Daniel 9

Daniël hoofdstuk 9 heeft Jezus Christus als middelpunt. Dit blijkt onder andere uit de zeer nauwkeurige voorspelling van zijn eerste komst. Ons huidige hoofdstuk valt uiteen in drie delen, te weten: 1. Een inleiding die het hoofdstuk plaatst tegen de achtergrond van enkele profetieën van Jeremia. 2. Daniëls gebed. 3. Gabriëls uitleg van Daniël 8: 14.Daniël maakte zich zorgen over de 2300 avonden en morgens en het herstel van het heiligdom. Hij had een afschrift van Jeremia's profetieën bij zich en wist dat deze profeet iets had gezegd over de verwoesting van de tempel en Jeruzalem. Hij zocht de desbetreffende gedeelten op en las: "Na verloop van zeventig jaar zal Ik aan de koning van Babel en dit volk... hun ongerechtigheid bezoeken." Achtenzestig jaren waren verstreken sinds Nebukadnessar de eerste ballingen uit Jeruzalem wegvoerde. Nu waren de Medo-Perziërs heer en meester in Babylon. De zeventig jaren moesten bijna verstreken zijn! En toch lagen zowel Jeruzalem als de tempel nog in puin. Vooralsnog leek men geen aanstalten te maken daarin iets te veranderen.

Daniël las verder:"Want zo zegt de Here; Als voor Babel zeventigjaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats (Jeruzalem) terug te brengen. Want Ik weet welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden en ik zal naar u horen. Dan zult gij Mij zoeken en vinden wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart.

Dan zal Ik Mij door u laten vinden. Luidt het woord des Heren en in uw lot een keer brengen. Dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des Heren, en u terugbrengen naar de plaats waarvan Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren." Jeremia 29: 10-14.Daarom bad Daniël. En zijn gebeden bestrijken het grootste gedeelte van hoofdstuk 9. Terwijl Daniël aan het bidden is komt Gabriël opnieuw bij hem.
"... terwijl ik nog sprak in het gebed, kwam de man Gabriël, die ik tevoren gezien had in het gezicht, in ijlende vlucht tot vlak bij mij op de tijd van het avondoffer. En hij begon mij te onderrichten en sprak met mij en zeide: Daniël nu ben ik uitgegaan om u een klaar inzicht te geven. Bij het begin van uw smeekbede is er een woord uitgegaan, en ik ben gekomen om het u mede te delen, want gij zijt zeer bemind. Let dus op het woord en sla acht op het gezicht." Daniël 9: 21-23.

Hoewel de engel Gabriël de opdracht had gekregen om Daniël het gezicht te doen verstaan, (in Daniël 8: 15, 16) had hij maar een gedeeltelijke uitleg gegeven. Toen de profeet hoorde welke verschrikkelijke vervolgingen over de gemeente zouden komen, was hij aan het eind van zijn krachten. Hij kon de uitleg niet meer verwerken en de engel liet hem enige tijd met rust. Daniël zegt zelf: "En ik Daniël, was uitgeput en was enige dagen ziek." "En ik was verbijsterd over dat gezicht, maar niemand merkte het."Toch had God zijn boodschapper de opdracht gegeven: "Doe deze het gezicht verstaan." Die opdracht moest worden uitgevoerd. Daarom ging de

engel na enige tijd weer naar Danit en zei: "Daniël, nu ben ik uitgegaai om u een klaar inzicht te geven": "le dus op het woord en sla acht op he gezicht." Eén belangrijk punt in he gezicht was nog niet verklaard namelijk de periode van "de 2301 avonden en morgens". Daarom gin; de engel bij de hervatting van zij: uitleg dieper op dit onderwerp in: "Zeventig weken zijn bepaald over uu volk en uw heilige stad... Weet da: en versta: vanaf het ogenblik, dat he woord uitging om Jeruzalem t herstellen en te herbouwen tot op ee: gezalfde, een vorst, zijn zeven weker en twee en zestig weken lang zal he hersteld en herbouwd blijven, me plein en gracht, maar in de druk de tijden. en na de twee en zestig weke zal een gezalfde worden uitgeroeic terwijl er niets tegen hem is;... En h zal het verbond voor velen zww maken, een week lang; in de helft va de week zal hij slachtoffer en spijsoffi doen ophouden." Daniël 9: 24, 25, 2'

De engel was naar Daniël gestuul met de duidelijke opdracht hem h punt uit te leggen dat hij in het gezic: van het achtste hoofdstuk niet h2 begrepen: "twee duizend driehonde: avonden en morgens; dan zal h heiligdom in rechte staat herste worden." Nadat de engel had gezel "Let dus op het woord en sla acht c het gezicht", begon hij onmiddelli aan zijn uitleg: "zeventig weken zi bepaald over uw volk en uw heili, stad." Het woord dat vertaald is de `bepaald' betekent letterlijk`afgesneden'. Zeventig weken of 490 jaren zijn volgens de engel afgesneden voor het Joodse volk. Maar waarvan zijn ze afgesneden? Daar er in hoofdstuk 8 alleen sprake is van één periode, moeten de zeventig weken daarvan afgesneden zijn. De zeventig weken zijn dus een stuk van de 2300 avonden en morgens en de twee periodes hebben hetzelfde beginpunt. De engel zei dat de zeventig weken begonnen op het ogenblik dat het bevel uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen. Als men die datum kon vaststellen, had men meteen ook het begin van de 2300 avonden en morgens. Dit decreet kunnen we in het zevende hoofdstuk van Ezra, vers 12-26, vinden. De volledige tekst werd door Artaxerxes (Artachsasta), koning van Perzië, afgekondigd in 457 v.Chr. Maar in Ezra 6: 14 lezen wij dat de bouw voltooid werd "volgens het bevel van Kores, Darius en Artachsasta, koning van Perzië." Deze drie koningen brachten door hun afkondiging, bevestiging en aanvulling het bevel tot de volmaaktheid die nodig was om het begin van de profetie van de twee duizend driehonderd avonden en morgens aan te duiden. Als men 457 v. Chr. als uitgangspunt voor de berekening aanneemt, kan men vaststellen dat elk detail in verband met de zeventig weken in vervulling is gegaan.

"Vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en twee en zestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven": in totaal dus
negenenzestig weken of 483 jaar. Het decreet van Artaxerxes werd van kracht in de herfst van 457 v.Chr. Vanaf deze datum gerekend reiken de 483 jaar tot de herfst van 27 na Chr. Op dat ogenblik ging deze profetie in vervulling. Het woord Messias betekent `de Gezalfde'. In de herfst van 27 na Chr. werd Jezus door Johannes gedoopt en werd Hij door de Heilige Geest gezalfd. De apostel Petrus zegt dat "God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd." Handelingen 10: 38. Christus verklaarde zelf: "De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen." Lucas 4: 18. Na zijn doop ging Jezus naar Galilea "om het evangelie Gods te prediken, en Hij zeide: De tijd is vervuld." Marcus 1: 14, 15."En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang." Dat is de zeventigste week, de laatste zeven jaar van de periode die voor de Joden `bepaald' was. In deze periode tussen 27 en 34 na Chr. richtte Jezus Zich eerst zelf en daarna door zijn discipelen in het bijzonder tot de Joden met de evangelieboodschap. Toen de apostelen vertrokken om het goede nieuws van het Koninkrijk te verspreiden, zei Jezus: "Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen: begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls." Mattei s 10: 5, 6."In de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden." In 31 na Chr., drie en een halfjaar na zijn doop, werd Christus
gekruisigd. Met het grote offer van Golgotha kwam er ook een einde aan de offers die vierduizend jaar lang hadden gewezen op het Lam van God. Het beeld werd door zijn tegenbeeld vervangen en daardoor kwam er ook een einde aan "slachtoffer en spijsoffer" van de ceremoniële wetgeving.De zeventig profetische weken of490 letterlijke jaren die vooral voor het Joodse volk waren `bepaald', eindigden dus in 34 na Chr. In dat jaar bezegelde het volk zijn verwerping van het evangelie door het optreden van het Sanhedrin, waardoor Stefanus werd gestenigd en de volgelingen van Christus werden vervolgd. Toen werd de reddingsboodschap niet meer alleen aan het uitverkoren volk, maar aan de hele wereld gebracht. De discipelen moesten vanwege de vervolgingen in Jeruzalem de stad verlaten. "Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende." "En Filippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus." Petrus werd door de Heilige Geest geleid toen hij "het goede nieuws" aan de hoofdman uit Ceasarea, de godvrezende Cornelius, bracht. En de vurige Paulus, die bekeerd werd, moest het goede nieuws "ver weg, naar de heidenen" brengen. Handelingen 8: 4, 5 en 22: 21.

"Zeventig weken zijn bepaald over uw
volk en de heilige stad, om de
overtreding te voleindigen, de zonde
af te sluiten, de ongerechtigheid te
verzoenen, en om een eeuwige
gerechtigheid te brengen, gezicht enprofeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven." Daniël 9: 24.Aan het einde van de 70 weken zou overtreding, zonde en ongerechtigheid voleindigd, afgesloten en verzoend worden door de dood van de Messias. (Hebreeën 1: 2, 3). Een eeuwige gerechtigheid, de Messias, zou gebracht worden.

De Messias zou de eeuwige gerechtigheid van zijn volk worden door zijn opstanding. (Romeinen 4: 25).De zeventig weken bezegelden (verzegelden st.vert.) het gezicht en de profeet. Verzegelen heeft de betekenis van onverbrekelijk vast stellen en van geheim houden. De vervulling van de profetie van de 70 weken op de juiste tijd bevestigde het hele gezicht. Het gezicht van de 2300 jaardagen werd verzegeld, geheim gemaakt, door er 70 weken af te snijden. Als er verzegeld wordt door af te snijden kan er ontzegeld worden door er opnieuw aan te plakken. De 70 weken zijn dus een integrerend deel van het hele gezicht van de 2300 jaren. Zeventig weken zijn afgesneden om iets allerheiligst te zalven. De Hebreeuwse woorden die hier gebruikt worden, zijn nooit van toepassing op personen. Verschillende commentaren wijzen daarop. "De uitdrukking werd altijd gebruikt voor heilige dingen of plaatsen: de tent der samenkomst, de tempel of het gebied dat bij de tempel hoorde, de altaren en de heilige vaten. Dit bijna universele gebruik van `allerheiligst' dwingt ons ertoe om de uitdrukking uit te leggen als zijnde de tempel of, in het bijzonder, het brandofferaltaar. De middel-positie wordt ingenomen door sommige vroeg protestantse commentaren die wijzen op de hemelse tempel die Hij (Jezus) zou inwijden. (zie Hebr. 8)" I.C.C. band Daniël blz. 375-376. Montgomery. Het heiligdom van het gezicht was niet het heiligdom in Jeruzalem, maar het heiligdom dat gezalfd werd aan het einde van de zeventig weken was het hemelse heiligdom. Dat heiligdom werd in gebruik genomen kort nadat Jezus ten hemel voer en Jezus werd de Hogepriester. Nadat dit heiligdom ingewijd was en gezalfd, stortte Hij de Heilige Geest uit. Hand. 2: 33

Wat betreft de stad en de tempel waar Daniël zich zoveel zorgen om maakte, zegt de engel:
"... zeven weken en twee en zestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden... en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten, maar zijn einde zal zijn in de overstroming: en tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is." Daniël 9: 25, 26. Het volk dat hier aangeduid wordt, is het heidens Romeinse rijk. Rome verwoestte het heiligdom en de stad Jeruzalem in 70 n. Chr. Dit volk zou uiteindelijk ten onder gaan in een overstromende vloed. (St. Vert.). De hier bedoelde overstromende vloed is de volksverhuizing. Tien volksstammen overspoelden het Romeinse rijk en maakten er een einde aan. Dat was echter niet het einde van de oorlog. Verwoestingen gaan door tot het einde.
"... en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is." Daniël 9: 27. Toen het Romeinse rijk ten onder was gegaan kwam er een nieuwe macht, een verwoester tot het einde toe. Op de puinhopen van het Romeinse rijk kwam het pausdom als een sfinx omhoog. `Op vleugelen van gruwelen'. Het pausdom is een geestelijke macht die in stand gehouden wordt en opkwam door alle gruwelen in zich op te nemen die zich in het Romeinse rijk bevonden.

De profetieën zijn tot in de kleinste bijzonderheden uitgekomen. Het lijdt dan ook niet de minste twijfel dat de zeventig weken in 457 v. Chr. begonnen en in 34 na Chr. eindigden. Het is dan niet moeilijk te bepalen wanneer de tweeduizend driehonderd avonden en morgens eindigen. De zeventig weken of 490 dagen waren afgesneden van het grotere stuk van de 2300 jaardagen. Er blijven dus nog 1810 jaardagen over. Als men bij 34 na Chr. 1810 jaar optelt, komt men in 1844.
Volgens de engel zou bij 1 verstrijken van deze periode "1 heiligdom in rechte staat herstc (gereinigd) worden." Daniël 8: 14. Hier gaat het om het heiligdom in hemel waar Jezus zijn dienst ; hogepriester verricht. In het gezicht van Daniël 8 zijn l heiligdom en het volk van God heer) onlosmakelijk met elk, verbonden. Zij werden beid vertrapt. In Daniël 8: 13 werd volgende vraag gesteld: "Hoelang dit gezicht gelden... het prijsge„ van het heiligdom en het vertrapt van het heer." Het antwoord geldt c voor zowel het heiligdom als het vc van God. Aan het einde van de 23 jaren zullen zij dan ook beid gereinigd worden. Jezus is onze Hogepriester en z dienst in het hemelse heiligdom is "de overtreding te voleindigen, zonde af te sluiten, de ongerechtigh te verzoenen en om een eeuwi gerechtigheid te brengen" voor 't volk.
Paulus beschrijft de dienst van Je; op deze manier: "En nagenoeg alles wordt volgens wet met bloed gereinigd, en zong bloedstorting geschiedt er ge vergeving. Noodzakelijk moesten c hiermede de afbeeldingen van hemelse dingen gereinigd word maar de hemelse dingen zelf r betere offeranden dan deze. W Christus is niet binnengegaan in i heiligdom met handen gemaakt, i afbeelding van het ware, maar in hemel zelf, om thans ons ten goe voor het aangezicht Gods verschijnen... maar thans is éénmaal, bij de voleinding eeuwen, verschenen om door zijn o de zonde weg te docn." Hebreeër 22-24,26.


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken