“En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering. En het beest dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn voeten als voeten van een beer, en zijn mond als de mond van een leeuw; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht. En ik zag een van zijn hoofden als tot de dood gewond, en zijn dodelijke wond werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.
En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan er krijg tegen voeren? En het werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden. En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in de hemel wonen.
En het werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en het werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, wier namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld. Indien iemand oren heeft, die hore.
Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis, indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen”. Openbaring 13: 1-10 SV
De zee is een zinnebeeld van “volken, en scharen, en natiën, en tongen”. Openb.17: 15. De koninkrijken der wereld worden voorgesteld onder het zinnebeeld van dieren. En als nu een dier wordt gezegd uit de zee op te komen, dan geeft dit ons te verstaan, dat het rijk in een dichtbevolkte streek ontstaan is. Is er bovendien sprake van het losbreken van stormen op de zee, zoals men leest in Dan.7: 2 dan is dit een teken, dat de rijken door politieke beroeringen of maatschappelijke omwentelingen tot stand zijn gebracht. Onder het zinnebeeld van een draak, in het vorige hoofdstuk, en het gruwelijke dier, waar bovenstaande verzen van spreken, wordt de Romeinse macht in haar twee fasen geschilderd, nl., de heidense en de pauselijke heerschappij. Om deze reden hebben beide symbolen zeven hoofden en tien horens. Zie hoofdstuk 17:10.
Het beest met zeven koppen en tien horens, of het op een luipaard lijkende dier, symboliseert een macht, die tegelijkertijd burgerlijke en kerkelijke heerschappij uitoefent. En om dit punt te bewijzen, zullen wij enkele argumenten aanhalen.
De profetische keten, waarmee dit symbool in betrekking staat, gaat terug tot aan het begin van hoofdstuk 12; en de symbolen, waarmee deze profetie wordt opgehelderd, zijn de draak van hoofdstuk 12, en de luipaard en het beest met de twee horens van dit hoofdstuk.
Al de voorgestelde machten vervolgen Gods volk op een wrede manier. In de eerste plaats wordt de gemeente, onder het zinnebeeld van een vrouw, geschetst als met verlangen uitziende naar het beloofde zaad, de Heer der heerlijkheid, die op aarde zou komen. De draak stelde zich vóór de vrouw, opdat hij haar kind zou verslinden. Zijn boze plannen worden echter verijdeld, doordat het kind tot God en Zijn troon werd weggerukt. Hierop volgt een tijdperk, waarin de kerk bloedige vervolgingen van de draak moet verduren. En deze geest van vervolging bezielt al de vijanden van de ware kerk tot het einde toe, daarom werpt de profeet een vluchtige blik in de toekomst om ons op dit feit opmerkzaam te maken, en begint daarna, in vers 1 van hoofdstuk 13, met een voorstelling te geven van de luipaard, die de opvolger is van de draak. Deze tweede macht heeft Gods volk 1260 jaren lang vervolgd en om het leven gebracht. En na dit tijdperk moeten zij nog een korte tijd door het beest met horens als van een lam gepijnigd worden. Daarop volgt de verlossing; en daarom besluit deze profetie met al degenen, die over de vervolging hebben getriomfeerd en eindelijk met het Lam Gods op de berg Sion staan. Gode zij dank, dat Hij ons de overwinning door de belofte verzekerd heeft! Zie Openb.14: 1-5.
De gemeente des Heren is het voornaamste onderwerp, waarop de profetie ons voortdurend wijst. De andere acteurs zijn meestal degenen, die haar vervolgen. En nu brengen wij vooraf de vraag in het midden; Waardoor wordt de ware kerk vervolgd? – Het is een valse of een afvallige kerk, die haar aanvalt. Wat verzet zich altijd tegen de ware godsdienst? – Het is altijd een valse of nagemaakte godsdienst. Wie heeft er ooit van gehoord, dat de burgerlijke macht Gods volk vervolgt, als zij er niet door de geestelijken toe wordt opgehitst. Het ene volk moge tegen het andere ten strijde trekken om zich over een werkelijke of vermeende belediging te wreken of met het doel om een groot grondgebied te verkrijgen zoals de heidenen Palestina herhaaldelijk zijn aangevallen; maar het ene volk vervolgt (let wel op – vervolgt) het andere niet wegens enig verschil van godsdienst, tenzij de overheden er door een godsdienstig fanaticisme toe worden aangezet.
Nu moet men niet uit het oog verliezen, dat de draak, het luipaard, en het beest met horens als die van het lam, alle vervolgende machten zijn. Zij zijn bezield met haat en wrevel tegen Gods volk. Dit feit alleen levert een afdoend bewijs, dat in elk geval de burgerlijke door de geestelijke macht bestuurd wordt. Neem de draak bijvoorbeeld: wat wordt daardoor afgebeeld? Het Romeinse rijk, zo luidt het antwoord zonder enige bedenking. Maar daarmee is het nog niet afgedaan. Niemand is met zulk een antwoord tevreden; het is te onbepaald. Een volkomen antwoord, en waarmee allen instemmen, is dat hier het heidense – Romeinse rijk bedoeld wordt.
Doch zodra wij het woord heidens er aan toevoegen, doet ons dit aan godsdienst denken: want de heidense leer is het grootste bedrog, dat Satan op godsdienstig gebied heeft ingevoerd. De draak vertegenwoordigt daarom een geestelijke macht, omdat hij de voorstander van een valse leer is. En waarom heeft de draak Gods volk vervolgd? – Omdat de leer van Christus de doodsteek gaf aan het heidense ongeloof en bijgeloof, de afgoden in minachting bracht, en hun tempels ontvolkte. De godsdienstige snaar werd hierdoor aangeraakt, en daarom wreekte men zich door de christenen te vervolgen.
Het luipaard van hoofdstuk 13 is het tweede dier. Wat stelt dat voor?
Het antwoord luidt wederom: het Romeinse rijk. Maar dit rijk is al eerder door de draak afgebeeld geworden; waarom vindt men hier dan een verwisseling van symbool? Omdat het rijk een andere godsdienst heeft aangenomen; dit beest symboliseert Rome in zijn voorgewend, christelijk karakter. Deze verwisseling van godsdienst leidt noodzakelijk tot een verwisseling van symbolen. Dit dier verschilt slechts hierin van de draak, dat het een andere godsdienstige toestand afbeeldt. En daarom zou het verkeerd zijn te stellen, dat het alleen de burgerlijke macht van Rome aanduidt.
Aan dit beest geeft de draak zijn kracht, en zijn troon, en grote macht. Welke macht is opvolgster geworden van het heidense – Romeinse rijk? Een ieder weet, dat het pausdom zich op die troon geplaatst heeft. En het doet hier niets ter zake hoe, of wanneer dit gebeurd is, een ieder erkent het feit, dat de pauselijke macht het heidense rijk opgevolgd is. De twee fasen van het rijk worden hier achtereenvolgens voorgesteld; eerst Rome onder heidens en daarna onder pauselijk bewind.
Hiertegen kan men de bedenking inbrengen, dat het luipaard en het beest met horens als die van een lam samen genomen het pausdom symbolisch voorstellen, en dat de draak zijn kracht, en zijn troon, en grote macht aan deze heeft gegeven. Maar dit strookt niet met de profetie. Er is uitsluitend sprake van de draak en het luipaard. Aan het luipaard alleen doet hij afstand van zijn kracht, en troon, en macht.
Dit beest ontvangt een dodelijke wonde aan een van zijn hoofden, die later weer geneest; achter dit beest verwondert zich de gehele aarde; bovendien heeft dit beest een mond, waarmee het grote dingen en godslasterlijke woorden spreekt; ook voert het 1260 jaren oorlog tegen de heiligen. En let wel, dit alles doet het voordat het beest met horens als van een lam op het wereldtoneel verschijnt. En daarom besluiten wij, dat het luipaard het Romeinse rijk onder zijn pauselijke fase voorstelt. Om deze overeenkomst nog duidelijker voor te stellen, zullen wij een vergelijking maken tussen de kleine horen van Dan.7: 8, 20, 24, 25, en deze macht. Uit deze vergelijking zal blijken, dat de kleine horen en het luipaard dezelfde macht voorstellen. En dat de kleine horen een symbool is van het pausdom, wordt door allen erkend. De zes punten van overeenkomst zijn deze:
1. De kleine horen is een godslasterlijke macht. Het zal “woorden spreken tegen de Allerhoogste”. Dan.7: 25. Het beest van Openb.13: 6 doet het insgelijks: “Het opende zijnen mond tot lastering tegen God”.
2. De kleine horen voerde strijd tegen de heiligen en overmocht ze. Dan.7: 21. Van het beest lezen wij: “En hem werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen” Openb.13: 7.
3. De kleine horen had een mond vol grootspraak. Dan.7:8,20. Van dit beest zegt Openb.13:5: “En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt”.
4. De kleine horen komt op uit het overblijfsel van het heidense Romeinse rijk. Dit beest is op dezelfde tijd opgestaan: want de draak, het heidense Rome, gaf daaraan zijn kracht en troon, en grote macht.
5. De kleine horen zou zijn macht een tijd, en tijden en een halve tijd, of 1260 jaren, uitoefenen. Dan.7: 25. Dit beest doet het twee en veertig maanden, - ook 1260 jaren. Openb.13: 5.
6. Aan het einde van genoemd tijdperk zou men de kleine horen zijn heerschappij ontnemen. Dan.7: 26. Aan het einde van hetzelfde tijdperk zou het beest ook “in de gevangenis” geleid worden. Openb.13: 10. Beide specificaties zijn op de gezette tijd vervuld door de gevangenneming en de verbanning van de Paus in 1798, en de tijdelijke omverwerping van het pausdom in Frankrijk. Deze punten bewijzen een besliste overeenkomst; en als de profetie nu twee symbolen bezigt, zoals zij in dit geval doet, en ze op twee machten toepast, die te gelijkertijd te voorschijn treden dezelfde plaats innemen, even lang heerschappij voeren, hetzelfde karakter bezitten, hetzelfde werk doen, en uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan, dan moet men uit die gegevens besluiten, dat dezelfde macht door verschillende symbolen wordt afgebeeld.
De kleine horen en het op een luipaard lijkende beest van Openb.13 komen in alle bijzonderheden overeen. Allen erkennen, dat de kleine horen een zinnebeeld is van het pausdom; en als men oprecht is moet men toestemmen, dat het op het luipaard gelijkende beest dezelfde macht voorstelt. Wie dit loochent, moet bewijzen, dat er gelijktijdig en op dezelfde plaats met het pausdom een andere macht ontstaan is, die even lang heerschappij heeft gevoerd, hetzelfde werk heeft verricht, hetzelfde karakter bezat, en uiteindelijk hetzelfde lot heeft moeten ondergaan, en toch een geheel verschillende macht is geweest.
Het hoofd, dat door een dodelijke wonde werd getroffen, is het pausdom. Wij worden tot deze conclusie gedwongen door de grondstelling, dat alles, wat in de profetie van een symbool gezegd wordt, slechts zolang op een macht van toepassing is, als de macht door dat symbool wordt voorgesteld.
Rome wordt door twee zinnebeelden, de draak en het op een luipaard lijkende beest, afgebeeld, omdat deze macht onder twee fasen te voorschijn treedt; en wat daarom van de draak gezegd wordt, heeft betrekking op het heidense Romeinse rijk, terwijl het beest dat op een luipaard lijkt op Rome in zijn voorgewende Christelijke vorm wijst.
De verwonding aan het hoofd en de gevangenneming hebben dezelfde betekenis. Openb.13:10. Deze wonde werd toegebracht, toen de Paus door Berthier, een Frans generaal, gevangen werd genomen en zijn heerschappij, in 1798, voor een tijd vernietigd was. Beroofd van zijn burgerlijke en geestelijke macht, werd Paus Pius VI s’ lands balling en stierf op 29 Augustus, 1799, te Valencia, Frankrijk. Maar de dodelijke wonde wordt genezen door het herstel van het pauselijke gezag.
Dit beest opent zijn mond in lastering tegen God om Zijn naam te lasteren. En wat is meer lasterlijk, dan zich de titels aan te matigen waarop de pausen aanspraak maken? Zij noemen zich Here God de paus, Koning der koningen en Heer der heren, Koning der wereld, Heilige Vader, Stedehouder Gods op aarde, de Leeuw van Juda’s stam, en meer andere titels, welke Christus alleen toekomen. Bovendien is in 1870 de paus onfeilbaar verklaard.
Hij lastert Gods tabernakel door de aandacht van zijn aanhangers bij zijn eigen troon en paleis te bepalen in plaats van ze op de tabernakel in de hemel te vestigen. Hij wendt hun gedachten af van het Jeruzalem, dat boven is, en verwijst ze naar de eeuwige stad, Rome. Hij lastert hen, die in de hemel wonen, door zijn voorgewende vergiffenis van zonden te schenken in plaats van de mensen te wijzen op het middelaarswerk van Christus in het hemelse heiligdom.
Openbaring 13: 10 zinspeelt duidelijk op hetgeen in 1798 is voorgevallen, toen de macht, die de heiligen des Allerhoogste 1260 jaren lang vervolgd had, zelf in de gevangenis werd geleid. (Hoeksteen 40- blz.7-9)
|