Een overzicht uit “ De Kerk Hervorming” door Dr.J.H.Merle d’Aubigné
Het kwaad was tot alle rangen doorgedrongen. Er werd een dwaling onder de mensen gezonden. (2 Tess. 2: 11). Het zedenverval was evenredig aan de vervallen staat van het geloof. Het geheimenis der wetteloosheid (2 Tess. 2: 7) drukte zwaar op de in slavernij gebrachte kerk. Het gevolg was dat er ook grote onwetendheid heerste. Het verlangen naar onderwijs en onderricht was bijna verdwenen onder het volk en onder de geestelijke leiders. Er was niet veel geleerdheid voor nodig om aflaten te verkopen. Waarom zouden de leiders zich toeleggen op de studie van de Schrift? In de dorpen werden de koks, de jagers, de stalknechten, de bedelaars en het uitschot van het volk tot priesters en predikers verheven. Zelfs de hogere geestelijken waren in diepe onwetendheid en verdorvenheid verzonken.
Een bisschop prees zich gelukkig dat hij nooit Grieks of Hebreeuws had geleerd. Zij beweerden dat alle ketterijen ontstonden uit het verstaan van deze twee talen. “Het Nieuwe Testament” zei een van hen, “is een boek vol slangen en dorens. Het Grieks is een taal die pas is uitgevonden en men moet ervoor op de hoede zijn. Wat het Hebreeuws betreft, mijn broeders, staat het vast dat een ieder die het leert onmiddellijk een Jood wordt.”
Een geleerd en beroemd kerkelijk leider had nog nooit in het Nieuwe Testament gelezen, maar aan het einde van zijn leven (1524) vroeg hij er om. Hij wierp het met een vervloeking van zich af, omdat hij bij het openen van het boek deze woorden las: “Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren.” Hij was een vloeker en kwam tot de conclusie dat dit niet het evangelie was of hij was geen christen. Een kardinaal vond op een dag een van zijn mensen bezig met het vertalen van de Brief aan de Romeinen. Hij zei: “Laat die kinderachtige dingen rusten. Zulke dwaze dingen passen niet bij een verstandig mens.”
Zou het christendom in deze staat blijven? Wij zijn dankbaar dat het antwoord nee was. Maar hoe kwam de opleving van het christendom en de kerk tot stand? Dat gebeurde door twee wetten, waardoor God in alle tijden de wereld en de kerk heeft geregeerd. Ten eerste bereidt Hij langzaam en van verre datgene voor wat Hij wil volbrengen. Hij heeft de eeuwen tot Zijn beschikking om in te werken. Ten tweede brengt Hij, als het uur gekomen is, het grootste werk tot stand door de kleinste middelen. Op deze manier werkt Hij zowel in de natuur als in de geschiedenis. Als Hij een grote boom voort wil brengen, plaatst Hij een klein zaadje in de aarde. Wanneer Hij Zijn kerk wil vernieuwen, gebruikt Hij de nederigste instrumenten om dat te volbrengen wat koningen, geleerden en aanzienlijke mannen niet konden uitwerken. Zo werkte God in de grote Hervorming. Op het moment dat de Hervorming ingeleid zou worden scheen Rome in vrede en zekerheid te zijn. Men zou hebben gezegd dat niets haar ooit zou kunnen storen in haar behaalde overwinning. De algemene kerkvergaderingen – de eerste en tweede kamer van het Katholicisme – waren uit het veld geslagen. De Waldenzen en de Hussieten waren onderdrukt. Het volk en de vorsten bogen hun knieën voor Rome. Maar ook al leek het alsof de uiterlijke tegenstand was opgehouden, toch was de inwendige kracht daarvan toegenomen toen de Hervorming begon. Inwendig gerommel voorspelde haar vernietiging. De Hervorming was door de voorzienigheid van God op drie verschillende gebieden voorbereid: politiek, kerkelijk en letterkundig.
Laten wij eens zien naar de politieke toestand van West Europa in die tijd.
Het Duitse keizerrijk was een bondgenootschap van verschillende staten, die een keizer als hun hoofd hadden. Deze staten waren ieder onafhankelijk binnen hun eigen grondgebied. De rijksdag, waaraan al de vorsten of onafhankelijke staten deel hadden, oefende de wetgevende macht uit over het hele Duitse statenverbond. Het behoorde tot de plicht van de keizer, de wetten en besluiten die van deze vergadering uitgingen te bekrachtigen. Hij moest ze ook toepassen en ten uitvoer brengen.
De bijzondere vorm van staatsregeling die het keizerrijk had ontvangen, was zeer gunstig voor de voortgang van nieuwe godsdienstige denkbeelden. Als Duitsland een monarchie was geweest, zoals Frankrijk of Engeland, zou de willekeurige macht van de koning de voortgang van het evangelie voor lange tijd tegen hebben kunnen houden. Maar Duitsland was een bondgenootschap van vrije staten. Dus kon de waarheid, wanneer zij in één staat tegenstand ondervond, in een andere staat wel gunstig ontvangen worden.
Onder keizer Maximiliaan brak een tijd van rust en zekerheid aan. Onder al de vorsten was niemand zo nuttig voor de Hervorming als de man in wiens staat zij zou beginnen. Frederik van Saksen, bijgenaamd de Wijze, was in die tijd de machtigste van alle keurvorsten. De invloed die hij uitoefende, zijn rijkdom en zijn vrijgevigheid verhieven hem boven alle anderen. God had hem bestemd als een boom en onder de schaduw daarvan zouden de zaden van de waarheid het eerst wortel schieten. De bevolking van Zwitserland was eenvoudig en dapper. God koos hen uit om, samen met de zonen van Duitsland, de bevrijders van de kerk te zijn. God had in Zijn voorzienigheid onder het Zwitserse volk beginselen geplant van moed, onafhankelijkheid en vrijheid, die tot ontwikkeling zouden komen, zodra de strijd tegen Rome zou beginnen.
Italië werd door velen gezien als het heilige land van het christendom. Waar anders kon Europa het heil voor de kerk van verwachten? Maar Gods gedachten waren niet hun gedachten. Italië werd aan zijn eigen ongerechtigheid overgegeven. Het land met het roemrijke verleden werd beurtelings overgegeven aan burgeroorlog en door buitenlandse vijanden bestookt. Het verzwakte en innerlijk verdeelde Italië, was nauwelijks geschikt om de belangrijke invloed van de Hervorming te ondervinden.
Spanje bezat een ernstige, weldenkende en godsdienstige bevolking. Altijd heeft het Spaanse volk godvruchtige en geleerde mannen onder zijn geestelijken gehad en men was ook ver genoeg van Rome verwijderd, om het pauselijke juk af te kunnen werpen, als men dit gewild had. Toch stond Spanje niet onder die landen die zich schaarden onder de banier van de Hervorming. Verschillende omstandigheden leidden tot deze uitkomst. De Spaanse natie hield zich met heel andere schatten bezig, dan die welke het Woord van God toen aan de volken ontsloot. De nieuwe wereld stelde de eeuwige wereld in de schaduw. Een maagdelijk land, waar alles van goud en zilver leek, sprak tot aller verbeelding. Een dorst naar rijkdom liet in het Spaans hart geen plaats over voor meer edele gedachten.
In Portugal was de stand van zaken bijna hetzelfde als in Spanje. De Portugezen bezochten met grote ijver de nieuw ontdekte wegen naar Oost-Indië en Brazilië en zij keerden de rug naar Europa en de Hervorming. Weinig landen schenen beter bereid voor de verkondiging van het Evangelie dan Frankrijk. Daar was al het leven, al de ontwikkeling van het verstand en van de geest uit die dagen samengekomen. Naar iedere kant waren de wegen vrijgemaakt voor een grote openbaring van de waarheid. Mannen van alle denkwijze en kleur, die ook de grootste invloed op het hele land hadden, stonden in verbinding met de Hervormers. Het volk dat levendig, verstandig en vatbaar was voor edele doelen, was ontvankelijk voor de waarheid. Misschien wel meer dan enig ander volk. Maar de richting die de staat van Frankrijk gedurende zoveel geslachten had genomen, werd plotseling veranderd. Zij nam nu een tegenovergestelde richting. De vorst die de teugels in zijn handen hield en die de eerste had moeten zijn om de Hervorming te bevorderen, bracht zijn onderdanen op een andere weg. En Frankrijk, nadat het bijna geheel hervormd was geweest, bleef tenslotte Rooms-katholiek. In de tijd van de Hervorming waren de Nederlanden een van de bloeiendste landen van Europa. De bevolking was hardwerkend en verlicht door de vele betrekkingen die ze met de verschillende delen van de wereld onderhielden. Zij waren vol moed en geestdriftig voor de zaak van onafhankelijkheid en vrijheid. Door hun ligging aan de ingang van Duitsland, moesten de Nederlanden onder de eersten zijn, waar de waarheid van de Hervorming gehoord werd. De bevolking was gescheiden in twee zeer uiteenlopende delen. Het zuidelijke deel, dat zeer welvarend was, bleek het zwakst in de strijd voor de waarheid. Hoe konden al die industrieplaatsen, die tot de hoogste ontwikkeling waren gebracht, hoe kon die geweldige handel te land en ter zee – Brugge, de grote markt van de handel – Antwerpen de koningin van de handelssteden – hoe konden die zich in een langdurige en bloedige strijd begeven over geloofspunten! Maar de noordelijke provincies waren sterk door hun eenvoud en zedelijkheid en door hun moedige besluit om liever alles op te offeren dan het Evangelie. Zij behielden niet slechts hun vrijheid, voorrechten en geloof, maar kregen ook onafhankelijkheid en een roemrijk bestaan.
Engeland gaf eerst weinig hoop van datgene wat het later geworden is. Zij vestigde haar ogen op de oceaan als een uitgestrekt rijk dat het toneel van haar overwinningen zou zijn. Engeland zou eens als heerseres over de zeeën met alle delen van de wereld verbonden worden. Dan zou zij het instrument in Gods hand zijn, om het zaad van het eeuwige leven naar de verst gelegen eilanden te brengen en te verspreiden over de uitgestrektste delen van de aarde.
De Noordse koninkrijken, Denemarken, Zweden en Noorwegen, waren onder één koning verzameld. Deze ruwe en oorlogszuchtige volken schenen niet zo vatbaar om onder de invloed te komen van de zuivere leer van de liefde en vrede. Maar aan de andere kant waren zij juist door hun krachtige bestaan, beter voorbereid om de dragers en bewaarders van het Evangelie te zijn, dan de meer verwekelijkte landen van het zuiden. Polen scheen gereed voor de Hervorming. De vrijheid van de steden en de onafhankelijkheid van de edelen in Polen, maakten dit gewest tot een veilige schuilplaats voor alle Christenen die in hun eigen land vervolgd werden; en de waarheid die deze vluchtelingen met zich mee brachten werd door een groot deel van de bevolking met blijdschap aangenomen.
Het licht van de hervorming, dat in Bohemen lang had gebrand, was daar bijna uitgedoofd door de bloedige onderdrukking.
Hongarije werd verscheurd door binnenlandse oorlog onder onbekwame en onervaren vorsten, die tenslotte hun onderdanen overgaven aan Oostenrijk Dit was de toestand van Europa aan het begin van de zestiende eeuw.
Op kerkelijk gebied werden de duisternis en het bijgeloof ontmaskerd. De schijn, de voorwendsels en de verborgenheden vielen langzaam van de Kerk af. De Kerk was gevallen omdat haar de leer van rechtvaardigmaking door het geloof ontnomen was. Dit moest teruggegeven worden om haar weer op te richten. Zodra deze waarheid in het christendom hersteld zou zijn, zouden alle dwalingen die daarvoor in de plaats waren gekomen – de vele heiligen, werken, boetedoeningen, missen, aflaten enz. – verdwijnen. Als voorbereiding van Zijn grote werk liet God, door de eeuwen heen een lange reeks van getuigen voor de waarheid opstaan.
Wycliffe liet zijn stem in 1360 in Engeland horen. Johannes Huss preekte in Bohemen. Zijn aanvallen waren meer gericht op het schandelijke leven van de geestelijkheid. Zo zouden wij hem als de Johannes de Doper van de Hervorming kunnen beschouwen. Terwijl hij in de gevangenis was zag deze vrome martelaar op een nacht in een droom dat de afbeeldingen van Christus die hij op de muren van zijn kapel had laten schilderen, door de paus en zijn bisschoppen werden uitgewist. Dit maakte hem zeer bedroefd. Maar de volgende nacht zag hij veel meer schilders die bezig waren om deze afbeeldingen in groter getale en met helderder kleuren te herstellen.
Toen ze klaar waren riepen de schilders: “Laat nu de pausen en de bisschoppen maar komen! Zij zullen deze afbeeldingen nooit meer uitwissen.” Huss vertelde aan een vriend dat hij er zeker van was dat het beeld van Christus nooit meer verloren zou gaan. Het zou door betere en meer schilders dan hijzelf in alle harten opnieuw geschilderd worden.
Laat ons nooit denken dat het ware Christendom niet bestond voor de Hervorming. Onder het volk, en zelfs binnen de Katholieke kerk, waren vrome en oprechte mannen en vrouwen die de waarheid hoog hielden op de beste manier die ze kenden.
Daar was bijvoorbeeld Anselmus van Canterbury die zei: “Zie slechts op de verdiensten van Jezus Christus.” Een bisschop uit Basel liet deze spreuk op een glasplaat plaatsen: “Mijn hoop is in het kruis van Christus. Ik zoek genade en geen werken.”
Zo waren er vele anderen, maar deze vrome mannen bezaten dit geloof alleen voor zichzelf en konden deze waarheid niet aan anderen meedelen. Zij leefden in afzondering en vaak werd hun geloof pas honderd, of zelfs twee of drie honderd jaar later bekend, wanneer een geschrift of brief van hen werd gevonden. Zo was het licht van het evangelie in de duisternis verborgen.
Anderen durfden wel openlijk te protesteren tegen de misbruiken van Rome. Nauwelijks waren Huss en zijn volgelingen ter dood gebracht of er stonden meer mannen op, begaafder en edeler, die de gruwelen van het pausdom aanklaagden. Zij deelden in het lot van Huss en Jerome.
Thomas Conecte een monnik uit Vlaanderen getuigde dat “de grootste gruwelen in Rome bedreven werden, dat de kerk een hervorming nodig had en dat, zolang we God blijven dienen, wij de pauselijke banvloek niet hoeven te vrezen.” Het hele land luisterde met belangstelling naar hem, maar Rome ook! Hij werd in 1432 veroordeeld tot de brandstapel.
Kardinaal Andreas van Krayn werd als een afgezant van de keizer naar Rome gestuurd. Hij was geschokt door de misbruiken die hij daar tegen kwam. Hij sprak eenvoudige woorden van vermaning tot Sixtus IV. Hij werd direct bespot en vervolgd. Toen hij thuis kwam zei hij: “De hele kerk wordt geschokt door verdeeldheid, ketterijen, zonden, ondeugd, ongerechtigheid, dwaling en ontelbare boosheden, zodat zij op het punt staat om onder te gaan in de bodemloze poel van het verderf.” Hij werd in Basel in de gevangenis gegooid en stierf daar.
Men zou nog vele voorbeelden kunnen noemen van getrouwe monniken, kardinalen en priesters die protesteerden tegen de misbruiken en valse leer van de kerk.
De stemmen die de waarheid verkondigden vermenigvuldigden zich toen de tijd van de Hervorming naderde. Het protestantisme was in sommige landen zelfs sterker dan het pausdom en dat zelfs vóór de tijd van de Hervorming zoals wij die nu kennen.
Sommigen in de kerk hadden een voorgevoel dat het uur naderde. Een man schreef: “Ach, mijn broeders! Het Christendom heeft een krachtige en grote hervorming nodig en het dunkt me dat ik die al zie naderen.” Welk antwoord werd hem gegeven? Begin zelf deze hervorming. Hij gaf ten antwoord dat hij een oude man was, gebogen onder de jaren en dat hij niet de geleerdheid en de talenten bezat die nodig zijn voor dat werk. “Maar” zei hij, “God zal een held doen opstaan, die door zijn leeftijd, kracht, talenten, geleerdheid, geestkracht en welsprekendheid de eerste plaats zal innemen. Hij zal de Hervorming beginnen, hij zal de dwaling bestrijden en God zal hem de moed geven om het hoofd te bieden aan de machtigen der aarde.”
Johannes Hilten, een Franciscaner monnik, begon een studie van het boek Daniël en Openbaring. Hij schreef er zelfs een commentaar bij. Hij verzette zich ook tegen de misbruiken van de monniken. Zij wierpen hem daarom in de gevangenis. Daar werd hij ernstig ziek en vroeg of de overste bij hem wilde komen. Nauwelijks was de overste binnen of hij barste los in een tirade over zijn leer en werken.
Hilten onderging de beledigingen geduldig en sprak daarna deze profetische woorden: “Er zal een andere man opstaan in het jaar 1516, die zal u de nederlaag bezorgen, en u zult hem niet kunnen weerstaan.” Hij vergiste zich in slechts een jaar. Luther spijkerde zijn stellingen aan de deur van de kerk in 1517.
De weg voor de Hervorming werd op nog een gebied voorbereid – de letterkunde. Het menselijke verstand ontwikkelde zich steeds meer en dit zou de emancipatie uiteindelijk ook bewerkstelligd hebben. De Paus had zichzelf eens tot beschermer van de volken uitgeroepen en gedurende enige tijd waren zij zijn leerlingen. Maar de ogen van de mensen werden geopend en zij eisten rekenschap over elke stap die het pausdom ondernam. Lichtgelovige eenvoud had plaats gemaakt voor een onderzoekende geest. De Kerk had zichzelf kunnen redden als ze opnieuw hoger was gerezen dan het volk, maar zij was op een neerwaartse weg terwijl de mensen wat kennis betreft opstegen naar onbekende hoogten. Deze opleving in geleerdheid begon in Italië. Een van de meest uitzonderlijke geleerden in die tijd was Dante. Hij plaatste de pausen in zijn “Hel” en verkondigde de kracht van het ware geloof. “Het is waar geloof waardoor wij burgers van de hemel zijn”, zei hij. “Geloof is volgens het evangelie het principe van het leven.”
Toch was deze herleving in kennis niet het principe van de Hervorming. Er stonden mannen op die de Kerk bespotten. Maar er werd met alles gespot, ook met de heiligste waarheden uit het Woord van God. Het was de mode en het teken van een vrijdenkend mens om alles belachelijk te maken en zelfs te spotten met de waarheid. Dit zou de wereld terug in het heidendom gebracht hebben, maar de Hervorming redde de godsdienst en de samenleving.
Er vond ook een herleving van de geleerdheid plaats in Duitsland. De drukkunst werd in het begin van de vijftiende eeuw uitgevonden en daardoor werden de stemmen vermenigvuldigd die tegen de misstanden in de Kerk riepen. Maar ook de stemmen die nieuwe richting gaven aan de gedachten van de mensen overstroomden de wereld. In Duitsland werd de studie gecombineerd met de godsdienst en daar was niet het overheersende scepticisme van Italië en Frankrijk.
De Kerk in Duitsland werd onzeker, omdat vele leiders ongeleerd en losbandig waren. Zij beschouwden zulke studie als een samenzwering tegen hen. Een monnik waarschuwde iemand tegen de ketterijen van Erasmus. Toen aan hem gevraagd werd wat deze ketterijen dan waren, moest hij toegeven dat hij de betreffende werken niet eens had gelezen. Het probleem was dat het in zuiver Latijn was geschreven. Een nieuwe wereld was in opkomst. |