De laatste generatie!
De laatste demonstratie van wat het evangelie voor de mensen doen kan ligt nog steeds in de toekomst verborgen. Christus toonde de weg. Hij nam de menselijke natuur aan en toonde in dit menselijk lichaam de macht van God. De mensen moeten dit voorbeeld volgen om na te gaan wat God in Christus gedaan heeft. Hij kan hetzelfde door ieder mens doen, die zich aan Hem onderwerpt. De wereld wacht op deze demonstratie (Rom 8:19) en als dat gebeurt zal het einde komen. Dan zal God Zijn plan volbracht hebben. Hij zal dan bewezen hebben, dat Hij rechtvaardig is en Satan een leugenaar en Gods heerschappij zal daardoor gerechtvaardigd worden. Er zijn tegenwoordig in de wereld veel valse leerstellingen over de heiligmaking. Aan de ene kant staan diegenen die Gods kracht loochenen waarmee hij van de zonde kan verlossen en aan de andere kant zij die met hun heiligheid voor de mensen staan te pronken en ze laten geloven dat ze zonder zonde zijn. Onder de eerste groep zijn niet alleen ongelovigen en sceptici maar zelfs gemeenteleden in wiens voorstelling de overwinning over de zonde niet mogelijk is omdat ze een compromis met de zonde zijn aangegaan. Tot de tweede groep behoren zij, die geen duidelijk beeld hebben, noch van de zonde, noch van wat Gods heerlijkheid is.
Het geestelijk oog van deze mensen is zo vertroebeld dat ze niet meer hun eigen tekortkomingen zien en daarom geloven zij dat zij volmaakt zijn. Ook is hun opvatting over godsdienst dusdanig, dat hun voorstellingen over waarheid en gerechtigheid meer waard geacht wordt als het geopenbaarde Woord. Het is niet eenvoudig te onderscheiden wie van beide groepen zich het meest vergist. Het is duidelijk dat de Bijbel heiligheid oplegt. "En Hij, de God des vredes heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in alle delen onberispelijk bewaard te zijn." (1 Thess. 5:23). "Jaag naar vrede met allen en naar de heiliging zonder welke niemand de Here zal zien." (Hebr. 12:14). Want dit wil God: uw heiliging. (1 Thess. 4:3). De zin van het Griekse woord 'hagios' is beantwoord aan ieder geheiligd persoon die voor God apart gesteld wordt en wiens hele leven aan Hem gewijd is.
Vergeving en reiniging Het verlossingsplan moet noodgedwongen naast de vergeving van zonde het volledig herstel insluiten. "Verlossing van zonde is meer dan vergeving van zonde." Vergeving bant zonde uit en verwacht er mee te breken; heiliging is afstand doen van de zonde en het verklaart de bevrijding van zijn macht en van de overwinning. Het eerste is eigenlijk het middel om de werking van de zonde te neutraliseren en het tweede betekent herstel van de macht om volledig te overwinnen. De zonde laat de mensen, zoals veel ziekte, in een toestand van zwakte en moedeloosheid. Zo'n mens heeft tenslotte weinig controle over zijn geest; zijn wil verlaat hem, ondanks betere uitzichten is hij niet bij machte dat te doen waarvan hij weet dat het goed is. Hij heeft het gevoel alsof er geen hoop voor hem is, ook weet hij dat hij overal zelf de schuld van is, en zijn ziel is met spijt gevuld. En zo komt het ook tot lichamelijk lijden. Hij weet dat hij gezondigd heeft en zelfde schuld van alles is, en zijn vraag is: "Heeft dan niemand medelijden met mij?"
Hier begint de boodschap. Hij hoort het evangelie. Ook al is zijn zonde als scharlaken, ze zullen als witte wol worden. Hem wordt alles vergeven, hij is gered. Wat is dat voor een wonderbare redding. Zijn ziel heeft vrede en zijn geweten kwelt hem niet meer. Het werd hem vergeven. Zijn zonden werden in het diepste van de zee geworpen. Zijn hart prijst God voor Zijn genade en goedheid. Als een bestuurbaar schip dat de haven in wordt gesleept, zo is deze mens, weliswaar gered, maar nog niet gezond. Het schip moet gerepareerd worden, voor het weer zeewaardig is en de mens heeft ook behandeling nodig voor hij weer volledig hersteld is. Dit proces van herstel noemt men 'heiligingsproces' en omvat lichaam, ziel en geest. Als dit werk klaar is, is de mens heilig, het beeld van God is weer aanwezig. Dit moet de wereld tonen wat het Woord van God allemaal voor de mens tot stand kan brengen.
De Bijbel noemt beide. n.l. het hele proces en de uiteindelijk bereikte toestand 'heiligmaking'. Daarom worden zij op de ene plaats heiligen en op de ander plaats geheiligden genoemd, hoewel ze nog niet volmaakt waren, (1 Cor.1:2: 2 Cor.1:1; Hebr. 3:1).
Door een blik in de Corinthebrief is de mens spoedig overtuigd dat de heiligen die vermeld worden nog hun fouten hebben. En toch worden ze heiligen genoemd. De reden daarvan is dat volledige heiliging niet het werk van dagen of jaren is maar van een heel leven, en iedere overwinning bespoedigd het proces. Veel christenen hebben zonden overwonnen waardoor ze vroeger overheerst werden. Velen die eerst slaven van de tabak waren hebben deze zucht overwonnen en verheugen zich over de overwinning. De tabak is geen verzoeking meer. Ze blijven overwinnaars. Wat dit punt betreft zijn ze geheiligd. En zoals iemand hierin overwonnen heeft zo moet hij alle zonde overwinnen.
Als dit werk klaar is, als hij overwonnen heeft over trots, eerzucht, liefde voor de wereld, en al het andere dan is hij klaar voor de ter hemelopname. Hij is dan op alle punten beproefd en verzocht. De boze kwam tot hem en kon niets meer met hem beginnen. Satan had geen verzoeking meer voor hem, hij had ze allemaal overwonnen. En nu staat hij zonder fouten voor de troon van God en Christus drukt hem Zijn zegel op. Nu is hij beveiligd en genezen, want God heeft Zijn werk met deze mens afgesloten. Daarmee is de demonstratie van datgene, wat God met de mensen voor heeft, volbracht.
Zo zal het met.de laatste generatie zijn die op aarde leeft. Door hen zal God de mensen tonen waartoe Hij in staat is, Hij zal hiervoor de zwakste van allen nemen, diegenen die de zonden van hun voorvaderen te dragen hadden en aan deze wil God Zijn kracht en macht tonen. Dezen worden met iedere denkbare verzoeking in beroering gebracht, maar ze zullen niet een zonde inwilligen. Ze zijn het bewijs dat het mogelijk is zonder zonde te leven. Het zal die demonstratie zijn waarop de wereld zolang heeft gewacht en waarop God hen voorbereid had. Dan zal duidelijk getoond worden dat de boodschap onder elke denkbare zware omstandigheden redden kan en de belofte zal als waar aangenomen moeten worden. Het laatste jaar van de strijd zal de uiteindelijke test brengen en bewijzen aan engelen en wereld dat de uitverkorenen op geen enkele wijze van hun stuk gebracht kunnen worden. Dan zullen de plagen vallen en overal is vernietiging. De dood zal de uitverkorenen aanstaren, maar ze zullen zoals Job standvastig blijven. Door hun karakter-eigenschappen en rechtschapenheid zal niets hen tot zonde aanzetten. Ze zullen het geloof van Jezus hebben en de geboden van God houden. (Openb. 14:12).
God had Zijn trouwe getuigen in alle tijden. Ze hebben ellende en tegenspoed doorstaan en zelfs in het heetst van Satans vervolgingen zoals Paulus zegt, door geloof gerechtigheid gewerkt. Ze werden gestenigd, door midden gezaagd, verzocht en met het zwaard geslagen. Ze liepen in schapen en geitenvellen, ze werden arm, neer geslagen en gefolterd, ze verbleven in holen, in de bergen, op eenzame woeste plaatsen en bij graven. (Hebr.11:37,38).
En bij dit leger van trouwe getuigen waarvan velen martelaren zijn, zal God in de laatste dagen een overblijfsel hebben een kleine kudde, waardoor Hij aan het heelal Zijn macht en gerechtigheid zal tonen. Het zal met uitzondering van Christus' leven op aarde, de grootste demonstratie zijn, die ooit gegeven is over dat wat God door mensen op aarde volbrengen kan. In het laatste levende geslacht op aarde zal Gods macht volledig geopenbaard worden. Deze machtsdemonstratie zal God van alle beschuldigingen die Satan tegen Hem voerde, vrijspreken. God wordt gerechtvaardigd en Satans schuld bewezen. Dit heeft een nadere verklaring nodig.
Opstand in de hemel De opstand die in de hemel plaatsvond en waarmee de zonde in het heelal binnen kwam, moet een verschrikkelijke ervaring voor zowel de engelen als voor God geweest zijn. Tot zover was alles in volle harmonie verlopen. Tweedracht was onbekend, alleen liefde heerste, tot de onheilige eerzucht het hart van Lucifer bereikte en hij besloot, door te zetten dat hij de Allerhoogste gelijk wilde zijn. Hij zou zijn troon boven de sterren Gods verheffen en op de berg der samenkomst in het uiterste noorden zitten.
Deze verklaring stond gelijk met het plan God af te zetten en troonroof te plegen. Dat was een oorlogsverklaring. Satan wilde zitten waar God zat. God nam deze uitdaging aan. Het is ons vanuit de Bijbel niet bekend, van welke middelen Satan zich bediende om zoveel engelen aan zijn kant te krijgen. Maar het is zeer duidelijk dat hij zich van leugens bediende. Ook is het niet nodig te bespreken dat hij een moordenaar is. (Job 8:44). Omdat moord zijn oorsprong in haat heeft en de haat zijn bevrediging in de moord op Gods Zoon op Golgotha gevonden heeft, kunnen we aannemen, dat Satans haat niet alleen tegen God en Zijn Zoon gericht was.
Satan ging in zijn opstand verder als dreigen. Eigenlijk had hij zijn troon reeds opgericht want hij zegt vol grootspraak: "Ik ben een god. een godenwoning bewoon ik." (Ezech. 28:1). Als Satan zijn opstand in de hemel zo bekend maakte dan was het niet mis te verstaan en de engelen begrepen deze verklaring ondubbelzinnig en konden voor of tegen Satan kiezen. Ontevredenheid is altijd de reden van opstand, of het nu terecht of onterecht is.
Velen worden verdrietig en komen in opstand, omdat zij niet in staat zijn het anders op te lossen. Wie met opstand sympathiseert sluit zich aan. Ieder die zich aansluit bij de regering moet voor zijn overleven vechten.
Ook in de hemel kwam het tot zo'n opstand en oorlog was het gevolg. Michaël met Zijn engelen tegen de draak en zijn engelen. De gevolgen had men kunnen voorspellen. Satan en zijn engelen overwonnen niet en 'hun plaats werd niet meer gevonden in de hemel'. "En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak." (Openb. 12:7).
"De grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang die genaamd wordt duivel en Satan, die de hele wereld verleidt en hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem." (Openb. 12:8-10).
Hoewel Satan overwonnen werd, werd hij niet vernietigd. Door zijn opstand had hij eigenlijk Gods regering voor fout uitgemaakt, en met die uitspraak maakte zijn regering aanspraak op grotere wijsheid en gerechtigheid. Deze uitspraak is altijd verbonden met opstand en een nieuwe heerser. In deze situatie was God genoodzaakt, Satan de gelegenheid te geven deze theorie aan te tonen. Om bij de engelen en later bij de mensen dezelfde twijfel rond te strooien, moest God Satans handwerk toelaten. En zo werd het Satan toegestaan om verder te leven en zijn rijk uit te breiden. Zo heeft Satan gedurende zesduizend jaar voor het ganse heelal getoond, wat hij bereidt is te doen als hij de gelegenheid krijgt.
Satans laatste demonstratie Met toestemming heeft Satan tot heden zijn ideeën uitgewerkt en het was een demonstratie om aandacht aan te schenken. Van de tijd af dat Kaïn zijn broeder Abel doodde, was de aarde getuige van haat en bloedvergieten, wreedheid en onderdrukking. Goedheid en gerechtigheid werden gering geacht. Laster, gemeenheid en corruptie triomfeerden. De rechtvaardige werd opgejaagd, Gods boodschappers werden gemarteld en gedood, Gods wet vertreden. Toen God Zijn Zoon zond, hingen overtreders Hem op Satans bevel aan het kruis, in plaats Hem te eren. Maar zelfs toen vernietigde God Satan niet. want de voorstelling was nog niet ten einde. Pas als de laatste gebeurtenissen plaatsvinden en de mensheid zichzelf uitroeit zal God optreden om de Zijnen te redden. Zonder twijfel zal ieder dan erkennen, dat Satan alles wat aan deugd aanwezig is, zal vernietigen. Hij zal God van Zijn troon stoten, zijn Zoon terzijde stellen en zijn heerschappij oprichten, die gebaseerd is op geweld en eerzuchtige wreedheid.
Datgene wat Satan heeft laten zien, toont inderdaad zijn karakter en laat zien waartoe zo'n zelfzuchtige eerzucht in staat is. Eerst wilde hij God gelijk zijn. Hij was niet tevreden met zijn plaats als hoogst geschapen wezen. Hij wilde zelf God zijn. Hij heeft laten zien, dat toen hij eenmaal van dit plan doordrongen was. hij bereid was alles te doen om zijn plan te verwezenlijken. Wie hem in de weg stond, werd verwijderd en zelfs voor God schrok hij niet terug. Dit toont aan dat zelfs een hoge positie eerzucht niet tevreden stelt, want het streeft naar het hoogste en is zelfs dan niet tevreden. Dikwijls wordt iemand in een lagere positie verzocht te geloven dat hij in een hogere positie wel tevreden zou zijn. Of dat werkelijk het geval is? Lucifer was het niet, ondanks zijn hoge plaats was hij ontevreden. Hij wilde nog hoger zijn; God gelijk. Hier blijkt een duidelijk onderscheid tussen Christus en Satan. Satan wilde God zijn. zozeer zelfs dat hij alles in het werk stelde zijn doel te bereiken. Christus daarentegen had dit niet in gedachten. Hij was God en werd mens. Satan verhief zich, Christus vernederde zich. Satan wilde God worden, terwijl Christus mens werd. Satan wilde als God op de troon zitten, Christus daarentegen knielde als een dienaar om de voeten te wassen. Dit grote onderscheid is niet te begrijpen.
Lucifer In de hemel was Lucifer een beschuttende engel. (Ezech. 28:22). Dit heeft betrekking op de overdekkende engel van het verzoendeksel in het Allerheiligste. Zonder twijfel was dit de hoogste plaats die een engel kon innemen want het verzoendeksel en de genadetroon stonden in de directe omgeving van God en deze engelen waren uitverkoren behoeders van de wet en Lucifer was daar één van. Ezechiël 28 vers 12 geeft een interessante verklaring wat betreft Lucifer: "Gij verzegelaar der som...." of"... volmaakt zijt gij van gestalte vol van wijsheid, volkomen schoon." De zin van de uitdrukking 'verzegelaar der som' is niet helemaal duidelijk. Men kan dit op verschillende manieren interpreteren. Eén ding is zeker dat het een hoge plaats beduidt en een bijzonder voorrecht uitdrukt, die Satan innam voor hij afviel. Hij was een soort president, een toezichthouder op de wet.
Zoals op aarde bij de regering een wet met een zegel verzegeld wordt om daardoor geldig te worden, zo wordt ook in Gods regering het zegel gebruikt. Het schijnt dat God iedere engel een bijzondere opdracht toevertrouwd heeft, zoals Hij het ook met mensen doet. De ene engel verzocht het vuur (Openb. 16:5), de andere engel, het water (Openb. 7:2), weer een ander wordt het zegel van de levende God toevertrouwd. (Openb. 7:2). Hoewel Ezechiël 28:12 niet helemaal duidelijk is zo geloven velen, het zo te kunnen interpreteren: "Gij plaatst het zegel op de opdrachten." Als deze uitleg houdbaar is, als Lucifer eerste minister en behoeder van de boodschap was, dan is dit een verdere reden, waarom hij begeerde voor zichzelf een zegel te maken in plaats van het zegel Gods nadat hij zijn woonplaats verlaten moest. Het is bijzonder duidelijk, dat Satan zich zeer actief tegen Gods wet verzet heeft.
Als Gods wet een weergave van Zijn karakter is en Zijn karakter het tegendeel van Satan is, zo is het voor ons duidelijk dat Satan door Gods wet veroordeeld is. Christus en de wet zijn één. Christus is de vervulde wet, de uitgeleefde wet, die vlees werd. Om die reden is Zijn leven een veroordeling. Toen dus Satan tegen Christus streed, deed hij dat ook tegen de wet. Als hij de wet haatte, haatte hij ook Christus want Christus en de wet zijn niet te scheiden. We vinden in Psalm 40 een zeer interessante zinsnede. Hier zegt Christus: "Ik heb lust om Uw wil te doen mijn God Uw wet is in mijn binnenste."
Verzet tegen Gods wet is ook verzet tegen het hart van Christus en een stoot tegen het hart van God heeft dezelfde betekenis voor de wet. Dat was Satans bedoeling met de kruisdood, doch Gods gedachten leidde tot een andere slotsom. De dood van Christus was een eerbewijs aan de wet. De wet werd hierdoor veredeld en de mens had een nieuwe voorstelling van de heiligheid en waarde van de wet. (Heiligheid wordt met heiligheid betaald). Toen God zijn Zoon liet sterven, toen Christus liever stierf als de wet opgeven, als het gemakkelijker is dat aarde en hemel voorbijgaan, als dat er ook maar één jota van de wet wordt veranderd, hoe eerwaardig en heilig moet dan de wet zijn. Toen Christus aan het kruis stierf, heeft Hij laten zien dat het mogelijk is de Wet te houden. Satans verzoekingen, Christus tot zonde te verleiden, waren mislukt. Misschien heeft hij ook niet verwacht ertoe in staat te zijn.
Maar als hij Christus ertoe had kunnen verleiden zijn goddelijke macht te gebruiken om Zichzelf te redden, dan had Satan reeds veel bereikt. Dan had Satan kunnen aantonen dat Gods bewijs dat het mogelijk is dat mensen de wet kunnen houden, niet opging. Maar zoals het nu ging had Satan verloren.
Tot het allerlaatste gebruikte hij dezelfde tactiek. Judas hoopte dat Christus zichzelf bevrijden zou door goddelijke macht. Aan het kruis werd Hij bespot: "Anderen heeft Hij geholpen, Zichzelf kan Hij niet helpen." Maar Christus hield stand, Hij had Zichzelf kunnen redden. maar deed dat echter niet en Satan was ontmaskerd.
Dat kon hij niet begrijpen. Wel wist hij dat als Christus stierf zonder dat het hem gelukt was Hem tot zonde te verleiden, zijn eigen vonnis bezegeld was. Christus werd overwinnaar door Zijn dood. En toch gaf Satan het niet op. In zijn strijd met Christus had hij verloren, nu hoopte hij op succes bij de mensen. Daarom begon hij te strijden tegen de overigen van haar zaad, 'die de geboden houden en het getuigenis van Jezus Christus hebben'. (Openb. 12:17). Als hij deze kon overwinnen misschien had hij dan niet verloren.
Gods bewijsvoering De bewijsvoering die God met de laatste generatie voor heeft, is zowel voor God als voor Zijn volk van veel betekenis. "Is het werkelijk mogelijk Zijn wet te houden," is de grote vraag. Velen ontkennen of betwijfelen die mogelijkheid. Gods wet schijnt buitengewoon omvangrijk als men de problematiek van het houden van de wet bekijkt. De gedachten en bedoelingen van het hart komen daarbij ter sprake. De wet beoordeelt bedoelingen precies zoals de daden, gedachten net zoals woorden. Gehoorzaamheid is volledige heiliging. Een heilig leven, onwrikbare trouw aan de wet. volledige afstand doen van de zonde tot hij overwonnen is "Wie kan dat?" zal de sterfelijke mens uitroepen. Niemand is daartoe in staat, dat is een onmogelijkheid, heeft Satan gezegd. Als er iemand is die het doet of gedaan heeft, toon hem dan. Waar zijn ze die de geboden houden ? En God antwoordt bedachtzaam: "Hier zijn zij die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus hebben." (Openb. 14:12). Moeten we met eerbied zeggen: God moet Satans uitdaging aannemen. Het is niet Gods plan de mensen een test, die slechts een paar kunnen doorstaan, af te nemen.
In de hof van Eden heeft God de eerste mensen een zeer lichte test opgelegd en niemand kan aanvoeren dat onze eerste ouders gevallen zijn, omdat de test zo zwaar was. Als ze gevallen zijn dan niet omdat de test te zwaar was of omdat ze niet voldoende kracht bezaten. De verzoeking was hun ook niet voortdurend voor ogen gevoerd, want het was Satan niet vergund hen overal lastig te vallen. Alleen op één plaats kon hij ze bereiken en dat was bij de boom der kennis van goed en kwaad. Van deze plaats wisten ze af en ze hoefde hier niet te zijn en zeker niet alleen. Satan kon niet overal komen, maar als ze daar heen gingen, waar Satan was, dan was het hun eigen wens. Gingen ze erheen uit belangstelling en voor studie, dan was het niet nodig er lang te blijven, want ze konden weer weggaan. En zelfs als Satan de vrucht aanbood waren ze niet gedwongen de vrucht aan te nemen! Maar ze namen hem en aten ervan. Ze aten omdat ze het wilden, niet omdat ze gedwongen werden.
Ze kwamen vrijwillig tot overtreding en daarvoor was geen verontschuldiging. God had geen lichtere test kunnen bedenken. Als God van mensen verwacht, dat ze Zijn wet houden, dan heeft Hij daarmee niet het doel, dat maar weinig mensen de geboden houden of juist zoveel om te kunnen bewijzen dat het mogelijk is. Het is aan het wezen van God vreemd buitengewone mensen uit te zoeken met een bijzondere gave om door hen te tonen waartoe God in staat is. Veel meer is het Zijn plan zijn aanspraken zo te plaatsen dat zelfs de zwakste niet hoeft te wanhopen, zodat niemand zeggen kan dat Gods opdrachten door maar weinigen vervuld kunnen worden omdat ze te zwaar zijn.
Niet uit dit oogmerk heeft God zijn grootste bewijsvoering tot de laatste generatie bewaard. Deze generatie draagt de gevolgen van de opgehoopte zonden. Als men van iemand veronderstellen kan dat zij zwak zijn, dan van deze generatie. Als zij de geboden kunnen houden, is er geen andere generatie die een verontschuldiging heeft als deze de geboden niet gehouden hebben. Maar dat is het nog niet helemaal.
Wat God in Zijn bewijsvoering beoogd is niet alleen dat een gewoon mens uit de laatste generatie met goed gevolg de test van Adam en Eva doorstaan kan, maar dat deze mensen een test doorstaan hebben die veel harder zal zijn als die welke veel mensen heden te doorstaan hebben. Het zal een test zijn die Job doorstaan heeft en zal lijken op de test die Jezus doorstaan heeft. Deze mensen zullen tot het uiterste beproefd worden. Het geduld van Job is bekend en van het einde van Jezus staat geschreven: "Want de Here is barmhartig en erbarmt zich." (Job 5:11).
Job ging door beproevingen, die zich in het leven van de uitverkorenen herhalen zal. Het is van belang dit nader te onderzoeken. Gods heerschappij wordt aangeklaagd. Er ontstond een ernstige situatie in de hemel toen Satan zijn aanklacht uitte. Deze aanklacht was een veroordeling. Veel engelen geloofden dat deze aanklacht terecht was en stelden zich aan de kant van Satan. Eén derde van de engelen, dat moeten miljoenen geweest zijn, boden God het hoofd tezamen met hun aanvoerder, de hoogste onder de engelen, Lucifer.
De crises die daardoor ontstond, was niet onwerkelijk. De regering was verstoord. Hoe kon God dit oplossen. Er was maar één weg, de strijd tot ieders tevredenheid te beëindigen zodat zo'n vraag niet meer zou voorkomen, was Gods regering rechtvaardig of niet? God zei: "Ze is rechtvaardig."
Satan beweerde het tegendeel. God had Satan kunnen vernietigen maar dat zou geen bewijs van rechtvaardigheid zijn geweest, veel meer het tegendeel. Er was voor beide kanten maar één mogelijkheid, n.l. die der bewijsvoering, het aanvoeren van bewijzen en de aangelegenheid overlaten aan de bewijsvoering. Daaruit bestaat het beeld van de rechtszitting, Gods heerschappij staat op het spel. Satan is de aanklager. God zelf is aangeklaagd en staat onder verdenking. Hij wordt van ongerechtigheid beschuldigd, als hij eisen stelt die zijn schepselen niet kunnen nakomen, en die hij dan toch bestraft. Het centrale punt is Zijn wet. Maar omdat de wet een weergave van Gods karakter is, is het ook Gods karakter dat wordt aangevallen. Om Zijn bedoeling goed te laten uitkomen is het nodig voor Hem te bewijzen dat Hij geen tiran is en dat Zijn wet niet wreed is maar juist het tegendeel. De wet is heilig, rechtvaardig en goed, en de mens is in staat hem te houden. Daarom moet God tenminste één mens kunnen aanwijzen die de wet gehouden heeft. Bestaat zo'n mens niet dan heeft God verloren en Satan gewonnen. De zaak hangt daarom af van het aanwezig zijn van één of meer personen die Gods wet houden. Hierop berust Gods rijk.
Zeker heeft een lange rij hun leven aan God gewijd en hebben een tijdlang zonder zonde geleefd. Maar Satan voert aan dat deze bijzonder zijn, zoals Job en dat ze niet als norm genomen kunnen worden. Hij eist zuivere voorbeelden waaraan geen twijfel bestaat dat God op één of andere manier bijgesprongen is. Is er zo'n voorbeeld?
De laatste generatie God is klaar voor deze uitdaging. Hij heeft de tijd vastgesteld. De beslissende strijd staat voor de deur. God zal zijn uitverkorenen nemen uit de laatste generatie. Geen sterken of machtigen, geen rijken, geleerden of wijzen, maar God kiest heel eenvoudige mensen, en zij zullen de uiteindelijke bewijsvoering vormen. Tot nu toe heeft Satan beweerd dat in het verleden mensen maar beperkt hebben laten zien dat God won, of dat God hen een bepaalde ondersteuning gegeven heeft dat Satan daarom niet bij hen kon komen. Want, zo beweert hij. als hij niet gehinderd was zouden ook deze mensen het spel verloren hebben.
Satan beweert dus eigenlijk dat God een open strijd als bewijsvoering uit de weg gaat. Satan pocht: "Geef mij een eerlijke kans, dan zul je zien dat ik win." Om Satan voor altijd het zwijgen op te leggen zal God het bewijs leveren, dat God gediend wordt door Zijn volk, op grond van eerlijke motieven, zonder naar een beloning uit te zien. Gods volk zal Hem dienen om Zijn naam te eren. Voor mensen en engelen zal bewezen worden dat de zwakste mensen onder de meest ontmoedigde omstandigheden Gods wet kunnen houden. God zal Satan toestaan om Zijn volk tot het uiterste te toetsen en te verzoeken. Deze mensen zullen gepijnigd, vervolgd en verschrikt worden. Zij zullen met de dood in het aangezicht standhouden. (Openb. 13:15).
Zij zullen liever sterven dan zondigen. God zal zijn Geest van de aarde wegnemen (niet van Zijn volk). Daardoor zal Satan meer macht hebben dan ooit tevoren. Hij zal alleen Gods volk niet mogen doden, maar dat schijnt de enige grens te zijn aan zijn macht. Omdat nu alles op het spel staat, zal hij alles in het werk stellen om te winnen. Om deze demonstratie volkomen te maken, zal God nog een stap verder gaan. Hij zal zich verbergen. Het Heiligdom in de hemel zal gesloten zijn. De heiligen zullen dag en nacht tot God roepen om verlossing, maar het lijkt of dat God niets hoort. Gods uitverkorenen gaan door Gethsémané. Zij zullen iets proeven van dat wat Jezus ervaren heeft. Het schijnt dat zij in deze strijd alleen staan. Zij moeten leven zonder middelaar. Maar hoewel Jezus zijn middelaarschap neerlegt zorgt God verder voor zijn uitverkorenen. Heilige engelen houden de wacht over hen. God beschut hen tegen hun vijanden. God verzorgt hen met voedsel en bewaart hen tegen vernietiging en geeft genade en kracht voor een heilig leven. (Ps. 91). Toch zijn zij nog in de wereld en worden verzocht, gepijnigd en geslagen. Of zij de toets doorstaan? Van de mens uit gezien schijnt het onmogelijk. Zou God nu verschijnen voor hun verlossing dan zou alles goed zijn.
Zij hebben het besluit genomen, om de boze te weerstaan, en als dat noodzakelijk is zouden zij willen sterven maar in geen geval zondigen. Satan heeft nooit de macht gehad om de mens tot zonde te dwingen. Hij kan hen verzoeken, verleiden, bedreigen maar niet dwingen. God bewijst nu door de zwaksten dat er geen verontschuldiging is voor de zonde, en dat die er nooit geweest is. Want als de mensen uit de laatste generatie de aanvallen van Satan met goed gevolg weerstaan, wanneer zij in staat zijn met een gesloten Heiligdom, zonder Middelaar succesvol de wet te houden, welke verontschuldiging is er dan voor de zonde van wie dan ook?
De 144.000 In de laatste generatie zal God zijn laatste demonstratie geven. Dat zal aantonen dat ieder mens in staat is om de geboden te houden en te leven zonder te zondigen. God zal niets ongedaan laten om het bewijs volmaakt te maken. De enige beperking die Satan opgelegd wordt is dat hij geen van de heiligen doden mag. Hij mag ze verzoeken, hen voortdurend lastig vallen en bedreigen. Satan zal zijn best doen maar hij zal verliezen. Hij kan hen niet tot zonde dwingen. Zij zullen de beproeving doorstaan en God zal hen Zijn zegel opdrukken. Door de laatste generatie van heiligen zal God uiteindelijk gerechtvaardigd worden. Door hen zal Hij Satan overwinnen en zijn zaak tot overwinning brengen. Deze mensen zullen in het plan van God een bijzondere plaats innemen. Zij moeten door de ergste strijd en beproevingen. Zij moeten strijden met de overheden en machten in de hemelse gewesten, maar zij hebben hun vertrouwen gesteld op de Allerhoogste. Zij zullen honger en dorst te verduren hebben, maar tenslotte zullen zij nooit meer hongeren en dorsten. Ook zal de zon niet meer op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is. zal hen weiden en hun voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen. (Openbaring 7:16-17).
Zij volgen het Lam waar het ook heengaat. Als de deuren van de tempel zich tenslotte openen, zal er een stem te horen zijn. "Alleen de 144.000 mogen deze plaats betreden." (EG 11). Door het geloof hebben zij het Lam op aarde gevolgd en vertrouwd. Zij gingen met Hem in het Heiligdom en tenslotte met Hem door het geloof in het Allerheiligste. Alleen zij die Hem hier op aarde gevolgd zijn zullen Hem ook later kunnen volgen. Zij zullen koningen en priesters zijn. Zij mogen Hem volgen tot in het Heilige der Heiligen, waar alleen de hogepriester één keer per jaar binnentreden mocht. Deze zullen Hem volgen waar Hij ook heengaat, en zij zullen Hem dienen, dag en nacht in zijn tempel. Zij zullen met Hem op zijn troon zitten omdat zij overwonnen hebben, zoals Hij overwon en zich zette met Zijn Vader op Zijn troon. (Openb.7:15 en Openb.3:21).
Niet de verlossing van de mens, hoe belangrijk ook, is het allerbelangrijkste, maar de rehabilitatie (herstel) van de eer van God tegen de aanklachten van Satan. Deze strijd nadert nu de laatste fase. God bereidt Zijn volk voor op het laatste conflict. Ook Satan maakt zich gereed voor de strijd.
De beslissende strijd ligt vóór ons. Gods naam is afhankelijk van Zijn kinderen, zoals de eer van God afhankelijk was van Job. De vraag is of God Zijn volk vertrouwen kan? God heeft ons een wonderbaar voorrecht geschonken, dat wij mee mogen helpen om de eer van Zijn naam te herstellen. Het is heerlijk, dat ons toegestaan wordt, getuigenis af te leggen voor Hem. Wij moeten echter niet vergeten dat dit getuigenis niet alleen uit woorden bestaat maar voornamelijk uit een levend getuigenis van daden. In Hem was leven en het leven was het licht der mensen. (Joh 1:4). Het leven was het licht, zó was het bij Jezus en zó moet dat ook bij ons zijn. Ons leven moet licht zijn zoals Zijn leven licht was. Mensen licht geven betekent meer dan hen een boek of een geschrift overhandigen. Ons leven is het licht. Zonder leven blijven onze woorden leeg. Als ons leven echter licht wordt, dan worden onze woorden machtig. Het is ons leven dat voor God getuigen moet. Moge de gemeente van God de voorrechten die haar geschonken zijn naar waarde leren schatten. "Gij toch zijt mijn getuigen luidt het woord des Heren en Ik ben uw God." (Jes 43:12).
Mogen wij werkelijk getuigen zijn en daarvan getuigen wat God voor ons gedaan heeft. Dit alles is zeer nauw verbonden met het werk van verlossing en van verzoening. Op de Grote Verzoendag werd het volk, na hun zonden beleden te hebben, volkomen gereinigd. (Lev. 16:30).
Vergeving hadden zij reeds ontvangen; nu werd de zonde helemaal van hen weggenomen. Nu waren ze zonder smet en rimpel, heilig. Het gehele volk werd gereinigd. (Lev. 16:16). Wij leven nu in de echte Grote Verzoendag, dat is de dag van reiniging. Iedere zonde moet beleden en door het geloof vooruit gezonden worden in het oordeel, (1 Tim.5:24). Op het moment dat de Hogepriester het Heilige der Heiligen binnentreedt staat Gods volk voor Hem. Een ieder moet weten dat hij alle zonden beleden heeft en er geen schuld meer op hem rust. De reiniging van het hemels Heiligdom is verbonden met de reiniging van Gods volk. Daarom is het noodzakelijk dat Zijn volk heilig en zonder smet voor Hem staat. Elke zonde die hem aankleeft, moet uitgedelgd worden, opdat een ieder in staat zal zijn voor het aangezicht van God te kunnen staan, en in dit verterende vuur te kunnen bestaan.
"Hoort wat Ik doe, gij die verre zijt; gij die nabij zijt, erkent mijn macht. De zondaars in Sion vrezen, beving grijpt de Godvergetenen aan. Wie onzer kan verkeren bij een verterend vuur; wie onzer kan verkeren bij een eeuwige gloed? Hij, die in gerechtigheid wandelt en oprecht spreekt; die gewin door afpersing verkregen, versmaadt; die zijn handen weerhoudt om een geschenk aan te nemen, zijn oor toestopt om naar een moordplan te horen en zijn ogen toesluit om het slechte niet aan te zien. Die zal op de hoogte wonen: rotsvestingen zullen zijn burcht wezen; zijn brood is gewis, zijn water verzekerd." (Jes. 33:13-16). (M.L. Andreasen)
|