Een Kerk die de steun van de Staat begint te zoeken is van de genade vervallen. Wanneer mensen toegeven aan deze beschuldigende geest, stellen zij zich niet tevreden met het wijzen op datgene; wat zij zien als een gebrek in hun broeder. Indien zachtere middelen falen om hem te laten doen wat zij menen dat hij behoort te doen, zullen zij hun toevlucht nemen tot dwang. Zover het in hun macht is, zullen zij mensen dwingen om zich te schikken naar hun ideeën van wat goed is. Dit is wat de Joden deden in de dagen van Christus, en wat de kerk sinds die tijd steeds heeft gedaan, wanneer zij de genade van Christus verloren heeft. Toen zij bemerkte dat zijzelf de macht der liefde miste, heeft zij de hand uitgestrekt naar de sterke arm van de staat om haar leerstellingen kracht bij te zetten en haar bevelen te doen uitvoeren. Hier is het geheim van alle godsdienstige wetten die ooit zijn uitgevaardigd, en het geheim van alle vervolging, vanaf de dagen van Abel tot in onze tijd. Christus drijft de mensen niet tot Zich, maar trekt hen. De enige drang die Hij gebruikt is de drang van de liefde. Wanneer de kerk begint te zoeken naar de steun van de wereldse macht, blijkt daaruit, dat zij de kracht van Christus mist, - de drang van goddelijke liefde. (Ged. van de Berg der Zaligsprekingen 111, Vergelijk D.A. 509 - de wens der eeuwen 441 D.A. 130 - de wens der eeuwen 99)
Kerk-Staat problemen vormen een aanknopingspunt voor evangelisatie!
In ons eigen land moet nog veel gedaan worden. Er moeten vele steden betreden en gewaarschuwd worden. Evangelisten moeten hun weg vinden naar alle plaatsen waar de geest van de mensen opgewonden is over de vraag der zondagswetgeving en het onderwijzen van godsdienst in openbare scholen. Het verzuim van de Zevende Dags Adventisten om deze door de Voorzienigheid gegeven gelegenheden te benutten hindert de vooruitgang van het werk. (9 Testimonies 51)
De vereniging van Kerk en Staat maakt Satan tot het hoofd van de kerk
De vijand heeft in de godsdienstige wereld gewerkt door de mensen te misleiden in het geloof dat de wet van God opzij gezet kan worden. Hij heeft lange jaren ervaring opgedaan in dit werk, want hij begon met onze eerste ouders, door zijn vermogens aan te wenden om hen God te laten wantrouwen. Als hij zich op kon stellen tussen hun zielen en God, wist hij dat hij slagen zou. Het uitzicht om goden te worden, kennende het goed en het kwaad, was aangenaam voor Adam en Eva, en zij gaven toe aan de verzoeking. In het ontvangen van een kennis van goed en kwaad voelen de mensen dat zij veel winnen; maar zij kennen de bedoelingen van Satan niet. Zij begrijpen niet dat zij in de val lopen als zij peuteren aan Gods wet.
De vijand weet dat wanneer de kerk beheerst kan worden door politieke verordeningen, als zij ertoe geleid kan worden om zich te verenigen met de wereld, zij in feite hem erkent als haar hoofd. Dan zal het gezag van de door mensen gemaakte geboden werken in opstand tegen de regering des hemels. Onder het leiderschap van Satan zullen de mensen de rechtvaardige heilige verordeningen van God met betrekking tot de Sabbat wegdoen, waarvan het onderhouden altijd een teken tussen God en zijn volk dient te zijn. Signs of the Times 22-11-1899
Kerk en Staat in de U.S.A. In de bewegingen die nu aan de gang zijn in de Verenigde Staten om voor de instellingen en gebruiken van de kerk de ondersteuning te verkrijgen van de staat, volgen de Protestanten in de voetstappen van pausgezinden. Neen, erger, zij openen de deur voor het Pausdom om in het Protestantse Amerika die heerschappij te verwerven die zij verloor in de Oude Wereld. En dat wat deze beweging nog groter betekenis geeft is het feit dat het hoofddoel dat hen voor ogen staat de bekrachtiging van de zondagviering is - een gewoonte die in Rome haar oorsprong heeft, en welke zij beschouwt als het teken van haar authoriteit. G.C. 573 - G.S. 529
Het aanvaarden van het verkeerde Kerk-Staat beginsel is de oorzaak van de laatste vervolging Laat het beginsel maar eens erkend zijn in de Verenigde Staten dat de kerk de macht van de staat mag gebruiken of beheersen; dat godsdienstige gebruiken bekrachtigd mogen worden door burgerlijke wetten; om kort te gaan, dat het gezag van de kerk en de staat het geweten mag beheersen, en de overwinning van Rome in dit land zal zeker zijn. (G.C. 581 - G.S. 535)
Het ondersteunen van de godsdienst door overheidsgelden was één van de oorzaken van de Franse Revolutie. De lasten voor het ondersteunen van zowel de kerk als de staat viel in hoofdzaak op de middenklasse en de lagere klassen, die zwaar belast werden door de burgerlijke authoriteiten en door de geestelijkheid... Doch de uitwerking van dit alles was zeer verschillend van dat wat Rome bedoelde. Inplaats van de massa's in blinde gehoorzaamheid aan haar leerstellingen te binden, was de uitkomst dat zij atheïsten en revolutionairen werden. Zij verwierpen het Romanisme als priesterbedrog. Zij zagen de geestelijkheid als een oorzaak die tot hun onder drukking bijdroeg. (G.C. 280-281 - G.S. 263-265) Zevende Dags Adventisten zullen nooit om overheidssteun bedelen, voor geen enkel doel al is het doel ook nog zo goed. God heeft ons duidelijke voorschriften gegeven met betrekking tot ons werk. Wij moeten de waarheid met betrekking tot de Sabbat van de Here verkondigen, om de bres die in zijn wet ontstaan is, te dichten. Wij moeten alles wat in ons vermogen is doen om de onwetenden te verlichten; maar wij moeten ons nooit verbinden met mannen van de wereld om financiële steun te ontvangen. (R-H 20-4-1911) De vereniging van Kerk en Staat geeft de Satan de macht om te doen naar zijn eigen believen. De staat is, als zij verenigd is met de Kerk de rechterarm van Satan. Satan aan 't woord: «Maar ons hoofddoel is om deze sekte van Sabbatvierders het zwijgen op te leggen. Wij moeten de populaire verontwaardiging tegen hen opwekken. Wij zullen grote en wereldwijze mannen aan onze zijde scharen, en diegenen die gezag hebben ertoe leiden om onze voornemens uit te voeren. Dan zal de Sabbat die ik ingesteld heb bekrachtigd worden door de meest strenge en harde wetten. Zij die deze minachten zullen uit de steden en dorpen gedreven worden, en zij zullen honger en gebrek lijden. Wanneer wij maar eens de macht hebben, dan zullen wij tonen wat wij kunnen doen, met hen die hun getrouwheid aan God niet willen prijsgeven. Wij hebben de Roomse Kerk ertoe geleid om gevangenschap, pijniging en dood te brengen op hen die weigerden zich te buigen voor haar bevelen, en nu wij de Protestantse Kerken en de wereld in harmonie brengen met deze rechterarm van onze kracht, zullen wij tenslotte een wet hebben om allen uit te roeien die zich niet willen onderwerpen aan ons gezag. Als de dood een straf zal zijn op het overtreden van onze Sabbat, dan zullen velen die zich nu scharen bij de gebodenhouders overkomen naar ons kamp.» Tot zover Satan in vergadering met zijn boze engelen. (Spirit of Prophecy IV p. 338) Een verbinding tussen Kerk en Staat al is zij nog zo gering heeft rampzalige gevolgen De bepaling die door de eerste kolonisten aangenomen was, dat alleen de leden van de kerk stemrecht hadden of een ambt mochten bekleden bij de overheid, leidde tot zeer funeste gevolgen. Deze maatregel was getroffen als een middel om de integriteit van de staat te bewaren, maar zij leidde tot verderf van de kerk. Omdat een godsdienstige belijdenis een voorwaarde was tot stemrecht of het bekleden van een ambt bij de overheid, werden velen alleen uit diplomatieke overwegingen lid van de kerk, zonder dat hun hart veranderd was. Op deze wijze begon de kerk voor een belangrijk deel te bestaan uit personen die niet bekeerd waren; en zelfs onder de predikanten waren er die niet alleen aan dwalingen vasthielden, maar die volkomen onbekend waren met de vernieuwende kracht van de Heilige Geest. Op deze wijze werden opnieuw de kwade resultaten duidelijk, die sinds Constantijn tot op deze tijd reeds zo dikwijls aan het licht getreden waren, van de pogingen om de kerk op te bouwen met behulp van de staat of door de hulp van de staat in te roepen om het evangelie te ondersteunen van Hem die gezegd heeft «Mijn koninkrijk is niet van deze wereld» Joh. 18:36. De vereniging van Kerk en Staat, al is zij in nog zo geringe mate aanwezig, moge schijnbaar de wereld dichter bij de kerk brengen, maar brengt in werkelijkheid de kerk dichter bij de wereld. G.C. 297 - G.S. 278-280) Het Merkteken van het Beest zal opgedrongen worden door de vereniging van Kerk en Staat. De aanbidders van God zullen bijzonder onderscheiden zijn door hun eerbied voor het vierde gebod - daar dit het teken is van Zijn scheppende macht, en de getuige van Zijn eisen op de eerbied en aanbidding. De goddelozen zullen onderscheiden worden door hun pogingen om het herinneringsteken van de Schepper neer te werpen, en het verheffen van de instelling van Rome. In deze twist zal het gehele Christendom verdeeld worden in twee klassen - zij die de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en zijn merkteken ontvangen. Alhoewel kerk en staat hun macht verenigen zullen om allen «kleinen en groten rijken en armen, vrijen en slaven» (Openb. 13:6) te dwingen om het merkteken van het beest te ontvangen, zal het volk van God het niet ontvangen. De profeet van Patmos ziet hen «die de overwinning over het beest, en over zijn beeld; en over zijn merkteken en over het getal van zijn naam behaald hebben, staande op de glazen zee, hebbende de citers Gods» (Openb. 15:2) en zij zingen het gezang van Mozes en het Lam. ^(II S.M. 55 - Letter 119, 1904 Vergelijk 9 T 16-17 - III Schatk 293-294)
De Christen en de Politiek
Gezien hebbende dat een vereniging van Kerk en Staat Satan zowel in de kerk als in de Staat aan de macht helpt, hoe staat het dan met de christen en de politiek? Steeds opnieuw werd Christus gevraagd om een beslissing in wettelijke en politieke kwesties (Lucas 12:13-14. Joh. 6:15; 8:11; 18:35-37. Matt. 22:15-22). Maar hij weigerde tussenbeide te komen waar het tijdelijke zaken betrof. Hij wist dat in de politieke wereld de ongerechtigheid voortgang had en grote tirannie heerste. Maar Zijn enige manier om dit te ontmaskeren was de verkondiging van Bijbelwaarheid... Hij weigerde om verstrikt te raken in persoonlijke twistgesprekken. (9 Testimonies 218) Elke leraar, predikant of leider in onze gelederen die gedreven wordt door een wens om zijn opinies over politieke kwesties te ventileren, moet bekeerd worden door geloof in de waarheid of zijn werk opgeven… (F.E. 477) De Here wil dat Zijn volk politieke kwesties begraaft. Zwijgen over deze onderwerpen is welsprekendheid. Christus roept Zijn volgelingen op om in overeenstemming te komen met de zuivere evangelische beginselen die duidelijk geopenbaard zijn in het Woord van God. Wij kunnen niet veilig stemmen voor politieke partijen; want wij weten niet waar wij voor stemmen. (F.E. 475)
«... Zij wisten niet of zij beginselen verdedigden die hun oorsprong hadden in de raadzaal des hemels, of in de raadzaal van Satan.» (T.M. 332)
De Christen, de Staat en de oorlog
Mij is getoond dat Gods volk dat Zijn bjzondere schat is, niet deel kan hebben aan deze verwarrende oorlog (de amerikaanse burgeroorlog) want zij is tegengesteld aan ieder beginsel van hun geloof. In het leger kunnen zij de waarheid niet gehoorzamen en tegelijkertijd de bevelen van hun officieren gehoorzamen. Zij zouden hun geweten voortdurend geweld aandoen. Wereldse mensen worden beheerst door wereldse beginselen. Zij kunnen elkaar niet waarderen. Wereldse wijsheid en de publieke opinie is het beginsel dat hen beheerst en hen leidt tot de vorm van rechtdoen. Maar Gods volk kan niet door deze motieven beheerst worden. De woorden en geboden van God, geschreven in de ziel zijn geest en leven, en daarin is kracht ter onderwerping en tot gehoorzaamheid. De tien voorschriften van Jehova zijn het fundament van alle rechtvaardige en goede wetten. Zij die Gods geboden liefhebben zullen zich schikken in alle goede wetten van het land. Maar als de bevelen van de heersers zodanig zijn dat zij in conflict zijn met de wetten van God, is de enige vraag die beantwoord moet worden: Zullen wij God of mens gehoorzamen? (1 Testimonies 362) Zij die nu bereid zijn om krijgswapenen op te nemen zullen straks niet staande blijven Als de moeilijkheden rondom ons toenemen, zullen zowel scheiding als eenheid gezien worden in onze gelederen. Sommigen die nu bereid zijn om krijgswapenen op te nemen zullen in tijden van werkelijk gevaar openbaren dat zij niet gebouwd hebben op de solide rots; zij zullen toegeven aan de verzoeking. Zij die groot licht en kostbare voorrechten gehad hebben maar niet hun voordeel mee gedaan hebben zullen onder een of ander voorwendsel, van ons uitgaan. Omdat zij de liefde tot de waarheid niet aangenomen hebben zullen zij gevangen worden door de misleidingen van de vijand; zij zullen gehoor geven aan de misleidende geesten en leringen van boze geesten, en zij zullen zich afkeren van het geloof. Maar, aan de andere kant zullen als de storm der vervolging losbreekt over ons, de ware schapen de stem van de ware Herder horen. (6 Testimonies 400-401)
De Kerk
Het waarachtige Protestantse, Bijbelse en Evangelische Kerkbegrip aanvaardt de Bijbel als enig Kerkelijk Handboek inzake geloof én plicht. De Kerk is geen gereglementeerde gemeenschap als een voetbalclub of een vereniging. Dit kerkbegrip is essentieel om iets te kunnen begrijpen van Openbaring 13 en haar boodschap voor ons. De beginselen in dit beroemde Protest vervat... zijn het wezen van het Protestantisme. Dit protest stelt zich tegen twee misbruiken van de mens in zaken van geloof: Het eerste is de inmenging van de burgerlijke overheid. Het tweede de willekeurige macht van de kerk. Inplaats van deze misbruiken stelt het Protestantisme het geweten boven de overheid, en het gezag van het woord van God boven de zichtbare kerk. In de eerste plaats verwerpt het de burgerlijke macht in goddelijke dingen, en zegt met de profeten en apostelen «Wij moeten God meer gehoorzamen dan de mensen»... Maar het gaat verder: het stelt als principe dat alle menselijke leer onderworpen moet worden aan het Woord van God. De protesterenden hadden verder verklaard dat het hun recht was om hun overtuiging van de waarheid vrijelijk uit te spreken. Zij wilden niet alleen geloven en gehoorzamen maar ook leren wat Gods Woord zegt, en zij ontzegden de burgerlijke overheid en de priester (de kerk) het recht om tussen beide te komen... In onze tijd is er een grote verwijdering van hun leerstellingen en voorschriften, en er is behoefte tot een terugkeer tot het grote Protestantse beginsel - de Bijbel, en de Bijbel alleen, als regel van geloof én plicht. Satan werkt nog steeds door alle denkbare middelen die binnen zijn bereik zijn om de godsdienstvrijheid te vernietigen. (G.C. 203-205 -G.S. 188-189) De leer dat God aan de kerk het recht heeft toevertrouwd om het geweten te beheersen, en ketterij te omschrijven én te straffen, is een van de diepstgewortelde pauselijke dwalingen. (G.C. 293 - G.S. 275) Wij moeten niet denken zoals de Joden, dat onze ideeën en opinies onfeilbaar zijn; noch met de Papisten dat zekere personen alleen de wachters zijn van waarheid en kennis, dat de mensen niet zelf het recht hebben om de Schriften te onderzoeken voor zichzelf, maar dat zij de uitleg van de vaders van de kerk moeten aanvaarden. (T.M. 105) Waarachtige, evangelische vrijheid moet in de Kerk van Christus heersen en niemand mag bevoogd worden. De kerkeraad is geen voogdijraad. Ik heb deze boodschap voor de presidenten van de conferenties, en voor mannen in verantwoordelijke posities: Breek de ketenen en boeien die op Gods volk geplaatst zijn. Tot u is het woord gesproken, «Verbreek elk juk» (Jes. 58:6). Tenzij u ophoudt om de mens verantwoording te laten afleggen aan de mens, tenzij u nederig van hart wordt, en uzelf de weg des Heren leert als kleine kinderen, zal de Here u verwijderen van Zijn werk. (T.M. 480-481) De gehele opdracht van een bedienaar van het evangelie bestaat uit twee dingen: de boodschap: het prediken van Christus als Here en kerkelijke organisatie: onszelf als uw dienaren om Christus' wil. 2 Cor. 4:5. In de opdracht aan Zijn discipelen omschreef Christus niet alleen hun werk, maar Hij gaf hun ook de boodschap. Leert de volkeren, zei Hij, «onderhouden al wat Ik u bevolen heb». De discipelen moesten onderwijzen wat Christus onderwezen had. Hier wordt niet alleen datgene bedoeld wat Christus persoonlijk had gesproken, maar ook datgene wat door alle profeten en leraars van het Oude Testament was gezegd. De leer van mensen is buitengesloten. Er is geen plaats voor overlevering, voor menselijke theorieën en gevolgtrekkingen, of voor de kerkelijke wetgeving. Wetten die door het kerkelijk gezag zijn ingesteld, zijn niet in de opdracht betrokken. Geen daarvan mocht door Christus' dienstknechten geleerd worden. «De Wet en de Profeten», samen met het getuigenis van Zijn eigen woorden en daden, vormen de schat die aan de discipelen werd toevertrouwd om aan de wereld te geven. De naam van Christus is hun wachtwoord, hun onderscheidingsteken, de band die hen bindt, het gezag waarop zij handelen, en de bron van hun succes. Geen ding dat niet door Hem wordt onderschreven, zal in Zijn koninkrijk worden erkend. (De wens der eeuwen) 724-725 - D.A, 826) (Gedachte over de Openbaring hoofdst. 21) |