De vroege en late regen

Vroege en late regen is een begrip dat ontleend is aan de natuur en dit is een illustratie van de werkingen van de Heilige Geest in de gemeente en in de leden van kerk. Het wordt gevonden in Joël 2 en wordt later in de Handelingen der apostelen geciteerd om aan te geven dat de apostelen niet vol zoete wijn zijn, maar dat de Heilige Geest gekomen is.

Zie Handelingen 2.

Nu leert het Nieuwe Testament dat het werk van de Heilige Geest bestudeerd moet worden onder twee aspecten:
De gaven van de Geest.
De vruchten van de Geest.

1. "Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen zodanigen is de wet niet". Gal.5: 22 – 23.

2. De gaven van de Geest zijn een heel andere aard. Zij zijn ook niet blijvend. Als ze niet meer nodig zijn worden zij weer terug genomen zoals ze gegeven zijn. De apostel vertelt ons dat zij een rol spelen bij de opbouw van de gemeente en als zodanig uiterst noodzakelijk.
Maar als het volmaakte gekomen is wordt dat wat ten dele is (de gaven), te niet gedaan. Let goed op de argumenten van de apostel.

Verscheidenheid der geestelijke gaven

"En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij ontwetende zijt.
Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naardat gij geleid werd. Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus de Heere te zijn, dan door de Heilige Geest.

En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid der bediening, en het is dezelfde Heere; en er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God. Die alles in allen werkt.

Maar aan een ieder wordt openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen nuttig is.
Want deze wordt door de Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door dezelfde Geest.

En een ander het geloof, door dezelfde Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door dezelfde Geest; en een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen.

Doch al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, delende aan een ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil.

Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit éne lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt. Want ook het lichaam is niet één lid met vele leden.
Indien de voet zeide: Omdat ik de hand niet ben, zo ben ik het lichaam niet; is hij daarom niet van het lichaam? En indien het oor zeide: Omdat ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; Is het daarom niet van het lichaam?

Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn?

Maar nu heeft God de leden gezet, een ieder ervan in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft.
Waren zij alle maar één lid, waar zou het lichaam zijn? Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar één lichaam. En het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb u niet van node; of ook het hoofd tot de voeten: ik heb u niet van node. Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste van het lichaam te zijn, die zijn nodig.

En die ons dunken de minst eervolle leden van het lichaam te zijn, die doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.
Doch onze sierlijke hebben het niet van node; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen gebrek eraan heeft.
Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen. En hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede. En gij zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.

En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, helpers, regeringen, menigerlei talen.

Zijn zij alle apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten?
Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?

Doch ijvert naar de beste gaven; en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is.

Uitnemendheid der liefde

Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.

En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud van de armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, omdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardig, zij is niet opgeblazen. Zij handelt niet ongeschikt, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd; zij denkt geen kwaad; Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden. Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden". 1.Kor.12:1 – 31; 13:1 – 10.

Om kort te zijn. De vrucht van de late regen is de vervolmaking van het karakter. De gave van de late regen is de Luide Roep die de boodschap tenslotte brengt tot elke wereldburger die een beslissing moet nemen voor of tegen Christus.

Alles wat de gemeente daarvoor nodig heeft aan gaven en talenten zal vrijelijk uitgedeeld worden door de Heilige Geest. Het zijn functionele gaven. Zoals de apostelen die ook bezaten. Zij brachten het evangelie in de hele wereld in een heel korte tijd. Wat de vrucht van de Geest betreft en de late regen vindt u een heel mooi hoofdstuk in de Geest der Profetie. Zie "Gedachten over de Openbaring" p. 212 – 217; T. M. 506 – 512.
Wat de late regen van Gods Geest en de Luide Roep aangaat vindt u een prachtig hoofdstuk in de Grote Strijd. Hoofdstuk 38 "De Laatste Waarschuwing". In Eerste Geschriften het hoofdstuk "De Luide Kreet". (Hoofdstuk 34).


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken