. De voortdurende overtreding van de mens gedurende zesduizend jaar heeft als vruchten ziekte, pijn en dood opgeleverd. En naarmate wij het eind der tijden naderen, zal satans verzoeking om aan onze eetzucht toe te geven sterker worden en moeilijker te overwinnen.
[C.T.B.H. 10] (1890) C.H. 22
86. Hij die zich koestert in het licht dat God hem over gezondheidshervorming heeft gegeven, heeft een belangrijk hulpmiddel in handen om geheiligd te worden door de waarheid, en om geschikt gemaakt te worden voor de eeuwigheid.
(Adviezen over Dieet en Voeding - E.G.White)
[Verband tussen een eenvoudig dieet en geestelijk onderscheidingsvermogen – 119]
[Falen in het beheersen van eetzucht verzwakt het vermogen om aan verzoekingen weerstand te bieden – 237]
[De muren van de zelfbeheersing mogen niet afgebroken worden – 260]
[Een vleeshoudend dieet vormt een hindernis voor geestelijke groei – 655, 656, 657, 660, 682, 683, 684, 688]
[De kracht om over andere verzoekingen te zegevieren wordt gegeven aan hen die hun eetzucht overwinnen 253]
[Karaktervorming wordt gehinderd door niet goed voor de maag te zorgen – 719]