Algemeen:

Startpagina

Disclaimer

Lichamelijke Gevolgen van een Vleeshoudend Dieet - Verhogen de Vatbaarheid voor Ziekte en Acuut Sterven

"Uitspraken van Ellen G. White":

De kans om ziek te worden wordt tien keer zo groot door het eten van vlees. 2. Testimonies p.64 (1868)

Artsen uit de wereld kunnen geen verklaring geven voor de snelle toename van ziekten onder de mensen. Maar wij weten dat veel van dit lijden veroorzaakt wordt door het eten van dood vlees. (Brief 83, 1901)

De dieren zijn ziek. En door van hun vlees te eten, zaaien wij het zaad van ziekte in onze eigen weefsels en in ons bloed. Wanneer men dan wordt blootgesteld aan de veranderde omstandigheden in een malariagevoelige omgeving, dan voelt men dat des te sterker. Ook wan­neer we worden blootgesteld aan heersende epidemieën en besmettelijke ziektes, dan mist ons organisme de conditie om de ziekte te kunnen weerstaan. E. from U.T. 8 (1896)

Ziek Bloed

Ik heb mij door de Geest van God gedrongen gevoeld om verschillende mensen het feit voor te houden, dat hun lijden en zwakke gezondheid werd veroorzaakt door het negeren van het licht dat aan hen gegeven is op het punt van gezondheidshervorming. Ik heb hen laten zien dat hun vleeshoudende dieet, waarvan verondersteld werd dat het essen­tieel was, geen noodzaak is. En ook dat, omdat zij samengesteld zijn uit wat zij eten, hun hersenen, botten en spieren in een ongezonde conditie verkeerden. Dit omdat zij leefden van het vlees van dode dieren. Hun bloed werd bedorven door dit verkeerde dieet. Het vlees dat zij aten zat vol ziektekiemen, en hun hele organisme vervette en raakte vol bederf. E. from U.T. 4 (1896)

Vlees doet de kwaliteit van ons bloed achteruitgaan. Als u vlees met specerijen kookt, en dat eet samen met overdadige taarten en pasteien, dan krijgt u een slechte kwaliteit aan bloed. Ons organisme wordt te zwaar belast bij het afvoeren van dit soort voedsel. De gehaktpastei en het ingemaakt zuur, die nooit in enige mensenmaag terecht zouden mogen komen, leveren een miserabele kwaliteit aan bloed op. Ook kan slechte kwaliteit aan voedsel dat op een verkeerde manier wordt klaargemaakt, en ook nog in onvoldoende hoeveelheden, niet zorgen voor goed bloed. Vlees, overdadig voedsel en een verarmd dieet, ze hebben allemaal hetzelfde gevolg. 2.Testimonies p.368 (1870)

Kanker, tumoren en alle ontstekingsziekten worden grotendeels veroorzaakt door het eten van vlees.
Door het licht dat God mij heeft gegeven, weet ik, dat het algemeen voorkomen van kanker en tumoren grotendeels te wijten is aan het botweg leven van dood vlees. E. from U.T. 7 (1896)

Kanker, Tuberculose, Tumoren

Het vleeshoudende dieet is de belangrijke vraag. Moeten mensen leven van het vlees van dode dieren? Het antwoord, dat komt van het licht dat God heeft gegeven is: Nee, beslist Nee. Instellingen voor gezondheidshervorming moeten over dit vraagstuk voorlichting geven. Artsen die beweren het menselijk organisme te begrijpen, behoren hun patiënten niet aan te moedigen om van het vlees van dode dieren te leven. Zij moeten wijzen op de toename van ziekten in het dierenrijk. Onderzoekers verklaren, dat maar weinig dieren vrij van ziekte zijn, en dat de gewoonte om ruime hoeveelheden vlees te eten allerlei ziektes aantrekt – verschillende vormen van kanker, tumoren, scrofulose (tuberculose van de lymfeklieren, vert.), tuberculose en tal van andere soortgelijke aandoeningen. MS 3 (1897)

Zij die vlees gebruiken, weten nauwelijks wat zij eten. Vaak zouden zij, als zij de dieren in leven zouden zien en de kwaliteit zouden kennen van het vlees dat zij eten, zich er walgend van afkeren. Mensen eten bij voortduring vlees wat vol zit met sporen van tuberculose en kanker. Tuberculose, kanker en andere dodelijke ziektes worden op deze wijze overgedragen. M.H.313 (1905)

Bij veel belijdende Christelijke vrouwen komen dagelijks een verscheidenheid aan gerechten op tafel die de maag irriteren en ons organisme in een koortsachtige toestand brengen. Vlees vormt bij sommige gezinnen op tafel het voornaamste voedsel, net zolang tot hun bloed vol zit met lichaamsvocht waarin kanker en scrofulose (tuberculose van de lymfeklieren, vert.) zit. Hun lichaamssamenstelling komt overeen met wat zij eten. Maar als hun dan lijden en ziekte overkomt, dan wordt dat beschouwd als een beschikking van de Voorzienigheid. 3.Testimonies p.563 (1875)

Doet het Denkvermogen Afnemen

Zij die onbeperkt vlees eten, zijn niet altijd helder in hun denken en hebben niet altijd een actief verstand, omdat het gebruik van het vlees van dieren zwaarlijvigheid veroorzaakt en onze fijngevoeligheid van geest doet afstompen.
C.H. 115 (1890)

God wil dat de zintuiglijke vermogens van Zijn volk helder zullen zijn, en in staat om goed te functioneren. Maar als u een vlees­houdend dieet hebt, hoeft u niet te verwachten dat uw geest productief zal zijn. Onze gedachten moeten gereinigd worden; dan kan de zegen van God op Zijn volk rusten. "General Conference Bulletin", 12 april 1901
Het is onmogelijk voor diegenen die onbeperkt vlees eten, om helder in hun denken te zijn en een actief verstand te hebben. 2. Testimonies p. 62, 63 (1868)

Er bestaat een alarmerende traagheid tegenover onbewuste sensualiteit. Het is gewoonte om het vlees van dode dieren te eten. Dit stimuleert de lagere hartstochten van ons menselijk organisme. E. from U.T. 4 (1896)
Een vleeshoudend dieet verandert ons gestel en versterkt het dierlijke. Wij zijn samengesteld uit datgene wat we eten, en het eten van veel vlees doet onze intellectuele prestaties afnemen. Studenten zouden in hun studie veel meer bereiken, wanneer zij zelfs nooit van vlees zouden proeven. Wanneer de dierlijke zijde van de mens door het eten van vlees wordt versterkt, dan nemen de verstandelijke vermogens evenredig af. Men kan met meer succes een godvruchtig leven gaan leiden, en ook volhouden, als men afstand doet van vlees. Want zo’n dieet wakkert begerige neigingen aan tot grotere activiteit en verzwakt onze zedelijke en geestelijke natuur. “Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees.” (Gal. 5:17) E. from U.T. 7

Bron uit het boek: "Adviesen over Dieet en voeding" blz. 335 - 338, van E.G.White