Rechtvaardiging door het geloof is de Derde Engel Boodschap in werkelijkheid De Heilige Geest wordt uitgestort door de prediking van het Woord van God. Wetende dat de prediking de verkondiging van de gerechtigheid door het geloof behelst, moeten wij inzien wat de boodschap van gerechtigheid door geloof is. Volgens E.G. White is het de derde engel boodschap. Dat betekent de boodschappen van de drie engelen uit Openbaring 14.
"Verscheidene mensen hebben mij geschreven om te informeren of de boodschap van gerechtigheid door geloof de derde engel boodschap is en ik heb geantwoord: Het is de boodschap van de derde engel in werkelijkheid." (RH april 1890) "De God des hemels zal Zijn oordelen voor ongehoorzaamheid en overtreding niet over de wereld laten gaan, totdat Hij Zijn wachters gezonden heeft om te waarschuwen. Hij zal de genadetijd niet afsluiten voordat de boodschap duidelijker zal zijn verkondigd. De wet van God moet verhoogd worden; de eisen ervan moeten worden voorgesteld in hun ware heilige aard, zodat de mensen voor of tegen de waarheid kunnen beslissen. Toch zal het werk worden afgesneden in gerechtigheid. De boodschap van Christus' gerechtigheid moet klinken van het éne eind van de aarde tot het andere om de weg des Heren te bereiden. Dit is Gods heerlijkheid, die het werk van de derde engel afsluit." (6 T. 19)
"In Zijn grote genade heeft God een zeer kostbare boodschap aan Zijn volk gegeven door de broeders Waggoner en Jones. Deze boodschap van de verhoogde Heiland, het offer voor de zonden van de gehele wereld moest meer op de voorgrond gebracht worden. Het stelde rechtvaardiging door geloof in de Borg voor en nodigde de mensen uit de gerechtigheid van Christus te ontvangen, die geopenbaard wordt door gehoorzaamheid aan alle geboden van God. Velen hadden Jezus uit het oog verloren. Het was nodig dat hun ogen gericht werden op Zijn goddelijke Persoon, Zijn verdiensten en Zijn onveranderlijke liefde voor de menselijke familie. Alle macht is in Zijn handen gegeven, opdat Hij Zijn rijke gaven kon uitdelen aan de mensen en de onschatbare gave van Zijn eigen gerechtigheid kon uitdelen aan de hulpeloze mens. Dit is de boodschap die God aan de wereld wilde geven. Dit is de drie engelenboodschap die met luider stem verkondigd moet worden vergezeld door de uitstorting van Zijn Geest in grote mate. De verheven Heiland zal verschijnen in zijn doeltreffende werk als het geslachte Lam, zittend op de troon om de onschatbare zegeningen van het verbond uit te delen, de weldaden die Hij kocht door Zijn dood voor iedere ziel die in Hem zou geloven. Johannes kon die liefde niet in woorden uitdrukken; het was te diep, te wijd; hij doet een beroep op het menselijk geslacht om het te aanschouwen. In de hemelse hoven pleit Christus voor de gemeente voor hen voor wie Hij de prijs met Zijn levensbloed betaalde.
Zelfs eeuwen van tijd kunnen de doeltreffendheid van dit verzoenend offer nooit verminderen. De boodschap van het evangelie van Zijn genade moest aan de gemeente gegeven worden in heldere duidelijke lijnen, zodat de wereld niet langer zou zeggen dat de Zevende-dags Adventisten over de wet praten, maar Christus niet geloven of leren. De doeltreffendheid van het bloed van Christus moest aan het volk met frisheid en kracht worden voorgesteld, opdat hun geloof beslag zou leggen op Zijn verdiensten. Zoals de hogepriester het warme bloed sprenkelde op het verzoendeksel, terwijl een geurige wolk wierook opsteeg voor God, zo moeten onze gebeden opstijgen naar de hemel geurend van de verdiensten van het karakter van onze Heiland terwijl wij onze zonden belijden en pleiten op het doeltreffende verzoenende bloed van Christus. Niettegenstaande onze onwaardigheid moeten wij altijd onthouden dat er Één is Die zonden kan wegnemen en de zondaar redden. Iedere zonde die voor God met een berouwvol hart werd beleden, zal Hij wegnemen. Dit geloof is het leven van de gemeente. Zoals de slang in de woestijn door Mozes verhoogd werd en allen die door de vurige slangen waren gebeten moesten opzien en leven, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, "zodat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe."
Tenzij hij het tot een levenswerk maakt op te zien naar de verheven Heiland en in geloof de verdiensten aanneemt waarop hij een beroep mag doen, kan de zondaar net zomin gered worden als Petrus op het water kon lopen, tenzij hij zijn ogen vast op Jezus gericht hield. Het is steeds Satan's vastbesloten doel geweest Jezus uit het zicht te houden en de mensen ertoe te leiden op elkaar te zien en op elkaar te vertrouwen en zo opgevoed te worden dat ze hulp van mensen verwacht, maar niet op Jezus gezien in wie onze hoop voor eeuwig leven gevestigd moet zijn. Daarom heeft God aan Zijn dienstknechten een getuigenis gegeven dat de waarheid, zoals die in Jezus is, voorstelde, dat is de boodschap van de derde engel, in heldere en duidelijke lijnen." (TM 91-93)
Ellen White vertelt ons een aantal keren dat "gerechtigheid door geloof' de boodschap van de derde engel uit Openbaring 14 is. Zij zegt dat het de drie engelen boodschap is in heldere en duidelijke lijnen. Wat betekent dit? Het betekent dat deze boodschap moet worden toegepast op iedereen die op aarde leeft, als de tegenwoordige waarheid. * De boodschap van de eerste engel is dat het oordeelsuur is gekomen om de levenden te oordelen; het oordelen. Het is echter nu nog toekomst: nu worden de doden geoordeeld.
* De boodschap van de tweede engel is dat Babyion is gevallen. Die val gaat geleidelijk en is nog niet volledig. Als echter in de VS de zondagswet wordt uitgevaardigd, dan zal de val volledig zijn. * De boodschap van de derde engel is dat het zegel van God en het merkteken van het beest nu tegenwoordige tijd zijn. Nu is het nog toekomst.
Als al deze dingen tegenwoordige werkelijkheid zijn, zal de boodschap met luider stem worden verkondigd. Maar denk eraan, als uw zaak in het oordeel opkomt als tegenwoordige werkelijkheid, dan is er slechts één ding dat belangrijk is "de gerechtigheid van Christus", die door geloofde onze is en alle andere dingen zijn op dat moment van geen belang. De goedkeuring in de uitkomst van het oordeel is de uitstorting van de late regen. De late regen en zijn vrucht Vanuit de Schrift weten wij dat er verschil bestaat tussen de vrucht van de Geest en de gaven van de Geest. "Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet." (Gal.5: 22-23) De gaven van de Geest worden voor een speciaal doel aan de gemeente gegeven en voor haar activiteiten in de wereld. De apostel Paulus geeft ons een heel goede illustratie overgaven in 1 Cor. 12 en 13.
De apostel vertelt ons dat, nadat de gemeente volmaakt is gemaakt en haar doel bereikt is, God de gaven zal terugtrekken; zij zullen ophouden nodig te zijn. Maar de vrucht zal altijd blijven, (l Cor. 13: 13)
Ellen White geeft ons een gedetailleerde beschrijving van de Heilige Geest en het vrucht dragen door de late regen: "Bidt voor de late regen. Vraagt van de HERE regen ten tijde van de late regen. De Here maakt de bliksemschichten een stortregen zal Hij hun geven. Regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen." In het oosten valt de vroege regen en in de zaaitijd. Dat is noodzakelijk opdat het zaad kan ontkiemen. Onder invloed van de vruchtbaar makende regens,
komen de tere spruiten op. De late regen die aan het einde van het seizoen valt, rijpt het graan en maakt het klaar voor de sikkel. De Heer gebruikt dit
natuurlijke gebeuren om het werk van de Heilige Geest voor te stellen. Zoals de dauw en de regen eerst gegeven zijn om het zaad te doen ontkiemen en dan om de oogst te laten rijpen, zo wordt de Heilige Geest gegeven om van de éne fase voort te gaan naar de andere in het proces van geestelijke groei. De rijping van het graan stelt de voltooiing voor van het werk van Gods genade in de ziel. Door de kracht van de Heilige Geest moet het morele beeld van God in het karakter vervolmaakt worden. Wij moeten geheel worden veranderd tot de gelijkenis van Christus." T.M.506
De Heilige Geest brengt de ziel, het karakter, tot volmaaktheid. Hij doet dat van de ene fase naar de volgende: "Eerst de halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar." Mat. 4:28. De natuur heeft drie fases in het groeiproces totdat het volwassenheid bereikt. Het is interessant dat eerst alle energie wordt doorgegeven naar de halm, hierna gaat alle energie naar de volgende fase, de aar, en de laatste stap is dat alle energie gaat naar het vullen van de aar. Dit zijn dezelfde stappen als in het heiligdom. De voorhof is de plaats om te sterven en op te staan in nieuwheid des levens - rechtvaardiging. Dan volgt de heiliging en die wordt weer gevolgd door vervolmaking door de late regen en de uitdelging van zonden.
De late regen die de oogst van de aarde rijpt, vertegenwoordigt de geestelijke genade die de gemeente voorbereidt op de komst van de Zoon des mensen.
Maar tenzij de vroege regen gevallen is, zal er geen leven zijn. De groene halm zal niet ontluiken tenzij de vroege regens hun werk hebben gedaan, kan de late regen geen zaad tot volmaaktheid brengen. Het moet zo zijn: "Eerst de halm, daarna de aar, daarna het volle koren in de aar." Er moet een voortdurende ontwikkeling van christelijke deugd zijn, voortdurende vooruitgang in christelijke ervaringen. Dit moeten wij met reikhalzend verlangen zoeken, zodat wij de leer van Christus onze Heiland kunnen uitdragen. (RH 2 maart, 1897)
Als de fases elkaar niet opvolgen zal er aan het eind geen verlossing zijn. Net zoals in de natuur de aar zich niet zal kunnen ontwikkelen zonder de halm, zal er geen rijping van het graan kunnen zijn als er geen aar is. Zo moet er in het leven van de gelovige ook een voortdurende ontwikkeling van christelijke genade zijn. Velen zijn in grote mate tekort geschoten in het ontvangen van de vroege regen. Alle weldaden waarin God voor hen heeft voorzien, hebben zij niet verkregen. Zij verwachten dat in dit tekort zal worden voorzien door de late regen. Wanneer de rijkste overvloed van genade zal worden uitgestort, zijn zij van plan hun harten te openen om die te ontvangen. Zij maken een vreselijke fout.
Het werk dat God in het menselijke hart is begonnen door het geven van Zijn licht en kennis moet steeds voorwaarts gaan. Iedereen moet zich van zijn eigen noden bewust zijn. Het hart moet van iedere vervuiling worden ontdaan en worden gereinigd voor de inwoning van de Geest. Door belijdenis en nalaten van zonde, door ernstig gebed en heiliging van zichzelf voor God, hebben de discipelen zich voorbereid voor de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag. Hetzelfde werk moet nu gedaan worden, alleen in grotere mate. Dan behoeft de mens alleen maar te vragen om de zegening en te wachten op de Heer om het werk voor hem te vervolmaken.
Het is God die het werk begonnen is, en Hij zal Zijn werk afmaken en de mens in Jezus Christus volmaakt maken. Maar er moet geen veronachtzaming zijn van de genade die door de vroege regen is voorgesteld. Alleen zij die leven naar het licht dat zij hebben, zullen groter licht ontvangen. Tenzij zij dagelijks vooruit gaan in het geven van een voorbeeld in christelijke deugden, zullen wij de openbaring van de Heilige Geest in de late regen niet herkennen. Het kan zijn dat die neervalt op harten om ons heen, maar wij zullen die noch onderscheiden noch ontvangen." (TM 507) Heiliging is een dagelijkse groei en heiliging is het belijden van zonden en die wegdoen. Heiliging is reiniging, dagelijkse reiniging. De apostel Paulus zei: "Ik sterf dagelijks."
"Op geen enkel punt in onze ervaring kunnen wij het stellen zonder de hulp van hetgeen ons in staat stelt een eerste begin te maken. De zegeningen, ontvangen tijdens de vroege regen, zijn nodig tot het eind. Toch zullen die alleen niet voldoende zijn. Terwijl wij de zegeningen van de vroege regen koesteren, moeten wij aan de andere kant ook niet uit het oog verliezen dat, zonder de late regen om de aren te vullen en het graan te doen rijpen, de oogst tevergeefs zal zijn geweest. Aan het begin is goddelijke genade nodig en goddelijke genade bij iedere stap vooruit en alleen goddelijke genade kan het werk afmaken. Er is voor ons geen plaats om in een zorgeloze houding te rusten. Wij mogen nooit de waarschuwingen van Christus vergeten:
"Waakt en bidt." "Waakt en bidt altijd." Voor onze vooruitgang is het van wezenlijk belang dat wij ieder ogenblik in verbinding staat met de Godheid. Het kan zijn dat wij iets van de Geest van God hebben ontvangen, maar door gebed en geloof moeten wij voortdurend zoeken naar meer van de Geest. Onze pogingen mogen nooit ophouden. Als wij niet vooruit gaan, als wij niet de houding hebben om zowel de vroege als de late regen graag te ontvangen, zal onze ziel verloren gaan, en de verantwoordelijkheid ervoor ligt bij onszelf.
Wat doet een boer die een veld met tarwe heeft, maar de korenaar is niet gevuld? Gaat hij het oogsten? Nee, helemaal niet. Als het koren in de laatste fase niet gerijpt is zet de boer er de ploeg in en ploegt heel de mislukte oogst onder en er zal geen oogst zijn.
"Vraag de Here om regen ten tijde van de late regen." Wees er niet gerust op dat in de gebruikelijke gang van de seizoenen de regen zal vallen. Vraag erom. De groei en de rijping van het zaad ligt niet in de hand van de landman. God alleen kan de oogst rijp maken. Maar de medewerking van de mens is vereist. Gods werk voor ons vraagt om de actie van ons verstand, de oefening van ons geloof.
Met ons hele hart moeten wij Gods gunst zoeken willen de regens van genade tot ons komen. Wij moeten iedere mogelijkheid om onszelf in het kanaal van zegen te plaatsen verbeteren. Christus heeft gezegd: "Waar twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn ben Ik in hun midden." De bijeenkomsten van de gemeente, zoals in kampmeetings, vergaderingen van de huisgemeenten en alle gelegenheden waar persoonlijk werk voor zielen wordt gedaan, zijn Gods aangewezen gelegenheden om de vroege en late regen te geven. (TM 508)
"Wij moeten onszelf plaatsen in het kanaal van zegen." Wat betekent dat? De Heilige Geest wordt uitgestort op de prediking van het Woord. Het Woord wordt gepredikt bij heilige samenkomsten van de gemeente. Misleid uzelf niet zegt de apostel. De Heilige Geest wordt uitgestort door het horen van geloof en niet door de werken der wet. (Gal. 3:1) Maar laat niemand denken dat door het bijwonen van deze vergaderingen hun plicht gedaan is. Alleen het bijwonen van alle gehouden vergaderingen zal op zichzelf de ziel geen zegen brengen. Het is geen onveranderlijke wet dat allen die de algemene vergaderingen of plaatselijke vergaderingen bijwonen, grote zegeningen van de hemel zullen ontvangen. De omstandigheden voor een rijke uitstorting van genade kunnen gunstig lijken. Maar God Zelf moet de regen opdracht geven te vallen. Daarom moeten wij niet nalatig zijn in het smeken.
Wij moeten niet rekenen op de gewone werking van de Voorzienigheid. Wij moeten bidden dat God de Bron van het water des levens wil ontzegelen. En wij zelf moeten het water des levens ontvangen. Laten wij met berouwvolle harten, zeer ernstig bidden dat nu, in de tijd van de late regen, de stortregens van genade op ons mogen vallen. In elke vergadering die wij bijwonen moeten onze gebeden opstijgen, dat God juist in deze tijd warmte en vochtigheid zal toebedelen aan onze zielen.
Terwijl wij God bidden om de Heilige Geest, zal dat in ons zachtmoedigheid en nederigheid van geest bewerken, een bewuste afhankelijkheid van God voor de vervolmakende late regen. Als wij in geloof bidden voor de zegeningen zullen wij die ontvangen zoals God heeft beloofd." (TM 509)
Denk niet dat gewoon toehoren de zegen brengt. Het moet het horen in geloof zijn. Maar geloof betekent begrijpen. Door geloof zegt de apostel, begrijpen wij. Het is het begrijpen van het Woord dat de zegen brengt. Maar God moet de zegen gebieden. Dat is de reden dat de zegen gegeven wordt op gebed. Gebed beweegt de arm van God. Nog een punt is dat wij de absolute noodzaak moeten inzien voor de vervolmaking door de late regen. De vroege regen is het bewuste vertrouwen op de vervolmakende late regen. Zachtmoedigheid en nederigheid van geest is de enige juiste houding voor de christen.
"De voortdurende mededeling van de Heilige Geest aan de gemeente wordt door de profeet Zacharia in een ander voorbeeld voorgesteld waarin een wonderlijke les is vol bemoediging voor ons. De profeet zegt: "De engel die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals men iemand uit de slaap wekt. Hij zeide tot mij: wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop…... ik hernam en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit mijn heer?
Hij antwoordde mij zeggende: Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel; niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zegt de HERE der heirscharen.….. Ik nam het woord en vroeg hem: Wat betekenen de twee olijftakken die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien? .….. Toen zeide hij: Zij zijn de twee gezalfden die vóór de Here der ganse aarde staan."
Vanuit de twee olijfbomen vloeide de gouden olie door gouden pijpen in de oliehouder van de kandelaar en vandaar in de gouden lampen die licht gaven in het heiligdom. Dus van de heiligen die in Gods tegenwoordigheid staan, wordt Zijn Geest meegedeeld aan menselijke werktuigen die toegewijd zijn aan de dienst.
De taak van de twee gezalfden is om het licht en de kracht door te geven aan Gods volk. Zij staan in Gods tegenwoordigheid opdat wij zegen zouden ontvangen. Zoals de olijfbomen zich ledigen in de gouden pijpen, zo proberen de hemelse boodschappers, alles wat zij van God ontvangen, door te geven. Heel de hemelse schat wacht op onze vraag en ontvangst, en zoals wij de zegen ontvangen moeten wij die op onze beurt weer doorgeven. Op deze manier worden de heilige lampen gevoed en wordt de gemeente een lichtdrager in de wereld.
Dit is het werk wat de Heer zou willen dat iedere ziel bereid is te doen in deze tijd, terwijl de vier engelen de vier winden tegenhouden, opdat zij niet zullen waaien totdat de dienstknechten Gods aan hun voorhoofden verzegeld zijn. Er is geen tijd voor eigen plezier. De lampen van de ziel moeten in orde gemaakt worden. Zij moeten worden voorzien van de genadeolie. Elke voorzorgsmaatregel moet worden genomen om geestelijke achteruitgang te voorkomen opdat de grote dag van de Heer ons niet overkomt als een dief in de nacht. Iedere getuige voor God moet nu verstandig werken in de lijnen die God heeft aangewezen.
Wij zouden dagelijks een diepe en levende ervaring in het vervolmakende werk van een christelijk karakter moeten verkrijgen. Wij zouden dagelijks de heilige olie moeten ontvangen, zodat wij aan anderen kunnen meedelen. Allen kunnen als zij willen, lichtdragers voor de wereld zijn. Wij moeten het eigen ik uit het zicht verliezen in Jezus. Wij moeten het woord van de Heer in raad en onderwijzing ontvangen en met blijdschap doorgeven. Er is nu veel gebed nodig. Christus gebiedt: "Bidt zonder ophouden," dat wil zeggen vestigt de gedachten omhoog op God, de bron van alle kracht en kunnen.
Het kan zijn dat wij het smalle pad lang gevolgd hebben, maar het is niet veilig dit als bewijs te nemen dat we het ook tot het eind toe zullen volgen. Als wij met God in de gemeenschap van de Geest hebben gewandeld, is dat omdat wij Hem dagelijks in geloof hebben gezocht. Vanuit de twee olijfbomen is de gouden olie die door de gouden pijpen vloeit, aan ons meegedeeld. Maar zij die de geest en gewoonte van gebed niet beoefenen kunnen niet verwachten de gouden olie van goedheid, geduld, lankmoedigheid, vriendelijkheid en liefde te ontvangen.
Een ieder moet zich afscheiden van de wereld, die vol ongerechtigheid is. Wij mogen niet een tijdlang met God wandelen en ons dan afscheiden van Zijn gezelschap en wandelen in de vonken die wij zelf hebben aangestoken. Er moet een standvastige voortgang zijn in geloofsdaden. Wij moeten God prijzen; Zijn heerlijkheid tonen in een rechtvaardig karakter. Niemand van ons zal de overwinning behalen zonder volhardende onvermoeide inspanningen, evenredig aan de waarde van het doel dat wij zoeken, dat is eeuwig leven.
De bedeling waarin wij nu leven moet, voor hen die het vragen, de bedeling zijn van de Heilige Geest. Vraag om Zijn zegen. Het is tijd dat wij dieper gaan in onze toewijding. Aan ons is het zware maar blijde, heerlijke werk opgedragen Christus te openbaren aan hen die in duisternis zijn. Wij zijn geroepen om de bijzondere waarheden voor deze tijd te verkondigen. Voor dit alles is de uitstorting van de Heilige Geest noodzakelijk. Wij moeten daarom bidden. De Heer verwacht van ons dat wij Hem zullen vragen. In dit werk zijn wij niet met ons hele hart bezig geweest.
"Wat kan ik uit de naam van de Heer aan mijn broeders zeggen? Welk deel van onze inspanningen is gedaan volgens het licht dat de Heer ons heeft willen geven? Wij kunnen niet vertrouwen op formaliteiten of uiterlijkheden. Wat wij nodig hebben is de levend makende invloed van de Heilige Geest van God. "Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zegt de Heer der heirscharen."
Bidt zonder ophouden en waakt door te werken in overeenstemming met uw gebeden. Naarmate u bidt, geloof, vertrouw in God. Het is de tijd van de late regen, waarop de Heer in grote mate van Zijn Heilige Geest zal geven. Wees vurig in gebed en waakzaam in de Geest." (TM 510-512) |