StartpaginaAlive artikelenDiverse Artikelen

De historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament staat al heel lang ter discussie. Maar er wordt een nieuwe aanval ondernomen. Er komt een nieuw genre op de markt, dat aangevoerd wordt door de Da Vinci Code. In het dagblad “de Gelderlander” van 2-06-2006 lees ik: De Da Vinci Code is een heel aardige speelfilm… Maar vergeet daarbij niet dat het om historische kitsch gaat die niets te maken heeft met de werkelijkheid… Historisch gezien is de film en het boek “gewoon broddelwerk.”

De Bijbel als boek is een feitenrelaas. Het boek begint met feiten. De schepping wordt beschreven als een feit. Dan volgt de zondeval, de zondvloed, Abraham, het volk van Israël en al de dingen die daar rondom gebeuren. Zij worden ons allereerst beschreven als feiten. Zo gaat het ook in het Nieuwe Testament. Ook dat begint met feiten. Eerst de geboorte van Johannes de doper. Zijn vader en zijn moeder. Zij worden bezocht door Maria die dan net zwanger is.

Dan wordt Jezus geboren. Dan zingen de engelen. Dan de herders en de wijzen. Ook dat is geen leer, geen theorie. Het zijn feiten. Van Maria wordt gezegd “zij bewaarde al deze dingen in haar hart”. Het gaat in de Bijbel allereerst om feiten. Dan begint Jezus zijn openbare werk. Op een bruiloft doet Hij zijn eerste wonder. In Nazareth houdt Hij zijn eerste preek waarvan wij de notulen bezitten. Die preek gaat opnieuw over feiten. Dan verkondigt Jezus zijn leer, in de Bergprediking en zie wat er gebeurt. De hoge en verheven principes worden door Jezus veranderd in feiten. Hier is Iemand die aan het kruis bidt voor zijn vijanden. Malchus, zijn vijand, krijgt een nieuw oor.

Een ander soort feiten siert het Nieuwe Testament. De door Jezus uitgezochte “ooggetuigen”, die later van Hem moeten getuigen, getuigen van hun ongeloof. Tot Petrus wordt gezegd: “Ga achter mij Satan.” Thomas gelooft eerst niet in de opstanding. Vrouwen komen het eerst bij het graf. Alle gebreken van de ooggetuigen worden breed uitgemeten door henzelf. Er is niets gekunstelds aan iets van deze feiten. Niemand had ze kunnen bedenken. Lucas vertelt ons aan het begin van zijn evangelie dat zijn verslag berust op “ooggetuigen.” (Lucas 1:2). Ook Petrus maakt daar melding van. Hij “was ooggetuige van Zijn Majesteit.” “Wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd.” 2 Petrus 1: 16. Zo werden de apostelen ook de wereld ingestuurd. “Gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in Judea en Samaria tot het uiterste der aarde.” Handelingen 1: 8.

Er zijn twee dingen die iemand tot getuige maakt. Allereerst moet hij het gezien hebben, en ten tweede moet hij de waarheid spreken “de waarheid, de waarheid alleen en niets dan de waarheid.” Dat moet hij zweren. Daarvoor heb je betrouwbare getuigen nodig. Waren de apostelen betrouwbare getuigen of waren het een stelletje mensen die vol zelfbedrog waren? Zie wat er gebeurde omdat zij betrouwbare getuigen waren. Op Johannes na zijn zij allemaal omgekomen als martelaar.

Jakobus de broeder van Johannes werd gedood in Jeruzalem. (onthoofd) Mattheüs werd omgebracht door het zwaard. Johannes werd in een pot met kokende olie geplaatst, maar ontkwam aan de dood en stierf een natuurlijke dood in Efeze. Nathanaël werd levend gevild op het commando van een barbaarse koning. Andreas werd gekruisigd en gebonden en op dat kruis predikte hij tot hij stierf. Thomas werd in India, in Madras met een speer doorstoken.

Petrus werd omgekeerd gekruisigd. Judas werd met een pijl doodgeschoten. Simon de Zeloot werd gekruisigd in Perzië. Mattias werd gestenigd, en toen onthoofd. Jacobus de zoon van Alfeüs werd met een knots geslagen tot hij stierf. Fillipus werd opgehangen aan een pilaar in Heriapolus in Phrygië. Allemaal martelaren omdat zij getuigden van het leven, het sterven en de opstanding van Christus. Wat meer is, hun getuigenis maakte weer nieuwe getuigen die tot in onze tijd getuigen van het leven, de dood en de opstanding van Jezus. “Allen die door hun woord aan mij geloven.” Joh.17.

Waren het echte getuigen? In de vier evangeliën en de Handelingen van de apostelen hebben wij een feitenrelaas opgetekend door vier mensen: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Markus schreef zijn evangelie op grond van gesprekken met Petrus. Er zijn genoeg bewijzen dat zij niet van elkaar geciteerd hebben. Het Johannes evangelie gaat meer over de prediking van Jezus en het getuigenis dat Jezus God is boven alles en gezegend tot in eeuwigheid.

Als het Nieuwe Testament allereerst een kader van feiten is waarin de verheven leer van Jezus tot leven komt, dan is het belangrijk wat getuigen te zeggen hebben. Dan is het ook belangrijk om vast te stellen dat de getuigen, echte ooggetuigen zijn. Een van de dingen die belangrijk zijn is dat het getuigenis van de getuigen aantoont dat ze zelfstandig getuigenis afleggen. Het gaat daarbij niet om mathematisch bewijs, het gaat om juridische waarheid. Er zijn bij de getuigenverslagen voldoende discrepanties die de onafhankelijkheid van de getuigenverklaringen aantonen.

Neem b.v. de kruiswoorden van Jezus. Er zijn zeven kruiswoorden maar we hebben vier evangelisten nodig om er achter te komen. Zij spreken allen de waarheid, maar het getuigenis is bij geen van allen volkomen.

1. Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten. Matt. 27:46; Marcus 15: 34.
2. Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Lucas 23: 34.
3. Voorwaar, Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het paradijs zijn. Lucas 23: 43.
4. Vader in uw handen beveel Ik Mijn geest. Lucas 23: 46.
5. Vrouw zie uw zoon, zie uw moeder. Joh. 19: 26-27.
6. Mij dorst. Johannes 19: 28.
7. Het is volbracht. Joh.19: 30.

Met de uitspraken van de hoofdman is dit hetzelfde.
1. Waarlijk dit was een Zoon Gods. Matt.27: 54.
2. Inderdaad, deze mens was rechtvaardig. Lucas 23: 47.

Wat zei de hoofdman? Hij deed beide uitspraken.

Johannes zag iets dat de anderen in de opwinding niet zagen. “Maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit. En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft.” Joh.19: 35.

Wat Johannes hier doet is erg belangrijk. Wij zagen dat er 2 dingen nodig zijn voor een getuige.

· Hij moet het gezien hebben.
· Hij moet onder ede getuigen dat het de waarheid is.

Dat is wat Johannes doet. Hij zegt ik heb het gezien en ik zweer dat het waar is. “Zijn getuigenis is waarachtig.”
Conclusie: Het Nieuwe Testament is een boek dat in een kader van feiten die waar gebeurd zijn, het plan plaatst om de mens te redden. Het Nieuwe Testament is een waar feiten relaas, en het getuigenis werd door de apostelen bezegeld met hun bloed. Zou Brown dat ook doen, zijn leven geven voor zijn “Da Vinci Code”? Waarom dan hinken op twee gedachten? Het Nieuwe Testament is waar, en zelfs tot in onze tijd wordt door de getuigen van dit boek hun getuigenis bezegeld met hun bloed. Het dagblad “de Gelderlander” heeft gelijk. De “Da Vinci Code is fraaie rommel.”

Maar Brown is zeker niet de eerste die de feiten van het Nieuwe Testament loochent. De theologen gingen voorop in “de historische kritische methode”. Deze methode is net als de Da Vinci Code fraaie rommel, historische kitsch.

Als het kader van feiten in het Nieuwe Testament niet waar is dan is ook de boodschap die in dit kader verkondigd wordt niet waar.

(Bron: uit het blaadje "Jezus de vriend voor jong en oud" nummer 11)


Printerversie